Gewild van het Louvre tot de Taj Mahal

Het laatste van de Belgische marmers

© Raf Custers

Buiten aan de groeve liggen blokken van zwart marmer te wachten op transport

Regen plenst over de heuvels, het hele eind van Gembloers tot Golzinne. Pijpenstelen regent het, maar de mensen van het land zullen blij zijn, na de droogte van de zomer. Ik fiets naar de allerlaatste ondergrondse mijn van België. Iedereen denkt dan spontaan aan steenkool. Maar uit deze winning halen ze een zwart gesteente, waarmee raja's, sjeiks en Amerikanen hun paleizen decoreren. Uniek gesteente, omdat het op geen andere plaats op de aardbol te vinden is.

De Ronde van de Belgische mijnen

Raf Custers sprong de fiets op voor een excursie naar de Belgische ontginningsindustrie. Hij groef verder naar Kempisch zand, ambachtelijke bakstenen, een nieuwe zinkmijn, kalkreuzen en vooral: de conflicten tussen mens, milieu en economie.

Alle afleveringen van dit dossier vind je hier. 

Hier winnen ze zwart marmer, het zwart marmer van Mazy, dat van alle zwarte marmers de fijnste korrels heeft. Experts identificeren marmers aan de hand van de fossielen die ze erin zien, zoals de “rattenstaart” of de syringopora (het orgelpijpkoraal). Zo maken ze ook uit welke marmers Belgisch en niet-Belgisch zijn. Maar in het zwart marmer van Mazy zie je geen afdrukken van fossielen en het is zo egaal van kleur dat je het voor een synthetisch product zou houden.

Francis Kezirian, geoloog en grote baas van deze uitbating, vertelt dat Chinese kapers het zwart marmer probeerden na te maken. Ze overspoelden er zelfs de Belgische markt mee, aanvankelijk met succes, onder de merknaam New Belgian Black, omdat hun “zwart marmer” maar een derde kostte van het marmer van Golzinne. Tot de dealers klachten kregen, want de verf liet los: het exclusieve Chinese marmer was met autolak zwart gespoten. Drie jaar later herstelt de firma Merbes-Sprimont zich nog van de schok. Maar de wraak was zoet. Kezirian heeft op de grote dealers ingepraat. En hij won er klanten bij, tot in China.

© Raf Custers

Francis Kezirian (links) bij een plan van de ondergrondse groeve

Merbes-Sprimont is eigendom van de familie Kezirian, die ook het Franse moederbedrijf Marbrek controleert, net als een ander filiaal in Portugal. Toen de firma zowat een eeuw geleden in de sector verscheen, was er nog veel Belgische concurrentie. Wij mondialiseerden snel, aldus Francis Kezirian, en lang voor er van mondialisering sprake was. Nu is dit een bescheiden KMO. Maar wel de enige Belgische marmerproducent die overblijft.

Ik hoorde voor het eerste over deze mijn van Marleen De Ceukelaire, experte in het Instituut voor Natuurwetenschappen in Brussel. Zij toonde mij de collectie met tientallen soorten Belgische marmers, die daar wordt bewaard. Van alle marmers die ooit in België zijn voortgebracht, hebben ze stalen in het instituut. Een indrukwekkende collectie, die illustreert hoe deze industrie ooit floreerde.

Tussen 1850 en 1915 werd er volgens De Ceukelaire in België op 175 plaatsen marmer gewonnen. De sector beleefde zijn piek met de Wereldtentoonstelling van 1897 in Brussel toen in het Jubelpark zelfs een paleis integraal aan de Belgische marmerindustrie was gewijd.

© Raf Custers

Conservator Marleen De Ceukelaire bij de Belgische marmers van het Instituut van Natuurwetenschappen

Tot in Sacramento

Kezirian is net terug uit Verona in Italië waar de grootste marmerbeurs ter wereld plaatsvindt. Hij wil zo'n rendez-vous met potentiële klanten niet missen. Naast honderden andere types van marmer steekt het zwart marmer van Golzinne af door zijn prijs: het is duur. Maar Kezirian verkoopt met zijn orderboek bij de hand. En zijn referenties spreken voor zich, van het Louvre tot de Taj Mahal. Nu wordt onder meer het capitool van Sacramento, de hoofdstad van California, opnieuw volgens een dambordpatroon bevloerd. Ook met het originele Belgische zwarte marmer.

Hier, in de velden van Gembloers, zijn we ver van de marketing en de business bubbels. Wie niet weet dat hier een ondergrondse exploitatie zit, die rijdt er zo voorbij. Op de hoek van de Rue de la Fausse Cave (“De oude kelderstraat”) staat een oud bakstenen huis met daarnaast een stalen schachtbok waarlangs nog sporadisch materiaal in of uit de mijn wordt gehesen, en het geraamte van een laadbrug. Merbes-Sprimont wil investeren maar mag voorlopig niet. Dit perceel is volgens Francis Kezirian door een administratieve speling van het lot in een zone gesukkeld die als natuurgebied is ingekleurd. En om hier zelfs maar een steen te verleggen, is een regularisatie nodig. Die laat op zich wachten.

© Raf Custers

In de velden bij Golzinne verraadt niets dat er ondergronds marmer wordt geproduceerd

Langs de schacht gaat sporadisch enkel nog materiaal naar de ondergrond. De mijnwerkers gebruiken haar al lang niet meer. Zij gaan te voet of met een tractor de mijn in. De ingang ligt 300 meter van het huis, in een oude steengroeve. Daar dalen we door een gat in de rotswand af in de mijn. Hier rijden ook bulldozers naar binnen. Het pad glibbert van het regenwater en het helt scherp, onder 30 procent, want zo helt ook de metersdikke ader met marmer. Er zijn vandaag maar drie mannen aan het werk. Ze verankeren het plafond.

Waar het regenwater in het laagste punt van de mijn samenstroomt, daar wil Merbes-Sprimont de reserves aansnijden. Ze gebruiken al een tijd geen springstof meer om de rots te doen kraken. De blokken worden in lagen uitgezaagd, met grote kettingzagen met tanden van diamant. Maar om de zoveel meter blijven de pijlers staan die het dak moeten onderstutten. De mijn zit niet diep onder het oppervlak, niet meer dan 15 meter, schat ik van onder de schacht.

© Raf Custers

Om de zoveel meter staan pillaren om het plafond te stutten

Elke maand gaan hier twee trucks met ruw marmer weg, niet meer. Ongeveer in blokken van een kubieke meter gesneden. In totaal produceert Golzinne ongeveer 250m3 of 800 ton per jaar. Hoge kosten voor het onderhoud bij een matige productie drijven de prijs van dit zwart marmer op.

Vlakbij de schacht pompt de Waalse watermaatschappij water op dat via de mijnschacht naar de oppervlakte gaat. Volgens Kezirian is het zo goed als drinkbaar en dient het om bijna 9000 gezinnen in de omgeving te bevoorraden. Merbes-Sprimont gebruikt in de ondergrond geen chemicaliën, de relaties met het waterbedrijf zijn goed, ook dat zou moeten helpen om vergunningen te krijgen zodat de laatste ondergrondse mijn van België kan moderniseren.

© Raf Custers

Merbes-Sprimont wacht op vergunningen om installaties te vernieuwen

Zelf fietsen van Gembloers naar Golzinne?

© Raf Custers

De fietstocht heen en terug was 16 kilometer lang. Heen ging het over de openbare weg en terug door de velden en de (private!) bossen langs heuse landgoederen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver, journalist en onderzoeker

    Raf Custers is onderzoeker bij Gresea (Groupe de Recherche pour une Stratégie Economique Alternative). In 2013 publiceerde hij het boek Grondstoffenjagers.