Twee boswachters voor alle ebbenhout

Mijn zoon wilde een Afrikaans Makonde-beeld als geschenk. Dus vloog ik naar het noorden. Maar het ebbenhout is aan het verdwijnen. Net als alle bomen die geen noten of vruchten opleveren voor de boeren die het land afbranden.

Mozambique is niet alleen de geboortegrond van Afrika’s beste Makonde-beeldhouwers. Hun grondstof –hout– loopt groot gevaar.

Net zoals de steenkool, wordt hout duchtig geëxporteerd. Zelfs Mozambikaanse scholen komen tegenwoordig hout tekort voor hun lessenaars en stoelen.

 

Een schrijnend voorbeeld is het natuurreservaat van Mecuburi, het grootste beschermde woud in Mozambique, gelegen in de noordelijke provincie Nampula. Ooit leverancier voor hout onder de Portugese bezetter, is het sinds Mozambique’s onafhankelijkheid gestaag leeggeroofd.

Vandaag vind je er nog zeldzame houtsoorten, waaronder ebbenhout, maar de boswachters zijn geen partij voor de illegale houthakkers. ‘Twintig jaar geleden was er amper een markt’, zegt Vasco Martinho, één van de boswachters.

‘Nu is al ons hout aan het verdwijnen en dat levert enorme milieuproblemen op. Twintig jaar geleden begonnen de regens in november. Vandaag zijn die al met één of twee maanden opgeschoven. Dat heeft alles te maken met het woud.’

Maria de Lurdes Airone Macuiza werd in september 2012 als chef van de Direcção Provincial de Agricultura (DPA) aangesteld in Mecuburi.

‘Er was sprake om het reservaat dat aanvankelijk 230.000 hectare besloeg, voor goed 190.000 hectare daadwerkelijk te gaan beschermen’, maar in de praktijk is die conservering onmogelijk, geef ze toe. ‘Ik beschik over twee boswachters voor het hele reservaat en die hebben niet eens een auto.’

Eén van die zogenaamde fiscalizaçãos of inspecteurs is Vasco Martinho. Hij neemt ons op sleeptouw doorheen het reservaat tot bij enkele boomstronken die hij in beslag genomen heeft van illegale houthakkers.

‘In Mecuburi zijn er acht à negen operatoren actief die een licentie hebben om hout te kappen. Hun actieradius bevindt zich vooral in het noorden, in Muite. In het beschermde reservaat is alle houtkap verboden, maar omdat dit park zo groot is, is het vechten tegen de bierkaai’.

Chinese houtexporteurs zijn één van de boosdoeners, bevestigt hij. Ze hebben weliswaar een licentie om legaal hout aan te kopen. ‘Maar het valt niet altijd te controleren of bij hun ladingen geen illegaal hout zit.

Het kan ook gebeuren dat Chinezen machines aanleveren aan Mozambikanen om illegaal hout te winnen. Maar dat is eerder zeldzaam, denk ik’.

Klikspanen gezocht

Op de boomstronken die hij ons later die dag toont, na kilometers rijden doorheen het reservaat, staan de letters DPA, kort voor Direcção Provincial de Agricultura. ‘Ze zijn nu dus eigendom van de staat en niemand mag ze hier weghalen, tenzij hij of zij een openbaar bod uitbrengt en er dus voor betaalt’.

Tot onze verbazing mogen op heterdaad betrapte houtdieven hun eigen vangst alsnog meenemen, tenminste indien ze behalve de boete ook een bod uitbrengen op het hout dat ze opgeladen hebben.

‘Onder gesloten enveloppe kan iedereen een bod uitbrengen, ook op illegaal gekapt hout. De hoogste bieder wint’.

Een boete verschilt dan weer naargelang de kapper opereerde zonder licentie, met licentie maar in een niet geautoriseerd gebied, met licentie in de juiste zone maar met overschrijding van het aantal kubieke meter hout dat hij mocht kappen, of indien hij ander hout kapt dan toegestaan.

Op tocht door het reservaat vraag ik Vasco wat de inwoners van het woud er zelf van denken. En of ze meewerken aan de illegale zwendel?

‘Sommigen werken inderdaad mee door bomen op te sporen voor houtbedrijven. Ze krijgen dan een premie. Om dergelijke pisteros te ontmoedigen of liever om van stropers boswachters te maken, belonen wij eenieder die een dief aan de galg praat’.

Wie Vasco of zijn collega’s belt met precieze gegevens omtrent verdachte activiteiten, kan achteraf op een beloning rekenen.

‘Als we de dieven snappen en ze kunnen beboeten, dan krijgen de verklikkers hun aandeel van het boetegeld, naargelang de waarde van hun tip’

‘We noteren wie wanneer belt, om welke houtsoort het gaat en welke hoeveelheid.

Als we de dieven snappen en ze kunnen beboeten, dan krijgen de verklikkers uiteindelijk hun aandeel van het boetegeld, naargelang de waarde van hun tip’.

Vasco somt de verschillende boetes op die een illegale kapper moet betalen, wordt hij gevat.

‘Voor het illegaal kappen van wat wij preciosa noemen –in het bijzonder ebbenhout- betaal je 3000 meticais (42 euro) per kubieke meter’.

Ik herinner mij de boomstronken die voor het kantoortje lagen in de districtshoofdstad. Zwart hout dat aan de buitenkant verschenen was door de zon.

Met vaste hand schrijft Vasco de boetes voor de andere houtsoorten op. Het net iets minder dure hout oftewel eerste klasse zoals chanfuta en jambire levert bijvoorbeeld een boete op van 2500 meticais of 35 euro per “kuub”.

‘Tussen september en december 2012 hebben we zeven vrachtwagens gesnapt’, aldus Maria. ‘Sindsdien is het aantal vangsten gedaald. Dat komt zeker door de boetes, maar ook door de stijgende kosten waartegen houthakkers aankijken.

‘Als wij een chauffeur betrappen, gaat die er soms gewoon van door zonder zijn truck.’

Als wij een chauffeur betrappen, gaat die er soms gewoon van door zonder zijn truck. Vandaar dat transporteurs niet meer willen verhuren aan louche boomhakkers’.

Mozambique was ooit bezaaid met een keur van hardhout, en Mecuburi staat nog altijd bekend om zijn iconische ebbenhout of pau preto.

Uit ebbenhout of andere soorten zoals het heerlijke geurende sandelhout vervaardigen Makonde-kunstenaars tot op vandaag hun welbekende Ujamaa-beelden (die een familie voorstellen) of shetani (geesten).

Brandlandbouw met rampzalige gevolgen

De ontbossing in Mozambique is echter veel omvangrijker dan de illegale houtkap in dit ene, zij het belangrijkste, bosreservaat.

Dagelijks zie je in de streek kinderen en volwassenen zeulen met takkenbossen op het hoofd. Alleen in de districtshoofdstad is er sinds 2013 elektriciteit en gasvuurtjes zijn nagenoeg onbestaande.

Dus slaan bewoners dagelijks hout in om hun kookvuurtje op te stoken of maken er ambachtelijke houtskool van. Omdat het hout uitgeput raakt, wandelen kinderen en vrouwen soms tot 5 à 10 kilometer per dag voor hun kookpotje.

Ook de ongecontroleerde bosbranden in de streek, de fameuze queimadas, vreten aan het bosbestand. Deze branden worden door boeren al dan niet gecontroleerd aangestoken, om op ratten te jagen of bosgrond rijp te maken voor akkerbouw.

Alles wordt dan platgebrand, behalve papaya-bomen of bomen die noten opleveren, zoals cashew. Ooit was die brandlandbouw nog duurzaam, maar met een bevolkingsdruk van ruim 20 inwoners per vierkante kilometer put hij de grond dermate uit dat teelten armer worden en erosie onafwendbaar is.

In het zog van Vasco, op terugweg uit het woud, zie ik her en der dunne bomen tot één à twee meter boven de grond afgehakt. Geknakte stammen liggen als stille getuigen ernaast. Hier heeft een bewoner van het reservaat -die zijn toegelaten in de bufferzone- overduidelijk een akker gepland.

Iets verderop houdt een boer Vasco staande en biedt ons een kalebas aan vol apennoten en vijf potige maniokwortels. We zoeken naar plaats in onze rugzakken en putten ons uit in dankbetuigingen. Geld wil hij niet en weigeren is geen optie.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur