Met eigen bedrijfje Barikama ontsnappen ze aan slechte werkomstandigheden

Afrikaanse migranten in Italië creëren eigen job in landbouwcoöperatie

© Giacomo Sini

 

Ismail staat recht tussen de planten en kijkt naar zijn dichtstbijzijnde metgezel. ‘Lorè, je bent niets aan het doen en je rug doet al pijn?’, schertst hij. Ondertussen ontdoet hij met het mes de bloemkool van zijn bladeren en legt hij de kool in de doos. Over de kool gebogen maken ze grapjes. Lachend staan Lorenzo en Cheikh ook op en tillen ze de dozen op. Voor deze ochtend zijn ze klaar met de oogst.

Samen gaan ze naar een tractor die op de akkers staat. Het is pas begin februari, maar de Italiaanse zon is warm hier in Campagnano di Roma, niet ver van Rome. Wolken zijn weggeblazen door de wind. De salade en spinazie, die op andere velden geplukt zijn, moeten samen met de kool worden gewassen. De pakketten voor de leveringen moeten klaar zijn om in de bestelwagen te worden geladen.

Afrikaanse migranten werkten in de landbouw voor minder dan twintig euro per dag en in ongezonde omstandigheden.

Dit is Barikama, een sociale coöperatie die in 2011 opgericht werd door een groep jonge Afrikanen, vooral uit Mali, Ivoorkust en Senegal. Ze waren het beu dat ze als migrant in de landbouw moesten werken en wonen in bijzonder slechte omstandigheden.

Velen van hen deden mee aan de opstand van Rosarno. Die plek in Italië is berucht voor wat er gebeurde in januari 2010. In het stadje werd in die bewuste januarimaand een Afrikaans migrant beschoten op weg van zijn werk naar huis.

Afrikaanse migranten werkten in Rosarno vooral in de landbouw, voor minder dan twintig euro per dag en in ongezonde omstandigheden. De gebeurtenissen leidden ertoe dat veel migranten stopten met werken en uit protest de straat opgingen. De protesten verbraken voor het eerst het stilzwijgen in Italië over de omstandigheden van geïmmigreerde arbeiders op het platteland.

De Italiaanse overheid stuurde de migrantenarbeiders uiteindelijk weg uit Rosarno, met werkvisa voor elders in Italië en gratis treintickets. Enkele jongemannen gingen naar Rome, en vonden daar wederzijdse steun en solidariteitsnetwerken. Kort daarna besloten ze zelf een project te starten dat op zijn minst een beetje onafhankelijkheid kon garanderen.

Tien jaar zijn sindsdien verstreken, en de initiatiefnemers van Barikama zijn erin geslaagd een coöperatie op te richten die yoghurt en groenten produceert in Casale di Martignano, aan de oever van het gelijknamige meer, op 35 kilometer van de hoofdstad.

© Giacomo Sini

Saydun, een Afrikaanse migrant in Italië, brengt net geplukte sla naar de bestelwagen. Barikama verkoopt die op markten en aan voedselteams.

Verzet, weerstand, Barikama

Barikama is niet alleen een job, het is ook een vorm van verlossing van de uitbuiting. Een solidariteitsinitiatief dat een link legt met andere alternatieve initiatieven in het gebied. Een sociaal project dat ook jonge Italianen met het Asperger-syndroom betrekt, een milde autismespectrumstoornis, door middel van stages en arbeidscontracten. Onder hen is Lorenzo — Lorè voor de vrienden-, de man van de bloemkolen. Hij komt uit Rome en werkte de laatste twee jaar elke dinsdag in Martignano.

Dit alles komt tot uiting in de naam van de coöperatie: Barikama. Dit woord in het Bambara, een taal die wordt gesproken in Mali en de omringende landen, drukt “kracht” uit, die je kan vertalen als “weerstand, verzet, de weigering om iets te accepteren”.

De coöperatie heeft haar magazijn in Pigneto, een historische arbeiderswijk van Rome. Om zeven uur ‘s ochtends, wanneer de hemel lichter begint te worden, komt Modibo binnen in een bar voor het ontbijt en begroet hij iedereen. Buiten is het nog steeds koud.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

‘Er is iets veranderd in ons leven’, zegt hij terwijl hij wacht op de anderen. ‘Als je niet rijk bent, kun je het je niet veroorloven om te genezen en medicijnen te kopen. Als iemand van wie je houdt ziek wordt, kun je niets meer doen en verlies je je verstand.’ Modibo, 32 jaar, kwam in 2008 op het Italiaanse eiland Lampedusa aan vanuit Mali. Zijn vader stierf toen hij een kind was, dus hij kon niet studeren en heeft altijd op het veld gewerkt.

Zoals elke ochtend komen de jongemannen van de Barikama-coöperatie samen in het magazijn om het busje te laden en vervolgens hun dagelijkse taken te verdelen: werken op het veld, leveringen doen en naar de markten gaan. Er zijn elke maand tien verschillende markten waar ze regelmatig aan meedoen. Naast deze markten levert de coöperatie ook aan meer dan dertig voedselteams (Gruppi di Acquisto Solidale) waaronder dat van Casale Podere Rosa, een sociaal-cultureel centrum in Rome.

‘Niemand wil emigreren’

‘In Foggia betaalden ze je vier euro voor elke doos van 350 kg geplukte tomaten. Het was een race.’

Barikama staat met zijn producten onder andere op de markt van Triëste, in de Via Chiana. Het is een overdekte markt in de stad die onlangs opnieuw is geopend. Er zijn veel kraampjes, maar door de week komen er maar een paar mensen op af. Alleen op zaterdag is er veel leven. Elke dag staat er een andere medewerker van Barikama achter de toonbank.

© Giacomo Sini

Tony verkoopt groenten van Barikama op de markt in Triëste.

Tony (foto hierboven), 31 jaar oud, kwam vier jaar geleden in Italië aan vanuit Nigeria. Daar was hij metselaar. Kort na zijn aankomst kwam hij terecht in de tomatenpluk in Foggia. Hij zit naast de toonbank en zegt: ‘In Foggia gaven ze vier euro voor elke doos van 350 kg. Het was een race.’

Na vier maanden verliet Tony Foggia en kwam hij naar Rome. Hij begon als stagiair voor Barikama en vervolgens werd ingehuurd om met hen te werken. Hij glimlacht en pauzeert het gesprek om een klant te bedienen.

In de bestelwagen voor Barikama rijden we mee met Cheikh (foto hieronder). ‘Toen we uit Rosarno in Rome aankwamen, woonden we op straat’, vertelt Cheikh. ‘We gingen naar betogingen om verblijfsvergunningen te vragen. We konden geen reguliere job vinden.’

© Giacomo Sini

Cheikh werkte in Rosarno: ‘Daar werkten tussen de 200 en 300 mensen zonder contract op het veld, voor minstens een maand. Het is niet mogelijk dat niemand dat zag.’

‘Barikama begon allemaal bij eXSnia,’ gaat Cheikh verder, ‘een sociaal centrum op de Via Prenestina in Rome. Een vriend stelde ons daar voor om yoghurt te maken. In het begin verdienden we elk maar vijf of tien euro, maar daardoor konden we in elk geval naar huis bellen.’

‘We hebben daar yoghurt gemaakt, in potten, en in 2014 hebben we een coöperatie opgericht. Op zoek naar een geschikte plek voor de productie van yoghurt vonden we het Casale di Martignano, een boerderij aan het meer van Martignano. We hebben daarvoor afspraken gemaakt met de erfgenamen van Ferrazza, de eigenaars van het gebied. Eerst voor het gebruik van de melkerij en de machines voor de productie van yoghurt, daarna om ongebruikte velden in het gebied te bewerken.’

Vandaag exploiteert Barikama zes hectare boomgaard, en vorig jaar produceerde het tot 200 liter yoghurt per week. Het bedrijf van de erfgenamen van Ferrazza staat het gebruik van de grond en de zuivelfabriek toe in ruil voor voor een deel van de inkomsten van de groenten en yoghurt.

‘Waarom vragen mensen zich niet af wat de oorzaak is van immigratie? Ik denk dat niemand wil emigreren. Ik wil graag bij mijn familie zijn.’

Chauffeur van dienst Cheikh is 34 jaar oud. In Senegal was hij voetballer en studeerde hij biologie aan de universiteit. Hij ging naar Lissabon voor een test bij Benfica, maar het liep slecht af. Daarom verhuisde hij naar Italië. Ook hij werkte in Foggia en in Rosarno in de landbouw.

‘Toen ik op het veld werkte, keek ik om me heen en maakte ik zelf de optelsom. In Rosarno werkten tussen de 200 en 300 mensen zonder contract, voor minstens een maand. Het is niet mogelijk dat niemand dat zag. Hoe ontduiken ze de belastingen op zo’n groot inkomen?’

Maar dat is niet het enige wat Cheikh niet begrijpt. ‘Waarom luisteren mensen naar Matteo Salvini (leider van de extreem-rechtse partij Lega Nord, red.) en vragen ze zich niet af wat de oorzaak is van immigratie? Ik denk dat niemand wil emigreren. Ik wil graag bij mijn familie zijn, ik wil thuisblijven. Degenen die hier mensen uitbuiten zijn dezelfde die in Afrika mensen uitbuiten.’

Met de hand of met de tractor

© Giacomo Sini

 

We zijn terug op het veld. Een paar scherpe stoten met de kop van een kleine schoffel en een staak wordt geplant. Aboubakar (foto hierboven) en Saydun verleggen de druppelirrigatieslangen in het veld van de groene bonen, die al in bloei stonden maar nog moeten groeien. ‘Dit is een Afrikaanse schoffel. Ik heb er een voor elke klus, allemaal verschillende.’

In het begin was Barikama niet in staat om alle zes hectare van het beschikbare land te bewerken. Maar vorig jaar konden ze dankzij de hulp van een vereniging een tractor kopen. ‘Ik werkte ook op de velden in Mali, sinds ik een kind was’, vertelt Aboubakar. ‘Maar daar verbouwden we vooral katoen, maïs, rijst. Gewassen die minder zorg en werk nodig hebben dan deze groenten. Dat was gemakkelijker.’

‘Vroeger vond ik het leuk om in de landbouw te werken, maar nu wil ik het niet meer doen’, geeft hij toe. ‘Ik wil graag een comfortabelere job. Maar het is moeilijk om iets anders te vinden.’

© Giacomo Sini

Het meer van Martignano en de velden die de Barikama-coöperatie mag bewerken, in ruil voor een deel van hun inkomsten.

Saydun (foto bovenaan het artikel) komt uit Gambia, ook hij heeft altijd op het veld gewerkt. ‘De grond is hier goed, hij is vulkanisch en vruchtbaarder en de planten worden minder ziek dan elders’, zegt hij terwijl hij de velden aanwijst. Die strekken zich deels uit langs de boerderij en de stallen, deels langs de noordelijke oever van het Martignanomeer.

Ondertussen steekt de blauwe tractor het veld over, met een grote parelwitte boog op de motorkap. Hij zou een trouwstoet kunnen openen. Modibo schoffelt er behendig de velden mee. Sinds ze de tractor hebben is hun werk veel veranderd. Barikama is nu meer zelfstandig en kan direct werken op de velden die het bewerkt.

Maar de coöperatie leent de tractor ook aan anderen op de oevers van het meer. Na het werk in de tuin gaat Modibo met de tractor over de nieuwe paardrijbaan van de Martignano-stallen. Antonio heeft het gebouw enkele jaren geleden gehuurd en gerenoveerd. Hij weet zeer goed wat Barikama doet en heeft hen gevraagd om wat werkzaamheden te doen met de tractor op de rijbaan, in ruil voor meststoffen voor de velden die Barikama bewerkt.

Een stabiel loon door de coöperatie

Op de velden aan de zuidkant van het terrein controleert Cheikh het gewicht van de kratten, net verpakt, voor ze in de bestelwagen geladen worden. Hij legt uit dat in de coöperatie ‘elke maand de uitgaven gedetailleerd worden verantwoord. Er wordt iets opzijgezet in een reservefonds, en wat overblijft wordt verdeeld.’

Alle leden krijgen hetzelfde loon. ‘Het is niet veel, maar 2019 ging goed: gemiddeld 500 euro per maand, 700 op het einde van het jaar. In de zomer hebben we een maand lang ons loon opgegeven, maar we hebben geen geld verloren.’

Volgens Cheikh is het doel nu om zelfstandiger te worden, de distributie uit te breiden en de verkoop aan de groothandel te verhogen. Zo kan de coöperatie een stabiel loon voor iedereen garanderen. ‘Groeien met behoud van de coöperatieve vorm.’

© Giacomo Sini

Yoghurt is een van de best verkochte producten voor Barikama. Het levert de coöperatie de grootste inkomsten op.

De zuivelfabriek van Barikama vind je door de geur van de melk te volgen. Donderdag is “yoghurt-dag”, maar vandaag is alleen Modibo aan het werk in Martignano. Tony heeft een afspraak op het politiebureau voor een verblijfsvergunning, de anderen zijn druk bezig met de markten en leveringen. Modibo is vroeg ‘s ochtends aangekomen. Yoghurt maken kan je niet uitstellen, dat moet elke week gebeuren. En het is een van de best verkochte producten, het levert Barikama de grootste inkomsten op. Verschillende winkels en restaurants vragen zelfs naar de yoghurt.

Modibo vult met een kan melk de lege potten in de tobbe waarin de yoghurt bereidt wordt. Aan het eind van de dag worden de gekoelde potjes in de koelkast van de zuivelfabriek gezet.

Modibo is vaak laat klaar met werken in Martignano, en het duurt meer dan twee uur om met het openbaar vervoer naar huis te gaan, naar Torrenova, aan de rand van Rome. Vandaag kreeg hij een lift naar huis, maar met het drukke verkeer is dat nog steeds een avontuur. Wanneer hij in de bar dicht bij zijn huis stopt om een fruitsap te drinken, is er niemand die hem groet. Meestal gaat hij recht naar huis.

Samen met zijn kamergenoot, ook uit Mali, betaalt hij 500 euro voor een gelijkvloerse woning op het binnenplein van een appartementsgebouw. De drie kleine kamers zijn erg vochtig, maar het huis verwelkomt je en de keuken is altijd open voor gasten. Terwijl hij ui bakt, zegt hij: ‘Ik wil weg uit dit huis, het is te vochtig. Maar niemand vertrouwt ons. Het is moeilijk om een huurhuis te vinden.’ Hij wil graag een stabieler onderkomen.

Vanaf volgende week gaat Modibo in Martignano aan de slag als assistent-kok op de boerderij; een job die hij leuk vindt. De spaghetti met tonijn die Modibo gemaakt heeft, staat te stomen op de tafel. De geur maakt hongerig. Iedereen zit rond de kleine tafel in de kamer, het is tijd om te eten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift