‘Ik praat niet met vluchtelingen. Ik zie van hier al wat voor volk dat is.’

De angst voor vluchtelingen doet Bulgarije beven. Met hekken, herdershonden en brutaal geweld sluit het land de Europese buitengrenzen met Turkije. Wie durft protesteren krijgt klappen. Olivia Kortas en Kasper Goethals trokken een maand lang door het land, waar hakenkruisen en doodsbedreigingen normaal zijn geworden.

  • © Kasper Goethals/The Caravan's Journal Een Afghaanse man wiens handen afgehakt zijn, hij zegt door de Taliban, in het Bulgaarse vluchtelingenkamp Harmanli. © Kasper Goethals/The Caravan's Journal
  • © Kasper Goethals/The Caravan's Journal Vrouw in vluchtelingenkamp Vrajdebna bij Sofia. © Kasper Goethals/The Caravan's Journal
  • © Kasper Goethals/The Caravan's Journal © Kasper Goethals/The Caravan's Journal
  • © Kasper Goethals/The Caravan's Journal Officier van de grenspolitie in de auto van Frontex aan de Turks-Bulgaarse grens, tijdens patrouille. © Kasper Goethals/The Caravan's Journal
  • © Kasper Goethals/The Caravan's Journal Een bed in een kamer van het vluchtelingenkamp waar de 16-jarige jongen slaapt. © Kasper Goethals/The Caravan's Journal
  • © Kasper Goethals/The Caravan's Journal Gang in het vluchtelingenkamp Harmanli, die sinds rellen en gevechten tussen migranten en politie in oktober, niet opgeruimd is. © Kasper Goethals/The Caravan's Journal
  • © Kasper Goethals/The Caravan's Journal © Kasper Goethals/The Caravan's Journal
  • © Kasper Goethals/The Caravan's Journal Nikolay Georgiev © Kasper Goethals/The Caravan's Journal
  • © Kasper Goethals/The Caravan's Journal © Kasper Goethals/The Caravan's Journal

Zwijgend loopt Omaid Niazi door het doolhof van viezigheid en vernieling in de lange gang. De lucht ruikt naar te veel mensen in een kleine ruimte: gerecycleerd en zweterig, alsof hij al eerder werd ingeademd. Onder een kwellend neonlicht glimmen de lichtbruine voorhoofden en neuzen van mannen en vrouwen aan weerskanten van Omaid. Achter hun ruggen puilt isolatiestof uit de muren, boven hun hoofden hangen de kartonnen plafondtegels scheef uit de roosters. Omaid wrijft twee jongetjes troostend over hun bol en gaat links een kamer binnen. Het is een slaapkamer die hij met drie anderen deelt.

De 19-jarige Omaid woont al vijf maanden in Harmanli, een Bulgaars stadje van 18.000 inwoners aan de grens met Turkije. Sinds eind 2012 wordt de voormalige legerbasis van Harmanli gebruikt als vluchtelingenkamp. Tegenwoordig wonen er meer dan 2000 mensen, ongeveer de helft is net als Omaid afkomstig uit Afghanistan. Ze slapen tijdens de winterse vrieskou van min twintig graden in gehavende betonbarakken, vaak zonder verwarming.

© Kasper Goethals/The Caravan's Journal

Een bed in een kamer van het vluchtelingenkamp waar de 16-jarige jongen slaapt.

‘We hebben de panelen uit het plafond getrokken om ons te verbergen’, zegt Omaid met een schorre stem, wijzend op het plafond van zijn kamer. De schade aan het kamp herinnert hem dagelijks aan de opstanden van november. Na een gerucht er besmettelijke ziektes zouden zijn, ging de deur van het kamp op slot. Na twee dagen opsluiting, kwam een groot deel van de inwoners in opstand. 1500 jonge mannen gooiden met stenen en lieten een spoor van vernieling achter. De politie ging als reactie van deur naar deur en sloeg de jongens met gummiknuppels. Een jongen van 16 kwam in een coma terecht en werd opgenomen met een schedelbreuk. Hij is nog steeds niet wakker en de bloedvlekken op de matrassen en muren zitten er nog steeds.

© Kasper Goethals/The Caravan's Journal

Gang in het vluchtelingenkamp Harmanli, die sinds rellen en gevechten tussen migranten en politie in oktober, niet opgeruimd is.

De muur rondom het kamp is echter gloednieuw, erbovenop schittert een dikke rol zilveren prikkeldraad. Wie met de mensen in Harmanli praat, begrijpt waarom. De nieuwe muur dient niet om de bewoners van het kamp te beschermen, maar om de lokale bevolking gerust te stellen. De Bulgaren zijn bang van de nieuwkomers.

In de zomer toen er meer Afghanen begonnen te komen, sloeg de sfeer om, beweert Nikolay Georgiev, een gemeenteraadslid en de voorzitter van de lokale afdeling van uiterst rechtse Bulgaarse Nationale Beweging (IMRO).

Geboren en getogen

© Kasper Goethals/The Caravan's Journal

Nikolay Georgiev

Georgiev zit in een café op iets meer dan twee kilometer van Omaids kamer in het kamp. Hij is een gedrongen man van 41, met rood en blauw dooraderde wangen. Onder zijn borstelige wenkbrauwen schieten zijn ogen wantrouwend alle kanten op. Zijn stem is rustig, ingehouden zelfs, om de mensen rond hem niet te storen tijdens hun eten. Hij begint te trots vertellen over zijn geboortestadje Harmanli. Iedereen kent hem hier. Hier groeide hij op. Hier werd hij verkozen.

Al snel verandert het chauvinisme in kwaadheid. Nee, uit Harmanli laat hij zich niet wegjagen. ‘De Afghanen, die moeten weg’ briest hij.

Een ogenblik later heeft hij zich al hersteld en praat hij opnieuw met bedeesde stem, maar de ondertoon van woede gaat niet meer weg. ‘Ze zitten in onze parken te eten, pissen in het rond en laten hun afval liggen’, zegt hij. Met opengesperde ogen laat hij op zijn smartphone een schimmige foto zien van een paar mannen die in een cirkel op een grasveldje zitten. Je kan hun gezichten niet te zien, maar hun haar is donkerzwart en sluik. Anders dan dat van de meeste Bulgaren.

Georgiev geeft toe dat hij in de vier jaar dat hij campagne voert tegen migratie, nog nooit met een vluchteling heeft gesproken.

Georgiev geeft toe dat hij in de vier jaar dat hij campagne voert tegen migratie, nog nooit met een vluchtelingen heeft gesproken. ‘Waarom zou ik dat doen? Ik zie al van ver wat voor volk het is’, snuift hij. ‘95 procent van de Afghanen zijn economische migranten, parasieten, die gevoederd willen worden en zich niet willen integreren.’

Omaid spreekt zes talen, waaronder Bulgaars, en werkt als vertaler voor een internationale hulporganisatie in het kamp om iets te verdienen. Hij is intelligent, sportief en hij leert snel bij. Met gevoelige blik vertaalt hij heel zorgvuldig, de woordenstorm van miserie rondom hem.

Plots stokt zijn stem, hij wilde even iets zeggen over zijn eigen leven. Hij perst zijn gekloofde lippen op elkaar en huilt stil. Omaid heeft geen ‘excuus’ om naar Europa te komen, hij is geen oorlogsvluchteling. Hij is op zoek naar een beter leven. Een parasiet dus, volgens Georgiev.

© Kasper Goethals/The Caravan's Journal

 

Turks-Bulgaarse grens

Omaid kwam zes maanden geleden van Turkije naar Bulgarije. Door de verlaten heuvels aan de Turks-Bulgaarse grens slingert een drie meter hoog hek met messcherpe prikkeldraad. Alleen aan de voet van de Strandzha-bergen in het zuidoosten van Bulgarije ontbreken nog een paar meters muur. De meeste smokkelaars sturen hun klanten daardoorheen. Dan moeten ze de Rezovorivier nog overzwemmen en zich een weg te banen door het stekelige struikgewas in de schaduwrijke van sparrenbossen. De hele weg zit de politie hen op de hielen met honden en nachtkijkers.

Bij de dertiende keer was hij te ver gekomen om hem terug te sturen, hij werd geregistreerd en belandde in Harmanli.

Omaid werd twaalf keer gegrepen door de Bulgaarse grenspolitie tijdens zijn pogingen. Hij vertelt hoe ze zijn geld stalen, hem in elkaar beukten en terug naar Turkije jaagden. ‘Drie of vier mannen droegen zwarte maskers. Ze sloegen ons met wapenstokken’, fluistert hij. ‘Meestal lieten ze ook honden op ons los.’

Bij de dertiende keer was hij te ver gekomen om hem terug te sturen, hij werd geregistreerd en belandde in Harmanli. Bijna al zijn medebewoners vertellen soortgelijke verhalen over illegale push-backs.

Wanneer de grenspolitie migranten op die manier terugstoot, overtreedt ze het internationaal recht. Wie de EU bereikt, moet een asielprocedure doorlopen voor hij kan worden teruggestuurd. In plaats daarvan worden duizenden oorlogsvluchtelingen in Europa begroet door hongerige Duitse herdershonden.

Verschillende bronnen binnen de Bulgaarse grenspolitie bevestigen deze aanpak en ook in rapporten van het Europees grensagentschap Frontex die vorig jaar per ongeluk werden gelekt, worden zorgen geuit. Geen van de agenten wil er echter on-the-record over vertellen, maar in een klein appartement in een buitenwijk van Sofia woont een man die wel wil spreken.

‘Hij heet Rex’, grijnst Majd Algafari. Zijn herdershond dendert met luid kletterende klauwen door de keuken waar Bulgaarse baklava op de tafel staat. ‘Hij is getraind door de grenspolitie. Als hij het juiste bevel krijgt, scheurt hij je aan flarden.’

Algafari heeft een bedrijfje dat vertaalt tussen de grenspolitie en migranten die ze arresteren. Hij bevestigt wat anderen in dit circuit alleen achter gesloten deuren toegeven: ‘Tot de dag van vandaag vinden gewelddadige push-backs plaats aan de grens en het bevel daarvoor komt van bovenaf.’

© Kasper Goethals/The Caravan's Journal

Een Afghaanse man wiens handen afgehakt zijn, hij zegt door de Taliban, in het Bulgaarse vluchtelingenkamp Harmanli.

Push-backs

Sinds Macedonië haar grenzen vorig jaar sloot en de Turkije-deal vluchtelingen vast zet op de Griekse eilanden, is de grootste toestroom van mensen ingedamd. Wie vastbesloten is om alsnog Europa te bereiken, moet levensgevaarlijke tochten ondernemen. Over de Zwarte Zee naar Roemenië, over de verraderlijke wateren tussen Libië en Italië of over land naar Bulgarije en Griekenland.

In Turkije, in de schaduw van fort Europa, leven ondertussen drie miljoen vluchtelingen. In de Griekse kampen klinken dezelfde verhalen over push-backs en een gruwelijke behandeling door de grenspolitie. Het lijkt een race to the bottom. De autoriteiten in Sofia willen in ieder geval vermijden dat Bulgarije de nieuwe route van de hoop wordt.

De EU trok in september 2016 108 miljoen euro uit voor de Bulgaarse grensbewaking. Daarnaast werken 135 Frontex-agenten uit verschillende landen zij aan zij met hun Bulgaarse collega’s. Officieel zijn ze daar alleen in een ondersteunende rol, niet om vluchtelingen tegen te houden. 

‘Als dat de reden zou zijn dat we hier waren, deed ik niet mee’, vertelt de Nederlandse officier Jugo tijdens een patrouille. Hij heeft tijdens zijn maand dienst geen vluchtelingen gezien. In de praktijk zijn de Europese agenten er ook om toezicht te houden op de Bulgaren: wanneer Frontex er is, wordt er geen smeergeld aangenomen van smokkelaar en worden migranten niet teruggeduwd.

Bang van de Afghanen

Bulgarije, het armste land van de EU, is niet de eindbestemming voor vluchtelingen. Het dient vooral als transitland. Syriërs en Afghanen weten hoeveel xenofobie er is in Bulgarije en ze kennen de slechte situatie in de overheidskampen. ‘Niemand gaat vrijwillig langs Bulgarije’, legt Omaid uit. ‘De smokkelaars plannen de route, wij volgen.’

‘Niemand gaat vrijwillig langs Bulgarije. De smokkelaars plannen de route, wij volgen.’

De vluchtelingen willen snel verder trekken naar Servië, Hongarije, Oostenrijk en Duitsland. Een van hun grootste angsten is om in Bulgarije aangehouden en geregistreerd te worden, want dan bestaat de kans dat ze voor altijd in een kansarm land moeten blijven dat hun vijandig gezind is. De weinige mensenrechtenadvocaten zijn gestopt met het slaken van noodkreten.

‘Bijna niemand krijgt hier een asielprocedure, maar erop reageren in de media helpt niet’, zegt een zwaar overwerkte Valeria Ilawera. Ze is een van de belangrijkste mensenrechtenadvocaten in Bulgarije en behandelt bijna 20 zaken van vluchtelingen per week. Meestal zonder resultaat.  ‘In Bulgarije zijn kwade krachten aan het werk, er heerst willekeur en vluchtelingen zijn de dupe.’

In Harmanli en andere vluchtelingenkampen zorgt de aanhoudende onzekerheid over hun toekomst voor frustratie bij de migranten. Het wantrouwen van de Bulgaarse omwonenden maakt de situatie niet eenvoudiger. Iedereen is bang van ‘de Afghanen’. Moeders geven hun dochters een avondklok, de uitbater van de lokale supermarkt heeft nieuwe camera’s geplaatst en een vrachtwagenchauffeur die in heel Europa rondrijdt, heeft nieuwe sloten laten zetten om zich minder zorgen te maken over zijn gezin als hij lang weg is.

Georgiev vertegenwoordigt die angst. Hij organiseert met zijn partij grote protesten tegen het vluchtelingenkamp in Harmanli. Van over het hele land worden extremistische activisten met bussen naar de stad gebracht om te betogen.

© Kasper Goethals/The Caravan's Journal

 

De regering bezweek onder de druk van Georgiev en zijn kompanen en deed de deuren van het kamp op slot, eind november 2016. Dat zorgde voor de grootschalige opstand waarbij de Afghaanse jongen in een coma belandde. De rellen en de reactie van de politie zorgden op hun beurt voor een nationale crisis. Diezelfde nacht trokken minister-president Bojko Borrisov, de minister van Binnenlandse Zaken en de voorzitter van het Staatsagentschap voor Vluchtelingen naar Harmanli. 

Georgiev, die de media al te woord had gestaan om meer druk te zetten op de regering, sprak met de politici uit Sofia. ‘Borissov beloofde mij dat Afghanen de oude legerbasis niet meer zouden mogen verlaten in de toekomst.’ Georgiev merkt goedkeurend op dat de politici een deel van zijn aanbevelingen hebben gevolgd. De 400 ‘zwaarste herrieschoppers’ werden zonder proces ondergebracht in gesloten instellingen en er kwam een muur rond het kamp.

Hakenkruisen

Wanneer de minister-president de volgende dag over snelweg terugrijdt naar Sofia, passeert hij taferelen die het moderne Bulgarije samenvatten. Op de pechstrook rijden Romazigeuners met paard en kar, langs de kant van de weg staan roestige skeletten van lege reclame -en propagandaborden. Daarnaast blinken plakkaten van de EU waarop staat hoeveel Europa betaald heeft voor de gloednieuwe autostrade. Over sommige verkeersborden zijn grote hakenkruisen gespoten. Niemand komt ze afschrobben, ze blijven weken zitten.

Aangekomen in Sofia passeert de minister-president nog meer hakenkruisen, in de straten rond de synagoge en de moskee, om de hoek van het parlement en het presidentieel paleis.

Hulpverleners, onafhankelijke journalisten en een sociaal geëngageerde priester: stuk voor stuk krijgen ze regelmatig doodsbedreigingen via e-mail en sociale media.

Kosmopolitische, liberale Bulgaren in Sofia vertellen dat ze bang zijn om hun vrienden uit te nodigen. Zeker als die vrienden een andere huidskleur hebben. In Sofia worden zwarten systematisch vreemd aangekeken en bespot met apengebaren. Vorige maand werd een Brits meisje zelfs aangevallen met bierflesjes door hooligans, voor de deuren van een hippe koffiebar waar je veganistische burgers kan krijgen.

De inwoners van Sofia zien maar weinig vluchtelingen. Hun woede is daarom vooral gericht op de mensen die het dichtst bij vreemdelingen staan. Hulpverleners, onafhankelijke journalisten en een sociaal geëngageerde priester: stuk voor stuk krijgen ze regelmatig doodsbedreigingen via e-mail en sociale media.

Het ergst is dat de uitgeoefende druk werkt: enkele van de grootste internationale mensenrechtenorganisaties geven schoorvoetend toe dat ze zich minder streng uitspreken over xenofobie om de veiligheid van hun Bulgaarse personeel te vrijwaren.

‘Sinds 2014 verslechtert de situatie voor mensenrechtenactivisten in Bulgarije’, zegt ook Krassimir Kanev. Hij is de voorzitter van het Bulgaarse Helsinki-comité, de grootste mensenrechtenorganisatie van het land. Vorig jaar in oktober kon hij dat aan den lijve ondervinden. ‘Het was een mooie dag en dan ga ik met de metro naar het werk. Ik kwam buiten toen ik de blik van een man kruiste’, vertelt Kanev rustig en met oog voor detail. ‘Ik zag dat hij mij herkende, hij liep zonder aarzelen op mij af. Het volgende moment voelde ik een harde klap in mijn gezicht.’ Zijn aanvaller verdween spoorloos.

Kanev doet lacherig als hem wordt gevraagd of hij nu bang is om alleen naar zijn werk te gaan. Hij ziet het probleem groter dan hemzelf. ‘Het grootste probleem is dat de intimidatie van extreemrechtse groepen aanvaardbaar is geworden voor de autoriteiten. Ze kunnen voor onze deur betogen en mijn personeel bedreigen. De politie doet niets.’

© Kasper Goethals/The Caravan's Journal

Vrouw in vluchtelingenkamp Vrajdebna bij Sofia.

Etnisch zuivere natie

Ironisch genoeg heeft Bulgarije de grootste moslimbevolking (13%) van alle landen in de Europese Unie, maar ook de hoogste niveaus van xenofobie en islamofobie. Daar zijn verschillende redenen voor volgens Kanev. ‘Nog tijdens het communisme werden moslims geviseerd, zo moesten etnische Turken hun naam veranderen. Dat paste al in een idee dat Bulgarije een etnisch zuivere natie moet worden.’

In de jaren na het communisme werden minderheden zoals de Roma-bevolking en moslims verder gemarginaliseerd. De wilde jaren ‘90 van ontluikend kapitalisme in de Oostbloklanden zorgde voor oligarchie, maffianetwerken en groteske ongelijkheid. Grote delen van de Bulgaarse bevolking bleven straatarm. Kanev wijst ook op het onderwijssysteem dat op historische mythes is gebaseerd. In Bulgaarse scholen krijgen leerlingen les over de onderdrukking door het islamitische Ottomaanse Rijk. Daarbij wordt de Bulgaarse slachtofferrol uitgemolken en aangedikt met halve waarheden. 

Big problem Merkel. Talibani come here! Big problem!’

Alles samen vormt dit een vruchtbare voedingsbodem voor vreemdelingenhaat. ‘Xenofobie is politiek aantrekkelijk want je wint er stemmen mee. De media zijn in handen van oligarchen met politieke banden en zijn medeplichtig’, zegt Kanev.

Op de voorpagina van een Bulgaarse krant staat een grote foto van Angela Merkel. Het is de dag na de terroristische aanslag op een kerstmarkt in Berlijn waarbij twaalf mensen om het leven kwamen. ‘Er kleeft bloed aan haar handen’: de kop boven het artikel laat niets aan de verbeelding over. Bulgaarse media, politici en burgers in het hele land grijpen de aanslag aan om vluchtelingen verdacht te maken. In Svilengrad, aan de grootste checkpoint langs de grens met Turkije, zegt een politieagent in gebrekkig Engels: ‘Big problem Merkel. Talibani come here! Big problem!’

Mensen in de grensgebieden begroeten migranten in het algemeen nochtans met meer begrip dan in de hoofdstad. ‘Dit zijn de bergen’, zegt een vrouw in het zuidoosten van het land. ‘Als je mensen in nood niet helpt, vriezen ze gewoon dood.’ Smalle wegen, met diepe kuilen in het goedkope asfalt kronkelen door de witte velden. De sneeuw is bevroren, het vriest al weken. Hier en daar priemen bouwvallige, grauwe schuren als lelijke littekens door het deken van sneeuw. In het ene dorp wonen vijf mensen, in het ander honderd. Vluchtelingen komen hier vaak voorbij als ze de grens vanaf Turkije oversteken.

Klopjacht

Een witharige man met een oranje vest en een blauwe joggingbroek komt binnen in de enige winkel van Mamarchevo, een klein dorpje met driehonderd inwoners op vijftien kilometer van de Turkse grens. ‘Twee maanden geleden heb ik 22 vluchtelingen gevonden’, vertelt de man, die Michal heet, trots. ‘mijn hond had ze geroken terwijl ik op jacht was.’ Het was de eerste keer dat de man migranten gezien had.

© Kasper Goethals/The Caravan's Journal

 

‘Ik liep op hen af en riep: hé jullie daar, wat zijn jullie voor mensen?’, vertelt de 67-jarige Michal. ‘De groep bleef als aan de grond genageld staan.’ Hij loenst door zijn besneeuwde wimpers en spert zijn ogen open en mond open om de angstige uitdrukking die de vluchtelingen hadden na te bootsen. ‘Er waren kinderen en vrouwen bij’, vertelt hij. ‘Ik was niet bang. Later heb ik me pas bedacht hoe gevaarlijk het was om die groep vluchtelingen alleen te treffen in het bos.’

Het zijn zulke groepen vluchtelingen die de grenspolitie meestal te pakken krijgen. Kleinere groepen of individuen komen minder vaak voor en zijn moeilijker te zien. In de dichte sneeuwstormen van de afgelopen weken, zag je alleen jeeps van de douane, het leger en de grenspolitie op de wegen van de Strandzha-bergen. Officier Stojan Ganev scant de omgeving, op zoek naar achtergelaten afval, voetsporen of rook van vuurtjes. ‘Wij van de grenspolitie helpen de migranten net. Hoezo zouden we hen slaan?’, vraagt hij, zonder zijn haviksblik af te wenden van het landschap. 

Hij wikt zijn woorden zorgvuldig en zwijgt lang, wanneer er gevraagd wordt of de fameuze vluchtelingenjagers die de internationale media haalden een hulp waren voor de grenspolitie. Dat waren vrijwilligers, vaak extreemrechtse partizanen of opportunistische politici die op vluchtelingen gingen jagen, zogenaamd om vrouwen en kinderen te beschermen van de Islamitische invasie. ‘We hebben nu voldoende personeel om de grens te bewaken’, zegt Ganev op berekende toon.

© Kasper Goethals/The Caravan's Journal

Officier van de grenspolitie in de auto van Frontex aan de Turks-Bulgaarse grens, tijdens patrouille.

Nikolay Georgiev in Harmanli vindt dat de EU zou de grens beter moeten sluiten. ‘We zouden in staat moeten zijn om op hen te schieten’, zegt hij. ‘Met rubberkogels, en als die niet helpen, dan met scherp. Ze moeten leren dat ze de grenzen van de EU niet mogen oversteken’, zegt Georgiev met een glimlach, kennelijk in zijn nopjes met zichzelf. Als het aan hem lag, zou Omaid dertien keer beschoten kunnen worden.

Hij is niet de enige politicus in Europa die zulke uitspraken doet. Ook Duitse AfD vice-voorzitster Beatrix von Storch sprak zich al uit voor wapengebruik aan de grenzen. Het verschil met de Duitsers is echter, dat de Bulgaren Georgievs standpunt wel massaal accepteren. Er is niets schokkends meer aan, deze uitspraken zijn dagelijkse kost in Bulgarije.

Kasper Goethals en Olivia Kortas maken deel uit van het internationaal journalistiek collectief The Caravan’s Journal. Hun reportage kwam tot stand met de steun van de Stichting Karel Gerold.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift