De stille oorlog in Tigray (deel 2): ‘Honger en boerenbedrog’

‘Het land is dood’: waarom opnieuw hongersnood dreigt voor miljoenen Ethiopiërs

© Pauline Niks

Ook in de eerste jaarhelft van 2024 zullen grote delen van Tigray zich bevinden in fase 4, de op één na zwaarste code van voedselonzekerheid.

Het lijkt helaas amper nieuws: een nieuwe hongersnood dreigt in Ethiopië. Voor sommige Ethiopiërs zou dat al de vierde in één mensenleven worden. En meer nog dan droogte spelen politieke factoren, zoals de recente Tigray-oorlog, daarbij een rol. MO* ging ter plaatse uitzoeken wat dat voor de bevolking betekent.

In november 2022 bereikten de Ethiopische regering en deelstaat Tigray een akkoord: ze zouden de oorlog, die al twee jaar duurde, een halt toeroepen. Maar hoe kwetsbaar is die vrede? En wat betekent het akkoord voor de bevolking?

MO* zocht het ter plaatse uit. Dit is deel 2: ‘Honger en boerenbedrog’.

De regen viel dit jaar vroeg in Tigray, in het noorden van Ethiopië, en vertrok weer snel. De wolken kwamen en gingen, en ten slotte bleven ze helemaal weg.

Tesfay* (71) zit gehurkt op de grond en kijkt bezorgd naar de blauwe hemel. Hij snuift de warme lucht op en begint te woelen in de rulle aarde. Al zijn hele leven is hij landbouwer. Zijn hals en rug doen pijn, maar hij heeft geen andere keuze dan op het land te blijven werken. ‘Ik heb zeven monden te voeden’, zegt hij. ‘Iedereen heeft honger.’

In het felle middaglicht lijkt zijn akker een eindeloos verschroeid oppervlak. Wanneer hij erin wroet met zijn stok, stijgt een gloeiende stofwolk op. Geduldig pikt hij de laatste graankorrels van de grond.

‘Normaal gezien oogst ik zo’n 200 kilogram tarwe op deze akker’, vertelt Tesfay. ‘Dit jaar is dat, in het beste geval, 40 kilo. Daarmee komt mijn gezin welgeteld twee maanden rond. Ik zie geen andere optie dan een stuk vee verkopen, anders sterven we van de honger.’

© Famine Early Warning System

Ook in de eerste jaarhelft van 2024 zullen grote delen van Tigray zich bevinden in fase 4, de op één na zwaarste code van voedselonzekerheid.

Tesfay werd geboren nabij Wukro, een stad in het oosten van Tigray. De hele Ethiopische deelstaat is bijna twee keer zo groot als België. Er wonen zo’n 5,7 miljoen mensen, van wie ongeveer 80% leeft van de landbouw.

Twee jaar lang was Tigray het toneel van een ongemeen harde oorlog, die het leven kostte aan honderdduizenden mensen. Schouder aan schouder met troepen uit Eritrea en de regio Amhara, vocht het Ethiopische leger tegen de Tigrese strijdkrachten, de Tigray Defence Forces (TDF).

Een vredesakkoord maakte op 2 november 2022 een einde aan de vijandelijkheden. Maar Tigray bleef verweesd en berooid achter. Door de gevolgen van de oorlog en de aanhoudende droogte dreigt de hongersnood voor 4,5 miljoen Tigreeërs, zo schatten Tigrese instanties.

Het internationale monitoringssysteem voor voedsel IPC verwacht dat in de eerste jaarhelft van 2024 grote delen van Tigray zich in fase 4 zullen bevinden. Dat is de op een na zwaarste code van voedselonzekerheid, vóór er sprake is van hongersnood (fase 5). In fase 4 is er sprake van acute ondervoeding en oversterfte en moeten mensen teruggrijpen op noodstrategieën om voedseltekorten op te vangen.

In de maanden november en december zouden volgens de Tigrese autoriteiten al 816 mensen zijn gestorven door honger. Zeker 141.000 hectare landbouwgrond in het zuiden en oosten van Tigray is getroffen door ernstige droogte. Daardoor kwam de levensbelangrijke oogst van november-december 2023 in gevaar.

© Pauline Niks

Een boer nabij Wukro overziet zijn veld. In de maanden november en december zouden volgens de Tigrese autoriteiten al 816 mensen zijn gestorven door honger.

Plattelandseconomie

Landbouw in Tigray was, net als op veel andere plaatsen in de wereld, altijd al afhankelijk van regen. Ook in Tesfays jeugd konden de droogtes lelijk huishouden. Als het regenseizoen uitbleef, wilden graansoorten als gerst, tarwe of teff niet groeien en bleven de akkers leeg.

Bovendien is de regio door de jaren heen steeds dichterbevolkt geraakt. Om nieuwe landbouwgrond aan te boren, werden massaal bomen gekapt. Daardoor raakten de bodem en de watervoorraden uitgeput. Het land was moe, de oogsten bleven uit.

Los van de acute honger tijdens de jongste oorlog, heeft Tesfay in zijn leven zeker drie hongersnoden meegemaakt. Een eerste in 1958, die het leven kostte aan meer dan 100.000 Tigreeërs. Een tweede in de jaren ‘70, toen keizer Haile Selassie zich tegoed deed aan copieuze maaltijden terwijl buiten de paleismuren iedereen crepeerde.

En ten slotte de allergrootste: de hongersnood van 1984-’85. Zeker 400.000 Ethiopiërs (de Verenigde Naties beweren meer dan het dubbele) stierven toen door honger, ongeveer de helft van hen in Tigray.

‘Door de oorlog zijn we alles kwijt, zelfs het land is dood.’

Telkens was de droogte maar een deel van het verhaal, en tijdens de honger van 2021 en 2022 was ze dat zelfs helemaal niet. Het massale sterven was immers net zozeer mensenwerk.

In de jaren ’80 gooiden de troepen van de marxistische dictator Mengistu Haile Mariam bewust scholen, markten en akkers plat om rebellengroepen zoals het Tigray People’s Liberation Front (TPLF) neer te slaan. Zogezegd om overbevolking tegen te gaan, werden ontelbare boeren hardhandig hervestigd in nieuwe dorpen elders in het land. Met alle gevolgen en conflicten van dien.

In 1991 bracht een coalitie geleid door het TPLF het bewind van Mengistu ten val en nestelde ze zich vervolgens in de nationale cockpit. Anders dan hun voorgangers begrepen de nieuwe machthebbers hoe de plattelandseconomie in elkaar zit. Ze beschermden boerengemeenschappen tegen “shifta” (bandieten) en verdeelden het land onder de bevolking.

Met herbebossingsprojecten en allerhande programma’s om water op te vangen, probeerden ze ook bodemerosie tegen te gaan. Met succes. In Tigray althans, want andere delen van het land kregen minder zorg. Daar zou de honger nog verschillende keren oplaaien.

Ook Tesfay maakte voor de irrigatie van zijn groentetuin jarenlang gebruik van een gemeenschappelijke waterput. Vandaag is die put een zanderige kuil in het kale landschap. ‘Mijn plantjes zijn helemaal verpieterd’, zucht hij.

Toch is het gebrek aan water niet de enige boosdoener. ‘Dit jaar kon ik maar 25 kilogram kunstmest krijgen. Dat is minder dan de helft van wat ik vroeger kreeg. Wat kan ik daarmee aanvangen? Door de oorlog zijn we alles kwijt, zelfs het land is dood.’

‘Zelfs het vee werd geplunderd’

Tesfay was in het voorjaar van 2021 op zijn veld aan het werk toen Eritrese soldaten naar zijn dorp kwamen. ‘Ik had het geluk dat ik tijdens de oorlog kon blijven ploegen, zodat we toch nog iets te eten hadden’, vertelt hij. ‘Toen de soldaten mijn huis binnendrongen, doorzochten ze alles. Maar behalve wat hout namen ze niets mee.’

‘Andere boeren uit de omgeving waren minder fortuinlijk’, vervolgt hij. ‘Ze moesten een deel van hun oogst en hun werkmateriaal afstaan. Wie weigerde, bekocht dat meestal met zijn leven.’

Een ambtenaar van het departement Landbouw in Tigray die liever anoniem blijft, vertelt dat akkers, boerderijen en gezondheidsinstellingen tijdens de oorlog massaal zijn geplunderd of vernield.

‘Meer dan één miljoen mensen in Tigray leeft nog steeds in kampen voor intern ontheemden.’

En er is geen geld om alles te herstellen. ‘Voor de oorlog ontving ons departement een ruim budget van de federale regering. Dat was voldoende om de landbouw in Tigray te ondersteunen. Dit jaar kregen we ongeveer de helft van het geld. Dus de meeste van onze activiteiten hebben we uit noodzaak opgeschort, vaak ook omdat de infrastructuur niet meer bestaat.’

Hij geeft een voorbeeld: ‘Bijna elke gemeente in Tigray had een opleidingscentrum waar experts zoals ik voorlichting gaven aan boeren. De centra waren volledig gemeubileerd en hadden landbouwpercelen om nieuwe of verbeterde technologieën uit te testen.’

‘Dat leverde mooie resultaten op. Een kwart van de centra had dieren, zodat ook met veeteelt kon worden geëxperimenteerd. Veel van deze gebouwen zijn met de grond gelijk gemaakt. Zelfs het vee werd geplunderd of gedood.’

© Pauline Niks

Boeren aan het werk nabij Wukro, in het oosten van de Ethiopische deelstaat Tigray.

De TPLF-coalitie, die in de jaren ’90 aan de macht kwam, begreep goed hoe de plattelandseconomie in elkaar zit. Ze beschermden boeren en verdeelden het land onder de bevolking.

© Pauline Niks

Boeren aan het werk nabij Wukro: ‘Door de oorlog zijn we alles kwijt, zelfs het land is dood.’

Een oplossing voor betwiste regio

Heeft het vredesakkoord beterschap gebracht? ‘Het heeft de wapens in grote delen van Tigray doen zwijgen’, knikt de ambtenaar. ‘Maar het is nog niet volledig geïmplementeerd. Volgens het akkoord moet er een constitutionele oplossing komen voor Westelijk Tigray.’ Dat omstreden gebied behoort officieel tot Tigray, maar het wordt ook geclaimd door de Amharen.

Ethiopisch premier Abiy Ahmed stond toe dat Amhaarse milities het gebied annexeerden in ruil voor hun steun aan de oorlog. Het vredesakkoord bepaalt dat deze milities het veld moeten ruimen. Maar dat is niet gebeurd. In delen van het westen en zuiden van Tigray zijn ze nog steeds niet vertrokken, waardoor mensen niet naar hun huizen kunnen terugkeren.

‘Wat kan ik doen? Ik ben te oud, ik kan nergens heen.’

‘Als we deze regio voorgoed zouden kwijtspelen, zou dat een enorme impact hebben’, zegt de ambtenaar. ‘Niet alleen omdat het zeer vruchtbaar landbouwgebied is met een enorm economisch potentieel. Maar ook omdat het een regio is waaruit veel mensen zijn gevlucht.’

‘Meer dan één miljoen mensen in Tigray leeft in kampen voor intern ontheemden, waar er een ernstig gebrek is aan basisvoorzieningen zoals voedsel, schoon water en gezondheidszorg. Maar niemand lijkt erom te malen.’

Na het vredesakkoord kwam humanitaire hulp van VN-organisaties en westerse regeringen mondjesmaat op gang. Maar nadat hulpverleners hadden ontdekt dat voedselhulp werd omgeleid door corrupte Ethiopische en Tigrese ambtenaren werd ze maandenlang opgeschort. Door die beslissing zijn tussen april en augustus vorig jaar zeker 1400 mensen gestorven, zo vertelde een overheidsbron in augustus nog aan de BBC.

De hulp wordt intussen hervat, maar het gaat te traag en het is te weinig. Volgens de interim-regering in Tigray is het net genoeg om 20% van de nood te lenigen.

‘Ik heb in drie jaar tijd niks van hulp ontvangen’, zegt Tesfay. Hij kijkt naar zijn akker, haalt zijn schouders op en mompelt dan: ‘Wat kan ik doen? Ik ben te oud, ik kan nergens heen.’

© Pauline Niks

Boer in Dengelat.

© Pauline Niks

Tigray is bijna twee keer zo groot als België. Ongeveer 80% van de 5,7 miljoen inwoners van de deelstaat leeft er van de landbouw.

Waar moet het geld naartoe?

Volgens de Ethiopische regering is er 20 miljard dollar nodig om Tigray herop te bouwen. Maar door de coronapandemie en twee jaar burgeroorlog hangt de economie in de touwen. Ethiopië, dat nochtans lange tijd werd geroemd als een Afrikaanse tijger, heeft moeite om zijn schulden af te betalen. De inflatie schommelt rond de 30% en de prijzen van voedsel en brandstof rijzen de pan uit. 

‘Voor de oorlog betaalde ik 25 à 30 birr (ongeveer 0,50 dollar, red.) voor een liter benzine’, vertelt een tuktukchauffeur in Mekelle, de hoofdstad van Tigray. ‘Vandaag is dat 75 birr (1,30 dollar) aan de pomp en 100 birr (1,70 dollar) op de zwarte markt, als de benzinestations door hun voorraden heen zijn. Door de prijsverhoging kan ik geen eten meer op tafel zetten voor mijn vrouw en kinderen.’ 

Verjaardagsfeest en paleizencomplex

In 1973, tijdens een periode van hongersnood, werd Haile Selassie ervan beschuldigd zo’n 35 miljoen dollar te hebben uitgegeven om zijn tachtigste verjaardag te vieren. In 1984 zou Mengistu Haile Mariam tussen de 100 en 200 miljoen dollar hebben neergeteld om de tiende verjaardag van zijn bewind te vieren, terwijl in grote delen van het land mensen vochten om elke korrel graan. 

Volgens de Tigrese interim-regering staat Tigray op de rand van een humanitaire noodsituatie die doet denken aan de catastrofale hongersnood van 1984-’85. En Tigray is niet de enige regio. Ook in Somali, Oromia, Amhara en Afar kampen mensen met een tekort aan voedsel.  

Maar terwijl de Ethiopiërs op hun honger blijven zitten, plant premier Abiy Ahmed een monumentaal paleizencomplex met een waterval en verschillende luxevilla’s. De kostprijs daarvan is vooralsnog geheim, maar volgens de gezaghebbende website Africa Confidential doen cijfers boven de 15 miljard dollar de ronde.

© Pauline Niks

Weinig laat vermoeden dat op deze plek in Dengelat eind 2020 een gruwelijke slachtpartij plaatsvond.

© Pauline Niks

Links en rechts: de Sint-Mariakerk in Dengelat. Midden: de monnik die getuige was van het bloedbad.

Ontsnapt aan een bloedbad

Vijftig kilometer ten noorden van Wukro, in de schaduw van de Sint-Mariakerk in Dengelat, zit Hagos* (30) op een stenen muurtje uit te blazen. Hij heeft net het laatste stro in grote balen verzameld. Zijn werk zit erop voor de dag.

‘De gewassen zijn niet volgroeid’, zegt hij. ‘Dit jaar hebben we maar 50 kilogram kunstmest kunnen kopen, voor de oorlog kregen we nog het drievoudige. De impact kun je zien’, zegt hij terwijl hij naar zijn veld wijst. ‘De opbrengst is kleiner en het stro is dunner.’

‘Dáár zijn zeker 56 mensen afgeslacht. Zes van de slachtoffers waren familie van mijn vrouw.’

Zijn gezin had aanvankelijk vijf dieren. Daarvan blijft nog maar één os over, vertelt Hagos: ‘Door de droogte hebben we bijna alles verkocht. We moesten overleven. Mijn vader is van plan om nog een os te kopen met de opbrengst van onze oogst, want met één dier kun je niet ploegen. Maar we kunnen amper zelf overleven. Ik verwachtte dat het vredesakkoord beterschap zou brengen, maar tot dusver hebben we niks van hulp ontvangen.’

Sinds zijn negentiende heeft Hagos zeker vijf pogingen ondernomen om naar Saudi-Arabië te vluchten, op zoek naar een beter leven. Telkens werd hij ergens onderweg tegengehouden.

Ook tijdens de recente oorlog waagde hij zijn kans, maar opnieuw werd hij opgepakt. Hij belandde in een gevangenis in de aangrenzende regio Afar. Toch kon hij toen niet bevroeden dat dat uiteindelijk zijn redding zou worden.

© Pauline Niks

Monnik van de Sint-Mariakerk in Dengelat.

Eind november 2020, toen Hagos vastzat in de gevangenis, hadden tientallen pelgrims zich verzameld in de Sint-Mariakerk om het orthodoxe festival Tsion Maryam te vieren. Toen de feestgangers van een ceremonie in de kerk terugkwamen, openden Eritrese soldaten het vuur. Ze hadden in de buurt een kamp hadden opgezet en waren op zoek naar Tigrese strijders.

‘In paniek klauterden mensen over rotspaden de heuvel op’, herinnert de monnik van de Sint-Mariakerk zich. Hij maakte de slachtpartij van dichtbij mee. ‘Mensen hielden zich dagenlang schuil in het struikgewas of probeerden naburige dorpen te bereiken. Niemand durfde naar beneden te komen, uit schrik om gedood te worden. Door wortels en stengels van eetbare wilde planten te eten, wisten we te overleven.’

Anderen hadden minder geluk en werden gegrepen door de soldaten. ‘Dáár zijn zeker 56 mensen afgeslacht’, zegt Hagos en wijst naar een open veld. Hoeveel mensen in totaal zijn gestorven, is onduidelijk.

‘Zes van de slachtoffers waren familie van mijn vrouw. Mijn moeder en mijn zus werden ook opgepakt. Ze hadden geluk, een soldaat liet hen uiteindelijk weer gaan. Mijn zus heeft zich nu bij de Tigrese strijdkrachten aangesloten. Ik heb geen idee waar ze is.’

Hagos werkte voor de oorlog als kleinhandelaar in de naburige stad Adigrat. Het was nooit zijn droom om boer te worden, zegt de jonge man: ‘Dit veld is van mijn ouders. Ik keerde terug omdat ik hen wilde helpen. De Eritrese soldaten namen tijdens de aanval ook mijn vader onder handen en lieten hem voor dood achter. Hij overleefde het, godzijdank. Maar hij heeft een handicap en kan niet meer werken.’

Of hij soms nog droomt van een leven elders? ‘Natuurlijk. Maar die droom is opgeborgen. We waren thuis met zijn achten. Mijn zus en broers zijn mee gaan vechten met de Tigrese strijdkrachten, een van hen is tijdens de oorlog gesneuveld. Als de anderen ooit weer naar huis komen, kan ik opnieuw aan de slag in de handel. Maar voorlopig blijf ik hier, er is niemand anders om mijn ouders te helpen.’

*Tesfay en Hagos zijn schuilnamen, hun echte namen zijn bekend bij de redactie.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3030   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Eindredacteur en freelance journalist

    Tom Claes is eindredacteur en journalist. Hij volgt de ontwikkelingen in de Hoorn van Afrika en focust in het bijzonder op de thema’s identiteit, conflict en ongelijkheid.

Met de steun van

 3030  

Onze leden

11.11.1111.11.11 Search For Common GroundSearch For Common Ground Broederlijk delenBroederlijk Delen Rikolto (Vredeseilanden)Rikolto ZebrastraatZebrastraat Fair Trade BelgiumFairtrade Belgium 
MemisaMemisa Plan BelgiePlan WSM (Wereldsolidariteit)WSM Oxfam BelgiëOxfam België  Handicap InternationalHandicap International Artsen Zonder VakantieArtsen Zonder Vakantie FosFOS
 UnicefUnicef  Dokters van de WereldDokters van de wereld Caritas VlaanderenCaritas Vlaanderen

© Wereldmediahuis vzw — 2024.

De Vlaamse overheid is niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze website.