India: een tablet voor 30 euro

Forbes koos hem tot één van de vijftien meest invloedrijke personen in de wereld op het vlak van onderwijs: Suneet Singh Tuli is ceo van het bedrijf dat de goedkoopste tablets ter wereld produceert. Zijn Aakash-tablet kost amper dertig euro. De Indiase overheid wil het toestel inzetten tegen analfabetisme. ‘In India zijn er één miljard mensen die slechts 150 dollar per maand verdienen’, zegt Tuli. ‘Wij willen een product creëren dat ze met een weekloon kunnen betalen.’

  • Jordi Pizarro Jordi Pizarro
  • Jerónimo Giorgi Jerónimo Giorgi
  • Jerónimo Giorgi Jerónimo Giorgi
  • Jerónimo Giorgi Jerónimo Giorgi

Het is niet makkelijk bereikbaar. Zelfs de ervaren chauffeurs van Amristar, deze Indiase stad aan de grens met Pakistan, moeten het vragen. Niemand lijkt te weten waar het hoofdkwartier van Datawind Technology Company zich bevindt.

Uiteindelijk, in een ongeplaveid steegje tussen huizen van modder en de geur van brandend plastic, verschijnt het kristalblauw van een modern gebouw met drie verdiepingen. Boven het logo van het bedrijf staat een religieuze Sikhuitspraak:  ‘Je vijand kan zelfs je arm niet raken waar God huist.’

In de kleine deur van het gebouw wacht Suneet Singh Tuli, elegant gekleed met een zwarte tulband om het hoofd. Singh is ceo van het bedrijf dat de goedkoopste tablets ter wereld produceert. Forbes koos hem tot één van de vijftien meest invloedrijke personen in de wereld op het vlak van onderwijs.

The sky is the limit, ook voor armen

Jerónimo Giorgi

 

Vriendelijk begeleidt Tuli de bezoekers door de verschillende afdelingen van het bedrijf. Op de benedenverdieping staan dozen met onderdelen. Op de hoogste verdieping bevinden zich de montagewerkplaatsen en op het gelijkvloers toont hij zijn eigen kantoor.

Zittend aan zijn bureau, waar hij door een groot raam de vele werknemers kan zien telefoneren, gebruikt Tuli verschillende telefoontoestellen om berichten naar collega’s te sturen. ‘Ik heb er eentje voor India, Canada, de Verenigde Staten en Groot-Brittannië’, zegt hij verontschuldigend.

Deze man migreerde op tienjarige leeftijd met zijn familie naar Montreal. Als vijfenveertigjarige bezoekt hij Amristar meer dan twaalf keer per jaar. Hij koos voor Amritsar als het hoofdkwartier van zijn bedrijf vanwege de nabijheid van de Gouden Tempel, de belangrijkste plek in zijn religie.

Van hieruit controleert Tuli de productie van Aakash, de tablet van veertig dollar (dertig euro) die de Indiase overheid wil inzetten tegen analfabetisme en waarmee honderden tot miljoenen mensen de digitale wereld zullen leren kennen. ‘In India leeft een miljard mensen die slechts 150 dollar per maand verdienen, wij willen een product creëren dat ze met een weekloon kunnen betalen.’

De Aakash-tablet kost amper veertig dollar. Miljoenen mensen zullen via dit toestel de digitale wereld leren kennen.

Het Aakash-project begon in februari 2009, toen het Indiase ministerie van Onderwijs het National Mission on Education through Information and Communication Technology (NMEICT) lanceerde.

Het was een vijfjarenplan met een budget van ongeveer een miljard dollar voor onderwijs door middel van technologische ontwikkeling. Een groot deel van dat budget was bedoeld voor de ontwikkeling en distributie van een tablet voor alle studenten van het staatsonderwijs.

Ondanks de initiële kritiek dat het plan te ambitieus was voor een land met 360 miljoen jongeren van schoolgaande leeftijd, slaagde het Indian Institute of Technology erin het apparaat te ontwerpen en een publieke aanbesteding voor de productie ervan te lanceren.

Datawind versloeg de concurrentie en beloofde de eerste honderdduizend tablets te produceren tegen 49,98 dollar per stuk. Het eerste model werd gepresenteerd door toenmalig minister van Onderwijs, Kapil Sibal, op 5 oktober 2011 en werd Aakash gedoopt, wat “hemel” betekent in het Hindi.

Goed genoeg is goedkoper

‘Het internet is de dag van vandaag even belangrijk als elektriciteit’, zegt Tuli, terwijl hij zijn borstelige grijze baard, recht strijkt. ‘In India zijn er 900 miljoen mensen die een gsm hebben, terwijl er slechts 100 miljoen zijn met toegang tot het internet. De reden hiervoor is economisch. Wij geloven dat we, door de barrière te doorbreken, de overige 800 miljoen die op deze technologie zitten te wachten, kunnen bereiken. Een kans als deze mogen we niet aan ons voorbij laten gaan.’

Jerónimo Giorgi

 

Datawind slaagt erin de productiekost zo laag te houden omwille van drie redenen: hardware-productie, distributiemodel en businessmodel. Het bedrijf bespaart onder andere door open source operating systemen als ARM – de goedkoopste consumentenprocessor – te gebruiken.

Het touchscreen is het duurste onderdeel van de tablet, goed voor een kwart van de totale kosten. Sinds enkele jaren produceert Datawind het scherm in Canada en Amritsar. Bovendien heeft het bedrijf zijn winstmarge vooral op hardware laten zakken: van dertig procent, wat het gemiddelde is voor producenten, naar slechts vijf procent.

Datawind liet zijn winstmarge op hardware zakken van 30 naar slechts 5 procent.

Deze beslissing heeft het businessmodel bepaald: de winst komt uit de samenwerking met telefoonmaatschappijen en de reclame-inhoud op de tablet. Reclame van onder andere Coca-Cola en Google brengt tien dollar per jaar per tablet binnen, en voor elke gedownloade Adroid app rekent Datawind dertig tot vijftig procent aan.

Bovendien zorgen ook de rechtstreekse producent-klant-verhouding en de verkoop van Ubislate (het businessmodel van de tablet) via internet en telefoon voor lagere kosten.

Het belangrijkste element voor het Aakash-model is het “good enough”-concept, zegt Tuli. Dit idee werd ontwikkeld door econoom Clayton Christensen in zijn boek The innovator’s dilemma, waar Tuli veel gelijkenissen in vindt met het businessmodel van Datawind.

‘Christensen heeft bewezen dat technologie vaak goed en goedkoop genoeg is om de concurrentie te verslaan’, legt hij uit, terwijl een kleine muis tussen de buizen van de airconditioning in zijn kantoor trippelt.

‘In het tweede model van Aakash zit dezelfde processor als in de eerste iPad. De kracht van een iPad is immers goed genoeg voor mijn klanten. ’ Mijn doel is niet om Apple voorbij te streven, maar om een product te maken waarbij de prijs de belangrijkste factor is. ‘Het is een manier om technologie te democratiseren’, besluit hij.

Ontwikkelingsplan

‘De gedachte achter dit project is dat ieder kind grootse dromen moet kunnen koesteren. Vandaar de naam Aakash’ zegt Pradeep V., een leidinggevende bij het ministerie van Onderwijs. Volgens hem zou het introduceren van moderne technologie in het onderwijssysteem de ongeletterdheid kunnen inperken op een gemakkelijkere, economischere en snellere manier dan het uitbouwen van een infrastructuurplan in het land.

‘Ik had altijd al een beeld in mijn hoofd van een meisje uit een afgelegen dorp, misschien ergens in de bergen, waar infrastructuur en toegang tot onderwijs ontbreekt. Als dat meisje, één van de miljoenen leerlingen in dit land, een tablet had waarop ze kon studeren en misschien zelf een nieuwe Einstein zou kunnen worden, zou dit land kunnen veranderen.’

Jerónimo Giorgi

 


In India is ongeletterdheid één van de problemen die ontwikkeling verhinderen. Volgens de laatste statistieken kan 27 procent van de bevolking boven de zeven jaar niet lezen en schrijven, wat vooral in rurale gebieden, waar de meerderheid van de bevolking woont, een acuut probleem vormt en vooral impact heeft op vrouwen.

Het NMEICT-beleidsplan was opgestart om dit cijfer naar beneden te halen door nieuwe technologieën te introduceren. Als eerste werd de organisatie One Laptop per Child (OLPC), die onder leiding staat van Nicholas Negroponte (ook oprichter van MIT Medialab), gecontacteerd. Maar de 150 dollar per toestel die de OLPC had voorgesteld, was te duur voor de overheid.

Andere bedrijven als Apple en Samsung weigerden deel te nemen omdat er te veel onbekende factoren in het opzet zaten. Daarbovenop stond de tabletmarkt in die dagen nog in haar kinderschoenen en lag de kostprijs veel hoger dan het bod van de overheid.

‘Ondanks de moeilijkheden, zijn we toch doorgegaan met ons idee en hebben we het apparaat waarnaar we op zoek waren ontwikkeld’, zegt Pradeep in zijn kantoor in het ministerie in New Delhi. Datawind was het enige bedrijf dat het risico aandurfde. Toch waren er ernstige problemen.

Negroponte bekritiseerde de Aakash omdat hij het verschil niet zag tussen “laaggeprijsd” en “rommel”.

Het eerste model, waarvan honderdduizend exemplaren verspreid werden in scholen en universiteiten bij wijze van proefproject, functioneerde niet naar behoren: de processor ondersteunde de applicaties niet, de tablet moest steeds opnieuw opgestart worden en het scherm was niet volledig functioneel.

Negroponte bekritiseerde Aakash en zijn voorstanders, omdat hij het verschil niet zag tussen “laaggeprijsd” en “rommel”, en hij stelde dat de onderdelen, het ontwerp en de economische ontwikkeling de verkeerde richting uitgingen.

‘Ieder project heeft te kampen met tegenslagen in het begin’, zegt Moudgalya Kannan, de verantwoordelijke van het Aakash-project bij IIT Bombay. Hij moest vanaf maart 2012 de haalbaarheid van het project in kaart brengen.

Nadat de pijnpunten blootgelegd waren, betrok hij studenten en leerkrachten bij het project om een open source softwarecode voor iedereen te ontwikkelen. Uiteindelijk wist hij een educatief platform te bouwen met applicaties en inhoud beschikbaar voor zowel leraren als studenten doormiddel van de tablet.

‘De oorspronkelijke kritiek hing sterk samen met verwachtingen’, zegt Moudgalya. ‘Aan die prijs konden we geen iPad maken, maar we bouwden wel een erg krachtig toestel dat de educatieve standaard in India kan verhogen.’

Succesvol ondernemen door goed te doen

De tablet werd uiteindelijk gelanceerd op 28 november 2012 in het VN-hoofdkwartier, in de aanwezigheid van secretaris-generaal Ban Ki-Moon en Indiaas president Pranab Mukherjee.

Een paar dagen eerder verscheen er in de New York Times echter een artikel waarin gesteld werd dat slechts een klein deel van het toestel, ongeveer 25 procent, in India vervaardigd werd, terwijl de overige onderdelen uit China kwamen. ‘Ons contract met de Indiase overheid stelt niet dat we het apparaat volledig hier moeten maken’, zegt Tuli terwijl één van zijn werknemers thee uitschenkt.

‘Wij zijn een designbedrijf zoals Apple, en er zijn twee aspecten waarop India volgens mij trots op mag zijn: ten eerste is de tablet ontworpen door Indiase studenten, voor de Indiase markt en gesubsidieerd door de Indiase overheid. Ten tweede is er het “good enough”-concept, het principe van het juiste product voor de juiste toepassing, dat van hier komt.’

India probeert al jaren armoede en ongeletterdheid te bestrijden door middel van technologie, met gemengde resultaten. In 2001 ontwikkelde een groep wetenschappers de Simputer, een goedkope, meertalige computer. Dat was geen succes; in 2005 werd de productie stopgezet.

Daartegenover staat het succes van het “hole in the wall”-experiment, onder leiding van de beroemde wetenschapper Sugata Mitra. In 1999 had Mitra een computer ingebouwd in een muur van een sloppenwijk in New Delhi zodat de buurtjongeren die konden gebruiken om zichzelf bij te scholen. Vandaag zijn er meer dan driehonderd dergelijke computers verspreid in het land.

Ondanks de vele verschillen delen deze experimenten dezelfde filosofie: zuinige innovatie. Dat betekent volgens Raghunath Mashelkar, een groot voorstander van het principe, meer doen met minder middelen door meer mensen. ‘Het is wat je betaalbare kwaliteit zou kunnen noemen’ zegt Mashelkar in zijn elegante kantoor in het onderzoekscentrum in Pune, zo’n 200 kilometer van Mumbai.

Het nieuwe paradigma is: succesvol worden door goed te doen.

In zijn woorden is dit een verandering van paradigma die begint in India en andere arme landen, maar binnenkort ook naar het Westen zal overwaaien. Mashelkar, die onder ander ceo was van de Council for Scientific and Industrial Research of India:

‘Voorheen ging het zo: iemand verdiende veel geld en gaf nadien een deel aan de armen, zoals Bill Gates.

Het nieuwe paradigma is echter succesvol worden door goed te doen: door producten, processen of diensten te creëren waarmee men geld kan verdienen, maar die tegelijkertijd ook zoveel mogelijk mensen helpen.’

‘Wij zijn geen liefdadigheidsorganisatie’, zegt Suneet Singh Tuli in Amritsar, terwijl hij nog een bericht beantwoordt over het evenement de volgende dag, waar hij een prijs ontvangt voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van het onderwijs.

‘Wij doen zaken, dus zoeken we opportuniteiten. Maar tegelijkertijd vind ik dat het onze verplichting is bij te dragen tot de democratisering van onderwijs, niet alleen in India maar wereldwijd.’ Want volgens Tuli heeft elk kind het recht om groots te dromen en naar de sterren te reiken.

“Breaking the digital wall” is een project van het European Journalism Centre en het Innovation in Development Reporting Grant Programme.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift