‘Dit is geen moderne slavernij - dit is gewoon slavernij’

In Jemen zijn zwarte mensen veroordeeld tot een leven in de marge

© Sam Tarling/Sana'a Centrum voor Strategische Studies

Fakhri Ali Qudaf verzamelt afval met zijn twee jonge kinderen in de buurt van Aden, Jemen. zijn salaris als werknemer bij de gemeente is zo laag is dat hij al meer dan 15 jaar zijn inkomen moet aanvullen door afval te verzamelen. Qudaf en zijn familie zijn leden van de Muhamasheen-gemeenschap, een Jemenitische onderklasse die eeuwenlang te maken heeft gehad met discriminatie, uitbuiting en armoede. Voorafgaand aan het huidige conflict beperkte sociale discriminatie van de Muhamasheen hun toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en zinvol werk. )

Miljoenen zwarte Jemenieten en Afrikaanse migranten in Jemen hebben weinig perspectief om te ontsnappen aan armoede en marginalisering als gevolg van eeuwenlange structurele discriminatie.

Waddah al-Adeni is geboren en getogen in Aden en kent de straten van de kuststad als zijn broekzak. Maar als lid van de Jemenitische zwarte minderheid heeft hij weinig hoop ooit buiten de sloppenwijken te kunnen leven.

‘Je bent daar geboren en je gaat nooit weg’, zegt Adeni, een van de ongeveer 3 miljoen ‘muhamasheen’ in Jemen. Die groep staat op de laagste trede in een de facto kastensysteem dat zwarte Jemenieten in de marge houdt.

‘Ze kijken gewoon naar mijn gezicht en dat is het’, vertelt de 39-jarige. Zijn sloppenwijk wordt geplaagd door constante stroomstoringen, een gebrek aan schoon water en het ontbreken van formele huurovereenkomsten.

Muhamasheen

De oorsprong van de muhamasheen - een Arabisch woord dat gemarginaliseerd betekent - wordt betwist. Sommige verhalen traceren ze naar Abessijnse soldaten die Jemen honderden jaren geleden bezetten, andere naar de Rode Zee-vlakte van Jemen.

‘Mensen met een donkere huid of van niet-erkende afkomst hebben al eeuwenlang te maken met discriminatie.’

‘Op een dag zou ik graag mooie kleren hebben. Mijn baard scheren. Een auto hebben. Lekker ruiken, een hotel binnengaan. Om me gewoon gelukkig te voelen en deel uit te maken van de samenleving’, zegt Adeni.

Hoewel de Jemenitische wet niet discrimineert op basis van huidskleur, is de samenleving gedeeltelijk ingedeeld per stam. Dat houdt in dat mensen met een donkere huid of van niet-erkende afkomst al eeuwenlang te maken hebben met discriminatie, zeggen actievoerders.

Dat leidt volgens hen tot uitsluiting van de zwarte bevolking van het land - waaronder ook ongeveer 35.000 Afrikaanse migranten - van scholen, formele banen en fatsoenlijke huisvesting.

Velen hebben zelfs moeite om hun pasgeborenen te registreren. Volgens een onderzoek van het VN-kinderfonds Unicef heeft slechts 9% een geboorteakte. De toegang tot andere overheidsdocumenten, maar ook tot banen en diensten wordt hierdoor vaak belemmerd.

© Sam Tarling/Sana'a Centrum voor Strategische Studies

Waddah al Adani, dagloner en lid van de Muhamasheen gemeenschap.

Vicieuze cirkel

‘Het is een vicieuze cirkel’, zegt Salah Dabwan. Hij is jurist en een prominente muhamasheen-activist.

Na wijdverbreide volksprotesten in 2011 stelde de grondwettelijke commissie een quotum van 10 procent voor muhamasheen in banen en leidinggevende posities in de publieke sector voor.

Maar het quotum heeft het uiteindelijk niet tot in de grondwet gehaald. Het uitbreken van de oorlog in 2015 en de daaropvolgende economische neergang van Jemen maakten de muhamasheen kwetsbaarder dan ooit.

Bedelen

Raheel Sami werd een jaar voor Adeni geboren, duizenden kilometers verderop in Haramaya, Ethiopië. Maar hun lot valt samen sinds ze 15 jaar geleden in Jemen aankwam. Net als Adeni woont ze nu aan de rand van Aden in precaire omstandigheden.

Duizenden Ethiopiërs en Somaliërs maken elk jaar de gevaarlijke reis om vervolging en geweld te ontvluchten of werk te zoeken in Saoedi-Arabië en andere Golfstaten. Vaak komen ze echter vast te zitten in Jemen, waar de oorlog hun situatie heeft verslechterd, aldus Human Rights Watch (HRW)

‘We bedelen in restaurants en sommige Jemenieten brengen ons soms eten’, zegt Sami in het geïmproviseerde kustkamp waar ze in een tent van gescheurd zeildoek en vuilniszakken woont. ‘Het komt door de kleur van onze huid.’

Deportatie

Sami heeft het grootste deel van haar jaren in Jemen doorgebracht als een door de VN geregistreerde vluchteling in Sanaa. Die noordelijke stad werd in 2015 overgenomen door de gewapende Houthi-beweging.

Een jaar geleden sloot ze zich aan bij protesten van medemigranten en vluchtelingen nadat tientallen migranten in Sanaa waren omgekomen bij een brand in een detentiekamp van de Houthi’s. Inwoners hadden volgens HRW eerder al gemeld dat ze het slachtoffer waren van racistische opmerkingen.

‘We mogen alleen in de vuilnissector werken of schoonmaken.’

Veel van de demonstranten werden opgepakt door Houthi-veiligheidstroepen. Vervolgens werden ze op vrachtwagens gezet en gedeporteerd naar het zuiden van het land, dat in handen is van de internationaal erkende regering.

Sami werd tijdens de uitzetting gescheiden van haar 13-jarige dochter en tweelingzonen. Zij bleven alleen achter in Sanaa.

Collega-kampbewoners waren pessimistisch over hun vooruitzichten, en velen gaven de schuld aan dezelfde discriminatie die de muhamasheen had ervaren.

‘Het heeft absoluut geen zin om hier zwart te zijn. We mogen alleen in de vuilnissector werken of schoonmaken’, zegt een Ethiopische man die ook uit Sanaa was gedeporteerd en vroeg om anoniem te blijven.

© Sam Tarling/Sana'a Centrum voor Strategische Studies

Salah Dabwan, advocaat en pleitbezorger voor de Muhamasheen gemeenschap.

Moderne slavernij

De weinige Ethiopische migranten in Aden met een baan zeggen dat ze als schoonmakers en vuilnisophalers hoogstens 50 dollar per maand verdienen, terwijl hun kinderen de hele dag bedelen.

Ouders die wanhopig eten op tafel willen zetten, zullen hun kinderen eerder van school halen om te gaan werken. Zo blijft de deur naar een beter leven via onderwijs gesloten.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Volgens Unicef volgt slechts de helft van de muhamasheen in de schoolgaande leeftijd lessen en kan slechts één op de vijf 15-plussers lezen of schrijven.

‘Dit is geen moderne slavernij - dit is gewoon slavernij, punt uit’, zegt Dabwan.

Adeni zelf stopte met school toen hij acht was om te gaan werken. Maar net als andere muhamasheen werd hij alleen aangenomen voor informeel, laagbetaald werk. Hij stond machteloos toen zijn werkgever zijn loon inhield of hem plotseling ontsloeg.

Hij beschreef dat hij herhaaldelijk op straat werd aangesproken door veiligheidstroepen of uit openbare parken werd geschopt.

‘Elke keer dat je het gevoel hebt dat je in orde bent en geïntegreerd begint te geraken, dat je deel uitmaakt van deze stad, herinnert iets je eraan dat je dat niet bent.’

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij IPS-partner Thomson Reuters Foundation

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift