Wie bekommert zich om de 50.000 Inuït in Groenland?

‘Nu het zee-ijs smelt, verdwijnt ook een deel van mijn cultuur’

© Nicole Franken

‘Ik ga graag met mijn vader mee de natuur in. Hij leert me dan de tradities van de Inuït, gebruiken die hij weer van zijn vader heeft geleerd.’

De Groenlandse ijskap smelt elk jaar aan een sneltempo. De Inuït, de inheemse bevolking van Groenland, worden daarmee rechtstreeks getroffen door de gevolgen van klimaatverandering. Stijgende temperaturen tasten de natuur en het kwetsbare ecosysteem aan, en daarmee hun levensonderhoud. ‘Stop alsjeblieft de klimaatverandering, zodat ik kan blijven leven volgens onze tradities.’

Zittend op een houten bankje kijkt Malik Olsvig (10) uit over Disko Bay, waar tientallen kleine, losgeraakte schotsen zee-ijs zo dicht opeengepakt voor de kust liggen dat het wel een mozaïekvloer lijkt. Op de golven daarachter drijven talloze ijsbergen zo ver je kunt kijken.

De stilte is oorverdovend, tot ineens met veel gekraak een stuk van een ijsberg afbreekt. Geschrokken vliegen de op het water dobberende ganzen op, als een donkere wolk in de strakblauwe lucht, om te verdwijnen richting de besneeuwde bergtoppen aan de overkant van de baai.

‘De enige ijsbeer die ik ooit heb gezien, was in de dierentuin tijdens een vakantie in Denemarken,’ begint Malik. ‘Volgens mijn vader komen hier al meer dan 25 jaar geen ijsberen meer voor. Waarom?’

Hij wijst naar Disko Bay. ‘Er is bijna geen zee-ijs meer. En dus komen zeehonden, de prooi van ijsberen, hier niet meer. Op school leer ik dat het allemaal door klimaatverandering komt.’

Malik woont in Oqaatsut, een dorp met nog geen 50 inwoners in het noordwesten van Groenland, zo’n 300 kilometer boven de poolcirkel. Nergens is de opwarming van de aarde zo zichtbaar en voelbaar als in het arctisch gebied. Hier zijn de effecten van klimaatverandering tot wel drie à vier keer groter dan in de rest van de wereld.

Onderzoek van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) toont aan dat temperaturen er ongekend hard stijgen. Dat het minder sneeuwt en vaker regent. Dat door de opwarming van het zeewater het volume en de dikte van het zee-ijs elk jaar verder afneemt.

Bovendien is de zee-ijsperiode steeds korter. In de lente smelt het ijs eerder terwijl het in de herfst net later bevriest.

Daarnaast zorgt meer ijs voor minder opwarming en vice versa. Het witte ijs reflecteert het zonlicht en het donkere oceaanwater neemt juist zonlicht, en dus warmte op. Hierdoor smelt er weer meer ijs en neemt het water nog meer warmte op. Het smelten van het zee-ijs versterkt dus de opwarming in het poolgebied. Dat is slecht nieuws voor de ijsbeer, die afhankelijk is van dik, aaneengesloten zee-ijs om zich te verplaatsen, om te jagen en om zich voort te planten.

De ijskap van Groenland is de op een na grootste ijsmassa op aarde – de grootste bevindt zich op Antarctica – en bedekt het land voor zo’n 84%. Een 3D-analyse van NASA laat zien dat de ijskap al meer dan 100.000 jaar oud is, in het midden zo’n 3 kilometer dik is en in totaal circa 3 miljoen kubieke kilometer ijs (ongeveer 2,7 miljoen gigaton) bevat, genoeg om de zeespiegel met ruim 7 meter te doen stijgen.

Door klimaatverandering worden de ‘smeltseizoenen’ steeds intenser, in 2012 had 97% van de ijskap op enig moment in het jaar te maken met het smelten van het oppervlak. Tussen 2002 en 2016 werd er een massaverlies gemeten van ongeveer 269 gigaton per jaar. Dat is 269 miljard ton per jaar.

Gevaren

Maar niet alleen het leefgebied van de ijsbeer wordt aangetast. Veranderende weerpatronen en de opwarming van de zee en het land verstoren het kwetsbare ecosysteem en bedreigen de traditionele levenswijze van de oorspronkelijke bewoners van Groenland, de Inuït.

De zee en het zee-ijs vormen de kern van het bestaan van de Inuït. Voor hun voedselvoorziening en levensonderhoud zijn zij afhankelijk van wat de natuur hen brengt.

Malik: ‘Met onze sledehonden trekken we over het ijs naar onze visgronden, waar we vissen op kabeljauw, heilbot, kreeften, garnalen en krab. Of we gaan naar plekken toe waar zeehonden en walrussen liggen, om daarop te jagen. Maar we gebruiken het ijs ook om naar andere dorpen reizen. Er is hier namelijk geen weg of zo.’

‘Als ik ga vissen met mijn vader leert hij me dan de tradities van de Inuït, gebruiken die hij weer van zijn vader heeft geleerd.’

Met een lange stok in zijn ene en visgerei in zijn andere hand loopt hij door Oqaatsut, dat uit niet veel meer bestaat dan een handjevol gele, blauwe, groene en rode huizen, een supermarktje, een gemeenschapscenter, een visfabriek en een kerk die tegelijkertijd ook dienstdoet als school.

Samen met zijn vader Nuunorujuk Eliassen gaat Malik ijsvissen in Rodebay, een inham aan de andere kant van het dorp. ‘Ik ga graag met mijn vader mee de natuur in. Hij leert me dan de tradities van de Inuït, gebruiken die hij weer van zijn vader heeft geleerd.’

Het is begin april en de zon schijnt al een paar dagen onafgebroken. De temperatuur ligt rond het vriespunt, veel te warm voor de tijd van het jaar. Af en toe veegt Malik de sneeuw weg en tikt een paar keer met de stok op het ijs.

‘Dat heb ik van mijn vader geleerd,’ vertelt hij trots. ‘Komen er barsten in, dan is het te dun en niet betrouwbaar. Of ik bang ben om door het ijs te zakken? Nee, ik weet al mijn hele leven niet beter, maar ik ben wel voorzichtig. Het zee-ijs is een onderdeel van mijn cultuur en nu dat smelt, verdwijnt ook een deel van mijn cultuur.’

© Nicole Franken

Dan stopt hij en begint met de metalen punt van de stok een gat in het ijs te hakken. Niet veel later laat hij de visdraad met de haak in het wak zakken. Met korte rukjes trekt hij aan de visdraad, net zolang tot hij voelt dat hij beetheeft.

‘We nemen alleen van de natuur wat we nodig hebben.’

‘De vissen die we vangen, eten we zelf op. Is het te veel dan geven we het weg of we voeren het aan de honden. We zullen nooit voedsel weggooien, maar altijd delen. We nemen alleen van de natuur wat we nodig hebben.’

Nuunorujuk kijkt goedkeurend toe hoe Malik een zojuist gevangen vis van de haak haalt. ‘Toen ik zo oud was als Malik was het zee-ijs zo’n twee meter dik en kon je met de hondenslee naar Queqertarsuaq, het eiland aan de overkant van Disko Bay. Nu is de baai een open zee en is er nauwelijks nog zee-ijs. En wat er is, is te dun. Op veel plaatsen meet het niet meer dan 50, soms zelfs maar 10 centimeter.’

Net als het merendeel van de Inuït was Nuunorujuk visser, maar hij kon op een gegeven moment met zijn hondenslee niet meer bij zijn visplekken komen. Hij stapte over op vissen met een bootje, maar ook dat was niet zonder gevaar.

‘Op zee drijven steeds meer kleinere ijsbergen en losgeraakte schotsen zee-ijs, die bewegen in de stroming en de wind. Daardoor kan het zomaar gebeuren dat je bij een plotseling draaiende wind met je bootje ingesloten raakt tussen die ijsbergen en ijsschotsen.’

‘In het ergste geval zit je dagen vast. We vissen met kleine boten, er is geen kajuit waar je in kunt schuilen. En er is altijd een kans dat je boot door het ijs gekraakt wordt en zinkt. Op zee heb je geen bereik, je kunt niemand waarschuwen.’

© Nicole Franken

‘Minder ijs zorgt er ook voor dat de zee onrustiger is, er zijn meer en hogere golven. Samen met de koude wind en lage temperaturen vormt dat een gevaar. Daarnaast beschadigen de op drift geraakte ijsschotsen je netten. Zowel de vangst als het materiaal gaan dan verloren en dat betekent kosten in plaats van inkomsten.’

‘Toen ik een gezin kreeg, ben ik gestopt als visser. Ik werk nu in de visfabriek.’

Door de stijgende zeewatertemperatuur en het open water veranderen de vissen ook steeds van richting. Voorheen zat vis op redelijk vaste plekken, nu trekken ze weg, op zoek naar kouder water. Hoewel de vissers zich daaraan proberen aan te passen, bemoeilijkt dat wel hun werk.

‘Toen ik een gezin kreeg, ben ik gestopt als visser’, gaat Nuunorujuk verder. ‘Ik vond de gevaren te groot en heb ik me laten omscholen tot elektricien en loodgieter. Ik werk nu in de visfabriek.’

Minder waard

Niet alleen het zee-ijs, ook het landijs neemt in hoog tempo af, zo blijkt uit onderzoek van de Ohio State University en van het National Snow and Ice Data Center in Colorado.

Volgens nieuwe klimaatmodellen smelt de Groenlandse ijskap 60% sneller dan eerder was voorspeld. Daarbij is de sneeuwval niet langer voldoende om het volumeverlies van de ijskap weer aan te vullen.

Dat het hard gaat met de opwarming blijkt ook uit het afbreken van een stuk ijs van bijna 110 vierkante kilometer – groter dan de stad Hasselt – in september 2020 uit de grootste overgebleven ijsplaat in het noordoosten van Groenland. De gevolgen zijn groot en leiden wereldwijd tot zeespiegelstijging, extreme weersomstandigheden en landdegradatie.

Maar bijna niemand lijkt zich om de effecten voor de 50.000 Inuït in Groenland te bekommeren. Nuunorujuk: ‘We leven van de zee. We geven onze taal, onze tradities, onze verhalen door op het ijs. De zee en het ijs maken ons tot wie we zijn, zonder dat waren we een ander volk.’

Het ligt niet in de natuur van de Inuït om ver vooruit te kijken, ze volgen het ritme van de natuur en schikken zich daar zo goed mogelijk naar. Maar hun eeuwenoude kennis van het ijs en de natuur wordt door veranderende weerpatronen steeds minder waard.

Omdat vissen koudere plekken opzoeken, weten ze niet meer waar de vissen precies zijn. ‘Het is een continu proces van zoeken en aanpassen en dat bemoeilijkt het vissen. Voorheen zat overal vis en konden we meer vangen in minder tijd.’

Altijd zomer?

Na een paar dagen is het weer plotseling omgeslagen, een harde wind vanaf zee blaast de sneeuw horizontaal langs de ramen van de school. Buiten is het -20 graden, binnen aangenaam warm. Als de les is afgelopen rennen de zes kinderen, tussen 9 en 14 jaar oud, van het schooltje naar het kerkzaaltje waar ze tafelvoetbal spelen. Malik zegt: ‘Ik ben er trots op Inuït te zijn, maar de klimaatverandering beïnvloedt mijn toekomst.’

Hij stopt met spelen en kijkt naar buiten. ‘Ik weet niet beter dan dat er altijd ijs is, maar de natuur zal meer en meer veranderen. Groenland zal er heel anders uit gaan zien, minder sneeuw, minder zee-ijs, alsof het altijd zomer is. Dat lijkt me heel raar.’

© Nicole Franken

De afgelopen decennia hebben de Inuït zich zo goed mogelijk proberen aan te passen, hebben ze hun veerkracht getoond en geleerd met de situatie om te gaan. Maar hoe lang houden ze dat nog vol?

Malik: ‘Ik vind het niet eerlijk dat wij al deze problemen hebben terwijl het door anderen wordt veroorzaakt. Er leven maar 56.000 mensen in Groenland, waarvan 50.000 Inuït.’

‘De Chinezen, Europeanen en Amerikanen zijn de grote vervuilers, zij veroorzaken de klimaatverandering. Niet wij. Zij stoten veel CO2 uit met hun grote industrieën, zij rijden in vervuilende auto’s, zij hebben airco’s die veel stroom gebruiken. Daardoor wordt het in de hele wereld, maar vooral hier veel warmer en kan ik straks niet meer ijsvissen, niet meer met de honden sleeën, niet meer jagen voor mijn eten.’

‘Wat ik tegen deze mensen wil zeggen? Stop alsjeblieft met vervuilen, stop de klimaatverandering, zodat ik kan blijven leven volgens de tradities van de Inuït.’

© Nicole Franken

Dit artikel werd gerealiseerd met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek, het Postcode Loterij Fonds van Free Press Unlimited en het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3277   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift