Civil March For Aleppo genomineerd voor de Nobelprijs van de Vrede

Vredesmars naar de hel. Deel 1: het vertrek

© Janusz Ratecki

Eind augustus 2017 bereikte de Civil March For Aleppo, de burgermars als steunbetuiging aan Syrische burgers, haar eindbestemming aan de Syrische grens. Drieduizend kilometer en 232 dagen na de start bleven slechts enkelingen over van wat een massa-evenement had moeten worden.

Ondanks de talloze conflicten, het wantrouwen en de uitputting van een uit de hand gelopen facebook-initiatief dat 4000 mensen uit 62 landen op de been bracht, werd het team organisatoren genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede.

De ‘marchers’ vertellen aan MO* voor het eerst het vaak onwezenlijke verhaal van de meest waanzinnige acht maanden uit hun leven.

Het begin

Eind 2016. De strijd om Aleppo beheerst het nieuws. Beelden van verwoesting, burgerslachtoffers die uit het puin gehaald worden, een moeizaam tot stand gekomen staakt-het-vuren wordt herhaaldelijk verbroken. Bij het grote publiek, ook in België, overheerst een gevoel van machteloosheid. Het is uit dit gevoel van machteloosheid dat de Civil March for Aleppo ontstaat. Het begin klinkt belachelijk eenvoudig: een jonge Poolse journaliste in Berlijn post een wanhopig bericht op Facebook en raakt een gevoelige snaar bij duizenden. Het sneeuwbaleffect dat erop volgt zorgt voor een acht maanden durende mars die niet enkel het leven van de journaliste, maar ook die van duizenden deelnemers aan haar mars, zal veranderen.

Ik ontmoet Anna in restaurant Viet Village, Alexanderplatz, eind januari 2018. Ze schudt het hoofd boven haar kop stomende noedels. ‘Nooit meer, dat zweer ik aan mezelf’, zegt ze, ‘om twee uur ‘s nachts in slaap vallen in een gymzaal, omringd door tien onbekenden die me ‘s ochtend wakker maken en vragen: wat is het plan vandaag? En ik had niet het minste idee.’

Anna is een Pools journaliste die sinds een tiental jaar in Berlijn woont. De moeder van twee is bij het begin van de mars 32. Op vijf korte trips naar huis na wandelt ze de volledige mars van begin tot eind uit. Die hele tijd is ze het gezicht en spreekbuis van de mars. Ze traceert de kiem van de hele operatie terug naar het moment waarop Angela Merkel haar ondertussen historische woorden ‘Wir Machen Das’ uitspreekt en bij het miljoen asielzoekers toelaat, voor het merendeel Syrische oorlogsvluchtelingen.

‘Vreemd genoeg heeft het geen krantenkoppen buiten Duitsland opgeleverd’, vertelt ze, ‘maar in Berlijn waren de straten overspoeld met duizenden die geen slaapplaats vonden. Wij hadden twee logeerkamers en deden hetzelfde als zovelen rondom ons: we namen twee oorlogsvluchtelingen in huis.’ Eén van hen is afkomstig uit Aleppo en zal twee jaar bij hen blijven inwonen.

Sneeuwbaleffect

Na die eerste stap is er al snel geen houden meer aan. Nadat ze die winter op weg naar huis kinderen ziet slapen op het trottoir, organiseert ze via sociale media massale inzamelacties voor slaapzakken, dan jassen, schoenen, uiteindelijk laptops en zelfs lingerie die ze met de wagen elk weekend uit Polen gaat halen om ze in Berlijn te verdelen. ‘Het was verrassend eenvoudig’, zegt ze, ‘Polen nam geen enkele vluchteling op en duizenden in Polen waren gefrustreerd door de onmacht om zelf iets aan de situatie te doen. Ze hadden enkel een idee nodig. Dan moet jij hen dat idee geven.’ Anna slaat na enkele maanden alle journalistieke opdrachten af om zich het komende jaar uitsluitend om het lot van vluchtelingen te bekommeren.

21 november 2016. De gruwel van de slag om Aleppo bereikt Europese huiskamers. Anna, op dat moment op de thee bij Syrische moeders, herinnert zich vooral het beeld van verpleegsters die pasgeboren kinderen in allereil uit couveuses halen en in rijen op de straatstenen leggen. Zelf moeder van twee vroeggeboren kinderen kan ze het beeld niet van zich afschudden.

‘Wandelen naar oorlogsgebied is krankzinnig. Dat is juist. Maar dit leek het enige dat ons nog restte om onze onvrede te uiten.’

Bij thuiskomst blijkt de oorlog zich ook af te spelen in haar eigen huiskamer. Haar Syrische huisgenoot is in een staat van paniek voortdurend aan de telefoon met vrienden en familie uit de belegerde stad. Overmand door emotie improviseert Anna snel een kort bericht op Facebook: ‘Wat zou er gebeuren als we allemaal naar Aleppo zouden gaan? Zou het iets veranderen aan de situatie? Als ik erheen wandel, wie wandelt dan mee?’ De volgende ochtend hebben om en bij de vijftig vrienden over heel de wereld gereageerd op het bericht.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Leen Van Waes uit Gent, ook moeder van twee, is één van de vijftig en zal uitgroeien tot één van de spilfiguren binnen het organiserend comité. Ze beschrijft het gevoel dat haar en de meeste andere prille organisatoren dreef om het idee ook daadwerkelijk uit te voeren: ‘Wandelen naar oorlogsgebied is krankzinnig. Dat is juist. Maar dit leek het enige dat ons nog restte om onze onvrede te uiten. Betogen of protesteren aan ambassades was zinloos geworden, laat staan het zoveelste gruwelfilmpje op facebook bekijken, delen en dan maar doorscrollen.’

Anna’s oproep, ontstaan uit emotie en aanvankelijk zonder de intentie ooit gerealiseerd te worden, wordt meteen letterlijk opgevat door de groep van vijftig. De vraag wordt niet gesteld of de facebookpost wel of niet symbolisch bedoeld is.

De volgende dag vindt de eerste vergadering plaats op facebook. De groep buigt zich over de praktische haalbaarheid van een tocht naar Aleppo. Het idee wordt gelanceerd om de vluchtelingenroute in de omgekeerde richting af te leggen. Iedereen die wil, mag deelnemen en er terug uitstappen wanneer die wil. Activisten overal in Europa worden opgetrommeld om voor slaapplaats, bevoorrading, vergunningen en politiebescherming te buigen. Politieke en juridische experts worden aangeschreven om de wetten van elk land na te speuren zodat de mars nergens onverwachts hoeft onderbroken worden.

Verblind door enthousiasme

30 november 2016. Anna doet haar emotionele oproep van een week voorheen opnieuw op video, bijgestaan door een twintigtal organisatoren uit de hele wereld die elk de oproep herhalen in hun eigen taal. Die video gaat in een mum van tijd viraal. De facebookpagina van het evenement wordt gelanceerd en in een gezamelijk manifesto verklaren de organisatoren uit negen verschillende landen in Europa, Mexico, Brazilië en Zuid-Afrika uitdrukkelijk dat de mars een initiatief is van ‘gewone, normale mensen. We vertegenwoordigen geen politieke partijen of organisaties.’

In enkele dagen krijgt de pagina tienduizend volgers. De week erna nog eens twintigduizend extra. Er wordt een vlag ontworpen. De overheersende kleur is wit, symbool voor vrede en solidariteit met de burgerslachtoffers.

‘De Balkanroute in omgekeerde richting: Duitsland over Tsjechië, Oostenrijk, Slovenië, Kroatië, Servië, Macedonië, Griekenland, Turkije tot uiteindelijk Syrië. Een tocht van meer dan 3000 kilometer die ongeveer 3,5 maand zal duren’, verklaart Anna Alboth op 8 december 2016 in De Morgen. Die afstand over die tijd betekent al snel dertig kilometer per dag zonder één dag over te slaan. ‘Dat klopte inderdaad niet’, vertelt Anna, ‘we waren zo verblind door enthousiasme en gingen zo snel dat we blijkbaar vergeten waren te berekenen hoe lang de mars zou duren. Aan de andere kant: hadden we teveel nagedacht over de uitdagingen, dan waren we nooit vertrokken.’

Zelfmoordmissie

In de drie weken die volgen krijgt de Civil March een vloedgolf van journalisten over zich heen. Vaak met de nodige scepsis. The Daily Beast spreekt onverbloemd over een ‘zelfmoordmars’. CNN-anchor Brooke Baldwin interviewt Anna een dag voor vertrek op de kerstmarkt waar net enkele dagen voorheen een aanslag is gepleegd. Ze vraagt of het wel ‘verantwoord is vluchtelingen in je huis op te nemen’, wetende dat die aanslagen plegen.

Ook op sociale media tonen velen zich sceptisch. ‘Stop deze geretardeerde kinderen voordat ze sterven’, is te lezen op twitter na het CNN-interview. Een man post op de facebookpagina: ‘Elke cent voor deze kindertuin is er één te veel.’

Ondertussen denken velen dat het om niet meer dan een stunt gaat. ‘Een case-study van een marketingbureau’ was het vermoeden van de Pool Janusz Ratecki (36). Kleine flash forward: diezelfde Janusz zal als fotograaf de volledige tocht van dag tot dag in beeld brengen en één van de enigen zijn die de mars van begin tot einde meemaakt.

© CNN

Het vertrek

Tempelhof, Berlijn, tweede kerstdag. De organisatoren wachten gespannen af met hoevelen ze zullen kunnen vertrekken. Druppelsgewijs komen de eerste deelnemers toe. De groep van enkele tientallen groeit in een uur tijd aan tot honderden waaronder activisten en leken van alle leeftijden, gezinnen met baby’s en peuters, groepen jongeren.

Ook de wereld kijkt toe. Omsingeld door cameraploegen van internationale televisizenders en reporters voor internationale kranten vertrekt een mars van vierhonderd deelnemers richting hel van Aleppo. Een podcast die de Deense journalist Jon Jorgensen op Tempelhof opneemt wordt het eerste uur na publicatie 60.000 keer gedownload. Nauwelijks tien uur na vertrek gaat het voor de eerste keer grondig fout.

Terug naar enkele dagen voor vertrek. Temidden de persberichten duiken de eerste verdachtmakingen op. De anti-Westerse website Global Research is de eerste die beweert over bewijzen te beschikken dat de Civil March een PR-project is gefinancierd door de Britse geheime dienst om het regime-Assad van de troon te stoten. Ook blogster Barbara McKenzie somt een lijst elementen op die moeten bewijzen dat dit geen spontane blijk van medeleven is maar een uitgekiende operatie van geheime diensten. Een groep onervaren burgers kan een evenement van zo’n omvang onmogelijk op één maand organiseren. Anna’s verwijzing naar couveuzekinderen tijdens interviews toont opvallend veel gelijkenissen met de valse getuigenis die de VS aangreep om de eerste Golfoorlog te starten.

© Janusz Ratecki

De vlaggenkwestie

De lastercampagne is erop gericht de boodschap van de Civil March onderuit te halen. ‘Dit was een spontane actie van burgers voor het lijden van andere burgers’, zegt Leen Van Waes, ‘we kozen ervoor op de slachtoffers te focussen en kozen resoluut tegen het geopolitieke welles-nietes dat enkel tot gevolg had dat de oorlog bleef voortduren.’

Op de eerste dag al blijkt het moeilijker dan gedacht om deze boodschap vol te houden. Als initiatief voor het lijden van de Syrische burgers krijgt de mars logischerwijs alle krediet van Syrische revolutionairen. Een vijftiental van hen tekent ook present op Tempelhof, maar haalt geheel tegen de afspraken in de vlag van de Syrische revolutie boven - koren op de molen voor wie de ‘marchers’ verdenkt voor Westerse overheden te werken.

‘Eén van de Syrische activisten vertelde ons letterlijk: als we onze vlag niet mogen dragen zullen we alles doen om je mars te vernietigen. Dit was niets meer of minder dan chantage’

Tijdens het vertrek worden de vlaggen nog gedoogd maar ‘s avonds wordt het onderwerp aangesneden, waarna zich een emotionele discussie ontspint. ‘Eén van de Syrische activisten vertelde ons letterlijk: als we onze vlag niet mogen dragen zullen we alles doen om je mars te vernietigen. Dit was niets meer of minder dan chantage’, vertelt één van de aanwezigen tijdens de discussie die liever anoniem wil blijven. De Pool Jan Horzela (33), naast Anna de centrale organisator van de mars, denkt er anders over: ‘Dit waren mensen die omwille van hun mening hun land hebben moeten ontvluchten. Die zijn hard gekwetst, die koken vanbinnen. En wij, volledige buitenstaanders, beweren voor hun zaak de straat op te gaan, onszelf in hun positie te verplaatsen. Ik had begrip voor hen.’

Na een discussie die lang tot in de nacht voortduurt en verschillende pogingen om te stemmen wordt besloten om een beslissing door te schuiven naar de volgende ochtend. De volgende dag wordt niet gestemd maar maakt het organiserend comité bekend dat enkel de witte vlag gebruikt mag worden. Een deel van de Syrische activisten verlaat woedend de mars. Enkele organisatoren geven er ook de brui aan. Ze gebruiken de woorden van Desmond Tutu om hun vertrek te verantwoorden: neutraliteit in een situatie van onderdrukking staat gelijk aan steun voor de onderdrukker. Anna en verschillende andere organisatoren waren er toen, en nu nog steeds, niet van overtuigd of hun beslissing de juiste was. ‘In ieder geval is het ons blijven achtervolgen’, aldus Anna.

Haatcampagnes

Enkele uren nadien komen de organisatoren te weten dat de persoon die enkele weken voorheen opgegeven heeft om de Arabische vertaling van de website van de Civil March te maken er een tomeloze oproep tot revolutie van heeft gemaakt. Dezelfde dag verschijnt een persbericht waarin de opgestapte Syriërs de organisatoren een ondemocratische houding verwijten en beweren dat de organisatoren gedreigd hebben de politie in te schakelen als de gewraakte vlag nog zou verschijnen.

Met de hashtag #boycott_the_uncivil_march_for_aleppo wordt een haatcampagne ingeluid waarbij zowel deelnemers als organisatoren persoonlijk via sociale media dreigberichten ontvangen. ‘Ze dachten het eindelijk begrepen te hebben’, zegt Anna Alboth, ‘we zouden zonder probleem de stad Aleppo binnenwandelen, gesteund en beschermd door de soldaten van Assad. Zo zouden we aantonen dat er helemaal geen oorlog was in Syrië. Dit was volgens hen een manier voor Assad om zijn regime in Europa te legitimeren.’

© Janusz Ratecki

Deelnemers en organisatoren beginnen vanaf dit moment via sociale media uitnodigingen te ontvangen van personen die hun vrije toegang tot en onderdak in Aleppo beloven, in alle veiligheid. ‘Simpelweg gastvrije Syriërs, aanhangers van Assad of in het slechtste geval kidnappers voor losgeld? Geen manier om het te weten te komen’, zegt Jan Horzela, ‘maar sommigen onder ons zagen hierin wel de ideale manier om Aleppo te bereiken.’

De angst om nu nog misstappen te begaan groeit. Zo ook het wantrouwen tegenover de buitenwereld. Op Facebook verschijnen foto’s van Anna op de passagiersstoel van een wagen, met de ironische opmerking ‘en dat voor de aanvoerder van een vredesmars’. De haatcampagne werpt ondertussen haar vruchten af. Het lokale team in Tsjechië - de lokale activisten die instaan voor slaapplaats, maaltijden, vergunning en politiebescherming - verdwijnt even van de radar nadat ze bedreigd worden door een jonge Syrische vrouw die aanwezig is op één van hun vergaderingen. Een reeks dreigtelefoontjes aan leden van het lokale team in Oostenrijk zorgt ervoor dat alle steun uit het land wegvalt.

Ondertussen wordt de top van de groep benaderd door een resem politieke facties in het Midden-Oosten. ‘In Oostenrijk werd ik uitgenodigd door de lokale vertegenwoordiging van het Vrije Syrische Leger. Hetzelfde met de Moslimbroederschap in Wenen. Koerdische verzetsbewegingen in Slovenië stelden voor om in onze veiligheid te voorzien tijdens onze doortocht doorheen Turkije. Het Erdogan-gezinde Anadolu-persagentschap stelde voor om een partnerschap aan te gaan. Ik kreeg een bijzonder zeldzame inkijk in hun politieke spelletjes. En zij stonden ervan versteld hoe weinig ik op de hoogte was van de hele situatie in Syrië’, aldus Anna Alboth.

Ook de Europese rechterzijde roert zich. Pegida nagelt het initiatief al voor de start ongemeen hard aan de schandpaal onder hashtag #Gutmenschen. Op de ochtend van dag drie komt de mars voor het eerst een extreemrechtse contrademonstratie tegen zonder dat het tot incidenten komt. Enkele dagen later ontvangt de politie informatie over een mogelijk extreem-rechts optreden tegen de mars. De gymzaal die dienst doet als slaapplaats wordt voorzien van een extra metalen hek en private bewaking. Die nacht verzamelen zich twintig mannen in het zwart rond de gym, die voor het ochtendgloren verdwijnen. In Dresden krijgt organisator Jan Horzela screenshots doorgestuurd van facebook-gesprekken waarin zowel de wagens van de mars als de slaapplaats van die nacht tot in detail worden besproken. Om incidenten te voorkomen besluit de organisatie de wagens die avond op een andere locatie te parkeren. Een incident blijft die nacht uit.

© Janusz Ratecki

De Syrische chaos

Drie weken na het vlaggenincident bereiken de pogingen om de mars de stokken in de wielen te steken een hoogtepunt. In Praag, midden januari, houdt de mars een vredesdemonstratie op de monumentale Karelsbrug. Bij het passeren van de eerste persfotograaf haalt een jonge vrouw vooraan de stoet een vlag van Assad boven, die ze voor het oog van de camera heen en weer zwaait naast de vlag van de mars. De foto gaat de wereld rond via sociale media, blogs en krantenwebsites met de gekende verdachtmakingen. Opnieuw is het gissen welke kant in het conflict hiervoor verantwoordelijk is.

De lastercampagne en sabotage zorgen ervoor dat de groep angstig en twijfelachtig wordt - pijnlijk genoeg voornamelijk ten opzichte van Syriërs. Organisator Jan Horzela: ‘Als we met nieuwe mensen gingen samenwerken was de eerste vraag: is het een Syriër? Indien niet, dan waren we gerustgesteld. Zo ja, dan gingen we er van uit dat hij of zij een verborgen agenda had. Niet bepaald het beste uitgangspunt voor een mars die in het teken van Syrische burgers stond’, merkt hij droog op.

‘We werden meegezogen in de verdeeldheid, ineens maakten we deel uit van de oorlog. dat had niemand verwacht.’

Toch blijven verschillende Syriërs bij de groep. Ook in latere stadia nemen velen eraan deel. Eén van hen is oorlogsvluchteling Ahmad Shamoun, op het moment van deelname 29. Ahmad vluchtte eind 2015 weg uit zijn geboortestad Aleppo omwille van het oorlogsgeweld. Hij wandelt mee in dezelfde jas en broek als waarmee hij een jaar voorheen de route in de omgekeerde richting aflegde. Als insider is hij zich terdege bewust van de tegenstand onder Syrische vluchtelingen. ‘Ik heb hen met handen en voeten proberen overtuigen dat ze hun politieke overtuigingen achterwege moesten laten’, vertelt hij, ‘de hele discussie of je nu voor of tegen Assad was, voor of tegen de oppositie was deed er niet toe. Dit ging over het lot van normale mensen in oorlog, los van politieke voorkeur. Dan is het normaal dat je allemaal dezelfde vlag draagt.’

Desondanks blijft het verdachtmakingen regenen op blogs en websites dat de mars een initiatief is van één van de partijen in het conflict. ‘We werden meegezogen in de verdeeldheid, ineens maakten we deel uit van de oorlog’, zegt Leen Van Waes, ‘dat had niemand verwacht.’

Lees ook: Vredesmars naar de hel. Deel 2: Tegengif voor onverschilligheid.

Tekst: Daan Bauwens & Foto’s: Janusz Ratecki

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift