Gambia, waar een dictator dreigementen ook echt uitvoert

In de eerste helft van 2015 belandden al bijna 3000 Gambianen op de Italiaanse kust. In 2014 maakten 8642 Gambianen de overtocht. In verhouding tot de kleine bevolking van deze Afrikaanse ministaat is dat enorm veel. De enige verklaring ligt in de dictatuur van Jahja Jammeh. Annelies D’Hulster was de eerste Vlaamse journaliste die het deksel van de beerput lichtte.

  • United Nations Photo (CC BY-NC-ND 2.0) Jammeh spreekt de Algemene Vergadering van de VN toe in september 2009. United Nations Photo (CC BY-NC-ND 2.0)
  • 總統府 (CC BY-NC-ND 2.0) Jammeh wordt ontvangen in Taiwan door de president van de republiek, Ma Ying-jeou. 總統府 (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Nayyar Photography (CC BY 2.0) Amnesty International en Human Rights Watch spreken over honderden burgers die in Gambia doorheen de jaren werden vermoord, die verdwenen of werden gefolterd. Nayyar Photography (CC BY 2.0)
  • Marines (CC BY-NC 2.0) Amerikaanse reservisten namen deel aan een multilaterale oefening met troepen uit Senegal, Burkina Faso, Guinee, Frankrijk, en Gambia in Senegal in 2012. Marines (CC BY-NC 2.0)
  • crashwrks (CC BY-NC-ND 2.0) Tijdens de viering van het Suikerfeest worden schapen ritueel geslacht waarna het vlees gedeeld wordt met familie en mensen in nood. crashwrks (CC BY-NC-ND 2.0)

September 2014. Ik zit in een compound in Vittoria, Sicilië, omringd door 22 Gambiaanse vluchtelingen en migranten. Ze leggen uit waarom ze hun thuisland hebben achtergelaten. Het gesprek lijkt wel een snelcursus terreur en repressie.

De 22 Gambianen hebben allemaal zo hun eigen redenen om hun land te verlaten.

Toch is er één rode draad doorheen alle verhalen: het dictatorschap van president Jahja Jammeh, de repressie en de gevolgen daarvan voor hun vrijheid, de economie en de kans om te overleven.

Achtervolgingswaanzin

Spreken over politiek en politieke beslissingen is in Gambia uit den boze

Sinds 22 juli 1994 regeert president Jammeh Gambia met ijzeren hand. Hij kwam aan de macht via een militaire coup.

Langzaam maar zeker begon de president zich tegen zijn onderdanen en medewerkers te keren. Zijn schizofrenie en achtervolgingswaanzin gebruikte hij als ultiem onderdrukkingsmiddel voor zijn landgenoten. De ziekte van de president verspreidde zich als een kwalijk virus doorheen de bevolking en besmette jong en oud.

Al snel werd het voor de gewone Gambiaan duidelijk dat spreken over politiek en politieke beslissingen uit den boze was. Ze zagen hun buren opgepakt worden omdat ze verklikt waren door nog een andere buur, of een vermeende vriend. Iedereen kon je vijand zijn, niemand was te vertrouwen. En dus zwegen de stemmen.

Soms zagen ze hun buurman nooit meer terug en was er niemand die kon zeggen waar die gebleven was. Geruchten werden doemgedachten, angsten werden gevoed.

Achterdocht en wantrouwen

Verdenken is in Gambia een nationale sport en iedereen speelt mee

November 2014, Talindin (een dorpje in het westen van Gambia). Mijn vriend S., eigenaar van een kleine lokale winkel, verbiedt de theedrinkende dorpelingen op de bankjes voor zijn shop het thema politiek aan te snijden. Het risico op informanten is te groot, en heikele gesprekken kunnen een sluiting van zijn shop tot gevolg hebben. Of erger.

Mijn vriend S. is zomaar een gewone man, zoals zoveel gewone mannen en vrouwen in Gambia. Maar hij is ook net die gewone man die zomaar van iets verdacht kan worden.

Verdenken is in Gambia een nationale sport en iedereen speelt mee. De terreur sluipt je hoe dan ook onder de huid, hoe hard je ook denkt dat ze geen vat op je kan hebben. De achterdocht en het wantrouwen zijn ook niet meer dan normaal als je het constant rondom je ziet gebeuren, de arrestaties van de kleinsten, het verdwijnen van de grootsten.

Met zijn mantra aan dreigementen, dag na dag, voedt de president de angst. ‘Hij praat er niet alleen over, hij doet het ook echt’, daar zijn de meeste Gambianen van overtuigd.

Nayyar Photography (CC BY 2.0)

Amnesty International en Human Rights Watch spreken over honderden burgers die in Gambia doorheen de jaren werden vermoord, die verdwenen of werden gefolterd.

Nayyar Photography (CC BY 2.0)

Verdwenen, gefolterd, vermoord

De Gambiaanse geheime dienst –het National Intelligence Agence (NIA)– moet een van de meest vernuftige van het Afrikaanse continent zijn, met zijn vertakkingen en informanten tot in de kleinste dorpen en verste uithoeken.

In een land waar de economie zwaar verstoord is en velen geen uitweg meer zien om hun familie te voeden, is het misschien niet eens verwonderlijk dat een job als informant aantrekkelijk kan zijn. Het moorden en folteren gebeurt op afstand, informanten blijven uiteindelijk slechts een pionnetje in een zeer groot bureaucratisch netwerk. De Eichmann in elk van ons.

Twee speciale VN rapporteurs voor foltering bezochten van 3 tot 7 november 2014 Gambia. Volgens het UN News Centre (zie Gambia: UN experts prevented from completing probe into torture, killings) werden de experts gedwongen een integraal deel van hun bezoek uit te stellen, aangezien ze de toegang werden geweigerd tot cruciale delen van de Mile 2 gevangenis. De weigering hen toe te laten in de “Security Wing” van de Mile 2 gevangenis doet de speciale rapporteurs vermoeden dat er iets belangrijks verborgen wordt, schrijven ze in hun rapport.

In de delen die ze wel te zien kregen, ontvingen ze vele getuigenissen van mensen die niet geïdentificeerd willen worden uit angst voor hun eigen leven of voor de veiligheid van hun familie. Onderzoekers Juan Méndez en Christof Heyns -VN Speciaal Rapporteur over buitenrechtelijke, standrechtelijke en arbitraire terechtstellingen- kregen tijdens hun bezoek ook rapporten over ‘buitenrechtelijke executies en gedwongen verdwijningen van leden van de veiligheidsdiensten, journalisten, mensenrechtenverdedigers en wie verondersteld wordt zich te verzetten tegen het regime’.

De mislukte staatsgreep door Gambianen uit de diaspora op 30 december 2014 heeft het klimaat van angst enkel versterkt en aangewakkerd

Daarnaast kregen ze informatie over de paramilitaire doodseskaders die opereren onder de naam Jungulars. Méndez noteert dat ‘hij tijdens zijn onderzoek ondervond dat foltering een consistente praktijk is van de NIA. In de gevallen waarin er een reële of vermeende dreiging wordt vastgesteld voor de nationale veiligheid, is er een overeenkomstige verhoging van daden als foltering en mishandeling bij detentie en arrestatie.’

Ook mensenrechtenorganisaties Amnesty International en Human Rights Watch publiceren maandelijks over de mensenrechtenschendingen in het kleine land. Ze spreken over honderden burgers die in Gambia doorheen de jaren werden vermoord, die verdwenen of werden gefolterd.

In een lijst samengesteld door Gambianen zelf staan de namen van honderden vermiste, gefolterde, opgesloten of vermoorde journalisten, burgers, militairen en overheidsmedewerkers.

De mislukte staatsgreep door Gambianen uit de diaspora op 30 december 2014 heeft het klimaat van angst enkel versterkt en aangewakkerd. Jammeh werd een kat in het nauw die vervaarlijk om zich heen klauwt. Na die mislukte staatsgreep werden tal van familieleden van (vermeende) coupplegers opgepakt en meegenomen naar een NIA gevangenis. Zo werd bijvoorbeeld ook Yusupha Lowe, de 16 jarige zoon van Bai Lowe, op 1 januari 2015 gearresteerd. Op 26 mei wordt vernomen dat hij zich niet langer daar bevindt, maar waar hij dan wel is blijft onduidelijk.

Luistervinken

Lijkt er niemand verdacht? Is er niemand aan luistervinken?

Luitenant B.M. is slechts één van de vele Gambiaanse slachtoffers van repressie. Achttien jaar lang was hij de dichtste bodyguard van de president, daarna van diens vrouw en kinderen. Hij reisde met de hele presidentiële familie de wereld rond. Zijn vele paspoorten en visums liggen voor mijn neus.

Momenteel probeert hij in een kleine stad in Senegal te overleven. Zijn familie onderhouden kan hij niet meer. Zijn mooie dochters, zijn zoon en zijn prachtige vrouw proberen in Gambia te roeien met de riemen die ze hebben.

We zitten op een miniterras van zijn woonplaats in Senegal. Hij toont de littekens op zijn buik. ‘Kijk,’ zegt hij, ‘hier heeft de president me geslagen met zijn stok.’

Het is de eerste maal van de vele keren dat we elkaar zien. Op tijd en stond kijkt hij zenuwachtig om zich heen. Lijkt er niemand verdacht? Is er niemand aan luistervinken? Ook in Senegal kunnen zich informanten bevinden. De tentakels van Jahja Jammeh reiken ver. Zich veilig voelen is voor de luitenant een emotie uit een zeer ver verleden.

Dood door kogel, auto-ongeval of vergif

Luitenant B.M. toont op zijn gsm foto’s van Gambianen –vrienden van hem- die opgesloten, verdwenen of vermoord zijn. Op een doodgewoon terras in een stadje in Senegal bespreken we de meest ongewone dingen. Over wie nu exact met een kogel is vermoord, wie uit de weg werd geruimd via een opgezet auto-ongeval en wie vergif kreeg toegediend. Over anderen die op tijd werden gewaarschuwd en het land konden verlaten. Over derden die reeds jaren hun broek in de cel slijten, en nooit een proces kregen.

B.M. kent president Jahja Jammeh al van toen ze in 1992 voor de Afrikaanse Unie samen in de oorlog in Liberia vochten. ‘Hij is nooit normaal geweest’, zegt hij. ‘Hij was toen reeds een gefrustreerde man, op zoek naar erkenning.’

En die erkenning, die dwong Jahja af sinds 1994, toen hij na een militaire coup aan de macht kwam. Zijn vier medewerkers in de coup werden in de jaren daarna vakkundig aan de kant geschoven of uit de weg geruimd. Jahja werd alleenheerser.

總統府 (CC BY-NC-ND 2.0)

Jammeh wordt ontvangen in Taiwan door de president van de republiek, Ma Ying-jeou.

總統府 (CC BY-NC-ND 2.0)

Interne keuken

Sinds 2013 verblijft B.M. in Senegal. De blik in de ogen van de president was veranderd. Hij kende de man lang genoeg om af te kunnen lezen dat hij een vijand was geworden. Waarom, daar heeft hij nog steeds het raden naar. Omdat hij zo goed overweg kon met de vrouw van de president? Of omdat zijn neef in de VS voor een online anti-Jammeh krant schrijft?

B.M., ex-bodyguard van de president, nam de benen toen hij lucht kreeg van moordplannen tegen hem

B.M. vertelt dat president Jammeh hem ervan verdacht geheime informatie te hebben overgemaakt aan zijn neef in de VS. Ontkennen had volgens B.M. geen zin, Jammeh dacht wat hij wilde denken.

De bodyguard van de president nam naar eigen zeggen de benen toen hij korte tijd later lucht kreeg van moordplannen tegen hem. Nog een dag later waren man en macht naar verluidt al naar hem op zoek –inclusief politie en geheime dienst. ‘Een zeer belangrijk luitenant was gevlucht, alle staatsinformatie met zich meenemend’, klonk het. De president was in alle staten.

Informatie over president Jammeh de buitenwereld insturen is echter het laatste waar B.M. aan denkt. Zijn vrouw en kinderen zijn immers nog in Gambia. Het is onmogelijk voor hem om de interne keuken van de president aan de grote klok te hangen.

Onder Jammehs regime kan elke positie die je bekleedt gevaar inhouden. Het meeste gevaar lopen echter de Gambianen die nauw met hem samenwerken, de oppositieleden en zij die het aandurven Jammehs beleid te bekritiseren. Zijn beste vrienden werden zijn vijanden, de persvrijheid werd aan banden gelegd.

B.M. beweert dat de president zelfs zijn eigen broer en zus liet vermoorden. Dit gerucht is bekend en menig maal gepubliceerd door Gambiaanse journalisten in de diaspora, maar is feitelijk niet te bewijzen.

‘De littekens zullen altijd blijven’

‘Zelfs na Jahja Jammeh zal nooit meer iets hetzelfde zijn in Gambia. De littekens zullen altijd blijven’

In de Senegalese hoofdstad Dakar blikt de Gambiaanse journalist L. met weemoed terug op de periode voor juli 1994. De verbannen journalist werd naar eigen zeggen ooit zwaar gefolterd in het hoofdkwartier van de Gambiaanse geheime dienst.

Toen hij als kind in de Gambiaanse hoofdsatd Banjul woonde, ging L. met zijn vriendjes vaak dichtbij het staatshuis spelen. Dan zwaaiden ze enthousiast naar toenmalig president Baba Jawarah op zijn balkon. Ze voelden kriebels in de buik wanneer de president terugzwaaide. Een kwarteeuw later is L. een getraumatiseerd man.

Getraumatiseerd zijn ze allemaal, de verbannen journalisten. S.B. vraagt zich af wat hij verkeerd deed voor zijn land, waarom hij nooit afscheid mocht nemen van zijn vader, die stervende was. ‘Zelfs na Jahja Jammeh zal nooit meer iets hetzelfde zijn in Gambia. De littekens zullen altijd blijven’, zegt hij, tranen in zijn ooghoeken.

In Dakar ontmoet ik veel verbannen Gambiaanse journalisten. Allemaal hebben ze iets “verkeerd” geschreven. Allemaal zijn ze ergens voor vervolgd. Later werden ze bedreigd en kozen het hazenpad.

Op een terrasje drinken ze alleen Cola als het flesje voor hun ogen geopend wordt. ‘Kans op vergiftiging’, fluisteren ze. En als ze de taxi naar hun huis nemen, laten ze die nooit vlak voor de deur stoppen. ‘Je weet nooit wie die taxichauffeur is.’

Marines (CC BY-NC 2.0)

Amerikaanse reservisten namen deel aan een multilaterale oefening met troepen uit Senegal, Burkina Faso, Guinee, Frankrijk, en Gambia in Senegal in 2012.

Marines (CC BY-NC 2.0)

Posttraumatische stress

Na honderden terreurverhalen schrik ik niet meer van die soms ongegronde angst. Posttraumatische stress is een tweede natuur geworden voor wie die de terreur is kunnen ontvluchten. ‘Psychologische terreur,’ vinden ze, ‘is van de ergste soort.’

In Gambia is het gevaar de onzichtbaarheid ervan. Je staat en wandelt er niet te midden van een oorlogsgebied, maar toch voelt het zo. Alsof er sluipschutters zijn, die elk moment kunnen toeslaan. En het grootste gevaar is dat het gevaar van de hoogste macht komt.

Voor Gambianen in het buitenland is het niet vanzelfsprekend actie te ondernemen of zich uit te spreken tegen het regime. Iedereen heeft immers nog wel een broer, moeder of andere geliefde in Gambia. Ze moeten zich wel koest houden.

crashwrks (CC BY-NC-ND 2.0)

Tijdens de viering van het Suikerfeest worden schapen ritueel geslacht waarna het vlees gedeeld wordt met familie en mensen in nood.

crashwrks (CC BY-NC-ND 2.0)

‘We willen allemaal thuis zijn tijdens Tobaski’

Iedereen heeft immers nog wel een broer, moeder of andere geliefde in Gambia. Ze moeten zich wel koest houden.

In Mauritanië ontmoet ik L.T., een Gambiaans politicus uit de oppositie. In 2007 verliet hij Gambia omwille van politieke problemen. Onderweg naar Europa belandde hij in Mali, waar hij agent werd in een smokkelnetwerk dat Gambianen tot in Niger moest brengen.

Toen het heet werd onder zijn voeten –informanten van de Gambiaanse geheime dienst konden overal zitten– vervolgde hij zelf zijn tocht tot in Agadez (Niger). Daar ontmoette hij heel wat voormalige Gambiaanse militairen en inlichtingenofficieren –mensen die hem vroeger in levensgevaar brachten.

Nu zaten ze allemaal in hetzelfde schuitje. L.T. vergaf zijn voormalige belagers toen hij hoorde hoeveel problemen ze zelf hadden doorsparteld.

Uiteindelijk besloot L.T. de reis naar Europa op te geven en koos hij voor Mauritanië. Omdat hij op een redelijke afstand van Gambia wil wonen, tot de tijd aanbreekt dat hij terug naar huis zou kunnen. ‘We willen allemaal thuis zijn tijdens het Suikerfeest (Tobaski)’, zegt hij.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur