Het noodopvangcentrum in Etterbeek biedt meer dan bed, bad en brood

Het menselijk verhaal achter de bijna gesloten deuren van de noodopvang

© Hanne De Vleeschouwer

Behalve noodopvang tijdens de wintermaanden, met bed, bad en brood, biedt het noodopvangcentrum voor daklozen in Etterbeek een vierde ‘b’: begeleiding. Bewoners en medewerkers weten waarom dergelijke doorgedreven psychosociale opvang belangrijk is. Toch zal het centrum eind deze maand sluiten. ‘Op straat ben je in volle overlevingsmodus, in het centrum is er rust.’

De dag begint grijs en druilerig, maar het Brussels straatbeeld is er één van gezellige drukte. In de Europese wijk, torenen aan de ene kant enorme kantoorgebouwen op, aan de andere kant het gebouw van de Nationale Loterij. Het lijkt wat surreëel dat we in deze context, in diezelfde wijk, op weg zijn naar een noodopvangcentrum voor daklozen.

In een kleine zijstraat naderen we een groepje mensen. ‘Dit moet het zijn’, denken we. Bij binnenkomst ontsmetten we meteen onze handen en worden we vriendelijk begroet in drie talen. Aan het onthaal is het een komen en gaan. Wie net toekomt, moet zich aanmelden. Vanaf dan krijgt hij of zij zekerheid voor een verblijf van een maand.

Tijdens de coronacrisis werd die periode voor bewoners zelfs verlengd. Voor de meesten van hen, was dat een verademing na een onzeker en onveilig leven op straat, klinkt het bij medewerkers. ‘Veel bewoners zaten in een overlevingsmodus’, vertelt Joachim Joris, projectcoördinator van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) in Brussel. ‘Ze komen hier doodvermoeid aan, omdat ze tot dan op adrenaline leefden. Sommigen komen de eerste weken hun bed niet uit, omdat hun lichaam en geest dat nodig heeft.’

Maar binnen enkele weken, vanaf augustus, kunnen mensen in nood hier niet meer terecht. Het centrum moet dan onherroepelijk de deuren sluiten. Aanvankelijk werd het centrum opgericht als opvang tijdens de wintermaanden. Vorig jaar bleef het met regionale steun het hele jaar door open. Na vorige winter zou het sluiten, maar door de coronacrisis werd de opening twee keer verlengd.

Tot nu. Na deze maand valt de federale steun weg. Het was duidelijk dat de opening van het centrum aanvankelijk alleen voorzien was voor de wintermaanden, klonk het bij het kabinet van Nathalie Muylle (CD&V), die bevoegd is voor Armoedebestrijding, eerder deze week.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Valse zekerheid

Voor wie nu afhankelijk is van het centrum voor onderdak, biedt dat weinig troost. Toch horen we weinig bezorgheid bij de bewoners. Pinar (schuilnaam), een Turkse vrouw van middelbare leeftijd straalt sereniteit uit. ‘Dit is al zes maanden mijn thuis’, vertelt ze. Ze zal binnen drie weken net als de 260 andere bewoners een nieuwe oplossing moeten zoeken. ‘Zes maanden geleden kreeg ik problemen met mijn huisbaas’, vertelt Pinar. ‘Plots stond ik op straat met mijn twee zonen van 25 en 26 jaar oud. Le Méridien, een sociale vzw, stuurde me uiteindelijk naar dit opvangcentrum.’

‘We waren dankbaar dat we een dak boven ons hoofd kregen. Vanaf de eerste dag was ik blij met het centrum en het personeel. Ze hielpen ons enorm.’ Haar oudste zoon worstelt al zes jaar met een depressie. ‘Ze hebben hem naar een dokter gestuurd en hij krijgt nu medicatie. Nu gaat het veel beter met hem.’

Dat het centrum binnenkort sluit, is geen goed nieuws voor Pinar. Toch maakt ze zich voorlopig nog geen zorgen over haar toekomst. ‘Ik heb vertrouwen in het personeel en de directeur en dat ze me zullen helpen naar een oplossing te zoeken’, zegt ze zelfzeker.

Die zelfzekerheid is minder terug te vinden bij de medewerkers. ‘Als personeel is dit voor ons een moeilijke situatie’, zegt Joachim Joris. ‘De communicatie over de sluiting van de opvang veranderde constant, waardoor we bij het nieuws van de eerste sluiting (toen de winteropvang zou eindigen, red.) de bewoners al voorbereidden op een leven op straat. Dan kregen we te horen dat het centrum open kon blijven voor twee extra maanden (door de COVID-19-crisis, red.).’

‘De federale overheid meldde expliciet dat er geen budget meer wordt vrijgemaakt en dat het centrum de deuren moet sluiten.’

‘Eind mei bereidden we ons een tweede keer voor op de sluiting. Pas op de laatste werkdag kregen we het bericht van de federale overheid dat het centrum toch open blijft. Daardoor denken veel bewoners dat het centrum deze keer ook zal open blijven’, verwijst Joachim naar het verhaal van Pinar. ‘De federale overheid meldde expliciet dat er bij hen geen budget meer wordt vrijgemaakt en dat het centrum de deuren moet sluiten. Pinar heeft er het volste vertrouwen in dat het centrum open zal blijven, maar wij moeten haar toch voorbereiden en in contact brengen met de juiste instanties’, zegt Joachim.

© Hadjira Hussain Khan

Gespecialiseerde begeleiding

Wat dit centrum onderscheidt van andere opvangcentra, is de intensieve begeleiding die de bewoners dag en nacht krijgen. Naast bed, bad en brood voegt het centrum een vierde ‘b’ toe: begeleiding. De bewoners krijgen medische, sociale en psychologische begeleiding via gespecialiseerde diensten.

Wanneer we een kijkje nemen bij de sociale dienst van het centrum, horen we achter ons zachte, trippelende voetstapjes. Kleine Aiden (schuilnaam), net geen twee jaar, ontsnapte even aan het toeziend oog van zijn mama. Met grote, kastanjebruine ogen staart hij ons verwonderd aan. ‘Wie zijn dat?’, horen we hem bijna luidop denken.

‘We hebben hier iets bijzonder mooi ontwikkeld’, zegt Joachim. ‘Dat komt omdat we een Frans- en Nederlandstalige samenwerking zijn met verschillende organisaties. Die diversiteit is belangrijk om kennis te delen en een multidisciplinaire werking te creëren. Hiermee is het niet alleen Samusocial die opvang voorziet, maar zijn er meerdere organisaties. Er is een betere garantie op kwaliteitscontrole en door een nauwere samenwerking en uitwisseling tussen de organisaties kan opvang blijvend verbeterd worden.’

Leven van dag tot dag

Rachid (schuilnaam) heeft geen verblijfspapieren en leeft van dag tot dag. Net als Pinar is hij niet echt bang dat het centrum sluit. ‘Waarom zou ik bang zijn?’, klinkt het. Hij is het harde leven gewoon en verzint wel iets. Misschien kan hij terecht bij vrienden, maar die wil hij voorlopig nog niet lastigvallen.

‘Ik was in het ziekenhuis beland omdat mijn suikerspiegel schommelde. Ik ben diabetespatiënt,’ vertelt Rachid. ‘De sociale dienst van het ziekenhuis had mij doorverwezen naar dit centrum. Toen ik hier aankwam, was ik blij omdat ik iets had gevonden waar ik kon verblijven.’

Ondertussen kan hij hier al twee maanden terecht. ‘Ik krijg hulp van de sociale assistente. We praten over mijn problemen. En de verpleegster heeft mij ook geholpen aan de juiste medicatie’, zegt Rachid. ‘Tijdens de coronacrisis konden we minder buiten, maar dan hield ik me bezig in het cybercafé waar ik een computer had.’

‘Wie die dakloos is of doolt door migratie zit in overlevingsmodus.’

‘In het centrum kunnen een heleboel mensen terecht die geen houvast meer in het leven vinden en die weinig toegang vinden tot maatschappelijke diensten’, zegt psycholoog Jef De Block, ook werkzaam in het centrum. Hij ontvangt ons in zijn werkkamer, met ontsmettingszeep en papieren zakdoekjes op zijn bureau. ‘Wie die dakloos is of doolt door migratie zit in overlevingsmodus’, vertelt hij. ‘Ze zijn vooral bezig met basisnoden, zoals veiligheid, voedsel en een dak boven hun hoofd. We geven de bewoners rust en van daaruit nemen we verdere stappen in hun herstel. Dat is interessanter dan een nachtje hier en dan weer daar verblijven’, aldus De Block. ‘Ik vind het jammer dat het centrum moet sluiten, omdat wij multidisciplinair werken, wat een grote meerwaarde is.’

Tot rust komen

‘Hier kunnen mensen terecht met problemen die al lang aanslepen, maar onbehandeld blijven. Na een tijd slaat zoiets op het lichaam: het piekeren, een verstoorde eetlust, slaapproblemen, …’, legt De Block uit. ‘In wekelijkse gesprekken met de bewoners, proberen we die problemen overzichtelijk te maken. Dat gebeurt op vrijwillige basis. We dwingen niemand om zich te laten begeleiden bij een psycholoog. We reiken enkel onze hand.’

‘Het is essentieel dat we ook opvolging kunnen voorzien. Vanaf dat bewoners het centrum verlaten, blijven we in contact met een externe dienst waar ze nog psychologische hulp kunnen krijgen. Zo werk ik een tijdelijke begeleiding uit, omdat de meeste bewoners hier maar kort verblijven’, legt De Block uit.

© Hanne De Vleeschouwer

Toekomstperspectief

De pyscholoog geeft het voorbeeld van een vrouw uit Dominica, een eilandstaat in de Caribische Zee. Snel na haar aankomst in het centrum vroeg ze psychologische hulp. ‘In dat eerste gesprek raasde ze. Al haar problemen en angsten kwamen naar boven. Na een paar gesprekken werd ze kalmer en kon ze haar situatie veel beter uitleggen.’

‘Het centrum had haar rust en veiligheid geboden. Daardoor durfde ze over haar gewelddadig huwelijk en verleden met misbruik vertellen. Daarna kon ik haar begeleiden om haar situatie te verbeteren. Omdat ze het zo gewoon was dat anderen in haar plek beslisten, had ze geen zelfwaarde meer.’

De vrouw ging uiteindelijk terug naar Dominica. ‘Door de begeleiding en herwonnen toekomstperspectief dat ze hier kreeg, durfde ze daar de echtscheiding aan te vragen. Vandaag maakt ze haar eigen keuzes.’

Vanuit het centrum bellen we met Malika (schuilnaam). Dankzij het centrum vond zij een duurzame oplossing. ‘Ik leefde een maand op straat voor ik in het centrum aankwam’, vertelt ze. ‘Ik was toen zes maanden zwanger en had ik tot dan geen medische opvolging gekregen. Maar in het centrum kreeg ik psychische en medische hulp.’

Vandaag woont ze in een appartement met haar kindje. ‘Ik ben zeer goed geholpen en hoop dat wie er nu nog zit ook een goede oplossing vinden.’

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift