Sportkleding maken is een sportieve maar onderbetaalde topprestatie

‘Jij ziet graag af in jouw sportkleren, maar niemand ziet graag af voor jouw sportkleren’. Dat was het uitgangspunt voor de undercover operatie die de ngo Wereldsolidariteit en ACV in mei tot in de kledingfabrieken van Cambodja bracht. Bedoeling was om bij een kledingarbeidster letterlijk te meten wat de slechte werkomstandigheden zijn in fabrieken die sportkleding maken voor internationale merken als Puma, Nike, New Balance en Adidas.

© Claudio Montesano Casillas

De vrachtwagen zigzagt met grote snelheid door het drukke verkeer. ‘Ik voel me helemaal niet veilig in de vrachtwagen’

In het diepste donker van de nacht kraait een haan. Als het dier zwijgt, klinkt het gekraak van een koor krekels. Tahra(*) hoort ze ook als ze uit haar slaap ontwaakt. Het is half vijf ’s ochtends en de kledingarbeidster maakt zich klaar voor een nieuwe werkdag. Ze wast zich, doet de afwas van de avond ervoor en geeft haar jongste dochter te eten. Het was wederom een korte nacht. ‘Ik slaap maar drie tot vier uur per nacht’, verzucht ze. ‘Ik ben continu doodop.’

Zes dagen per week reist Tahra naar de rand van de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh. Ze werkt in een kledingfabriek, waar er broeken, shirts en andere kleding gemaakt worden voor internationale sportmerken als Puma en New Balance.

© Claudio Montesano Casillas

Tahra is 34. Ze is getrouwd met een lokale vakbondsleider en woont in een klein dorp in Takeo, in het zuidwesten van Cambodja

Vandaag is voor Tahra geen dag zoals andere. Op verzoek van de Belgische ngo Wereldsolidariteit gaat ze de fabriek in met trainingsgadgets en apps die de vitale functies van haar lichaam registreren. De proef moet aantonen onder welke omstandigheden sportkleding wordt gemaakt.

Er worden sensoren op haar lichaam geplakt, ze krijgt een sporthorloge om met ingebouwde hartslagmeter. Een smartphone slaat de gegevens op. Een digitale thermometer registreert de temperatuur en vochtigheid in de fabriek. Het experiment is niet zonder risico’s. Als een manager de gadgets ontdekt, kan Tahra ontslagen worden. Ze is nerveus, maar toegewijd. ‘Ik geloof dat ik dapper genoeg ben om dit te doen.’

Tahra is 34. Ze is getrouwd met een lokale vakbondsleider en woont in een klein dorp in Takeo, in het zuidwesten van Cambodja. Ze groeide op als dochter van een rijstboer, in een arm gezin met negen kinderen. Ze was 17 toen ze als naaister in de fabriek aan de slag ging. ‘In mijn dorp is geen werk, dus ben ik naar Phnom Penh gekomen’, vertelt ze. ‘De enige baan die ik kon vinden was in een kledingfabriek. Ik heb vier zussen, en die werken allemaal in de fabriek. We zouden graag ergens anders werken, maar er zijn geen andere banen voor ons.’

Het is een zwaar bestaan met een minimumloon van 153 Amerikaanse dollar per maand. Om rond te komen moeten veel arbeiders dagelijks twee tot vier uur overwerken. Sommigen verdienen dan net 200 dollar, anderen meer dan 250. Met veel overwerk komt Tahra uit op 230 dollar (206 euro) per maand.

Dodelijk woon-werkverkeer

Het eerste daglicht doorbreekt de schemering als de arbeidster bij haar echtgenoot achterop de scooter stapt. Snel zwaait ze nog naar haar dochter. Dan rijdt het tweetal naar een provinciale weg. Daar stapt Tahra in de laadbak van een kleine vrachtwagen. Een plek om te zitten is er niet. Ze moet staan. De vrachtwagen zigzagt met grote snelheid door het drukke verkeer. ‘Ik voel me helemaal niet veilig in de vrachtwagen’, zegt ze. ‘De weg is slecht en we staan er met zoveel mensen in dat we niet genoeg ruimte hebben.’

Omdat eigen vervoer vaak te duur is, maken tienduizenden Cambodjanen dagelijks gebruik van open vrachtwagens om naar de fabriek te gaan. Doordat chauffeurs vaak onverantwoord rijden gebeuren er veel ongelukken met de vaak overvolle voertuigen. Volgens Cambodja’s National Social Security Fund kwamen zo vorig jaar 103 arbeiders om het leven. Ruim zevenduizend raakten gewond.

Ook Tahra kreeg eens de schrik van haar leven. ‘Ik herinner me dat de chauffeur eens iemand wilde inhalen en toen tegen de wagen aanbotste die voor ons reed. Iedereen schreeuwde en raakte in paniek. Een paar van ons gingen bijna tegen de vloer.’

© Claudio Montesano Casillas

Grote druk in fabrieken

Cambodja is één van ’s werelds belangrijkste kledingproducenten. Het land telt zo’n 600 fabrieken met grofweg 700.000 arbeiders. Het is de pijler onder de groeiende economie. In 2016 steeg de textielexport met 9 procent naar een totaalwaarde van 6 miljard euro. Ruim 40 procent daarvan gaat naar EU-landen. Sportmerken als Adidas, Nike en Puma behoren tot de grootste afnemers.

In de fabriek van Tahra, een zielloos gebouw in een stoffige buitenwijk van Phnom Penh, gebeurt die productie onder grote druk. Hier zijn de arbeiders gebonden aan een target. Tahra moet iedere dag een bijdrage leveren aan de productie van 700 kledingstukken.

Tijdens de lunchpauze kijkt de arbeidster vermoeid op. De sportgadgets zijn nog ongezien gebleven, maar de werkdruk is hoog. ‘De managers zetten ons altijd onder druk’, vertelt Tahra. ‘Ze schreeuwen naar ons dat het werk sneller moet, ze dreigen met ontslag en schelden ons uit. Het maakt me kwaad, maar als ik terugvecht moet ik me melden en krijg ik een officiële waarschuwing.’

Overal in Cambodja klinken klachten over intimidatie, scheldpartijen en dreigementen op de werkvloer. Veel fabrieken geven bovendien contracten van slechts drie of zes maanden.

Onlangs kreeg ze nog zo’n waarschuwing. De sectieleider vond dat de arbeidster uit Takeo te veel klaagde en stapte naar de manager. Komen er nog meer officiële waarschuwingen, dan leidt het onherroepelijk tot ontslag.

Overal in Cambodja klinken klachten over intimidatie, scheldpartijen en dreigementen op de werkvloer. Veel fabrieken geven bovendien contracten van slechts drie of zes maanden. Werknemers die zich verzetten tegen het fabrieksregime of lid zijn van een vakbond – Tahra is lid van Cambodja’s grootste vakbond C.CAWDU – lopen zo constant het risico na een paar maanden zonder werk te zitten. Daar komen de slechte arbeidsomstandigheden nog bovenop. In veel fabriekshallen is het heet, vochtig en onhygiënisch.

Tahra is moeder van twee kinderen, dochters van 9 en 1 jaar oud. Haar zware bestaan in de fabriek is voor hun toekomst. ‘Ik zal mijn dochters nooit aanraden een baan in de fabriek te zoeken. Ik wil dat ze een goede opleiding kunnen volgen.’

58-urige werkweek

© Claudio Montesano Casillas

Niemand heeft opgemerkt dat Tahra vandaag sportgadgets droeg om haar werkprestaties te meten. De resultaten zijn veelzeggend. In dertien uur tijd heeft de arbeidster 2439 calorieën verbrand, wat bij een gemiddeld persoon gelijk staat aan drie tot vier uur hardlopen.

Als de arbeiders kort na zes uur ’s avonds de fabriek verlaten zijn de straten nog nat van de zware moessonregens die Phnom Penh die middag teisterden. Een enkele arbeider gaat per scooter of fiets naar huis. Anderen klimmen in de laadbak van een vrachtwagen.

Tahra oogt vermoeid als ze naar de uitgang slentert. ‘Het was vandaag ontzettend heet in de fabriek’, klaagt ze. ‘Ik krijg er hoofdpijn van en raak vermoeid. En door de slechte ventilatie vallen er regelmatig mensen flauw. Gisteren nog zag ik dat twee collega’s waren flauwgevallen. Dat gebeurt zeker één keer per dag.’

Ook de lange werkweken eisen hun tol. Van maandag tot en met vrijdag werkt de arbeidster tien uur per dag. Op zaterdag komen daar nog acht uur bij. Inclusief de lange rit voor woon-werkverkeer is Tahra vaak vijftien uur van huis. Minder werken klinkt aantrekkelijk, maar blijkt in de praktijk onmogelijk. ‘Ik zou graag acht uur per dag willen werken, maar zonder overwerk is mijn loon niet hoog genoeg om mijn levenskosten te dekken. En volgens de manager is het verplicht iedere dag minstens twee uur over te werken. Alleen als je een heel goede reden hebt, mag je vroeg naar huis. Maar als je dat te vaak doet, wordt je contract na drie maanden niet vernieuwd.’

De resultaten zijn veelzeggend. In dertien uur tijd heeft de arbeidster 2439 calorieën verbrand, wat bij een gemiddeld persoon gelijk staat aan drie tot vier uur hardlopen.

Toch is er ook opluchting. Niemand heeft opgemerkt dat Tahra vandaag sportgadgets droeg om haar werkprestaties te meten. De resultaten zijn veelzeggend. In dertien uur tijd heeft de arbeidster 2439 calorieën verbrand, wat bij een gemiddeld persoon gelijk staat aan drie tot vier uur hardlopen. Op het heetst van de dag was het 34 graden in de fabriek met een luchtvochtigheid van 85 procent.

Tahra toont zich hoopvol. Ze hoopt dat de metingen leiden tot meer begrip voor de kledingarbeidsters en uiteindelijk tot een betere industrie. ‘Ik was bang dat de manager de gadgets zou zien en me zou stoppen, maar nu ik het heb gedaan denk ik dat mensen beter begrijpen onder welke omstandigheden wij hun kleren maken.’

(*) Tahra is een pseudoniem: uit veiligheidsoverwegingen. Ook de naam van haar fabriek vermelden we niet (nvdr).

Afzien voor jouw sportkleren

Op 30 seconden toont de tv-spot “Made in Cambodia” de kern van het verhaal rond #cleanekleren: de fysieke inspanningen van kledingarbeidsters zijn vergelijkbaar met die van topatleten. De clip is gemaakt in Cambodja en de metingen werden uitgevoerd bij een echte kledingarbeidster.

Made in Cambodja dus, net zoals jouw sportkleren. In Cambodja werkt een kledingarbeidster meer dan 10 uur per dag, 6 dagen op 7, voor een hongerloon. Tijdens een werkdag verbrandt ze evenveel calorieën als een sporter die 4 uur hardloopt. Jij ziet graag af in sportkleren, maar niemand ziet graag af voor jouw sportkleren.

In mei won Wereldsolidariteit de Fair Time Award van Medialaan, dankzij de creativiteit van reclamebureau Boondoggle. Productiehuis Caviar leverde een parel van een tv-spot af. Made in Cambodia, net zoals jouw sportkleren. Tot eind juni te zien op de zenders VTM, Caz, Q2 en Vitaya.

Bekijk, deel en teken voor #cleanekleren

We hebben heel veel handtekeningen nodig om Belgische sportkledingbedrijven te overtuigen om in de toekomst meer ethisch verantwoorde kleding te produceren. Daarom:

“Act as if what you do makes a difference. It does.”

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift