Een jaar zonder rechtvaardigheid voor de 43 studenten van Ayotzinapa

26 september is het precies één jaar geleden dat er 43 studenten verdwenen in Guerrero, een staat in het zuidoosten van Mexico. De Mexicaanse staat heeft nog steeds geen geloofwaardig antwoord kunnen geven op de vraag wat er nu precies met deze studenten is gebeurd.

  • © Annick Donkers Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. Een doktersteam volgt de gezondheid van de ouders op. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Een conferentie werd georganiseerd naast de hongerstaking. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. Veel sympathisanten kwamen hun steun betuigen. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. Tenten werden opgebouwd en mensen brachten ter plaatse de nacht door. © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Omar García: ‘Politiek voeren buiten de politiek van de staat is moeilijk, het is tegen de stroom in.’ © Annick Donkers
  • © Annick Donkers Omar García (links) en Francisco Sánchez Nava (rechts). © Annick Donkers

Op 26 september 2014 bevinden studenten van de school Escuela Normal Rural ‘Isidro Burgos’ zich in Iguala. Iguala is een dorpje vlakbij Ayotzinapa, de plaats waar hun school gelegen is in de staat Guerrero.

De studenten zijn naar Iguala gekomen om geld te vragen aan voorbijgangers en hiermee een reis naar Mexico-Stad te kunnen betalen. Ze willen namelijk naar de hoofdstad om er deel te nemen aan de studentenmanifestatie die elk jaar plaatsvindt op 2 oktober, ter nagedachtenis van de studentenmoord in Tlatelolco in 1968.

Vlak nadat de studenten in de bussen zitten die hen weer naar school zouden brengen, worden ze tegengehouden door de lokale politie. De politie begon vervolgens plots op hen te schieten. De reden blijft onduidelijk.

De officiële versie luidt dat María de los Ángeles Pineda, echtgenote van José Luis Abarca, de burgemeester van Iguala, op dat moment op een politieke conferentie aanwezig was. Men dacht dat de studenten deze conferentie wilden saboteren, wat de aanleiding was voor het harde optreden.

Volgens de groep experten kan het officiële verhaal onmogelijk kloppen.

Volgens de groep experten van het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten (CIDH) kan dit verhaal onmogelijk kloppen, omdat volgens hen de conferentie al afgelopen was toen de studenten aan boord van de bussen gingen. Daardoor is een andere onderzoekspiste geopend: de bus waarop tien tot vijftien studenten zaten, en die niet wordt vermeld in het onderzoeksrapport van de regering, werd mogelijk gebruikt voor transport van heroïne door het plaatselijke drugskartel Guerreros Unidos. Het drugskartel heeft hun handel willen veiligstellen en het vuur geopend.

Tijdens deze eerste aanval werd Aldo Gutierrez Solano ernstig verwond. Hij kreeg een kogel in het hoofd en verloor de helft van zijn hersenen, waardoor hij zich momenteel in vegatieve toestand bevindt. Verder kwam Daniel Solís Gallardo om het leven.

© Annick Donkers

Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur.

De studenten die beschoten werden, belden hun medestudenten die nog op school zaten en riepen om hulp, waarop dezen onmiddellijk vanuit Ayotzinapa naar Iguala gingen om hun vrienden te zoeken. Daar aangekomen, werden ook zij belaagd. Dit keer werd er geschoten vanuit een voorbijrijdend voertuig. De kogels doodden de student Julio César Ramírez Nava en ook verloor de groep Julio César Mondragón uit het oog. Hij werd de dag nadien vermoord teruggevonden. Zijn lichaam vertoonde tekenen van brutale foltering, in zulke mate dat zijn gezicht onherkenbaar was verminkt.

We weten dat de studenten slachtoffer zijn geworden van een ontvoering opgezet door de politie, een drugskartel en de burgemeester.

Op 27 september worden er zevenenvijftig studenten als vermist opgegeven, maar het cijfer daalt tot drieënveertig wanneer enkele jongeren, die konden ontsnappen, uiteindelijk uit hun schuilplaats tevoorschijn komen.

Wat we vandaag weten is dat de studenten slachtoffer zijn geworden van een ontvoering opgezet door de lokale politie, het drugskartel Guerreros Unidos en de burgemeester van het stadje Iguala, José Luis Abarca.

Ook is bekend dat een groep van het Mexicaanse leger – het zevenentwintigste bataljon – wist van de aanval op de studenten en niet heeft ingegrepen om hen te verdedigen. Desondanks ontbreken er nog veel puzzelstukken om tot een complete reconstructie te komen.

© Annick Donkers

Vrienden en familie organiseerden een hongerstaking van 43 uur. Tenten werden opgebouwd en mensen brachten ter plaatse de nacht door.

Een chronologie van het onderzoek

  • 28 september 2014: 22 politieagenten worden aangehouden voor hun deelname aan de aanval op de studenten.
  • 30 september 2014: De burgemeester van Iguala, José Luis Abarca, slaat op de vlucht.
  • 17 oktober 2014: Sidronio Casarrubias, leider van het drugskartel Guerreros Unidos, wordt gearresteerd.
  • 4 november 2014: De burgemeester van Iguala wordt opgepakt in Mexico-Stad.
  • 27 januari 2015: De PGR (Procuraduría General de la Repúbica), de grootste onderzoeksinstantie van de regering, houdt een persconferentie en vertelt dat de studenten werden vermoord en verbrand in Cocula, een klein dorpje vlakbij de plaats waar ze werden ontvoerd en dat hun assen vervolgens werden verstrooid in de rivier ‘San Juan’.
  • 21 maart 2015: De Interdisciplinaire Groep van Onafhankelijke Experts (CIDH) wordt in het leven geroepen als onderdeel van de Inter-Amerikaanse Commissie van Mensenrechten en begint een nieuwe reeks onderzoeken.
  • 6 september 2015: De Interdisciplinaire Groep van Onafhankelijke Experts overhandigt zijn eerste rapport met de volgende drie conclusies:
    • Het is wetenschappelijk gezien onmogelijk dat de lichamen werden verbrand in Cocula op de manier die de PGR beweert. De getuigenissen van de beschuldigde personen spreken elkaar tegen, alsook het feit dat de lichamen zouden verbrand zijn met banden en hout over een periode van zes uur. Volgens het rapport van de experts van het CIDH zou namelijk zestig uur nodig zijn, 13.000 blokken hout en 16.000 banden om de nodige warmte te creëren om drieënveertig lijken in het niets te doen verdwijnen. De enige mogelijke manier om de lijken zo snel te verassen zou zijn door hen te verbranden in de openbare of private crematoria in de regio.
    • Er werd een getuigenis vrijgegeven van één van de chauffeurs van de bussen waarop de studenten zaten. Hieruit kon men concluderen dat het ging om een gecoördineerde aanslag waaraan de lokale politie, openbare ambtenaren en drugsdealers deelnamen. Derhalve gaat het hierbij niet om een ontvoering maar wel om een geforceerde verdwijning.
    • Er is bewijs voor het bestaan van een autobus die nooit is vermeld geweest in de officiële onderzoeken waarop zich tien tot vijftien studenten bevonden die werden meegenomen naar een andere plaats. Dit duidt op mogelijke medewerking van politieagenten uit de omliggende dorpen van Iguala.

Rechtvaardigheid

Eén jaar na deze feiten, vertellen studenten die de aanslag en ontvoering overleefd hebben, hun verhaal over hun zoektocht naar rechtvaardigheid.

© Annick Donkers

Omar García (links) en Francisco Sánchez Nava (rechts).

Waar kom je vandaan en waarom heb je besloten om naar de school in Ayotzinapa te gaan ?

Francisco Sánchez Nava: Ik ben naar hier gekomen omdat het me de mogelijkheid gaf om te kunnen studeren met weinig middelen. Ik ben van de Costa Chica regio in Guerrero. Mijn vader is landbouwer en mijn moeder is huisvrouw. We zijn met acht thuis en ik ben de zesde. Ik ben de enige die de mogelijkheid kreeg om te studeren.

Waar was je de dag van het bloedbad?

Francisco Sánchez Nava: Op 26 september was ik op school terwijl de eerste aanslag op mijn medestudenten plaatsvond. Op dat moment hebben ze ons gebeld en gevraagd om hen te komen helpen. Ik was aanwezig bij de tweede aanslag. Ik ben naar daar gegaan en was wanhopig op zoek naar Aldo Gutierrez, die ze in het hoofd hebben geschoten. Hij is een zeer goede vriend en is afkomstig is uit mijn dorp. Ik was ook op zoek naar een neef die tot op heden nog steeds spoorloos is. Terwijl we aan het wachten waren, kwamen er personen in burger die ons vervolgens beschoten hebben.

Wat is jouw deelname geweest in de zoektocht naar de 43 studenten ?

‘Het feit dat ook ik één van de slachtoffers had kunnen zijn, motiveert me om verder te gaan.’

Francisco Sánchez Nava: In het begin was ik niet bij alle acties betrokken. Ik had niet de moed en ik was kwaad: dat ze mijn 43 makkers op die manier hadden meegenomen. Maar op school gaven ze mijn eerste opdracht, en dat was naar Guadalajara gaan om te praten over de verdwijning van mijn makkers. En daarna ging ook ik naar Argentinië, Brazilië en Uruguay. Sindsdien ben ik niet meer gestopt.

Wat motiveert jou om verder te gaan?

Francisco Sánchez Nava: Elke keer als je naar het gezicht van de ouders kijkt en hen ziet lijden. Het feit dat ook ik één van de slachtoffers had kunnen zijn, vermoord had kunnen zijn of verdwenen. En dat helpt me om verder te doen. Mijn familie heeft heel veel schrik dat me iets zal overkomen. Mensen zijn al twee of drie keer op school geweest en hebben me gevraagd om weg te gaan, maar ik heb hen duidelijk gemaakt dat ik niet ga ophouden vooraleer ik weet waar mijn makkers zijn.

Waar denk je over vijf jaar te staan ?

Francisco Sánchez Nava: Het eerste wat ik zou willen is om mijn makkers bij me te hebben. Om een land te hebben dat er beter aan toe is. En vervolgens wil ik lesgeven, als ik dan tenminste nog leef. 

‘Land verpakt in corruptie’

Omar García is de student die waarschijnlijk het meest in de kijker loopt bij de hele zoektocht naar de vermisten. Hij verklaart: ‘Gedwongen verdwijning is een dagelijkse bezigheid die de Staat tot nu toe goed heeft gefunctioneerd. Met Ayotzinapa is men op een onomkeerbaar punt beland, ook al zijn er daarna nog andere verdwijningen geweest. Het verschil met daarvoor is dat nu onze strijd de families heeft samengebracht om samen verder door te gaan en samen te vechten.’

© Annick Donkers

Omar García: ‘Politiek voeren buiten de politiek van de staat is moeilijk, het is tegen de stroom in.’

Met betrekking tot de gevolgen van de gedwongen verdwijning, zegt hij: ‘Wanneer ze een leider opsluiten in de gevangenis of zelfs als ze hem vermoorden, doet dit veel pijn, maar je weet dan wat er met deze persoon is gebeurd. Wanneer ze iemand laten verdwijnen, is dat één van de dingen die het meeste pijn doen, want het raakt de families enorm, het geeft totale onzekerheid en een constante pijn. Men vraagt zich voortdurend af waar deze persoon is, en men weet niet of men de zoektocht moet staken of verder moet blijven zoeken.

‘De media doen er alles aan om mensen te vervreemden.’

Wat is jouw visie op Mexico?

Omar García: De diagnose is duidelijk, we zijn een land verpakt met corruptie, straffeloosheid, plundering van grondstoffen en een dictatuur die zich vermomd heeft als democratie. De media doen er alles aan om mensen te vervreemden. De Staat is in werkelijkheid een concentratie van interesses van politici, drugsdealers en van het status quo. Ik zie geen toekomst als men steeds opnieuw fouten uit het verleden herhaalt.

Waartoe kan dit proces om de studenten te zoeken leiden in de zin van een grondige sociale verandering ?

Omar García: Ayotzinapa is misschien geen referentie als alternatief project van de Natie, maar kan dit misschien wel na lange tijd worden als andere groepen zich verenigen met de strijd voor de 43 studenten. We willen dat de situatie zich niet herhaalt, maar hiervoor moeten er veel dingen veranderen. Nu hebben we opgeroepen tot een Nationale Volksvergadering en veel organisaties hebben deelgenomen, andere bestaan niet meer. We hebben ons nu opengesteld voor andere sectoren. Natuurlijk zijn we geen honderdduizenden, maar we zijn met meer dan voordien. Het heeft toch iets opgeleverd.

Hoe is het proces om rechtvaardigheid te eisen geweest bij deze beweging ?

Omar García: Ik denk dat de strijd altijd moeilijk is geweest. Politiek voeren buiten de politiek van de staat is moeilijk, het is tegen de stroom in. We doen dit al geruime tijd. Het is een opwaartse spiraal en al vechtend leren we. In het begin kwamen er veel mensen meestrijden voor Ayotzinapa. Dus was het moeilijk omdat we met meer personen waren om ons te organiseren, we moesten hen strijdmethodes aanleren die we zelf jarenlang hadden toegepast, we moesten onze studentenbeweging levend houden en het woord geven aan andere in dezelfde ruimte. Het moeilijke hieraan is om ervoor te zorgen dat de gemeenschappelijke interesses van sectoren in verschillende lagen van de Mexicaanse gemeenschap samenvloeien in eenzelfde doel. Bovendien staan we tegenover een systeem dat eveneens zijn methodes perfectioneert. Maar tot nu toe hebben we artiesten, schrijvers, journalisten of huismoeders erbij betrokken, niet enkel leraren. Ayotzinapa gaat niet alles veranderen, maar het geeft wel een gelegenheid daartoe.

Op 23 september organiseerden de ouders, familieleden en sympathisanten een hongerstaking van 43 uur uit protest. Op 26 september zal een manifestatie plaatsvinden die zal vertrekken van het presidentieel verblijf (Los Pinos) tot op de Zocalo van Mexico-Stad.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift