‘Ik protesteerde niet om Rusland te veranderen, maar om mens te blijven’

Reportage

Een Russische lerares tegen Poetin

‘Ik protesteerde niet om Rusland te veranderen, maar om mens te blijven’

portretfoto van Russisch leerkracht Natalja Taranoesjenko aan een tafeltje met een tas koffie en voor een tekening met de tekst 'stand with Ukraine'
portretfoto van Russisch leerkracht Natalja Taranoesjenko aan een tafeltje met een tas koffie en voor een tekening met de tekst 'stand with Ukraine'

Overal bestaan verhalen van dwarsliggers, ook in Rusland vandaag. Hun ‘alledaags democratisch protest’ brengt misschien geen brede verandering, maar inspireert wel. Dit is de getuigenis van Natalja Taranoesjenko, een Russische leerkracht die weigerde de propaganda te verspreiden in haar klas.

Elke ochtend, tijdens mijn wandelingen, kijk ik uit over de heuvels. Schoonheid helpt om het ongeluk als een geluk te zien. Anderhalf jaar na mijn vlucht uit Rusland heb ik de middelbare school van Protvino, een provinciestadje honderddertig kilometer ten zuiden van Moskou, ingeruild voor een desolaat Frans platteland. Omdat ik weigerde de verplichte militaristische propagandalessen te geven. Heeft mijn keuze iets veranderd?

Ik herinner me mijn les over het begin van de twintigste eeuw. ‘Toen veranderde alles in zeventien jaar tijd. Mensen moesten kiezen: blijven of vertrekken, zwijgen of spreken’, zei ik tegen de leerlingen. Ze luisterden, met de vage blik van jongeren die niet beseffen dat geschiedenis zich niet alleen in boeken voltrekt. ‘Die tijd kan terugkeren’, zei ik.

Niet lang daarna werd oppositieleider Aleksej Navalny gearresteerd na zijn terugkeer uit Berlijn. Een meisje in de klas stak haar hand op: ‘Wie is Navalny eigenlijk, mevrouw?’ ’s Avonds zat mijn man op de bank, het blauwe licht van de televisie op zijn gezicht. ‘Poetin doet wat hij moet doen’, zei hij. Dan reageerde ik: ‘We keren terug naar de tijd van Stalin, wil je die terug, toen mensen hun familie, vrienden en collega’s verklikten?’ We voerden dat gesprek elke avond, als een toneelstuk.

Toen kwam 24 februari 2022. Terwijl de bommen vielen op Oekraïne, werd het stil in Rusland. Wat niet gezegd mocht worden, mocht zelfs niet worden gedacht. Wij, leerkrachten, werden gedachtepolitie. ‘Commandanten winnen geen operaties, leraren wel’, zei Poetin.

De directeur kwam met een envelop van het ministerie: ‘Het nieuwe patriottische lesprogramma. Jullie moeten voortaan in elke klas de les over belangrijke zaken geven.’ Er zat een script in: teksten die we letterlijk moesten voorlezen, patriottische liederen, videomateriaal dat we moesten tonen.

Ik liep langs een lokaal waar een collega ijverig bezig was: ‘Neonazi’s bepalen het beleid in Oekraïne. Alles wat ons verenigt, wordt aangevallen. In een speciale operatie bevrijden we Oekraïne en helpen we de afgescheiden republieken. De Krim sloot zich al aan bij Rusland. En pas op, de vijand rekruteert ook uit lokale gemeenschappen, er zijn verraders van het moederland.’

Die laatste zin raakte mij. Was ik zo iemand? In mijn les toonde ik de propagandafilmpjes, maar daarna mijn eigen toevoegingen: foto’s van Tanja Savitsjeva, een twaalfjarig meisje dat in haar dagboek de dood van al haar familieleden tijdens het beleg van Leningrad noteerde; Anne Frank; een Oekraïens meisje naast haar dode moeder. ‘Wees voorzichtig. Ze gaan de lessen filmen’, fluisterde een jonge collega me toe in de leraarskamer tijdens de pauze met lauwe thee.

Thuis vertelde ik alles aan mijn man, over het geld dat de directeur ons vroeg voor het leger, over de brieven die de kinderen moesten schrijven aan de soldaten. Hij bleef apathisch. ‘Het gaat niet om het geld’, zei ik. ‘Het is de angst. Wie niets geeft, uit zich als tegenstander. Angst is het nieuwe sociaal contract: de staat hoeft niets meer te geven, alleen bang te maken. Zo worden gewone Russen onderdeel van de oorlogspropaganda. Scholen worden steunfabrieken. Iedereen zoekt een persoonlijke rechtvaardiging voor kleine daden die samen een groot zwijgen vormen. Veel collega’s willen handelen zoals ik, maar durven niet.’

ʻNa de inval in Oekraïne ging de militarisering van de school in overdrive: militaire drills voor tienjarigen, granaatwerpwedstrijden voor vijftienjarigen.ʼ

Met reden, want het verklikken was terug. Drie leerlingen namen mijn les over Anne Frank op en klikten aan hun ouders. Kort daarna verschenen drie politieagenten. Ik moest naar het gemeentehuis. De vader van een van de klikspanen, een oud-leerling, keek me vol haat aan. ‘Ik zeg niet wat ze moeten denken, ik leer ze zelf te denken’, probeerde ik.

Het mocht niet baten: leerlingen mogen geen eigen gedachten hebben. Dat ik geen klastitularis meer mocht zijn, kon een geluk zijn: zo hoefde ik de propagandalessen niet zelf te geven.

De volgende twee jaar ging de militarisering van de school in overdrive: militaire drills voor tienjarigen, granaatwerpwedstrijden voor vijftienjarigen. Op een dag moesten de leerlingen naar een toespraak van Poetin kijken: er kwam een ‘Jeugdbeweging voor heel Rusland’. Elke gelijkenis met de ‘Jeugdbond voor de hele Sovjet-Unie’ was toeval? Ik denk het niet. Alleen was er nu geen ideologie, slechts blinde loyaliteit.

‘Niemand’ tegen Poetin

Rusland kende jarenlang massale demonstraties tegen het regime. Tot begin 2022 het geluid van protest bedolven werd onder een draconische onderdrukking en onder de bommen in Oekraïne. Maar individuele dwarsliggers blijven protesteren op hun manier. ‘Alledaags democratisch verzet’, noemt slavist Peter Vermeersch (KU Leuven) het.

‘Je vindt het overal, maar veel gaat onopgemerkt voorbij. Deze Russen zijn “niemand” tegenover Poetin. Maar soms blijft zo’n verhaal hangen en inspireert het des te meer.’ Daarom brengt MO* de getuigenis van Natalja Taranoesjenko, leerkracht Russische literatuur. Zij is niet de enige leerkracht die niet toegaf. Ook Pavel Talankin, op 1800 kilometer van Taranoesjenko’s stadje Protvino, weigerde. Hij maakte er een film over: Mr. Nobody against Putin. Ook hij vluchtte in de zomer van 2024.

Gewone leerkrachten zagen aan de wortels van de leugen, het onderwijssysteem, ook al zitten ze zelf op die tak. Toch noemt Taranoesjenko het geen “zelfopoffering”. Ze gelooft niet dat massaprotest of alledaags verzet Rusland kan veranderen: ‘Van de tsaren tot Poetin draait de Russische geschiedenis als een paard rond een molen. In de jaren '90 leek ontsnappen even mogelijk, maar de belangrijkste oppositiefiguren werden uit de weg geruimd. Protest was verwaarloosbaar op een bevolking van 140 miljoen.’

‘De Russische schrijver Michail Saltykov beschreef ooit hoe arbeiders in opstand kwamen tegen hun landheer: ze trokken naar zijn huis, knielden neer en protesteerden. Buigen, zelfs in verzet.’ Taranoesjenko gelooft wél dat individuele weigering het enige is wat een mens rest in een totalitair regime.

De vlucht

Op 12 juni 2024, de Dag van Rusland, was mijn tijd van kiezen aangebroken: blijven of vertrekken. Sergej, een oud-leerling, stuurde een artikel door: Criminele zaak tegen lerares wegens nepnieuws.

‘U moet nu vluchten, niemand met zo’n aanklacht is ongestraft gebleven’, zei hij. Binnen een halfuur had ik mijn koffer gepakt. Sergej raadde aan mijn telefoon achter te laten als lokaas. Ik keek nog één keer naar het appartement, de muren die ik had willen schilderen, mijn man en dochter in de deuropening, het leven dat ik had gepland.

Ergens tussen Protvino en de luchthaven voelde ik iets openbarsten: een onbeschrijflijk gevoel van vrijheid. In het vliegtuig zat een vrouw uit Minsk: ‘Wij Belarussen zijn bij aflevering vier van de totalitaire soap. Jullie bij aflevering twee.’ Bittere humor, onze laatste vrijheid. ‘Waarheen gaat u?’, vroeg ze. ‘Armenië’, zei ik. ‘Het enige land in de regio waar de soap nog niet is begonnen.’

Armenië

Sergej had me in contact gebracht met The Ark, een Russische organisatie die emigranten helpt. Dankzij hen vond ik een flat in Jerevan, samen met andere gevluchte Russen. Ze hadden een poster aan de muur gehangen: ‘Stand with Ukraine/Stop Ruzzian Fascism’. ’s Avonds zaten we rond een tafel met thee, blini’s met confituur en smartphones vol verboden woorden. Iedereen had een verhaal dat klonk als het mijne, met andere namen, data en steden.

Michail vertelde dat de Russische Veiligheidsdienst, de FSB, zijn huis had doorzocht omdat hij op Telegram bleef schrijven over Oekraïne. Naast hem zat Ilja, amper twintig en pas afgestudeerd als informaticus: ‘Ze hadden me opgeroepen voor het leger. Mijn leraar zei dat ik moest vluchten. Ik wilde programmeren, geen mensen doden.’

Plots trilde mijn telefoon. Een bericht van mijn dochter Olga: ‘Een paar dagen na je vertrek kwamen agenten naar mijn werk. Ze namen me mee, vroegen waar je was. Ze dreigden me te arresteren en Dima in een weeshuis te stoppen.’ Kort daarna stond Olga met haar zoontje ook in Jerevan. Toen ik Dima zag, wist ik het: ik was gevlucht om hem te beschermen.

Groepsportret van Natalja Taranoesjenko met haar dochter en kleinzoon in hun appartement in Jerevan, Armenië

Natalja met haar dochter en kleinzoon in hun appartement in Jerevan, Armenië.

ʻPoetin pakt het subtieler aan dan Stalin: geen massaterreur, maar individuele terreur die massaal wordt verspreid. Een paar zondebokken, en het volk zwijgt.ʼ

13 juli 2024. ‘U staat op een Russische lijst van gezochte personen’, zei een Armeense agent bij de paspoortcontrole op de luchthaven. Ik wilde naar Montenegro, verder uit de greep van het Kremlin. Ik vertelde dat ik lerares was en vijftien jaar gevangenisstraf riskeerde. Maar de agenten mochten me niet doorlaten en verontschuldigden zich. Ik kreeg een verbod Armenië te verlaten; de muren rondom mij werden weer hoger.

De volgende ochtend belde mijn man: ‘Ik heb het zomerhuisje opgeknapt. Kom terug, dan wordt alles weer zoals vroeger.’

Niets zou nog worden zoals vroeger. Terugkeren betekende gevangenis. Ik had de sleutel naar Rusland weggegooid, nu zocht ik de sleutel weg uit Armenië. Sergej bracht me in contact met In Transit, een netwerk dat Russische dissidenten helpt vluchten. Ze lobbyen ook voor hun dossiers bij het Europees Parlement. Frankrijk bleek de enige optie: daar konden de dossiers van mijn dochter en mij samengevoegd worden.

19 oktober 2024. De Russische hoofdonderzoeker had Armenië officieel om mijn uitlevering gevraagd. De muren kwamen weer op me af. Zou Armenië mij uitleveren of zou Frankrijk me opnemen? Een Armeense mensenrechtenorganisatie verzekerde me: Armenië had het Russische verzoek geweigerd omdat het Armeense strafwetboek geen meningsmisdaad bevat. Ook In Transit bracht goed nieuws: het Franse visum was goedgekeurd. Op 20 november 2024, nog geen halfjaar na de Dag van Rusland, waren we onderweg naar Frankrijk.

Frankrijk

In Parijs ademde alles vrijheid: de lucht, de taal, de manier waarop mensen glimlachten. Via In Transit kreeg ik een kamer in een hotel. Twee weken voelden als vakantie, een adempauze tussen twee werelden. Maar de papieren trokken me telkens terug naar de werkelijkheid.

Op 28 november 2024 vroeg ik asiel aan bij OFPRA, het Franse vluchtelingenbureau. Daar begon ons nieuwe leven en werden we overgeplaatst naar een centrum voor daklozen in Zuid-Frankrijk.

‘Wat heeft het leven met ons gedaan dat we nu in een centrum voor daklozen slapen?’ zei ik tegen Olga in de supermarkt. Zwarte humor hielp om positief te blijven.

‘Moordenaars!’, hoorde ik plots. Een oude Oekraïense vrouw had ons Russisch horen spreken. Ik probeerde uit te leggen dat we gevlucht waren voor dezelfde dictator, maar ze luisterde niet. Dagenlang voelde ik me schuldig. Ik besefte dat ik niet defensief, maar verontschuldigend moest reageren tegenover Oekraïners.

We kregen onderdak in een oude boerderij, omgebouwd tot opvangcentrum. Ons kamertje had drie bedden, een tafel en een klein keukentje. Buiten strekte het landschap zich uit in zachte heuvels, het decor van mijn ochtendwandelingen. De leegte maakte me aanvankelijk bang, maar de schoonheid ervan troostte ook, alsof het land zei: hier mag je rust vinden.

ʻMijn dochter, kleinzoon en ik zullen geen schakels in de oorlogsmachine worden. Misschien was ik een korreltje zand in die machine.ʼ

Het leven had me van vóóraan in de klas teruggestuurd naar de schoolbanken. Samen met Syriërs en Afghanen volgde ik Franse les in het opvangcentrum. Een degradatie, zou je zeggen, maar ook een kans: de poort naar mijn nieuwe leven in een vrij land. We leerden woorden, maar ook waarden. De docent sprak over tolerantie en de lgbtq-gemeenschap.

Ze dachten mij iets nieuws te leren, maar dissidente Russen, Russische lgbtq-vluchtelingen, Oekraïners: we zijn allemaal slachtoffers van dezelfde haat.

Ook op Dima’s school kregen we Franse les, samen met ouders van Oekraïense kinderen. Deze keer zei ik meteen dat ik me schaam om Russisch te zijn. ‘Maak je geen zorgen’, zei een Oekraïense man. ‘De leiders vechten boven ons hoofd en zetten ons tegen elkaar op. Wij proberen alleen te overleven.’ Twee Oekraïense vrouwen keken me niet aan; ik nam het hen niet kwalijk.

foto van een klas in een opvangcentrum in Frankrijk waar Natalja Taranoesjenko les volgt, samen met Syriërs en Afghanen

In het opvangcentrum in Frankrijk volgt Natalja les, samen met Syriërs en Afghanen.

Op 20 april 2025 had ik mijn asiel-interview bij OFPRA. Daarna gebeurde er maandenlang niets. De dagen waren lang, stil, traag. Gelukkig kon ik twee keer per week met de bus naar het stadje, naar de dokter, de kapper, de winkel.

Op 7 juli kreeg ik bericht: ik was officieel ‘vluchteling’. Tegelijk bereikte me ander nieuws: een Russische rechtbank veroordeelde me tot zeven jaar gevangenisstraf. Gecriminaliseerd door Rusland, in de armen gesloten door Frankrijk.

Waarom besteden deze landen aandacht aan een gewone lerares uit Protvino? Van Rusland weet ik het: een totalitair regime zaait angst. Poetin pakt het subtieler aan dan Stalin: geen massaterreur, maar individuele terreur die massaal wordt verspreid. Iedereen kan het volgende voorbeeld worden. Een paar zondebokken, en het volk zwijgt.

Als ik uitkijk over de lege heuvels, begrijp ik dat mijn protest weinig zoden aan de dijk heeft gezet. Maar ik deed het niet om Rusland te veranderen. Ik deed het om mens te blijven. Niets is belangrijker dan dat. Mijn dochter, kleinzoon en ik zullen geen schakels in de oorlogsmachine worden. Misschien was ik een korreltje zand in die machine.

Sinds mijn protest ontmoette ik zoveel engelbewaarders dat ik er zelf één wilde worden. Nu werk ik als vrijwilliger voor In Transit, om Russische deserteurs en dienstweigeraars te helpen het land te verlaten. En ik gaf mijn leerlingen de grootste les die ze konden krijgen: de les over de prijs van vrijheid. Wat mij overkwam, leerde hen dat je mens kunt blijven in een onmenselijke wereld.

Dit portret werd geschreven voor MO*158, het winternummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

Word proMO*

Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.

Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.

Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.

Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.

Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief

Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.

Per maand

€4,60

Betaal maandelijks via domiciliëring.

Meest gekozen

Per jaar

€60

Betaal jaarlijks via domiciliëring.

Voor één jaar

€65

Betaal voor één jaar.

Ben je al proMO*

Log dan hier in