Hoe boeren in een warmer klimaat?

‘Het Belgische klimaat was altijd de grootste troef van onze landbouw, maar dat voordeel verdwijnt’

CC0

'Ons gematigde en stabiele klimaat was lange tijd één van de voordelen om hier aan landbouw te doen.'

Het was alweer een kurkdroge zomer, net als — met uitzondering van de natte zomer van 2021 — de jaren voordien. Hoe kan onze landbouw zich aanpassen aan een steeds droger en warmer klimaat? Wetenschappers en innovatieve boeren zoeken naar nieuwe gewassen en technieken die hopelijk een antwoord kunnen bieden voor een onzekere toekomst.

Een veld in het Oost-Vlaamse Melle lijkt er op het eerste zicht één van dertien in een dozijn, maar dit veld is anders. Hier groeien geen suikerbieten, korrelmais, wintertarwe of aardappelen, die al sinds mensenheugenis de steunpilaren van onze lokale landbouw zijn. Hier groeien wel sojabonen, een gewas dat vooral in Noord- en Zuid-Amerika geteeld wordt.

Joke Pannecoucque trekt een peul van een nog groene plant. Ze onderzoekt voor ILVO, het Vlaams Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek, het potentieel van andere gewassen voor onze contreien. Dat zijn soja, kikkererwten en quinoa. Pannecoucque en haar collega's hopen dat deze gewassen het bij droogte beter zullen doen dan de gewassen die nu op onze velden groeien.

Ze rolt de boon tussen haar vingers. 'Deze is nog niet helemaal rond', merkt ze op. 'Als je sojabonen hoort rammelen in hun peul, weet je dat ze oogstklaar zijn.' Een perceel verderop staan sojaplanten waarvan de bladeren al een gele herfstkleur hebben. 'Soja moet al zijn bladeren verliezen voor je kan dorsen.'

ILVO ontwikkelde eiwitrijke sojabonen die in ons klimaat tijdig kunnen rijpen. Dat deed het door een grote verscheidenheid aan planten te onderzoeken en interessante soorten met elkaar te kruisen. Zo kwamen via een samenwerkingsverband met het Vlaams Instituut voor Biotechnologie al twee lokale varianten op de markt.

© Tom Peeters

ILVO ontwikkelde eiwitrijke sojabonen die in ons klimaat tijdig kunnen rijpen.

Meer droogte, minder opbrengst

Dit project, Spin-off Protealis, past binnen de strategie om de Vlaamse landbouw klimaatrobuuster te maken. De toekomst oogt droog, kurkdroog. Sinds 1975, en vooral sinds 2015, neemt de frequentie van droge jaren gestaag toe. 2018, 2019 en 2020 behoren tot de droogste in decennia, 2022 gaat dezelfde kant op.

De toekomst oogt droog, kurkdroog. Sinds 1975, en vooral sinds 2015, neemt de frequentie van droge jaren gestaag toe.

En het betert er niet op. Verwacht wordt dat een recorddroogte, zoals die nog niet zo lang geleden eens in de 90 jaar voorkwam, ons tegen het einde van deze eeuw elke de 5 tot 20 jaar te wachten staat. Doordat de periodes elkaar aan de lopende band opvolgen, accumuleert het watertekort snel, zoals een begroting die jaar na jaar niet sluitend is.

Vooral het verstedelijkte Vlaanderen is een risicopatiënt. Slechts drie OESO-landen scoren slechter op vlak van waterbeschikbaarheid. Zelfs het dorre zuiden van Spanje doet beter. Vlaanderen droogt op en dat danken we vooral aan onszelf. We asfalteren stadskernen, plaveien wegen, draineren natuurgebieden en trekken rivieren recht. Zelfs voortuintjes zijn niet veilig voor onze verhardingsdrift.

Het gevolg is dat telkens het regent, regenwater meteen wegvloeit. Het krijgt de kans niet om in de grond te sijpelen.

Dat zal niet meteen veranderen. De klimaatcrisis zorgt voor hogere gemiddelde temperaturen en meer waterdamp in de atmosfeer. Daardoor duurt het niet alleen langer eer het regent, maar gaan de sluizen bijwijlen wagenwijd open. De overstromingen die Wallonië in de zomer van 2021 troffen zijn daar een voorbeeld van.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Uit statistieken van het KMI blijkt dat het aantal dagen met hevige neerslag — meer dan 20 millimeter — significant stijgt. Onderzoekers van de universiteit van Princeton spreken over het “whiplasheffect”, lange droogtes gevolgd door extreme regen.

Maar landbouw kan niet zonder water. Als droogte lang aanhoudt is die nefast voor oogsten. Zo dreigt het ontspoorde klimaat de voedselvoorziening te verstoren. Niet alleen hier in Vlaanderen, maar over de hele wereld.

2021 was op dat vlak een slecht jaar. Er was de magerste haveroogst in de VS sinds de start van de metingen. In Brazilië valt al tien jaar lang te weinig regen, waardoor de teelt van koffie, suikerriet en appelsienen in het gedrang komt. Madagaskar, dat al jaren getroffen wordt door droogte, overleven mensen op een dieet van cactusbladeren.

Al voor de oorlog in Oekraïne uitbrak waren er al recordprijzen voor voedselprijzen. 'Extreem weer zal de landbouwketen blijvend verstoren', meent marktonderzoeksbureau Tridge, dat Nestlé en Unilever tot zijn klanten mag rekenen. 'Dat zorgt voor prijsschommelingen op lange termijn.'

Uit onderzoek in opdracht van NASA blijkt dat bij stijgende temperaturen en toenemende droogte kansen toenemen dat meerdere graanschuren tegelijk met mislukte oogsten te kampen krijgen.

Tegelijk slinkt het areaal aan geschikte landbouwgrond. De VN-Voedsel en Landbouworganisatie (FAO) schat dat tegen het einde van deze eeuw op 11% tot 18% van de Europese landbouwgronden niet meer geboerd zal kunnen worden. Het Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse continent dreigen 18% en 21% van hun landbouwgrond te verliezen.

De FAO schat dat tegen het einde van deze eeuw op 11% tot 18% van de Europese landbouwgronden niet meer geboerd zal kunnen worden.

Ook in Vlaanderen merkt ILVO steeds grotere opbrengstschommelingen. Het regende afgelopen jaren zo weinig dat de droogtes van 2017, 2018, 2019 en 2020 tot landbouwramp werden uitgeroepen. In 2018 kregen meer dan 11.000 boeren zo'n 150 miljoen euro aan compensaties uitbetaald, blijkt uit cijfers van het Vlaamse departement voor Landbouw en Visserij.

Eén hectare zorgde in 2016 nog voor 22 ton kuilmaïs, in 2017 was dat nog 17 ton. 'Het is een tendens die we bij alle gewassen zien, van wintergranen tot aardappels,' aldus Pannecoucque.

Niet alleen bij boeren, ook bij veehouders heerst onzekerheid. Want ook zij hebben gewassen nodig om hun dieren te kunnen voeden. Veel landbouwers kunnen niet meer werken zoals ze dat gewoon zijn. De seizoenen zijn grillig en onvoorspelbaar geworden.

'Ons gematigde en stabiele klimaat was lange tijd één van de voordelen om hier aan landbouw te doen', zegt Isabel Roldán-Ruiz, wetenschappelijk directeur van de onderzoeksgroep Plant bij ILVO. 'Dat voordeel verdwijnt. Jaar na jaar moeten we ons aanpassen.'

Dat maakt de uitdaging enorm. Nu moeten gewassen gekweekt worden voor omstandigheden die nog niet gekend zijn en in omstandigheden die enorm snel veranderen.

Droogteresistentie

Wetenschappers, landbouwers en beleidsmakers werken daarom hard aan het vinden van oplossingen. Het kan gaan om mitigatie: hoe lossen we een probleem, zoals een groot waterlek, op? Of het kan gaan om adaptatie: hoe past landbouw zich aan aan meer droogte? Of, tot slot, compensatie: kan landbouw broeikasgassen opnemen in plaats van uitstoten?

Regeneratieve landbouw kan de bodem helpen verbeteren. Duurzame teeltpraktijken en diversifiëring van teelten helpen het risico te spreiden. Druppelsgewijs irrigeren kan water helpen besparen. Of we kunnen minder voedsel verspillen en onze eetgewoonten herzien. We kunnen aan agroforestry doen, zeewier telen of verticale boerderijtorens neerpoten. Eén mirakeloplossing zal niet volstaan. Het zal een combinatie moeten zijn van al het voorgaande.

Klimaatrobuuste gewassen, planten die beter tegen droogte kunnen, zullen belangrijk zijn. Dat kunnen zowel droogtetolerante varianten zijn van gewassen die we al kennen, als gewassen die normaal in warmere streken groeien, zoals de sojabonen in Melle.

Het gaat om gewassen die zuinig omgaan met water en niet alleen makkelijker om kunnen met droogte, maar ook een extra buffer creëren tegen de toekomstige klimaatverandering. Als ons het telen van ons voedsel minder water vraagt, scheelt dat een slok op de borrel.

Sommige planten blijken beter bestand tegen watertekort. Planten nemen water op via wortels, dat nadien verdampt via hun huidmondjes. Op die manier koelen ze hun bladeren af en beschermen ze, onder meer, het proces van fotosynthese tegen oververhitting. Planten die beter bestand zijn tegen hitte en watertekort blijken die huidmondjes tijdelijk af te sluiten en krullen hun bladeren op om zonnestralen te reflecteren.

Eén van de strategieën om andere gewassen toleranter te maken voor hitte en watertekort is dat op andere gewassen over te brengen. Daarom tracht het ILVO via veredeling (zie kadertekst) landbouwgewassen resistenter te maken tegen droogte, bijvoorbeeld met de sojateelt in Melle.

Wat is veredeling?

Simpelweg houdt het in dat de mens planten aanpast aan zijn eisen. Het kan gaan om het simpelweg selecteren van de beste zaden. Nadat Gregor Mendel in de 19de eeuw ontdekte dat erwten kenmerken doorgeven aan volgende generaties, ontstonden technieken om soorten te kruisen. Op die manier worden eigenschappen van twee ouderplanten verenigd in één nakomeling.

Veredeling kan met meerdere doelen voor ogen gebeuren: van het verhogen van de opbrengst, over het verbeteren van de voedingswaarde, over smaak optimaliseren en ziekteresistentie bewerkstelligen, tot het aanpassen aan veranderende klimaatomstandigheden, zoals droogte.

Veredelaars onderzoeken eerst een gigantische diversiteit, vaak tot 10.000 soorten, varianten en gewassen. Met droogtekappen, een soort van serre die de kwekers over planten schuiven, simuleren periodes zonder regen. 'Dan kijken we hoe die plant reageert op droogte en kunnen we planten selecteren', zegt Roldán-Ruiz.

'Een gewas dat het beter doet bij weinig regen is niet meteen welkom als het ook minder productief is.'

Bij de meeste gewassen duurt het tien jaar vooraleer een geschikte variant opduikt. Dat wil zeggen dat onderzoekers moeten inschatten wat landbouw binnen een decennium nodig zal hebben. Het is een constante zoektocht naar nieuwe, beter aangepaste plantensoorten.

Maar droogtetolerantie gaat vaak gepaard met een lagere productiviteit van een plant. Daarom is een gewas dat het beter doet bij weinig regen niet meteen welkom als het ook minder productief is. 'Aan zo'n plant hebben we weinig', aldus Roldán-Ruiz.

Groen gras

In een ander langlopend project kijkt het ILVO naar voedergrassen voor koeien. Het veelgebruikte, vlot verteerbare Engelse raaigras wordt vergeleken met nieuwe varianten van rietzwenkgras dat door een groter wortelstelsel beter gedijt bij droogte. '2021 was een schitterend grasjaar', zegt Nico Peiren die ons langs een proefveld van graszoden gidst. 'Maar in droge jaren overtreft rietzwenkgras de andere grassen.'

Peiren is onderzoeker bij de onderzoeksgroep Dier van het ILVO. Behalve de grassen onderzoekt hij ook hoe koeien reageren op andere varianten. Het gras moet voedzaam zijn, voor voldoende melkproductie en gewichtstoename zorgen en idealiter ook lekker smaken.

Maar zo zegt Peiren, als koeien kunnen kiezen, halen ze hun neus op voor rietzwenkgras. 'Dat merkten we toen we een groep koeien het gras voorschotelden. Ze keken maar al te graag naar wat de pot bij hun buren schafte.' Het gras bleek groener aan de andere kant.

© Tom Peeters

Nico Peiren onderzoekt voor ILVO welke grastypes beter bestand zijn tegen de droogte, maar ook voldoende voedzaam zijn voor onze koeien.

Het doel van de onderzoeksgroep is mengsels bekomen die onder alle klimaatomstandigheden goed presteren. 'Het gaat niet alleen om droogte', verduidelijkt Peiren. 'Het gaat om een veranderend klimaat. Bij het begin van een seizoen weet een landbouwer nooit wat zal volgen. Daarom is diversifiëren bijna een noodzaak.'

'Bij het begin van een seizoen weet een landbouwer nooit wat zal volgen. Daarom is diversifiëren bijna een noodzaak.'

De juiste mengelingen voor veevoeder samenstellen is niet eenvoudig. Een zekere uniformiteit is nodig, zegt Peiren. 'Omdat de kleinste afwijking in het voedingspatroon de melkproductie fel kan doen dalen. Dertig jaar geleden zagen we dat veel minder.'

Verderop toont Peiren twee rietzwenkgraspercelen en twee percelen met Engels raaigras. Hier wordt niet alleen onderzocht hoe de koeien omgaan met de grastypes, maar ook hoeveel methaan ze vervolgens uitstoten.

Quinoa en kikkererwten

Ook in de Westhoek zijn vernieuwende landbouwers te vinden. Hans Gheldof en Leen Vanoverbeke uit Gijverinkhove telen hier sinds 2015 quinoa, een gewas dat in z’n regio van oorsprong, het Zuid-Amerikaanse Andesgebergte, groeit op gortdroge, schrale gronden. De West-Vlaamse zandleem behoort niet tot die categorie. 'Maar we zagen al snel potentieel voor de toekomst', verklaart Vanoverbeke.

© Hans Gheldof en Leen Vanoverbeke

Belgische quinoa is, zelfs zonder certificaat, per definitie bio. 'Puurder kan het niet.'

Omdat ze zelf pioniers zijn, kunnen ze niet steunen op een handleiding. Het is daarom een leerproces voor hen geweest, met vallen en opstaan.

Ze gebruiken bijvoorbeeld geen chemische onkruidbestrijding. 'Dat is de grootste uitdaging', bevestigt Gheldof. 'De rijen quinoa staan dicht op elkaar, dus moet je erg precies schoffelen. De plant lijkt bovendien op ganzenvoet, een veelvoorkomend onkruid. Tot 30 centimeter zie je het verschil amper, daarna is het te laat.'

Maar Gheldof ziet het als een voordeel: Belgische quinoa is, zelfs zonder certificaat, per definitie bio. 'Puurder kan het niet', zegt hij. 'Bij ons staat het geregeld op tafel', vult Vanoverbeke aan. Ook de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie (FAO) prijst de voedingswaarde van quinoa aan.

En er is het aanpassingsvermogen aan verschillende klimaattype. Is een import van gewassen uit zuidelijkere streken dan geen eenvoudige oplossing? Helaas niet.

Om het gebrek aan water te kunnen weerstaan, gebruiken de gewassen energie, en dat is energie die ze niet in hun zaden of vruchten steken. Dat maakt de opbrengst van de gewassen verhoudingsgewijs lager dan bijvoorbeeld voor tarwe. Die oogst schommelt bovendien sterk. In Gijverinkhove gaat het om een verschil van 700 tot 2500 kilogram per hectare per jaar.

'Voor onze klimaatomstandigheden moet quinoa nog verder veredeld worden', zegt Pannecoucque. Granen, aardappels en bieten worden hier al eeuwenlang geteeld en pasten zich al aan aan het gematigde klimaat. Ook het meer recenter geïntroduceerde maïs kreeg daartoe al de tijd.

Ook andere, exotische gewassen hebben tijd nodig om zich aan te passen. Sorghum bijvoorbeeld, een droogtetolerant voedergewas uit Afrika, is gevoelig voor ons koud voorjaar. Soja, dat al in meerdere klimaatzones geteeld wordt, staat op dat vlak verder.

© Tom Peeters

Sorghum is een droogtetolerant voedergewas uit Afrika. Het is gevoelig voor ons koud voorjaar.

Thomas Truyen kent die realiteit. Hij is marketing- en communicatiemanager bij zaadbedrijf Limagrain, maar zet in zijn vrije tijd de boerenstiel van zijn familie verder in de Vlaamse Ardennen. In Zwalm zaait hij als eerste in België kikkererwten, wat hem net als Gheldof en Vanoverbeke pionier maakt met zin voor experiment.

'Peulvruchten hebben geen kunstmest nodig, maar halen zelf stikstof uit de lucht, laten een goede bodemstructuur na en zijn prima voor de biodiversiteit.'

Zijn interesse ontstond toen Limagrain 7 jaar geleden winterveldbonen lanceerde op de Belgische markt. Voor Truyens zijn peulvruchten buitengewoon interessante gewassen. 'Ze hebben geen kunstmest nodig, maar halen zelf stikstof uit de lucht, laten een goede bodemstructuur na en zijn prima voor de biodiversiteit.'

© Thomas Truyen

De kikkererwtenoogst in 2020 was uitstekend, maar in 2021 was er niets.

Met meer mensen die voor veganistische of vegetarische eetgewoonten kiezen, is er meer vraag naar plantaardige eiwitten. Zo verdubbelt de consumptie van kikkererwten elk jaar. Alleen, zo zegt Truyen gefrustreerd, zijn het net mensen die begaan zijn met de natuur en graag lokaal consumeren die hun kikkererwten uit India of Marokko moeten kopen. 'Hoe lokaler we kunnen telen, hoe beter.'

Door het veranderende klimaat kan dat. Truyen merkte dat de kikkererwtenteelt in Frankrijk steeds meer van Zuid-Frankrijk naar Parijs opschoof. In maart 2020 zaaide hij zijn eerste kikkererwten. Met succes: de opbrengst op de rijke Vlaamse bodem overtrof die van het zuiden.

'En mijn lokale kikkererwten smaken ook beter', zegt hij trots. 'Koks uit het Midden-Oosten prezen ze als beter dan de kikkererwten uit hun regio.'

Maar een jaar later, in 2021, liep het anders. Iedere keer de plant in bloei kwam, maakte een koude dag de bloemen kapot. Vorig jaar kon hij niet oogsten. 'Als het klimaat stabiel verandert, naar een droog en warm klimaat, dan zou een aanpassing niet moeilijk zijn. Dan zaai je wat er in het zuiden groeit. Maar het verhaal is veel complexer.'

Dit artikel werd gerealiseerd met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek.

Dit artikel werd ook gepubliceerd bij Eos Wetenschap.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3249   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift