Dossier: 

Het politieke gewicht van een religieuze overtuiging in Turkije

Sinds de protesten in 2013 staat de alevitische kwestie opnieuw op de politieke en maatschappelijke agenda in Turkije. Tine Danckaers sprak in Ankara over het onverwerkte verleden en de maakbare toekomst van de Turkse alevieten.

Twintig procent van de Turken behoort tot het alevitismeInformationAlevitismeHet geloof van de alevieten, tot een bepaalde hoogte wel geïslamiseerd, verschilt zeer van de soennitische islam. Zo hanteren de alevieten niet de soennitische gebruiken als de namaz (vijf maal per dag bidden), het vasten tijdens de ramadan, het geven van de zakaat (de jaarlijkse schenking van individuele moslims aan sociaal-maatschappelijke doelen), en de hadj of pelgrimage naar Mekka.
Alevieten hebben hun eigen religieuze ceremoniële gebruiken. Ze belijden samen hun geloof tijdens de wekelijkse cem of erediensten, die door een dede worden voorgegaan. Een dede of seyyit – spirituele leiders – erft zijn titel via de bloedlijn en is een afstammeling van een van de twaalf imams.
Het alevitisme wordt ook als mystieke, liberale of seculiere stroming binnen de islam bestempeld en zeker de Bektashi-orde zou in de praktijk aanleunen tegen het soefisme.
Hasan Yesil, dede in Dersim, noemt humanisme, respect en rechtvaardigheid kernen van het alevitisme. ‘Er bestaat geen fanatisme.’
(*), een stroming binnen de sjiitische islam die de Turkse staat weigert te erkennen. De zogenaamde “Alevitische opening” die de regerende AKP maakte, is intussen stilletjes weer gesloten. Sinds de protesten in Gezi in 2013 staat de alevitische kwestie echter opnieuw op de politieke en maatschappelijke agenda.

© Reuters / Murad Sezer
Istanboel, mei 2014. Alevitische actievoerders protesteren tegen de Turkse overheid, na politiegeweld in de Okmeydani-volkswijk.
© Reuters / Murad Sezer

Grijze Wolven

‘Met dat gebaar dat je net maakte, kom je er niet in’, zegt de man achter de enorme snor, die mijn tolk blijkt te zijn. Op mijn verblufte reactie volgt een bulderlach, een stoet voor mij onverstaanbare Turkse grollen tegenover zijn kameraden, en nog meer gebulder. ‘Geen paniek, een flauwe grap van mij. Je maakte – zonder dat je het wist – het teken van de Grijze Wolven, de slachters van Sivas. Kom toch binnen.’

Zo luchtig als de entree was, zo beladen is de ruimte die we betreden: een kamer volgestouwd met vitrinekasten die een plek geven aan personalia – kleding, instrumenten, boeken, diploma’s, foto’s. Hier worden de 33 alevitische slachtoffers herinnerd die omkwamen in het bloedbad van Sivas in 1993. Een martyrium zonder graf, een herinnering aan een gitzwarte – nog niet voltooide – pagina uit een recente geschiedenis die Turkije liever vergeet.

Al in het Ottomaanse Rijk werden alevieten vervolgd om hun ‘afwijkende geloof’, waardoor ze teruggetrokken gingen leven.

‘Murat was twintig toen hij stierf. Hij was lid van de literatuurcommissie van het Pir Sultan Festival. Murat had iemand uit de brand gered en ging opnieuw naar binnen om mensen uit het hotel te halen. Hij bleef in de brand.’ Aan het woord is de vader van Murat Gündüz, een van de in totaal 35 slachtoffers van het drama van Sivas. Op 2 juli 1993 werd in deze Anatolische stad een hotel omsingeld en vervolgens in brand gestoken door een uitzinnige menigte van hardcore soennieten uit Sivas en omstreken.

In hotel Madimak was op dat moment het alevitische Pir Sultan Abdal Cultuurfestival aan de gang, een vierdaagse rondom de cultuur en de mensenrechten van de twintig miljoen alevieten in Turkije. Het festival paste in de alevitische revival in Turkije die eind jaren tachtig begon. De alevieten eisten erkenning, wilden hun alevitische identiteit een plek in de Turkse samenleving kunnen geven.

Gündüz verloor die dag niet alleen zijn zoon. Hij kreeg zijn negentienjarige dochter terug met een litteken voor het leven, fysiek en mentaal. ‘Ze maakte deel uit van een semah-groep (semahs zijn rituele dansen binnen het alevitisme, td) en raakte zwaar verbrand aan haar aangezicht en armen. Dagelijks, wanneer ze in de spiegel kijkt, wordt ze herinnerd aan het drama. Praten hoeft voor haar niet meer.’

Het museum mag dan nauwelijks bekend zijn, klein en verborgen voor voorbijgangers, het is een belangrijk en plaatsvervangend antwoord voor de alevieten uit Sivas. Een krachtdadig antwoord van opeenvolgende Turkse regeringen op de vraag van de alevieten om hotel Madimak om te vormen tot een herdenkingsmuseum bleef immers tot op heden uit. Het bevestigt de diepe overtuiging van veel alevieten dat ze als grootste religieuze minderheid in het overwegend soennitische Turkije blijvend gediscrimineerd en onrechtvaardig behandeld worden.

Ongelovigen en marxisten

‘Na de pogrom op het hotel kregen we te horen dat we het zelf hadden uitgelokt, omdat we de alevitische kwestie, een “kwestie die niet bestond”, op de politieke agenda wilden zetten’, vertelt Riza Aydan, als bestuurslid verbonden aan het alevitische Sivas-centrum in Ankara. ‘We werden bestempeld als marxistische activisten, niet-moslims, waren “een gevaar voor de samenleving”.’

En er was ook de aanwezigheid van Aziz Nesin op het festival: een linkse Turkse schrijver, atheïst en sympathisant, die zich met de vertaling van Rushdies Duivelsverzen de woede van de islamisten op de hals had gehaald. Hij ontsnapte aan het vuur, maar zou voor een aantal extremisten het uiteindelijke doelwit zijn geweest.

Journaliste Kelime Ata bevond zich in het hotel toen het omsingeld werd door de uitzinnige menigte. ‘“Verbrand de ongelovigen”, riepen ze. Sommigen maakten het Grijze-Wolventeken. Een aantal mensen die uit het brandende hotel wegkwamen, werden geslagen door de extremisten. De politie liet aanvankelijk begaan, beschermde de woedende demonstranten. Het was vreselijk.’

Het politieke antwoord van Turkije op de drijfjacht op de alevieten was zwak. ‘De overheden kozen de kant van de laffe daders. Zelfs toen we onze martelaren begroeven, kwamen de soennieten en werden wij aangevallen door de politie’, vertelt Gündüz stil.

Na het bloedbad trokken alevieten maar ook de Armeense bewoners massaal weg uit Sivas. Ze wisselden Anatolië, waar extremen meer tot uiting kwamen, voor de anonimiteit en het secularisme van steden als Ankara, Izmir en Istanboel.

Eind jaren negentig werden meer dan dertig mensen veroordeeld voor hun aandeel in het bloedbad van Sivas. Ze kregen de doodstraf, die in 2002 werd omgezet in levenslang. In totaal werden 160 mensen voor het gerecht gebracht. Maar het proces was een klucht, de echte aanstokers werden nooit berecht, klinkt het bij de alevieten. Zo zou een van de grote haatzaaiers, Cafer Erçakmak, gemeenteraadslid en lid van de islamistische Refah-partij, bescherming en een nieuwe identiteit gekregen hebben.

Officieel stond hij als voortvluchtige gesignaleerd bij Interpol. Op 11 juli 2011 werd echter zijn dood in alle stilte vastgesteld in Sivas. Een latere DNA-test, afgenomen op verzoek van de families van de slachtoffers, wees uit dat het lichaam inderdaad dat van Erçakmak was. De man zou altijd in Sivas verbleven hebben.

Ottomaanse vervolging

Twintig procent of een kleine twintig miljoen Turken zijn alevieten. Hun geloof, het alevitisme, staat bekend als een liberale en humanistische interpretatie van het islamitische geloof die gelieerd kan worden aan Turkse soefi-ordes als de Bektashi’s en de Mevlevi’s. Zoals dat gaat, is ook het alevitische geloof niet zomaar onder één noemer te brengen. De Nederlandse antropoloog en expert Martin van Bruinessen beschrijft alevitisme als een amalgaam van verschillende heterodoxe islamitische gemeenschappen, die onderling verschillen in geloofsbeleving en rituele praktijken (zie kaderstukken).

Al in het Ottomaanse Rijk werden alevieten vervolgd vanwege hun ‘afwijkende geloof’. Het gevolg was dat alevieten min of meer teruggetrokken leefden en ook nog in de twintigste eeuw vooral in het rurale Anatolië en Zuidoost-Turkije woonden, vertelt de Turkse antropoloog Riza Yildirim, die ik in Ankara opzoek.

‘Met de massale trek naar de stad midden vorige eeuw, op het hoogtepunt van het Turkse kemalisme, verloren de alevieten hun religieuze, culturele dorpskader en raakte de alevitische identiteit in crisis. Ze sloten zich aan bij de kemalisten en seculariseerden. Ze vonden de kemalistische elite een betere, veiliger bondgenoot dan de soennitische groepen.’

In de late jaren tachtig en begin jaren negentig beleefde het alevitisme een ware revival, eerder symbolisch en ethisch dan religieus, een gevolg van de zoektocht naar de alevitische identiteit. Tegelijk echter zaten ook de islamitische groepen in een groeibeweging. ‘Islamisme werd populair en binnen het publieke discours werd de klemtoon sterk op religie gelegd. En dus zagen de alevieten zich gedwongen om zich ook voor te stellen binnen dat religieuze kader, ook al was dat tegen hun zin en hadden ze hun religieuze gebruiken verloren.’ De alevitische kwestie was geboren.

Het bloedbad van Dersim

De warmte van de Turkse ochtendzon wordt getemperd in de schaduwen van de omringende bergen en door het groenblauwe water van het meer. Het theehuis in het centrale parkje zit, ondanks het begin van de ramadan, afgeladen vol. De rokken zijn hier merkbaar korter, de schouders getaander dan elders in oost-Anatolië. Tegelijk vliegen de helikopters van het Turkse leger hier laag en frequent. Welkom in Tunceli, de hoofdstad van de gelijknamige provincie, waar de Koerdische PKK en de gewapende arm van de marxistisch-leninistische Turkse partij TIKKO thuis zijn.

‘Dersim (de oude Koerdische naam van Tunceli, td) is altijd een weerbarstige stad geweest in de ogen van Turkije’, zegt de 28-jarige Burcu Orhan uit Ankara, op bezoek bij haar familie in haar geboortestad. De aanwezigheid van leger, rebellen, uitkijkposten is net zoals het aangename klimaat helaas eigen aan Dersim, vertelt ze. Sympathiseren doet ze niet met de rebellen, zelf is ze geen Koerdische en ze haat de kleur van bloed. Maar zoals de meeste twintigers van Dersim, heeft ook Burcu Orhan overgrootouders die het bloedbad van Dersim hebben meegemaakt, een gitzwarte vlek in de kronieken van de stad.

Een maand na mijn bezoek aan Dersim overlijdt Leyla Aglar, de dochter van de Koerdische Zaza-rebel Seyyit Riza, die de Dersimopstand tussen 1937 en 1938 had geleid. Dersim was midden jaren dertig zowat het laatste deel van Turkije dat nog niet was onderworpen aan het centrale gezag. Het werd bevolkt door een groot aantal kleine stammen, die hun eigen traditionele, tribale wetgeving hadden.

De stammen kwamen in opstand tegen de turkificeringscampagne van Anatolië die de autoriteiten sinds de oprichting van de republiek in 1923 voerden. Wat volgde was een grootschalige slachtpartij door het Turkse leger, waarbij de opstandelingen – mannen, vrouwen en kinderen – massaal en op gruwelijke wijze werden afgeslacht.

Terwijl officieel gesproken wordt van 13.000 doden, spreken Koerdische bronnen van 60.000. Enigszins ten onrechte zien velen het bloedbad van Dersim als een van de talrijke aanslagen die de alevieten in Turkije te verwerken kregen, zoals de bloedbaden van Sivas, Maras (1978) en çörum (1980). In Maras en çörum werden honderden alevieten gedood door aanhangers van de Grijze Wolven die het in de eerste plaats gemunt hadden op de slachtoffers omdat ze links en seculier waren, minder omdat ze alevitisch waren.

‘De grove Dersimcampagne was de culminatie van een reeks maatregelen die waren genomen om de Koerden te assimileren’, schrijft Martin van Bruinessen. De slachtoffers van het bloedbad werden gedood omdat ze tot opstandige Koerdische stammen behoorden, niet omdat ze aleviet waren. Maar de verwarring is begrijpelijk. Tunceli is immers de enige provincie met een alevitische meerderheid in het zuidoosten van Turkije.

Van traditie naar verzet

Voor de lokale cemevi, zoals een alevitisch gebedshuis wordt genoemd, kijkt Pir Sultan uit over de vallei van Dersim. Deze Turkse dichter en musicus, een voor de alevieten prominent figuur en tevens humanist, derwisj en mysticus uit de zestiende eeuw, stond symbool voor het verzet tegen de Ottomaanse – soennitische – assimilatieoperaties. Hij houdt zijn saz, nog zo’n symbool van verzet binnen het alevitisme, uitdagend in de hand.

Een overlevende van de moordende, aangestoken brand in hotel Madimak: ‘“Verbrand de ongelovigen”, riepen ze. De politie liet aanvankelijk begaan. Het was vreselijk.’

‘Dat bleef hij ook doen toen Gül hier zijn laatste bezoek bracht’, lacht dede Hasan Yeli, een van de spirituele leiders van de cemevi. Geregeld krijgt de stad hooggeplaatst bezoek. In 2008 en 2009 bezocht zowel Recep Tayyip Erdogan als Abdullah Gül het “opstandige” Dersim.

Hun bezoeken waren een reactie op het alevitische initiatief van de toenmalige AKP-regering in het kader van de zogeheten democratische opening. ‘Dat het zogenaamd opstandige Tunceli wordt gekozen, is symbolisch maar het betekent weinig in de praktijk’, zegt Hasan Yesil. ‘We zien geen verbetering in de praktijk. We willen gelijkheid maar die is er niet. Noch onze cultuur, noch onze cemevi’s worden erkend. Onze kinderen krijgen de soennitische islam opgedrongen in de scholen en krijgen te horen dat het alevitisme geen religie is.’

De nieuwe Ottomanen

‘De Turkse staat is gebouwd op twee principes: secularisme en “Turks-zijn”, wat ook inhoudt dat je soenniet bent. De soennitische islam is in Turkije ingelijfd bij het staatssysteem’, zegt Riza Yildirim. ‘Er is dus met andere woorden geen plaats voor “de ander”, voor de alevieten bijvoorbeeld. Het Directoraat voor Religieuze Zaken zal beweren dat het alle Turkse moslims vertegenwoordigt, en nergens het adjectief “soennitisch” toevoegen. Maar in de praktijk erkent de staat enkel moskeeën, geen cemevi’s.’ Overigens erkent Turkije wel synagogen en kerken.

De zogenaamde alevitische opening van de AKP in 2009 liep op niets uit. Een jaar later wees de Turkse Raad van State het verzoek tot erkenning van cemevi’s af. In 2010 diende de voorzitter van de Turkse alevitische Cem-stichting een verzoek in bij het Europees Hof van de Mensenrechten om de eeuwen van geïnstitutionaliseerde discriminatie tegen de alevieten te stoppen. In 2013 herhaalde Erdogan dat hij het niet nodig vond om cemevi’s te erkennen als officiële gebedsplaatsen, omdat het culturele en geen religieuze gebedshuizen zouden zijn.

De alevitische opening van de AKP in 2009 liep op niets uit. Dat was ook de reden waarom de alevieten zich massaal aansloten bij de Gezi-protesten in juni 2013.

Voor Riza Yildirim is het ook duidelijk dat de Turkse alevietenInformationTurkse alevietenTurkije kent vier groepen alevieten, op te delen langs linguïstische lijnen:
1* Turkse alevieten vormen samen met de (2*) Koerdische alevieten de grootste en belangrijkste groepen. Beide groepen zouden nakomelingen zijn van stammen die religieus verbonden waren met de Safawiden, een Perzische dynastie die regeerde van de zestiende tot achttiende eeuw.
2* Koerdische alevieten zijn nog eens op te delen in Koerden en Zaza’s.
3* Azerbeidzjaanse Turken in de oostelijke provincie Kars: dit alevitisme leunt dicht aan bij het Iraanse sjiisme.
4* Arabischsprekende alevitische gemeenschappen van Zuid-Turkije (Hatay, Adana…) leunen aan bij de Syrische alawieten of nusayri’s. Zij hebben geen historische banden met andere alevitische groepen.
Bron: Van Bruinessen, Kurds, Turks and the Alevi revival in Turkey.
(*) worden gediscrimineerd in de bureaucratie, wat verergerde tijdens de opeenvolgende AKP-regeringen na 2001. ‘Macht cumuleer je door je te omringen met je eigen – te controleren – mensen, in het geval van de AKP soennitische Turken, geen alevieten die in verband worden gebracht met het sjiisme en misschien weerbarstiger zijn. In een land als Turkije, waar de staat een belangrijke werkgever is – ongeveer veertig procent van de werkende bevolking in Turkije werkt voor de staat – is dat problematisch voor twintig miljoen alevieten, die op die manier minder toegang krijgen tot banen.’

Dat was ook de reden waarom de alevieten zich massaal aansloten bij de Gezi-protesten in juni 2013, georganiseerd door een urbane, seculiere beweging die gericht was tegen de AKP en haar voorman Erdogan. ‘De alevieten deelden de anti-regeringsemoties omdat ze onder de AKP-regeringen de gevolgen merkten van het soennitisch gerichte cliëntelisme. Ze kregen veel minder toegang tot het Turkse economische staatssysteem, dat nog ver verwijderd is van een echte civiele economie.’

Reha Camuroglu, voormalig AKP-afgevaardigde en aleviet, nam ontslag uit protest tegen de discriminatie van de alevieten binnen de AKP. De soennificering die er ook volgens hem onder AKP-vleugels kwam, heeft een splijtend effect op de Turkse natie, zegt hij. ‘Het leidt tot nieuwe anti-Turkse gevoelens, nieuwe bondgenootschappen, mee gevoed door de geopolitieke context waarin we zitten. De Syrische alawieten hebben nooit erg dicht gestaan bij de Anatolisch Turkse of Koerdische alevieten, maar vandaag groeien die groepen naar elkaar toe, ondanks de culturele verschillen. Ze zoeken bescherming bij elkaar. Vergeet niet dat voor IS een aleviet geen moslim is, maar een te vervolgen Untermensch. De vraag is: wie zal ons het best beschermen: Turkije of Iran?’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift