De IS-route langs Tunesië, Libië, Turkije

De tweede adem van IS

© Mahmoud Elsobky

Kolonel Ismail Koury, Libië

Is IS voorbij of hergroepeert de terreurgroep zich in de luwte? In een zoektocht naar antwoorden trok de Egyptische-Belgische onderzoeksjournalist Mahmoud Elsobky naar Tunesië, Libië en Turkije. Hij praatte met stafleden bij het leger en inlichtingendiensten, met veiligheidsexperts en ex-IS-strijders.

‘IS is een idee. Het is een ideologie. Het is een eigen lezing van de geschiedenis en van religieuze teksten’, zegt imam Ghofran Hosini die we ontmoeten in Tunis. ‘Wat IS vooral niet is’, zegt Hosini, ‘is een militaire groep die je met wapens kan verslaan.’

‘IS is een idee, een ideologie, een eigen lezing van de geschiedenis en van religieuze teksten. Maar zeker geen militaire groep die je met wapens kan verslaan’

Het is maart 2018. In Irak heeft premier al-Abadi vier maanden geleden de overwinning op IS uitgeroepen. Veiligheidsanalisten en militaire gezaghebbers waarschuwden voor een al te vroeg victoriekraaien.

Want, zo klonk het toen, het einde van de grote militaire operaties betekent niet het einde van de IS-bedreiging. Weten we in hoeverre de landen, die meevochten in de militaire operaties tegen IS in Irak en Syrië, de situatie vandaag verder opvolgen? Weten we waar IS nu staat?

In 2016 vonden in de Tunesische stad Bengardane, dichtbij de grens met Libië, drie dagen hevige gevechten plaats tussen IS en het Tunesische leger. ‘IS probeerde het kalifaat te verleggen naar Noord-Afrika door Bengardane te bezetten’, legt de Tunesische majoor-kolonel Mokhtar ben Nasr uit. ‘Bengardane ligt namelijk heel strategisch nabij de woestijn en Libië.

De stad is lange tijd gemarginaliseerd geweest, een goede bron voor criminaliteit. Smokkel –cruciaal in het bedrijven van terrorisme– is de belangrijkste bron van inkomsten voor zijn inwoners.’ Het Tunesische leger kreeg de situatie onder controle, maar de feiten waren helder. Tunesië had stevige linken met IS doordat jonge Tunesiërs sterk vertegenwoordigd waren in de terreurgroep. Dat bevestigen diverse bronnen aan MO*.

Tunesië als visvijver

Het falen van de Arabische Lente -de teleurstelling en de uitzichtloosheid die volgden- was voor jonge Tunesiërs maar ook andere Arabische nationaliteiten een belangrijke pushfactor om zich aan te sluiten bij IS.

Volgens de kolonel telde Tunesië in 2011, aan het begin van de Tunesische revolutie, 350.000 werkloze jonge mensen. Een groot aantal onder hen was hoogopgeleid en kwam van gemarginaliseerde regio’s in het land. Terwijl een deel een betere toekomst zocht in Europa, besloten anderen zich aan te sluiten bij terreurgroepen. ‘IS zag vruchtbare grond in de kansarme situatie waarin die jongeren zaten. De terreurgroep bood hen hoop, een duidelijke religieus project, met heldere denklijnen en de kans om een held of martelaar in een rechtvaardig model te worden.’

We rijden langs een Tunesische woestijnweg richting Libië, tot voor kort een veelgebruikte route voor IS-strijders. Onze gids, mensenrechtenactivist Mostafa Abdel Kbeer, toont ons een aantal verlaten huizen, panden van stadsbewoners die lange perioden van het jaar leegstaan. Ze vormden de ideale schuilplaatsen voor IS-strijders die hier verzamelden. Bengardane was namelijk een cruciaal verzamelpunt voor jongeren vanuit heel Tunesië die zich bij IS wilden vervoegen. Vandaar ging het verder naar Libië.

‘In Libië ligt de afwezigheid van de staatscontrole zo voor het oprapen’, aldus Abdel Kbeer. Jarenlang politiek falen, de wetteloosheid en chaos in combinatie met de geografie van een uitgestrekt land en aanwezige geldstromen maakt van Libië vruchtbare grond voor IS. ‘IS-strijders die zichzelf gemarginaliseerd voelden, hebben in Libië een tweede adem gevonden’, zegt Abdel Kbeer. ‘Ze vonden hier macht, wapens en de controle over de straat. In Libië werden tweederangsburgers van elders mannen met macht.’

IS in Libië kwam niet plots uit de lucht vallen

Volgens grove schattingen trokken 3000 tot 5000 personen van Tunesië naar Libië om zich aan te sluiten bij IS en vervolgens verder naar Syrië te trekken. Naast de Tunesiërs sloten ook Algerijnen en Marokkanen zich via deze route aan. Na de nederlagen in Irak en Syrië keerden velen terug naar Libië. ‘We schatten dat er vandaag bijna 1200 Tunesische IS-strijders in Libië zijn’, zegt Mostafa Abdel Kbeer.

Kustplaats Sirte gold als de Libische hoofdstad van IS. In 2016 woedde hier, gedurende acht maanden, een hevige strijd tussen Libische milities en IS. Het is een strijd die zijn verwoestende sporen tot vandaag zichtbaar heeft gelaten: in verwoeste huizen en wijken, in autokadavers en kogelgaten.

‘In mei dit jaar vond nog een aanslag plaats op de kantoren van de Libische kiescommissie in Tripoli, waarbij 15 mensen omkwamen. Het zijn gevaarlijke premissen.’

Kolonel Ismail Shoukry is de Libische bevelhebber van de militaire inlichtingendiensten in deze regio. Hij bevestigt dat de militaire confrontatie voorbij is, maar zegt er meteen bij dat het niet het einde van IS betekent.

‘Vorig jaar was er nog een aanslag van IS in Misrata en in mei dit jaar vond een aanslag plaats op de kantoren van de Libische kiescommissie in Tripoli, waarbij 15 mensen omkwamen. Het zijn gevaarlijke premissen.’

‘Terrorisme kwam niet zomaar uit de lucht op de Libische grond vallen.’ De kolonel verwijst naar de illegale migratie in de regio waarvan IS dankbaar gebruikmaakt. Alles is mogelijk. Hij verwijst naar de Afrikanen die een aantal landen doorkruisen om in Libië te geraken. Het feit dat ze naar Libië komen, doet linken met terreur vermoeden.

© Mahmoud Elsobky

Sirte gold als de Libische hoofdstad van IS

Open grenzen en illegale migratie

Kolonel Khoury acht het niet onwaarschijnlijk dat IS in Syrië een nieuw kalifaat zou uitroepen. Ook hij verwijst naar de zeer volatiele politieke situatie in zijn land. Meer dan twintig SUV’s, volgeladen met IS-strijders, verlieten Sirte na de strijd in 2016, zuidwestwaarts de woestijn in. Daar is de chaos compleet. De zuidelijke regio Fezzan heeft bovenop de jihadistische groepen als IS, Al Qaeda en Boko Haram, ook met buitenlandse milities te maken die Libië alleen maar verder destabiliseren.

‘IS is nog steeds aanwezig in de Libische woestijn, maar ook in de zuidelijk en zuidwestelijk gelegen buitenwijken van Sirte’, meent kolonel Ali Rafida, een van de stafchefs van de veiligheidsdiensten in Sirte.

‘Ze houden zich momenteel gedeisd, maar een comeback in eender welke Libische stad is mogelijk zolang er niet tegen hen wordt opgetreden.’ Ook Rafida verwijst naar de situatie in Zuid-Libië, waar vooral de open grenzen een ideale vertrekbasis vormen voor IS, wapensmokkel en de rekrutering van Afrikaanse leden. ‘IS probeert te hergroeperen en houdt de armen open voor zowat iedereen.’

Vooral illegale migratie is een goede visvijver om IS-leden te werven. In de eerste plaats zoeken veel migranten geld om te overleven, geld dat IS kan bieden. Maar die inkomstenbron is ook voor Tunesiërs en andere Arabische nationaliteiten een bepalende factor.’ Zolang geld het doel is, en IS kan genieten van de nodige geldtoevoer, kan IS blijven rekruteren.

Wat betekent IS vandaag nu concreet vanuit de gedeelde vaststelling dat de IS-ideologie niet dood is? Wat weten we en wat weten onze inlichtingendiensten? Opvallend is dat de enige steun voor de Libische strijd tegen IS van Africom-troepen kwam. Het Westen bleef opvallend afwezig en is dat nog steeds. Nochtans is er slechts een kleine zee-engte gelegen tussen Libië en Europa. ‘Ja, IS concentreert zich in Libië op dit moment’, zegt kolonel Ismail Khoury. ‘Maar IS-leden hebben slechts een paar uur nodig om Europa te bereiken.’

Khoury stelt zich ernstige vragen bij de rol van de inlichtingendiensten in het Westen. Die lieten burgers radicaliseren om zich aan te sluiten bij een terreurgroep, stelt hij. En die groep bracht de terreur terug naar Parijs, Brussel, Keulen, Nice… ‘70 procent van de IS-strijders op ons grondgebied zijn geen Libiërs, een deel is Europees. We vonden internationale telefoonnummers die IS-strijders gebruikten om met mensen in het Westen te communiceren. En toch stelde geen enkele Europese inlichtingendienst voor om samen te werken.’

CC

Kolonel Ali Rafida,

Veiligheidsapparaat van IS

De structuur van IS blijft vragen oproepen. Hoe komt het dat IS zo lang onder de radar kon blijven? Hoe komt het dat de terreurgroep zich zo sterk kon organiseren dat Mosoel op een dag werd ingenomen? Straks is het een jaar geleden dat we in een donkere hoek in Istanboel, via tussenpersonen, in gesprek kunnen gaan met een ex-IS-strijder, en onder de schuilnaam Abo Abdullah. Abo Abdullah sloot zich aan bij IS in Irak en Syrië. Hij wijdt ons in in de geheimen van Emni, de geheime tak van IS.

‘Emni is een virtuele groep zonder hoofdkwartier. De bestaansreden ervan was van in het begin gebouwd op veiligheidsprincipes, minder op militaire kennis. Emni-leden waren in de eerste plaats gerekruteerd omwille van hun kennis en expertise, minder dan om hun religieuze overtuiging. Ze vertegenwoordigden verschillende sectoren: mensen met een job in veiligheidsdiensten, sociale-media-experts, ex-maffiosi, hackers, maar ook winkeliers, kappers en taxichauffeurs omwille van hun strategische sociale rol.’

‘Voor zijn dood in 2016 verzekerde IS-woordvoerder al-Adnani dat het verlies van plaatsen als het Iraakse Mosoel en het Syrische Raqqa niet het einde zou betekenen van IS of macht’

Iedereen hield iedereen in het oog, zegt Abo Abdulllah, en alle namen van medewerkers waren gecodeerd. Er was coördinatie tussen Emni van binnenuit, in het IS-kalifaat, en Emni-leden in Europa. Het veiligheidssysteem zat vervat in codes en ontelbare tussenpersonen en –schakels. Op dit moment is, bij gebrek aan centraal IS-leiderschap, de coördinatie tussen de interne en externe (Europese of Arabische) Emni-cellen doorgeknipt.

Dat zegt ook Jassim Mohamed, er net als andere experten meteen aan toevoegend dat het niet het einde van IS hoeft te betekenen. We ontmoeten Mohamed, een voormalig lid van de Iraakse inlichtingendiensten, in Aaken. Met zijn onderzoekscentrum ECCI volgt de ex-diplomaat terrorismedossiers, waaronder IS, op de voet. Mohamed verwijst naar de woorden van de gedode IS-woordvoerder al-Adnani, die bekendstond als één van de invloedrijkste leiders binnen de terreurgroep.

‘Voor zijn dood in 2016 verzekerde hij dat het verlies van plaatsen als het Iraakse Mosoel en het Syrische Raqqa niet het einde zou betekenen van IS of macht. IS was zich altijd al zeer bewust van de online macht die ze bezat.’

Voor een aantal IS-strijders was de val van het kalifaat in Mosoel en Raqqa nochtans een schok. Het kalifaat was een illusie geworden. Maar dat is nog niet hetzelfde als het verwerpen van ideeën of het opgeven van een radicale ideologie, legt Mohamed uit. ‘Die zit nog in de geesten.’ En dus zullen er volgens Mohamed nieuwe groepen ontstaan, groepen die zich meer op de ideologie dan op tastbare grond richten.

© Mahmoud Elsobky

Jassim Mohamed, voormalig lid van de Iraakse inlichtingendiensten

Strategie tegen wraak

‘Meer dan vijfduizend IS-strijders werden gedood’, zegt Abo Abdullah. ‘Dat betekent dat mensen uit hun omgeving mogelijks wraak kunnen nemen. Stel dat twee mensen uit de omgeving van de martelaren wraak zouden willen nemen, dan betekent dit dat 1 miljoen mensen klaarstaan. Vergeet niet dat extremisme een idee is dat niet hoeft toe te behoren aan een specifieke organisatie.’

Veiligheidsexpert Jassim Mohamed waarschuwt dat Europese regeringen strategisch en in de eerste plaats vanuit een veiligheidsstandpunt moet omgaan met burgers die zich aansloten bij IS en hun debat rond terugkeer. Die terugkeer is geen politieke maar een strategische keuze en een veiligheidskwestie. ‘De deuren sluiten voor IS-strijders die willen terugkeren, is olie op het wraakvuur van groepen en aanhangers van IS.’

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Bovendien is het terugnemen, opsluiten en observeren van de terugkeerders de enige mogelijkheid om cruciale informatie over de groep, de leden en de rekruteringswijze los te krijgen. ‘Denk aan de informatie die je uit overlevende zelfmoordterroristen kan halen. Dat Salah Abdeslam zichzelf niet doodde was een enorme vergissing vanuit en inbreuk tegen IS-principes, maar hij kan wel een bron van informatie dienen.’

Duitsland is een uitzondering in Europa en heeft die strategische benadering begrepen. ‘Uit betrouwbare Iraakse bronnen weten we dat de Duitse autoriteiten IS-strijders in Irak willen ontmoeten om informatie in te winnen. Het land stelt zich ook strategisch op door strijders voor de rechtbank te brengen en hen tegelijk psychologische en sociale ondersteuning te bieden.’

De documentaire Is IS voorbij? verscheen op donderdag 22 november op Canvas en is vanaf vrijdagavond 23 november te herbekijken

Deze reportage kwam tot stand dankzij de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift