Onderaan de ladder: leven als "reciclador" in Bogotá

‘Wij ruimen de stad op en houden de boel netjes, maar maskers moeten we zelf kopen’

© Keoma Zec

Luis aan het werk in de wijk Cedritos, ten noorden van Bogotá en zo’n twee uur verwijderd van zijn eigen woonplaats in het zuiden van de stad.

In Colombia, en vooral in hoofdstad Bogotá zijn de zogenaamde ‘recicladores’ niet weg te denken uit het straatbeeld. Vooraleer de vuilniswagens hun ronde doen in de straten, gaan zij te voet, met houten kar, op pad. Voor een hongerloon verzamelen ze recycleerbaar afval. Thuisblijven is voor hen geen optie. Fotograaf Keoma Zec trok met hen door de straten.

‘Virusverspreider’, dat is het nieuwe label dat recicladores in Colombia opgespeld krijgen door hun stadsgenoten. Eerder was dat al ‘crimineel’, ‘drugsverslaafde’ of ‘dief’. In hoofdstad Bogotá, met zo’n 8 miljoen inwoners, zijn er zeker 35.000 officiële recicladores. Maar er is een grote groep, waaronder ook Venezolaanse vluchtelingen, die informeel werken.

Gemiddeld verdient een reciclador tussen de 50.000 en 70.000 pesos per dag. Dat is zo’n 12 tot 17 euro. Daarvoor is hij of zij minstens 24 uur van huis weg, pandemie of niet. Ze zoeken naar recycleerbaar afval en verkopen het door aan groothandelaars, die het op hun beurt doorverkopen aan grote recyclagebedrijven. In theorie wordt afval in Colombia gesorteerd, maar in de praktijk komt alles in dezelfde zakken en op dezelfde stapel op het vuilnisbelt terecht. De dag dat er een volwaardig vuilophaalsysteem wordt ingevoerd, dreigen tienduizenden recicladores hun inkomen te verliezen.

Die bezorgdheid kon fotograaf Keoma Zec optekenen. Hij trok met hen door de straten van Bogotá. Behalve de groeiende kloof tussen hen en de andere stadsbewoners, zagen ze hun al schamele lonen door de coronacrisis nog eens gehalveerd worden. Ook klinkt er kritiek: de overheid zou kunnen ingrijpen en kunnen controleren dat private bedrijven correcte prijzen hanteren. Zolang dat er niet is, wordt misbruik in de hand gewerkt.

© Keoma Zec

Tijdens zijn lange werkdag neemt Luis een kleine pauze. Meestal is hij minstens 24 uur weg van huis voor één enkele “shift”.

Langer werken voor minder geld

Luis Quebedo werkt al 35 jaar in de wijk Cedritos in het noorden van Bogotá. ‘Met mijn 63 word ik er niet jonger op, maar ik moet blijven werken’, zucht hij. Voor de coronacrisis werkte Luis drie dagen per week. Daarmee verdiende hij net meer dan het minimumloon van 877.873 Colombiaanse pesos (215 euro).

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Maar Bogotá, dat zich op 2559 meter hoogte bevindt en omringd is door het Andesgebergte, is een van de duurste steden van het land. Een minimumloon volstaat nauwelijks om de huur te betalen. Luis woont met zijn gezin in een bescheiden appartement in de wijk La Selva. Dat is twee uur met het openbaar vervoer verwijderd van het veel duurdere Cedritos, waar hij op dinsdag, donderdag en zaterdag heen gaat.

Sinds het begin van de lockdown, die in Colombia midden maart inging, maakten de recicladores deel uit van een selecte groep mensen die konden blijven werken en toestemming hadden om de straat op te komen. Ondanks dat ze mochten blijven werken, leverde het slechts een schamel loon op. En dan is er nog niets gezegd over de grote gezondheidsrisico’s die bij het werk komen kijken.

‘Tijdens de coronacrisis lagen de prijzen van het afval zo laag dat ik veel meer en harder heb moeten werken.’ Luis trekt een volle kar van 350 kilo stinkend vuilnis voort.

Sinds de strikte quarantaine werd ingevoerd, zakten de prijzen compleet in elkaar. Voordien bracht een kilo karton nog 300 pesos op bij de bodega’s - de groothandelaars die recyleebaar materiaal opkopen. In volle lockdown was het nog 150 pesos waard. Begin 2020 werd oud ijzer aangekocht aan 400 pesos, in april was dat 200. Ondertussen stegen de prijzen weer tot 250 en 300 pesos, maar dan alleen bij bepaalde bodega’s.

© Keoma Zec

Voorop loopt Luis met zijn volgeladen kar gevolgd door zijn vrouw Barbara, die eenmaal per week mee komt helpen met recycleren.

Drie groothandelaren vertellen hetzelfde: de grote spelers aan wie zij het materiaal doorverkopen deden de prijzen zakken. Door de extra kosten, het extra reinigen en de nood aan nieuw materiaal. Maar Alejandro Mendoza, eigenaar van één van de grotere bodega’s in de hoofdstad vertelt een ander verhaal. Hij zegt dat zijn prijzen stabiel zijn gebleven tijdens de pandemie en sommigen, vooral voor plastic, stegen. Volgens Mendoza wilde één grote speler profiteren van de situatie waardoor de prijzen voor oud ijzer halveerden. ‘Er is geen controle-orgaan om de prijzen te verifiëren dus elke bodega doet in principe wat ze willen. Wij behandelen elk van de 290 ‘recicladores’ die hier komen met respect en betalen hen de correcte prijzen. Wat andere bodega’s doen, valt niet te controleren door het vrijemarktprincipe. Jammer genoeg wordt daar heel veel misbruik van gemaakt.’

‘Met of zonder pandemie, de reciclador werkt even hard en wordt op verschillende manieren misbruikt. Ze staan op de onderste ladder van de maatschappij en moeten het doen met wat ze kunnen. Als een koper van vandaag op morgen beslist om hen minder te betalen, kunnen ze daar weinig tegen beginnen.’ Alejandro Mendoza, die al meer dan tien jaar in het vak zit, noemt het een hele smerige business. ‘Veel recicladores leven op straat en zijn druggebruikers. Soms betalen bodega’s gerecycleerd materiaal in de vorm van basuko, een goedkoop restproduct van het in Colombia geproduceerde cocaïne. ‘De afgelopen jaren hebben recicladores veel meer rechten dan vroeger kunnen verkrijgen, door de hulp van associaties, maar het “juiste” prijskaartje blijft een heikel punt.

Net als Luis vertellen veel collega-recicladores dat dit ‘spelletje’ al decennia lang duurt en grijpen vele bodega’s elke kans om minder te betalen dan de marktprijs. Het is een aanhoudende trend waardoor een reciclador tien jaar geleden meer verdiende dan vandaag, terwijl het leven duurder werd.

‘Dat is toch niet normaal?’, vraagt Luis retorisch. Maar zelfs al is de job zwaar en duren Luis’ werkdagen minimum 24 uur, is hij niet van plan te stoppen. ‘Ik ga door tot de dag ik geen tanden meer in mijn mond heb, en het zijn er nu al niet veel meer’, lacht hij. Ondanks alles wil hij zijn job blijven doen. ‘Niet om rijk van te worden, maar voor de collega’s.’

Noodhulp

Elke reciclador heeft zijn eigen verhaal en manier van werken. Bijna de hele nacht lang sorteert Luis met een twintigtal andere recicladores vuil in een doodlopende straat. Mariluz Torres doet hetzelfde, maar dan met een uur of twee slaap en onder een brug, 40 blokken zuidelijker in de stad.

© Keoma Zec

Mariluz poseert voor een portret in haar wijk. Vlakbij Carrera 180.

Mariluz is ook bijna haar hele leven al reciclador. Al 23 jaar van haar 45-jarige leven gaat ze de straat op. Ze zou graag iets anders doen, maar daarvoor is het nu te laat en veel kansen daarvoor heeft ze niet gehad. ‘Als mijn kinderen een ander leven kunnen leiden dan hun mama, ben ik geslaagd in mijn taak als moeder.’ Haar drie kinderen zijn nog jong en als alleenstaande moeder (ze verliet de vader 9 jaar geleden) doet ze haar uiterste best om hen allemaal te kunnen laten studeren.

Aan het begin van de quarantaine bleef ze nog thuis uit angst voor het virus, maar toen het geld op raakte, moest ze noodgedwongen weer aan de slag. Dat betekent dat ze zich constant blootstelt aan het risico op besmetting met het virus. ‘Om 9 uur vertrek ik thuis om de volgende dag op ongeveer hetzelfde uur terug terug te komen. Ik doe onmiddellijk mijn kleren uit, stop ze in warm water en schrob mezelf schoon. Tegen het virus!’

‘Zelfs al werken wij indirect voor de overheid krijgen wij geen enkele hulp. Ik moet zelf mijn maskers en handschoenen kopen, terwijl wij de stad opruimen en de boel netjes houden. Van de 60.000 pesos die ik gemiddeld verdien voor een dag werken kan daar met moeite 10.000 af voor handschoenen.’

De regering beloofde noodhulp aan de allerarmsten van het land, maar veel recicladores zeggen dat ze nog geen enkele steun ontvingen. ‘Ik ken mensen die geld kregen, maar ik niet. Wij worden vergeten’, getuigt Mariluz. ‘Waarom weet ik niet. Misschien omdat mijn wijk Alfonso de Lopez te ver weg ligt, waardoor de overheid er niet geraakt? Ik weet het niet. Maar gelukkig zijn er nog liefdadigheidsorganisaties die ons een beetje helpen. Of af en toe iemand in de straat die mij iets geeft.’

Meer dan twee decennia al werkt Mariluz in dezelfde wijk, op bijna twee uur van haar woonplaats. Na al die tijd kennen de mensen haar. Terwijl ze afval uitzoekt, groeten mensen haar. ‘Zelfs met mijn masker herkennen ze me nog, maar dat is wel normaal als je al die jaren in het vuilnis komen grabbelen.’

© Keoma Zec

Onder Brug 127 is Mariluz aan het sorteren. Meestal is ze klaar rond 2u ‘s nachts waarna ze eventjes slaapt en tegen 5u vertrekt naar de bodega om te kunnen verkopen.

Veneco’s

‘Ik weet niet of het door COVID-19 is, maar er zijn zo veel meer Veneco’s!’, Mariluz’ lach verbleekt terwijl ze dit zegt. Ze verwijst hiermee naar de ongeveer 1,8 miljoen Venezolanen die naar Colombia kwamen. Maar Veneco heeft een negatieve connotatie. ‘Ze nemen ons werk af. Er zijn vaak schermutselingen tussen Colombianen en Veneco’s. Ik heb collega’s die al bedreigd zijn met messen. Eén vriend die ook recylceert hebben ze zijn arm gebroken.’

Vroeger liep het vaker door elkaar, maar ondertussen recycleren Venezolanen aan de ene kant van de brug en Colombianen aan de andere kant. De verdeeldheid is aanzienlijk toegenomen. Onder Colombiaanse recicladores wordt wel eens gespeculeerd dat de prijzen zakten door de Venezolaanse recicladores. Zij werken doorgaans zonder officieel papierwerk en verkopen het afval daardoor aan lagere prijzen. De afgelopen jaren zouden naar schatting zo’n 10.000 Venezolanen als reciclador aan de slag zijn.

Querer es poder’, zegt Mariluz. De Colombiaanse variant voor ‘waar een wil is, is een weg’. Ze verwijst naar het slechte weer in Colombia, dat haar letterlijk op de heupen werkt. ‘Het regent hier veel.’ En dat voelt ze snel aan haar heup, waar ze een probleem mee heeft. ‘Als het echt koud is, heb ik pijn en is het moeilijk om lang door te werken. Maar ik moet dan wel.’

© Keoma Zec

Samen met haar vriendin Emma, die Mariluz al jaren kent, vertrekken ze om 5u ‘s morgens richting de bodega om hun buit van de dag te gaan verkopen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift