Europese schepen halen in West-Afrika verboden haaienvinnen op, EU kijkt andere kant op

Europa wil vissen in Sierra Leone. Maar wil Sierra Leone dat wel? Uit onderzoek van MO* blijkt dat de Europese visakkoorden met acht West-Afrikaanse landen soms een vergiftigd geschenk zijn. ‘Wij zijn maar een klein landje, en de Europese reus is erop uit te winnen.’

© Arthur Debruyne

Visvangst in Senegal

George Francis (63), een verweerde visser en havenmeester van Lumley Wharf in Freetown, de heuvelachtige hoofdstad van Sierra Leone, heeft betere tijden gekend. Hij vist al sinds de jaren ‘60, toen het kleine West-Afrikaanse land zich onafhankelijk van de Britse kroon verklaarde.

Europa onderhoudt visakkoorden met acht West-Afrikaanse landen, dat met Mauritanië veruit het grootst. Uit onderzoek van MO* blijkt dat Europese visbedrijven de regels van het akkoord aan hun laars lappen. Belangrijke overtredingen blijven onbestraft.

‘Twintig jaar geleden gingen grote trawlers aan het vissen voor de kust’, zegt hij. ‘Vandaag haal ik zelf amper vis naar boven.’

Hij hangt af van zijn twee dochters die hem vanuit Nigeria geld opsturen. Francis vist gebruikelijk op haring, maar op de dag van ons bezoek is zijn vangst erg mager. Andere vissers geven toe dat ze helemaal niets gevist hebben.

‘Die schepen worden verondersteld 200 mijl van de kust te vissen’, beklaagt Francis. ‘Maar ’s nachts komen ze tegen de kust aan varen, en de overheid is er goed van op de hoogte.’ Jaren geleden probeerde hij verhaal te halen bij de anti-corruptiecommissie van het land, die hem doorverwees naar de maritieme autoriteit.

‘Zij doen er helemaal niets aan’, weet Francis. ‘Wanneer ze schepen op illegale visvangst betrappen, halen ze die niet binnen: met 5.000 à 10.000 dollar smeergeld is de zaak vlug geregeld.’

Vrijhaven

Het verarmde Sierra Leone staat in West-Afrika te boek als een vrijhaven voor illegale visvangst. Zwakke handhaving en corruptie verergeren het probleem: een recent internationaal onderzoek schat dat zo’n 40 procent van de vangst in West-Afrika illegaal is. Landen in de regio zouden er jaarlijks 2,3 miljard dollar aan mislopen, vermoeden de Afrikaanse onderzoekers.

Sierra Leone is één van de landen in West-Afrika dat nog geen visakkoord heeft ondertekend met de Europese Unie. Daar komt mogelijk verandering in: een delegatie uit Brussel heeft in april Freetown aangedaan om de mogelijkheid te verkennen. Acht andere landen in de regio zijn wel al aan boord: Liberia, Sao Tomé en Principe, Kaapverdië, Mauritanië, Senegal, Marokko, Ivoorkust en Guinee-Bissau.

De Europese Commissie betaalt jaarlijks tientallen miljoenen euro voor toegang van honderden visschepen in West-Afrikaanse wateren.

‘We houden contact met een aantal Afrikaanse kuststaten die er mogelijk in geïnteresseerd zijn een visakkoord te sluiten of opnieuw te activeren’, zegt een woordvoerder van de commissie, ‘waaronder Ghana, Tanzania, Kenia en Mozambique.’ Sierra Leone is officieel nog toekomstmuziek. De visakkoorden – officieel Sustainable Fisheries Partnership Agreements (SFPA’s) - die Europa aangaat moeten vooral duurzaam zijn, of toch op papier. Sierra Leone moet eerst en vooral iets doen aan de ongebreidelde illegale visvangst.

De Europese Commissie betaalt jaarlijks tientallen miljoenen euro voor toegang van honderden visschepen in West-Afrikaanse wateren. De visserijdeals, hoewel gunstig in sommige gevallen, zijn niet zonder nadeel gezien het aanzienlijke machtsonevenwicht tussen de Europese reus en individuele Afrikaanse landen.

De EU is het grootste economisch blok ter wereld, met een BBP waartegen dat van de VS klein bier is. De Europese bureaucratie, gevestigd in Brussel, is een goed geoliede machine die zonder verpinken de grootste multinationals en concerns kan aanpakken. Zelfs met het vertrek van de Britten blijft het de machtigste landengroep ter wereld. Weinig handelsblokken kunnen ertegenop.

Gelijkaardige vissoorten

Mauritanië heeft veruit het grootste visakkoord, goed voor 60 miljoen euro per jaar. Het land, gesterkt door de hofmakerij van meerdere partijen waaronder China, heeft de laatste jaren een aantal toegevingen kunnen loswrikken van de EU. Mauritaanse beleidsmakers willen vandaag dat economische partners hen als gelijken behandelen en met een eerlijke deal over de brug komen. Gedaan met de boude plundering door voormalige kolonisatoren: dat besef was een belangrijk aanknopingspunt voor de geopolitieke uitbreiding van China in Afrika.

Voor anderen is Europa dan weer een maat te groot. In de kleine equatoriale eilandstaat Sao Tomé en Principe in de Golf van Guinee mogen voor 700.000 euro per jaar 34 Franse en Spaanse schepen op tonijn vissen. Of dat dachten de Santomezen tenminste. In augustus van vorig jaar gingen inspecteurs van de Santomese visserij samen met een delegatie van Gabon voor de allereerste keer de zee op, op een schip van ngo Sea Shepherd.

Het Spaanse schip Alemar Primero liep tegen de lamp met drie ton haaienvinnen aan boord. Het had ook 87 ton haaienvlees in het laadruim.

De missie wierp vruchten af: zo liep het Spaanse schip Alemar Primero tegen de lamp met drie ton haaienvinnen aan boord. Het had ook 87 ton haaienvlees in het laadruim. Losse haaienvinnen zijn sowieso verboden volgens de Europese wetgeving, omdat het een aanzienlijke bedreiging is voor de vissoort. Haaienvlees mag dan weer wel, zo blijkt.

‘We vielen uit de lucht’, zegt directeur van het Santomese département des pêches Joao Pessoa aan de telefoon. ‘Wij dachten immers dat de Europeanen enkel op tonijn mogen vissen. Niet zo, zei Brussel: het akkoord behelst tonijn, of gelijkaardige soorten, met inbegrip van haai zo bleek. Wij hadden begrepen dat ze soorten tonijn bedoelen.’

Een woordvoerder van het EU-directoraat-generaal voor visvangst in Brussel reageert dat de details pas na het incident klaar en duidelijk uitgelegd zijn aan Sao Tomé. Wat de illegale haaienvinnen betreft, is het dossier doorgespeeld aan het Spaanse ministerie van Visvangst. Madrid reageert na lang aandringen dat er geen verdere sancties zijn opgelegd omdat Sao Tomé dat gedaan zou hebben. En dat terwijl het land nog helemaal geen wetgeving tegen haaienvinnen in voege heeft, zegt Joao Pessoa. Of hoe die duurzame visakkoorden misschien toch niet zo heilzaam zijn.

© Arthur Debruyne

Visvangst in Senegal

Haaivissoep

‘Nu was het de eerste keer dat we zo’n surveillancemissie uitvoerden, omdat we er zelf de middelen niet voor hebben’, vervolgt Pessoa. ‘Het is goed mogelijk dat veel van de Europese schepen doen wat ze willen. We hebben de EU om hulp gevraagd met de aankoop van een patrouilleboot, maar ons akkoord is daarvoor te klein, klinkt het. Het is ook moeilijk onderhandelen met de Europese reus, weet u. Wij zijn maar een klein landje, en zij willen winnen.’

‘Het is ook moeilijk onderhandelen met de Europese reus, weet u. Wij zijn maar een klein landje, en zij willen winnen.’

Peter Hammarstedt, een Amerikaanse milieuactivist en aanvoerder van de Sea Shepherd-missie in West-Afrika vindt dat de EU niet erg koosjer te werk gaat. ‘Ze hebben gelijk dat een aantal haaiensoorten onder gelijkaardige soorten vallen en dus gedekt zijn door het visakkoord. Een schip dat echter uitsluitend achter haaien aangaat, terwijl het onder een tonijnakkoord valt, dat is dan weer onoprecht, zeggen de Santomezen. En ze hebben gelijk: de onderhandelingen gaan over tonijn, je tekent voor tonijn, en hoewel je aanvaardt dat in de bijvangst andere soorten opduiken, verlaat je de onderhandelingstafel wel met de gedachte dat er vooral op tonijn gevist wordt.’

Sinds 2003 is het voor Europese schepen verboden losse haaienvinnen aan boord te hebben. Bedoeling van het verbod is te vermijden dat haaienkarkassen zonder vin terug in zee gedumpt worden, zoals gebeurt in de zeeën rond China en Indonesië. Ook het Amerikaanse Congres overweegt wetgeving om de handel in haaienvinnen aan banden te leggen. Wereldwijd worden jaarlijks zo’n 70 miljoen haaien gevangen. Vooral Chinezen zijn gek op haaivinsoep.

Volgens de EU ‘vormt het verwijderen van haaienvinnen en het teruggooien in zee van haaienkarkassen een serieuze bedreiging voor het voortbestaan van deze soort en voor de algemene duurzaamheid van de visvangst.’ Toch blijft de vraag naar haaienvinnen, en dan vooral uit China, gestaag groeien.

Haaienvinnen zijn een gegeerde delicatesse, vergelijkbaar met kaviaar. Het goedje is geld waard, tot 650 dollar per kilo: handelaars zijn daarom bereid om buiten de lijntjes te kleuren.

Haaienvinnen zijn een gegeerde delicatesse, vergelijkbaar met kaviaar. Het goedje is geld waard, tot 650 dollar per kilo: handelaars zijn daarom bereid om buiten de lijntjes te kleuren om erachter aan te gaan, wat op zijn beurt tot strengere internationale controle en boetes heeft geleid. Toch wordt de wetgeving niet altijd afgedwongen: vandaag is de Alemar Primero opnieuw aan het vissen in de wateren van Sao Tomé, zo blijkt uit openbare visserijgegevens.

Ngo’s en onderzoekers wijzen ook op de verantwoordelijkheid van Afrikaanse landen om het probleem aan te pakken. Zo moest Joao Pessoa toegeven dat Sao Tomé nog steeds geen wet tegen haaienvinnen heeft kunnen stemmen, hoewel dat al een tijd op stapel ligt. Sierra Leone heeft wetgeving goedgekeurd, maar ze is vooralsnog niet in voege getreden.

Sierra Leone heeft liever dat de ngo’s illegale visvangst aanpakken dan zelf de capaciteit te ontwikkelen om het te doen. Organisaties zoals Greenpeace en Sea Shepherd vinden dan weer dat het aan Afrikaanse overheden is om de verantwoordelijkheid van natuurbeheer op zich te nemen.

‘Sierra Leone verdient ongeveer 7 miljoen dollar per jaar aan vislicenties’, zegt Pavel Klinckhamers, onderzoeker voor Greenpeace gespecialiseerd in West-Afrika. ‘Met 3,5 miljoen kan je al heel wat doen op het vlak van visbeheer, en toch kijkt de regering naar de EU en de Wereldbank om het in hun plaats te doen.

‘De sterkte van onze campagnes is dat we Afrikaanse wetshanhavers tot bij de schepen krijgen voor inspectie’, zegt Hammestedt. ‘Een reactie van de Europese landen krijgen is hun verantwoordelijkheid.’

Zeereservaten

De internationale gemeenschap begint het belang in te zien van vis voor voedselzekerheid, zeker in Afrika waar conflict een dagelijkse realiteit is voor miljoenen mensen. Afgelopen juni vond in New York een VN-top plaats over oceanen. De Gabonese president Ali Bongo Ondimba kondigde er twintig zeereservaten aan, goed voor 26 procent van het maritieme territorium van het land. Het initiatief werd op enthousiast applaus onthaald.

Aaron MacNeil, professor zeebiologie aan de DalHouse University in het Canadese Halifax, denkt dat er niet één enkele oplossing is voor het problem van illegale visvangst. MacNeil maakt deel uit van GlobalFinPrint, een team van internationale wetenschappers die een telling uitvoeren van haaien- en roggenpopulaties.

‘De verantwoordelijkheid voor duurzaamheid ligt op de schouders van de EU omdat Afrikaanse landen zelf hun wateren niet kunnen bewaken.’

‘Zeereservaten werken niet overal’, zegt hij. ‘Internationale afspraken zijn een stap vooruit maar armoede en de plaatselijke cultuur kunnen vooruitgang in de weg staan. De verantwoordelijkheid voor duurzaamheid ligt op de schouders van de EU omdat Afrikaanse landen zelf hun wateren niet kunnen bewaken.’

West-Afrikaanse onderzoekers, geëngageerde lokale vissers en activisten ijveren al jaren voor een gezamenlijk beheer van het visbestand door Marokko, Mauritanië en Senegal. Omdat vissoorten migreren tussen de drie landen is dat maar logisch, menen ze. Toch blijft zo’n transnationaal beheersorgaan vooralsnog dode letter: allicht uit vrees dat het initiatief een aanzienlijke vermindering van de vangst zou inhouden.

Uiteindelijk verloopt de Europese controle op visvangst in West-Afrika bijzonder troebel. Verschillende instanties wijzen elkaar met de vinger en uiteindelijk verdwaalt een dossier in het doolhof van de bureaucratie.

Misdaad

Madrid had allicht een strenge boete moeten opleggen aan de Alemar Primero voor haar overtreding van de regelgeving op haaienvinnen. Milieuactivist en kapitein van een Sea Shepherd-schip Peter Hammarstedt vindt dat de Europese autoriteiten er te licht over gaan: ‘Een van de belangrijkste problemen met visserijovertredingen is dat ze doorgaans als administratieve overtredingen behandeld worden, in plaats van misdaad.’

‘Er komt opnieuw oorlog in Sierra Leone, let maar op.’

‘Dit soort economische misdaad zal niet stoppen zolang het rendabel blijft en het nadeel van gevat te worden kleiner is dan de beloning ervan. Er was in dit geval een aanzienlijke boete nodig, de haaienvinnen hadden in beslag genomen moeten worden en geveild in Sao Tomé, en zowel de kapitein als het schip zouden hun vergunning moeten verliezen. En, belangrijk, ze zouden geen aanspraak meer mogen maken op Europese subsidies.’

Ondertussen heeft visser George Francis uit Sierra Leone alle wettelijke mogelijkheden uitgeput om zijn situatie te verbeteren. Hij begint te denken dat alleen geweld nog de aandacht van de overheid zal trekken. ‘Er komt opnieuw oorlog in Sierra Leone, let maar op’, zegt hij. ‘En het zal beginnen met de vissers. We wensen het niet, maar als het moet dan moet het.’

 

Dit artikel kwam mede tot stand dankzij de steun van Journalismfund.eu / Flanders Connects Continents

Meer uit het dossier MO* onderzoekt: Europese visvangst in West-Afrika

© Arthur Debruyne
Grootschalige industriële visvangst in Mauritanië, gesubsidieerd door de EU en China, laat zich vooral voelen in buurland Senegal.
© Arthur Debruyne
Omdat de zeeën van China en Europa nagenoeg overbevist zijn, gaan de grootmachten vis in West-Afrika zoeken.