Het stille leed van de jezidivrouwen

Reportage

Het stille leed van de jezidivrouwen

Het stille leed van de jezidivrouwen
Het stille leed van de jezidivrouwen

Brenda Stoter

26 januari 2016

Duizenden jezidivrouwen werden het afgelopen jaar door Islamitische Staat (IS) tot slaaf gemaakt en verkracht. Een deel wist te ontsnappen. Zij keerden terug naar Noord-Irak: ziek, gebroken en ernstig getraumatiseerd.

Het is over de dertig graden in de kamer, maar Aniya rilt. Af en toe dept ze met haar luchtige zwarte hoofddoek het plakkerige zweet van haar voorhoofd of wrijft ze stevig in haar handen. ‘Hij heeft me verkracht’, zegt ze aan het begin van het gesprek, zittend op een kitscherige bank met een bloemetjespatroon. ‘En mijn dochtertje van drie hoorde het, omdat ze in de andere kamer zat. Ze huilde en schreeuwde, omdat ze wist dat er iets mis was, maar het interesseerde hem niks. En ik? Ik kon alleen maar huilen.’

Het is niet direct duidelijk wie “hij” is. Dat komt omdat Aniya door Islamitische Staat twee keer gedwongen werd om met een van hun militanten te trouwen. De eerste heette Aboe Safoean. Hij was 22 en zij 41, maar ondanks het leeftijdsverschil kocht hij haar en haar dochtertje op een slavenmarkt in Raqqa, de zelfbenoemde hoofdstad van IS in Syrië, waar zij en andere jezidivrouwen heengebracht waren. Aniya dacht dat ze haar als “oudere vrouw” wel met rust zouden laten, respect zouden hebben voor het feit dat ze getrouwd was en kinderen had, maar niets bleek minder waar.

Voor IS maakt het niet uit of de vrouwen getrouwd of maagd zijn, kind of bejaarde: allemaal worden ze systematisch verkracht.

‘Mijn andere dochtertje van zeven heb ik tijdens de kidnapping snel in handen geduwd van een buurvrouw, een ver familielid, die samen met mij gevangen genomen was. Hier, zei ik tegen haar, als je een kind hebt, denken ze dat je geen maagd meer bent. Dan mag je wel naar huis.’ Maar voor IS maakte het niet uit of de vrouwen getrouwd of maagd waren.

Door Aboe Safouan werd Aniya twintig dagen lang misbruikt en mishandeld. Hierna werd ze doorverkocht aan bebaarde man die zichzelf Aboe Ali Sjam noemde en 27 was. Ook hij hoorde bij IS.

‘Op een gegeven moment wilde ik zelfs geen douches meer nemen, in de hoop dat hij me met rust zou laten. Echt, ik hoopte het zo, maar hij bleef me verkrachten. Hij zei dat als ik hem zou weigeren, of zou proberen te ontsnappen, hij mij en mijn dochtertje zou vermoorden. Ik geloofde hem, want toen ik een paar dagen later naar de winkel ging, zag ik met eigen ogen hoe vrouwen op straat doodgeschoten werden. Zomaar’, voegt ze eraan toe. Een traan loopt over haar wang.

We zitten in een vrouwencentrum in Duhok, een stad in het Koerdische Noord-Irak, waar de ontsnapte jezidivrouwen een voor een hun verhaal doen. In de kamer hangt een lichte zweetgeur, die versterkt wordt zodra de airco het weer eens begeeft. In de woonkamer ernaast lopen tientallen vrouwen met lange grauwe rokken en loszittende hoofddoeken in en uit. Het is een vreemd contrast met onze lokale vertaalster, die glimmende oorringen, een dikke laag make-up en hoge pumps draagt. Maar ongeacht hoe ze eruitzien, iedereen hier heeft dezelfde trieste blik, zelfs de jezidi-tolk.

Bijna alle vrouwen die in dit vrouwencentrum opgevangen worden, komen uit Kodjo, een van de dorpen in het Sindjargebergte. Op 15 augustus 2014 viel IS het Koerdische jezididorp binnen. Mannen en vrouwen werden van elkaar gescheiden. Honderden vrouwen en meisjes werden door IS gekidnapt. De jongens werden door IS naar shariatrainingskampen gebracht. De mannen, onder wie Aniya’s geliefde, werden massaal geëxecuteerd. ‘Geen van de vrouwen hier heeft nog een man. We zijn helemaal alleen’, zegt ze.

Slavenmarkten

Het systematisch verkrachten van jezidivrouwen en -meisjes zit diepgeworteld in de structuur en organisatie van IS, blijkt uit de verhalen van de vrouwen. Ze vertellen over de goedgeorganiseerde verkoop van slaven. Over hoe de jezidivrouwen en -meisjes in leegstaande panden werden ondergebracht, waaronder scholen in Mosoel en slavenmarkten in Raqqa. Over hoe de jongste en de mooiste vrouwen het eerst gekocht werden door IS-strijders, nadat ze hun naam op een speciale slavenlijst hadden gezet.

© Fatinha Ramos

© Fatinha Ramos​

‘De oudere vrouwen werden van plek naar plek vervoerd, totdat iemand een bod op ze deed of zij als “geschenk” aan andere leden van IS werden gegeven. Jonge maagden werden er al veel eerder uitgepikt’, zegt Nevin, een vrouw van eind twintig die ook gevangen werd genomen door de terreurgroep.

Dagelijks zag Nevin hoe vrouwen met busladingen tegelijk aankwamen en weer afgevoerd werden, naar andere steden, om daar op slavenmarkten verkocht te worden.

Zijzelf werd kort na haar ontvoering naar een leegstaande school in Mosoel gebracht. Dagelijks zag ze hoe vrouwen met busladingen tegelijk aankwamen en weer afgevoerd werden, onder meer naar steden als Raqqa, om daar op slavenmarkten verkocht te worden.

‘De situatie in de school was verschrikkelijk. We sliepen met honderden op de grond, hadden niets te eten of te drinken. Het was smerig, omringd door betonnen muren. Ik werd heel erg ziek, ook geestelijk, dus de militanten van Daesh lieten mij maar liggen’, zegt ze.

De school diende eigenlijk als doorgangscentrum, maar ook hier werden meisjes en vrouwen structureel verkracht en misbruikt, herinnert Nevin zich. ‘Iedere dag kozen ze er een paar uit. Die namen ze mee naar aparte kamers. Meisjes en vrouwen in alle leeftijden, van zeven tot zeventig jaar, werden eerst verdoofd door hen een soort drugs te geven. Daarna werden ze verkracht, vaak door verschillende mannen tegelijk. En als ze klaar waren, sloegen ze de slachtoffers met stokken en waterslangen. Sta op, huil niet, dit is wat je verdient, schreeuwden ze dan.’

Wanneer ze het over de gruwelijkheden heeft, praat ze langzaam en gearticuleerd, alsof ze een spannende scene uit een thriller voorleest. In Nevins donkere ogen is nauwelijks emotie te zien, tot ze beschrijft wat er gebeurde zodra een meisje door de terroristen naar de groep terug werd gebracht. Die momenten waren afgrijselijk. Want wat zeg je tegen je buurmeisje dat net verkracht is?

‘We hadden het vaak over zelfmoord en bedachten hele plannen. Door in het naastgelegen meer te springen, diep te zwemmen, net zolang tot je stikt. Of door jezelf in brand te steken’, legt ze uit en slaakt een diepe zucht. ‘Alleen bleef het slechts bij plannen. Want Daesh zag alles, wist alles, ook als je alleen maar aan zelfmoord dácht…’

Volgens mensenrechtenorganisaties in Noord-Irak is het niet ongewoon dat getraumatiseerde jezidivrouwen zelfmoord plegen. Sommigen doen dat om zo te ontsnappen aan IS. Anderen doen dat als ze eenmaal bevrijd zijn, omdat ze de trauma’s die ze hebben opgelopen niet kunnen verwerken. Aniya herkent dat gevoel wel. ‘Ik heb vaak gedacht: als ik dood ben, ben ik van alles af. Maar ik deed het niet omwille van mijn kinderen. En nog steeds niet, hoewel ik er vaak aan denk.’

Ontsnapping

Volgens de Seed Foundation, een geregistreerde liefdadigheidsinstelling in de Noord-Iraakse stad Erbil (zo’n honderd kilometer ten oosten van Mosoel), wisten tot en met juni rond de 2.093 jezidi’s te ontsnappen aan IS, van wie 1.332 vrouwen. Koerdische families en organisaties zamelen geld in om gevangen jezidi’s terug te kopen. Aniya wist na acht maanden gevangenschap aan haar “echtgenoten” te ontkomen. In juni werden zij en andere jezidivrouwen, onder wie ook haar dochtertje en dorpsgenote, gered door smokkelaars die in de terreurorganisatie geïnfiltreerd waren.

Anderen vinden een manier om op eigen houtje te ontsnappen, zoals Samira (20), een tengere maar pittige jonge vrouw met donkerblond haar en sproetjes, die ook in het vrouwencentrum aanwezig is. Toen ze door IS van de ene plek naar de andere plek werd gebracht, wist ze te ontsnappen. Samen met andere jezidi’s verstopte ze zich in een huis, wel zes dagen lang. Op een dag werd het gebied gebombardeerd. De groep rende naar buiten, richting de bergen.

‘Omdat ik nog steeds in Koerdisch gebied was, wist ik precies waar ik heen moest’, zegt ze, niet zonder trots. ‘Uiteindelijk zagen wij de Koerdische pesjmerga’s, ergens in de verte. Die brachten ons naar Duhok.’

Samira is een van de vrouwen die tamelijk ongeschonden uit de strijd lijken te zijn gekomen. Toen leden van IS haar geboorteplaats bestormden, vroegen zij of ze getrouwd was. Samira beaamde dat, liet zelfs prominent, bijna uitdagend, haar trouwring aan de militanten zien.

‘Ook vertelde ik dat ik twee maanden zwanger was, maar ze geloofden me niet.’

‘Ik maakte mezelf zo lelijk mogelijk door modder op mijn gezicht te smeren. Wat is er met jou gebeurd, zeiden de terroristen vol afschuw. Ook vertelde ik dat ik twee maanden zwanger was, maar ze geloofden me niet. Veel meisjes zeggen dat in de hoop dat ze met rust gelaten worden’, aldus Samira, die uitlegt dat leden van IS meestal de eerstvolgende menstruatie van een vrouw afwachten, zodat ze zeker weten dat zij niet zwanger is. ‘Want niemand wil een zwangere vrouw kopen.’

Hulpverleners geven aan dat jezidivrouwen op de eerste plaats als seksslavin gebruikt worden door IS, ook meisjes die nog maar net de puberteit bereikt hebben. Behar Ali, directrice van de vrouwen-ngo Emma, ontmoette laatst een kind van negen dat door een volwassen IS-strijder herhaaldelijk werd verkracht. Het meisje werd uiteindelijk gered, opnieuw verkocht, en teruggebracht naar Noord-Irak.

‘Ze was er erg slecht aan toe. Haar baarmoeder en eileiders waren compleet geïnfecteerd. Ze overleefde de operatie ternauwernood. Zulke verhalen gaan in je ziel zitten.’

Schaamte

De vrouwen die onder IS hebben geleefd en gered werden, komen gebroken, ziek en ernstig getraumatiseerd terug in Noord-Irak. Toch zijn de meesten open over wat ze meegemaakt hebben. Sommigen omdat ze een luisterend oor nodig hebben. Anderen omdat ze vinden dat de wereld moet weten wat de jezidigemeenschap is aangedaan. Waarom helpt de wereld ons niet, kijk wat IS ons aandoet, klinkt het regelmatig in het vrouwencentrum.

© Fatinha Ramos

© Fatinha Ramos​

De openhartigheid is bijzonder. De jezidi’s zijn altijd al een conservatieve gemeenschap geweest. De geloofsgemeenschap gelooft in de zuiverheid van hun lijn; zo mogen jezidi’s niet buiten hun gemeenschap trouwen en hebben zij kuisheid en eer hoog in het vaandel staan. Dat zoveel jezidivrouwen nu verkracht terugkomen, ligt dan ook erg moeilijk binnen de samenleving – aan de ene kant is er veel empathie, maar aan de andere kant gelden er nog steeds ouderwetse stamcodes. Het duurde dan ook niet lang voordat de leider van de jezidigemeenschap, de Baba Sjeik, een verklaring aflegde waarin hij de bevolking aanmoedigde om de vrouwen die door IS misbruikt werden te accepteren.

‘De overlevenden zijn nog steeds pure jezidi’s’, zei hij. ‘Het is niet hun schuld. We roepen iedereen op de slachtoffers te steunen, zodat zij weer normaal kunnen leven en integreren in de maatschappij.’

Maar voor sommigen is het leed nog altijd te vers. Zo ontkent Djinan (35), een ongetrouwde jezidivrouw, nog altijd dat ze verkracht werd door Aboe Mochtar, de IS-strijder die haar kocht. Ze vertelt dat ze gebruikt werd als huissloof en omschrijft een leven binnenshuis, met strijders en die in uit liepen en waar de deur dag en nacht op slot zat.

‘Hij woonde in een groot huis in Raqqa, met alles erop en eraan. Ik denk dat hij het huis gestolen had van lokale Syriërs en een belangrijke positie had binnen Daesh’, zegt ze en omschrijft vervolgens haar taken: wassen, koken en strijken. ‘Maar voor hem was het nooit genoeg. Hij sloeg me dagelijks de hele kamer door. Ik kon hem ook niet goed verstaan, want ik spreek bijna geen Arabisch. Het was een agressieve man, maar nee, hij heeft me nooit verkracht.’

Djinan pauzeert even en neemt een slok koffie. Een paar druppels vallen op haar zwarte shirt. Dat ze zich onder dwang bekeerde tot de islam, maakte ook al geen verschil. ‘Ze beschouwden ons als een cadeautje, snap je. Ze vinden dat ze recht op ons hebben, omdat wij in hun ogen ongelovigen zijn’, vertelt ze met een indringende blik.

De lokale vertaalster frunnikt aan haar glimmende oorbel. ‘Ze bedoelt hiermee dat IS ongelovige vrouwen als een seksuele beloning zien,’ zegt ze zachtjes, hoewel geen van de jezidivrouwen het Engels machtig is.

Geheime abortussen

Vrouwen die uit IS-gebied zijn bevrijd, worden eerst naar een ziekenhuis in Duhok gebracht, waar ze onder meer onderzocht worden op soa’s en zwangerschap. Ook Aniya onderging een medisch onderzoek, vertelt ze. Er werd gevraagd of ze zwanger was. Aniya kijkt ongemakkelijk naar de grond. ‘De mannen met wie ik gedwongen getrouwd was, gaven me pillen zodat ik niet zwanger kon worden. Ik ken niemand die zwanger is geworden van een IS-strijder’, antwoordt ze kortaf.

Er komen veel meisjes en vrouwen zwanger terug, erkennen ngo-werkers in Duhok. In het geheim ondergaan zij abortussen of slikken zij abortuspillen

Djinan trekt haar hoofddoek over haar zwarte haren en beaamt het verhaal. ‘Als het gebeurt, als een meisje zwanger blijkt te zijn, dan vind ik wel dat haar ouders haar moeten helpen. Deze meisjes moeten geholpen worden. Altijd’, zegt ze en vervolgt voorzichtig: ‘Ik heb wel eens gehoord dat een jezidivrouw zwanger was van een IS-strijder. Geen idee hoe het nu met haar is.’

Er komen veel meisjes en vrouwen zwanger terug, erkennen ngo-werkers in Duhok. In het geheim ondergaan zij abortussen of slikken zij abortuspillen, vertelt “Dawen”, een Koerdische ngo-werker, die niet bij haar echte naam genoemd wil worden. ‘Ik wil geen problemen. Deze kwestie ligt erg gevoelig.’

In Noord-Irak is abortus illegaal, zelfs in gevallen van verkrachting. Een abortus mag alleen uitgevoerd worden wanneer de bevalling het leven van een vrouw in gevaar brengt. Toch zijn er artsen die abortussen uitvoeren en abortuspillen verstrekken. Die pillen komen uit het Westen, en worden in Noord-Irak door ngo’s in ontvangst genomen en verspreid. Het Koerdische ministerie van Volksgezondheid weet ervan, maar knijpt momenteel een oogje dicht.

Het komt nauwelijks voor dat jezidivrouwen besluiten het kind van hun verkrachter te houden. Een paar weken geleden nog ontmoette Dawen twee jonge jezidivrouwen die zwanger waren van IS-strijders. ‘Deze meisjes werden acht keer doorverkocht, en talloze keren verkracht. Toen zij terugkeerden naar hun familieleden, waren ze enorm getraumatiseerd. Ze komen uit de hel op aarde. Als zij deze kinderen hadden moeten houden, zouden zij dagelijks geconfronteerd worden met een afgrijselijke periode uit hun leven. Het zou letterlijk het einde van hun leven betekenen.’

Nooit meer thuis

Het wordt al donker, en in het opvangcentrum wordt het steeds stiller. De een gaat terug naar het vluchtelingenkamp. De ander gaat naar een ander opvanghuis. Geen van deze vrouwen kan terug naar Kodjo, het dorp waar ze het ooit zo goed hadden. De huizen zijn verwoest. De mannen en jongens zijn nog altijd spoorloos. Velen werden door IS geëxecuteerd en later teruggevonden in massagraven.

‘Vrouwen worden tot slavin gemaakt en mannen worden afgeslacht. En alleen maar omdat we jezidi’s zijn. Beesten zijn het.’

Als we de interviews bijna afgerond hebben, en afscheid willen nemen, komt Samira de kamer in. Ze houdt haar dochtertje, dat inmiddels vijf maanden oud is, stevig vast en streelt de donshaartjes op haar hoofdje. Het kleine meisje kirt. Samira neemt weer plaats op de bloemetjesbank en geeft haar een flesje. We vragen haar wie de vader van het kind is.

‘Mijn man. Ze lijkt op hem’, antwoordt ze glimlachend. Het is de eerste keer dat we iemand in het centrum oprecht zien lachen.

Opeens springt de airco met een luid geluid weer aan. Samira laat van schrik de fles uit haar handen vallen. Door IS heeft ze nog dagelijks nachtmerries. ‘Dan droom ik over terroristen die meisjes verkrachten en mannen onthoofden. Ik zal waarschijnlijk nooit meer slapen zoals voorheen.’

Soms droomt ze ook over haar man. Het is nog altijd onbekend wat er precies met hem gebeurd is nadat IS het dorp had bestormd. De hoop dat hij nog leeft, is allang vervlogen. Ze mist hem enorm. ‘Waarschijnlijk zie ik hem nooit meer terug. Vrouwen worden tot slavin gemaakt, en mannen worden afgeslacht. En alleen maar omdat we jezidi’s zijn. Beesten zijn het’, besluit Samira.