Dossier: 
35 miljoen kubieke meter afval voor 50 ton goud

Geplande goudmijn bedreigt leefbaarheid van 12.000 Brazilianen

© Tinko Czetwertynski

De Canadese investeringsmaatschappij Belo Sun wil in Brazilië de grootste goudmijn van het land opstarten. De bevolking in de deelstaat Pará vreest voor de werkgelegenheid én voor haar gezondheid. Het plan leidt tot de ene na de andere rechtszaak tegen zowel het bedrijf als het ministerie van Milieu en Duurzaamheid, dat de vergunning verleende.

Het ene megaproject is nog niet af, of het volgende dient zich aan. De Belo Monte-dam in de noordelijke deelstaat Pará kostte miljarden, ontheemde duizenden mensen en legde de 100 kilometer lange “Grote Bocht” in de Xingurivier zo goed als droog. In diezelfde bocht wil de Canadese investeringsmaatschappij Belo Sun nu de grootste goudmijn van Brazilië opstarten.

‘Het Volta Grande Gold Project (VGGP) is een open pit-mijn met een oppervlakte van zo’n 600 hectare’, zei Peter Tagliamonte, voorzitter en ceo van Belo Sun. Het bedrijf is op de beurs van Toronto genoteerd en richt zich op het genereren van ‘langdurige duurzame waarde’.

‘Wij hopen jaarlijks zo’n 10.000 ton rots te verwerken om 4250 kilo goud te winnen’, vervolgde Tagliamonte. ‘Het vergt een investering van zo’n 500 miljoen euro. Dat levert zo’n 800 directe en 2400 indirecte banen op. En de overheid ontvangt 1,5 procent commissie op alle gewonnen goud en zo’n 130 miljoen euro aan belastingen, over een periode van 12 jaar.’

In de regio waar Belo Sun het VGGP wil beginnen, zijn al sinds de jaren 1960 honderden kleinschalige, artisanale goudzoekers actief. Een van hen is “Pirulito” (lolly). Hij is al 28 jaar goudzoeker in de Grote Bocht in de rivier Xingu.

© Tinko Czetwertynski

“Pirulito” werkt al 28 jaar als goudzoeker in “de grote bocht”

Pirulito werkt in een team van twaalf man. Met drie vermalers zeven zij de aarde fijner en fijner, totdat uiteindelijk slechts het goud rest. Hij werkt drie dagen per week. ‘De rest is om te vissen en ontspannen’, lacht hij tijdens een interview in Altamira. ‘De meeste mensen dromen van een vaste baan. Ik, nooit van mijn leven!’

Hij haalt een papier uit zijn broekzak, vouwt het voorzichtig open en toont een kruimelig geel goedje. ‘Het resultaat van deze week’, zegt hij. ‘Elf gram, met een waarde van zo’n 2000 reals (350 euro). Daar gaan 400 reals kosten vanaf. De rest is winst.’

© Tinko Czetwertynski

“Pirulito” haalt een papier uit zijn broekzak, vouwt het voorzichtig open en toont het resultaat van een week goud delven ‘11 gram met een waarde van zo’n 2000 reais (€350).’

‘Vroeger werkten we met kwik, maar sinds twee jaar niet meer’, aldus Pirulito. ‘Ik heb zelf nooit iemand ziek zien worden, maar iedereen zegt dat het ongezond is. Dus nu gebruiken we water en een “tapete” (letterlijk: tapijtje, red.) waarop het goud achterblijft.’

Er zijn honderdduizenden goudzoekers in de Amazoneregio. De meesten van hen gebruiken kwik om goud en erts te scheiden. Kwik is een niet-afbreekbaar metaal, dat zich ophoopt in mens en natuur. Veel vis in de Amazone bevat kwik. Veel mensen dus ook.

Een studie van de biologe Heloísa de Moura Meneses in 2016 toonde dat 65 procent van de onderzochte personen in de stad Santarém een hoger kwikgehalte in hun bloed had dan veilig werd geacht door de Wereldgezondheidsorganisatie.

Hoe kan een goudmijn met een levensduur van 12 jaar “duurzaam” zijn?

Pirulito woont in Vila da Ressaca, een dorpje van zo’n 1200 inwoners in de Grote Bocht. De inwoners zijn afhankelijk van de artisanale goudwinning. Volgens Pirulito wonen er in de hele honderd kilometer lange bocht zo’n 12.000 families, waaronder twee inheemse stammen: de Jurupa en Arara. Door de extreem lage waterstand als gevolg van de Belo Monte-dam dreigt al een exodus. De mijn zal die alleen maar versnellen.

‘Goudzoekers, vissers, kleine boeren en inheemsen: wij zijn met elkaar verbonden als in een soort collectief’, zei Pirulito. ‘Wij kopen groenten van de boer, die zijn vis koopt van de inheemsen. Indien Belo Sun zich hier vestigt, verdwijnt alles.’

Dat is nog geen uitgemaakte zaak. Belo Sun presenteerde VGGP kort nadat de bouw van het Belo Monte-project in 2011 begon. In 2017 kreeg het bedrijf een bouwvergunning van het ministerie van Milieu en Duurzaamheid in Pará.

Dat deed nogal wat stof opwaaien en leidde tot de ene na de andere rechtszaak, tegen zowel het bedrijf als het ministerie. Hoe kan een goudmijn met een levensduur van 12 jaar “duurzaam” zijn? En hield het bedrijf voldoende rekening met de lokale bevolking?

Vorig jaar november schortte de hoogste rechterlijke instantie in Pará de vergunning op. Een slag gewonnen door de activisten, maar niet de oorlog. Belo Sun-voorzitter Tagliamonte bleef er rustig onder. Volgens hem is het niet nodig in cassatie te gaan.

‘De rechtbank oordeelde dat onze milieustudies voldeden en dat de vergunningen op juiste wijze zijn verstrekt’, zei hij. ‘Wij dienen slechts de inheemse bevolking zorgvuldiger in de besluitvorming te betrekken door te voldoen aan de voorschriften van de nationale organisatie ter bescherming van inheemse volken (Funai). Zodra dat is gebeurd kunnen we van start.’

De inheemse dorpen liggen op zo’n 12 kilometer afstand van de mijn. Maar volgens Tagliamonte zijn de negatieve gevolgen van de mijn minimaal. Bovendien wegen die niet op tegen de positieve, waaronder tal van goed betaalde banen. Maar het is de vraag of die toekomen aan de lokale bevolking die decennia lang van de rivier leefde.

‘Belo Sun heeft nooit overleg gepleegd met de mensen in de regio’, zei Antônia Melo da Silva, oprichtster van de milieu organisatie Xingu Leeft Voor Altijd. ‘Ze zijn over hun hoofden heen naar de gouverneur gestapt en wilden meteen beginnen.’

Om over een periode van 12 jaar zo’n 50 ton goud te winnen, produceert Belo Sun 35 miljoen kubieke meter afval dat is vervuild met chemicaliën als arsenicum en cyanide.

© Tinko Czetwertynski

Antônia Melo da Silva: ‘Zodra Belo Sun de vergunning kreeg, probeerde de Canadese investeringsmaatschappij mensen te verwijderen door land op te kopen.’

‘Zodra ze de vergunning kregen, probeerden ze mensen te verwijderen door land op te kopen’, zei ze. ‘In Vila da Ressaca boden ze mensen geld om voor het project te stemmen. Het is de klassieke verdeel-en-heersstrategie zoals we dat bij de bouw van Belo Monte ook hebben gezien.’

Ondanks een veelvoud aan rechts- en beroepszaken, en ogenschijnlijk steekhoudende bezwaren op sociaal en milieugebiedn kreeg de Belo Monte-dam uiteindelijk groen licht. En nu blijkt dat het de meeste gemaakte beloftes nauwelijks waar kan maken.

‘Men zegt dat Norte Energia (het bedrijf dat de Belo Monte-dam exploiteert, red.) tegen de komst van Belo Sun is’, zei Da Silva. ‘Omdat het met explosies werkt. Dat zou gevaarlijk zijn voor de dam. Maar ik weet het niet. Ik heb ze daar nog nooit over gehoord. Het grootste gevaar van de mijn is het afval.’

Om over een periode van 12 jaar zo’n 50 ton goud te winnen, produceert Belo Sun 35 miljoen kubieke meter afval dat is vervuild met chemicaliën als arsenicum en cyanide. Een 43-meter hoge residudam moet ervoor zorgen dat dit nooit de Xingurivier bereikt.

Brazilië heeft slechte ervaringen met residudammen. Op 5 november 2015, brak een dam bij een ijzerertsmijn in Mariana. De ernstig vervuilde moddervloed doodde 18 mensen en bereikte via de Doçe rivier de oceaan. Op 25 Januari 2019 brak een soortgelijke dam bij Brimandinho, waarbij 259 mensen werden gedood.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
‘Dat waren bovenstroomse dammen, wij bouwen een benedenstroomse’, zei Tagliamonte. ‘Die zijn veel robuuster. Onze dam voldoet bovendien aan internationale eisen en is getest op weersomstandigheden die eens in de 10.000 jaar plaatsvinden.’

Belo Sun is niet het enige bedrijf dat wil mijnen in Brazilië. Volgens het Nationale Mijnagentschap lopen er momenteel 3773 aanvragen van 413 bedrijven. Tien bedrijven zijn goed voor meer dan de helft van alle aanvragen. De meeste aanvragen betreffen exploratie, waarvan 58 procent voor goud.

‘Het goud dat wij winnen brengt nauwelijks schade aan en de opbrengst blijft in het land’, zei Pirulito. ‘Een Canadese mijn brengt onze rijkdom naar het buitenland. Al wat hier blijft, is afval, misère en dood.’

In een eerste versie van dit artikel stond vermeldt dat het VGGP een investering van 'zo’n 500.000 euro' vergde. Het juiste bedrag is 500 miljoen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist vanuit Sao Paolo

    Peter Speetjens is journalist. Na zijn studie rechten in Rotterdam trok hij de wereld in. Hij verbleef een jaar in India en woonde lang in Beiroet, voordat hij in 2016 naar São Paolo vertrok.