Jong zijn in Nigeria, de reus van Afrika

Zaterdag gingen de Nigerianen naar de stembus. Nigeria is Afrika’s grootste economie en het volkrijkste land van heel Afrika. De West-Afrikaanse reus kampt echter met groeiende ongelijkheid en corruptie. Hoe banen jongeren zich een weg in het land van ‘man no man’?

‘De jeugd is de toekomst van Nigeria’, parafraseert een jonge zakenman het discours van zijn regering. ‘Dat hoor ik al van kindsbeen af. Denken die politici nu echt dat ik ga wachten tot er grijs haar op mijn ballen staat?’

Henry Obi Okeyia is na een lang verblijf in België teruggekeerd naar Nigeria en heeft een jaar lang het land afgereisd.

Hij is zijn geloof in vadertje staat al lang kwijt, maar gebruikt niettemin zijn politieke connecties om Belgische bedrijven aan lucratieve contracten in de bouwsector te helpen.

© Stefaan Anrys

Nigeria, man no man

Grootste economie

Iedereen wil een greep in de kassa doen en van de ene dag op de andere rijk worden.

De Nigeriaanse bevolking wordt geraamd op tussen de 170 en de 200 miljoen: een immense markt. Toen in maart 2014 Nigeria zijn rekeningen nog eens maakte, bleek het land plots de grootste economie bezuiden de Sahara. Sectoren die voordien nooit meetelden, zoals mobiele telefonie, e-commerce en nollywood (de Nigeriaanse filmindustrie), hadden het bnp opgekrikt tot 510 miljard dollar, een stuk meer dan Zuid-Afrika (370 miljard dollar bnp).

Nigeriaanse expats hebben die cijfers echter niet nodig om in te zien wat een potentieel er voor het grijpen ligt. ‘Tegen 2050 zal Nigeria meer inwoners hebben dan de Verenigde Staten. Kunt u zich dat voorstellen?’ vraagt Henry.

Corruptie

In Nigeria ligt de officiële mediane leeftijd op achttien jaar. De helft van de bevolking is met andere woorden jonger dan achttien. Het gros van die jongeren is opgegroeid nadat Olusegun Obasanjo in 1999 een einde maakte aan de militaire dictatuur. Helaas hebben die jaren van corruptie en ongelijkheid een lange nasleep.

‘Aan de corruptie in Nigeria is niets te doen’, geeft een politicus zelf toe. ‘Iedereen wil een greep in de kassa doen en van de ene dag op de andere rijk worden.’ Tonye Amatoru was tussen 2011 en 2014 gemeenteraadslid in Port Harcourt en verdiende naar eigen zeggen maandelijks 650.000 naira (3.250 euro), onkostenvergoedingen inbegrepen. ‘Dat geld was niet alleen voor mij en mijn familie. Aan een werkloze geef je wel eens 1.000 naira (5 euro). Dan vraagt iemand 30.000 naira voor het ziekenhuis. Die mensen moet je helpen, want per slot van rekening hebben zij op jou gestemd.’

Shell

Port Harcourt ligt in de Nigerdelta, in het zuiden van Nigeria. Shell en andere grote oliemaatschappijen pompen er olie op, maar de hele regio is zwaar vervuild en achtergesteld. Een rapport uit 2011, opgemaakt door het VN-Milieuprogramma, heeft uitgewezen dat een eventuele sanering van Ogoniland – een deel van de Nigerdelta – alleen al 25 à 30 jaar zou vergen.

Het bnp van Nigeria is de laatste vijf jaar gegroeid met gemiddeld 7 %, maar tegelijk nam ook de ongelijkheid toe. Het merendeel van de Nigerianen leeft in absolute armoede en het zuiden is ondanks de olierijkdom niet beter af.

‘Wij voeden Nigeria, maar krijgen alleen kruimels’, zegt een groenteverkoopster in Port Harcourt. Het onverharde marktplein in de oude stad ligt er drassig bij, zelfs na het einde van het regenseizoen. Er is weinig werk en het percentage van de olie-inkomsten dat door de federale regering in Abuja wordt teruggestort naar de zes staten die samen de Nigerdelta vormen, blijft bespottelijk laag.

© Stefaan Anrys

Winkel ZKT universitairen in Port Harcourt

In het land van man no man

Een hongerige man is een boze man.

In de plaatselijke supermarkt praat ik met hooggeschoolde jongeren die de rekken vullen. ‘Het is mogelijk werk te vinden bij oliebedrijven in Port Harcourt, maar niet zonder connecties. Man no man, zoals wij het zeggen. Wie erin raakt, zal alles doen om zijn familieleden aan een contract te helpen.’

Tonye Amatoru heeft zich na zijn carrière als lokaal politicus ingelaten met oil bunkering. Hij voorziet nu jongeren van de nodige logistiek, zoals motorboten, om in de bush illegaal olie af te tappen en te raffineren. Ongezond en levensgevaarlijk, maar soms de enige uitkomst voor verpauperde visserskinderen, wier kreken vervuild en vergiftigd zijn.

Later die dag zie ik op weg naar de vissershaven een danfo, een minibusje dat als taxi dienst doet, tanken bij een krakkemikkig kraampje waar de illegale brandstof aan de man wordt gebracht.

Occupy Nigeria

Bij aankomst in de hoofdstad van Nigeria begrijp ik de wrevel van de groenteverkoopster beter. Abuja ligt er kraaknetjes bij. Er zijn nauwelijks files op de veel te brede wegen. Overal zie ik groen en bouwkranen steken af tegen een staalblauwe hemel. Toch is dat glas en beton maar schijn, of althans maar een deel van het verhaal.

Lawrence Owunna is de kruier van House 14. Wanneer hij mijn koffers naar mijn hotelkamer draagt, is het alweer vierentwintig uur geleden sinds hij van de hotelbaas een maaltijd heeft gekregen.

‘Een hongerige man is een boze man’, zegt hij rustig. Hij woont in een van de vele sloppenwijken als een krans om de stad liggen. Bij de toegang tot zijn sloppenwijk ligt een enorme vuilnisbelt. Elektriciteitskabels hangen als een spinnenweb over de golfplaten daken.

© Stefaan Anrys

Lawrence’ collega James is nog slechter af qua woonst

Valt Nigeria uiteen?

‘Nigeria valt alleen maar niet uit elkaar omdat het een petro-economie is’, zegt Jeremy Weate, een Britse uitgever en mijnbouwconsultant uit Abuja. ‘Wie de macht kan grijpen in Abuja, heeft toegang tot miljarden dollars. Haal olie en gas uit de vergelijking en Nigeria houdt op te bestaan. In dat geval zou de vetpot over vele kleintjes verdeeld moeten worden en is er voor de winnende partij gewoon minder te rapen.’

Die desintegratie zit er misschien toch aan te komen, nu internationaal de olieprijzen dalen en Nigeria’s rol als olieproducent taant.

Minder olie betekent ook minder overheidsgeld voor de regering, die vooralsnog voedsel en brandstof kunstmatig goedkoop kon houden. Een daling van de overheidssubsidies kan de vlam in de pan doen slaan, zoals in januari 2012, toen liefst één miljoen Nigerianen op straat kwamen uit protest tegen een plotselinge verdubbeling van de brandstofprijs.

© Stefaan Anrys

The sky is the limit, voor oliebaronnen in Nigeria

Kokosnoten zijn hard

Weate: ‘Het klopt dat die betogingen maar een paar weken geduurd hebben, maar de schrik zit er sindsdien goed in bij onze leiders. Er hoeven alleen maar een paar subsidies te worden geschrapt en het protest zal weer in alle hevigheid oplaaien.’

Dat valt nog te bezien. Nigerianen mogen dan wel al een rebels kantje hebben, ze zijn na jaren dictatuur en hardhandige ordediensten ook bang. Bovendien sneuvelt niemand graag voor een verloren zaak. The one who breaks the coconut with his head, will never enjoy its taste.

Deze reportage verscheen eerder in uitgebreidere vorm in MO* 114.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur