‘Ongelijkheid binnen de mensenrechtenbeweging moet net zo hard bestreden worden’

Rachael Mwikali, de Keniaanse engel die ongelijkheid bestrijdt: ‘Ik volg de koers van de donor niet’

© Jimmy Nicks

‘In Kenia speelt graffiti een grote rol in het activisme,’ vertelt Rachael Mwikali, ‘maar je ziet niet vaak dat de rol van vrouwen daarin centraal staat. Ik vind dat dit narratief veranderd moet worden.’

Ze droomt groots, Rachael Mwikali. Ze is niet bang voor heilige huisjes zoals de machtsverhouding in de wereld van mensenrechten. ‘Op mondiale fora zegt onze president dat hij gendergelijkheid steunt,’ zegt de Keniaanse activiste, ‘maar onze eigen politieke partijen zijn niet inclusief. En vrouwen kunnen ’s avonds niet veilig over straat of worden vermoord.’

Het huis van Rachael Mwikali valt meteen op door de slogans die op de voorkant zijn geschilderd. ‘Dit huis is niet toegankelijk voor patriarchen’, ‘Feministen nemen het over met liefde’, ‘De levens van verdedigsters van mensenrechten doen ertoe.’

Binnen vallen vooral de boekenkast vol feministische literatuur op en een enorm groot bed, dat ze van vrienden heeft gekregen. ‘Om mijn werk te kunnen doen, moet je in ieder geval goed kunnen slapen’, zegt ze met een lach.

De 28-jarige feministe en mensenrechtenactiviste is een opvallende verschijning in Mathare Valley, de grote informele wijk in het oosten van de Keniaanse hoofdstad Nairobi. Als we de weg vragen en alleen maar de voornaam Rachael noemen, weet bijna iedereen precies waar ze woont. Bovendien verschijnt er meteen een brede lach op de gezichten. ‘Pussy power’, wordt er soms geschreeuwd.

© Jimmy Nicks

Op het huis van Rachael Mikwali staan leuzen geschreven: ‘Dit huis is niet toegankelijk voor patriarchen. Feministen nemen het over met liefde. De levens van mensenrechtenverdedigers doen ertoe.’

Rachael Mwikali is als oudste geboren in een gezin van vier, met een alleenstaande moeder. Na haar kwamen er nog twee meisjes en een jongen.

Ze omschrijft zichzelf als een gemeenschapskind, dat niet alleen door haar moeder is opgevoed maar ook door vele anderen. Een gemeenschap die aan de ene kant warm en hecht is, maar die tegelijk de meest elementaire dingen voor meisjes ontbeerde, variërend van ouderlijke liefde tot voedsel of maandverband. En een gemeenschap waarin geweld genormaliseerd werd vanwege patriarchale structuren en systemen, wat de positie van meisjes erg kwetsbaar maakt.

Meisjes worden al ver voor hun tijd tot volwassenheid gedwongen.

Veel meisjes vluchten er in ‘giftige relaties’ met oudere mannen. Die bieden een schijnzekerheid, maar zorgen er wel voor dat er maandverband en eten gekocht kan worden. Meisjes worden al ver voor hun tijd tot volwassenheid gedwongen.

Verloren kindertijd

Zo ook Mwikali, die als dertienjarige in zo’n giftige relatie belandde met een man die negen jaar ouder was. Ze omschrijft hem als ‘supergewelddadig’. Hij sloeg en bedreigde haar bij voorkeur in publieke ruimtes, waar iedereen het kon zien. Wat haar tot op de dag van vandaag triest maakt, is dat haar omgeving altijd vroeg om een nieuwe uitbarsting van geweld niet aan te geven bij de politie. ‘Je bent te activistisch, werd er dan gezegd.’

Inmiddels weet ze ook dat de seks met haar partner in wezen verkrachting was, omdat het nooit met wederzijdse instemming ging. Bovendien was ze minderjarig. ‘Ik heb nooit kunnen genieten van mijn kindertijd’, zegt ze. ‘Het was een hoop geweld en trauma. Maar daar ligt wel de bron van mijn activisme, feminisme en het willen mobiliseren van de gemeenschap.’

‘Ik wil niet dat toekomstige generaties van meisjes hetzelfde moeten meemaken als ik’, verduidelijkt de activiste. ‘Dat is: het op dagelijkse basis moeten vechten als jonge vrouw en zwarte feministe uit een informele wijk.’

Ze is nog steeds in therapie om de wonden uit haar verleden te helen. Maar ze is niet bang meer als ze haar ex-partner eens op straat tegenkomt. ‘Dat was voor mij het moment dat ik besefte dat ik mijn macht teruggenomen en herwonnen had.’

Als Mwikali geen activiste was geworden, dan had ze advocate of journaliste willen zijn. Maar haar echte passie ligt bij wat ze nu doet. Voor haar familie en naasten was het aanvankelijk moeilijk dat ze koos voor activisme. ‘Ze ondersteunen mij, maar in 2019 kwam er een moment dat ze het te riskant vonden. Toen zeiden ze: “Ga iets anders doen, ga toch tomaten verkopen. Ga alsjeblieft niet de strijd aan met de overheid.” Ik leg hen dan uit dat iedereen zijn eigen mogelijkheid heeft om een eigen pad te kiezen.

Ballingschap

Mwikali ondervond die keerzijde van activisme in 2019 aan den lijve: ze moest een jaar in ballingschap. Ze voelde zich eenzaam, gestrest, wanhopig en ook gefrustreerd. ‘Je vecht voor je land, maar mensen zien dat onvoldoende. Er werd in het openbaar geroepen dat ik vermoord en verkracht moest worden: “Laat haar verkracht en gevonden worden in het mortuarium, net als Caroline Mwatha”.’

Ook Caroline Mwatha was een Keniaanse mensenrechtenactiviste. Zij deed onderzoek naar politiegeweld en overleed in februari 2019. Officieel door een foutgelopen abortus, maar haar familie en andere mensenrechtenactivisten stellen dat in vraag.

‘Dit is de prijs die je betaalt als activist.’

‘Dit is de prijs die je betaalt als activist’, zegt Mwikali. ‘Maar je ondervindt er ook op een meer subtiele manier hinder van. Het is als activist en feminist heel moeilijk om een betaalde baan te krijgen, omdat je door een werkgever als onruststoker wordt gezien.’ Volgens Mwikali zijn er politie-eenheden van killer cops in het land, en ook een Facebook-groep die Nairobi Crime Free heet. Als je eenmaal op hun radar staat, wordt het levensgevaarlijk.

De moeilijkheden begon bij Rachael Mwikali nadat ze in een televisieprogramma de woordvoerder van de politie confronteerde met de toenemende moorden op en geweld tegen vrouwen. Ze bekritiseerde de overheid omdat die er, ondanks de wet, niet tegen optrad. Ook bekritiseerde ze de criminalisering van activisten en feministen zoals zijzelf.

© Jimmy Nicks

In 2019 ondervond Mwikali de keerzijde van haar activisme. Ze moest in ballingschap en voelde zich eenzaam, gestrest, wanhopig en ook gefrustreerd. ‘Je vecht voor je land, maar mensen zien dat onvoldoende.’

‘De dagen nadien verschenen foto’s van mij op de betreffende Facebook-pagina, die 300.000 leden heeft. Ik werd neergezet als de leidster van een bende. Ook stond er dat ik een gevaarlijke handlanger van criminelen was. Toen Caroline Mwatha vervolgens werd vermoord, kwamen mensen uit mijn gemeenschap langs die me waarschuwden en adviseerden om even onder te duiken.’

Via Tanzania wist ze naar Zweden uit te wijken. ‘Ik had het privilege en de contacten om voor mezelf een vluchtweg te creëren. Vergeet niet dat de meesten dat niet hebben.’ De mensen die haar hielpen, zowel in Kenia als erbuiten, noemt ze haar ‘S/Heroes’. ‘Ze waren er op dat ene moment voor mij, het moment dat ik er zelf niet meer uit kon komen.’

Geen liefdadigheid

‘Ik had het privilege en de contacten om voor mezelf een vluchtweg te creëren. Anderen hebben dat niet.’

We gaan de wijk in om broden te verdelen. Vrijwel elke mensenrechtenorganisatie op grassroots-basis is door corona noodgedwongen ook een humanitaire organisatie geworden, vertelt Mwikali. We lopen een paar uur door de wijk en bezoeken families die dicht op elkaar wonen. Sommige woningen bevinden zich onder de grond.

Er zijn opvallend veel jonge mannen bij die als vrijwilliger helpen en T-shirts met feministische leuzen dragen. Telkens wanneer ze een brood weggeeft, vertelt Mwikali erbij dat dit geen liefdadigheid is, maar dat iedere Keniaan volgens artikel 23 uit de grondwet geen honger mag hebben en recht op voedsel heeft.

‘Daarvoor moeten jullie de leiders verantwoordelijk en bij de les houden’, voegt ze eraan toe. Ook de mannen reageren positief. ‘Rachael is een engel’, zegt een van hen, de aanvoerder van een groepje dat buiten rondhangt.

‘Ik kan haar niets geven, maar wat zij doet is heel goed. Veel gezinnen hebben geen brood. Nu hoeven ze geen brood meer te kopen, maar kunnen ze iets anders met het geld doen. These women are pussy power.’ Waarna heel het groepje scandeert: ‘Pussy power! Pussy power!’

© Jimmy Nicks

Telkens als ze een brood weggeeft, vertelt Mwikali erbij dat dit geen liefdadigheid is, maar dat iedere Keniaan volgens artikel 23 uit de grondwet geen honger mag hebben en recht op voedsel heeft.

We nemen plaats in een van de twee kantoortjes van haar organisatie. De ruimtes en haar huis liggen binnen twintig meter van elkaar. Privé en werk lopen door elkaar heen. In deze ruimte geven ze workshops en trainingen en nu liggen ook de broden er opgestapeld. Mwikali bedankt alle vrijwilligers voor hun hulp deze ochtend.

We vragen hoe mensen in de wijk tegen haar aankijken. Weer verschijnt die brede lach op het gezicht. ‘Als activiste en feministe. En als een gewoon meisje uit de wijk. Sommigen zien mij als een onruststoker.’

Om eraan toe te voegen: ‘Niet iedereen is het met alles wat ik vind eens. Ik ben uitgesproken pro-LGBTQ, wat voor velen een stap te ver is. Maar ik ben er trots op dat mijn queer- of LGBTQ-vrienden gewoon in vrijheid bij me op bezoek kunnen komen, zonder dat ze bang hoeven te zijn. Ik praat er veel over in de wijk, dat het nodig is dat er inclusieve ruimtes zijn waar iedereen zich thuis voelt.’

Daar komt bij dat Mwikali de leiding neemt bij belangrijke zaken die heel de wijk aangaan. Mathare Valley is berucht vanwege demonstraties en verzet. ‘Juja Road oversteken’ is een begrip. Als er geen water is, dan wordt Juja Road overgestoken om het te eisen – en het geldt voor allerlei voorzieningen of onrecht dat de bewoners wordt aangedaan.

Ondersteuning en waardigheid

Maar Mwikali probeert het meestal eerst met dialoog. ‘Toen de coronacrisis was uitgebroken en we geen water hadden om onze handen te wassen, ben ik ná een eerste campagne naar het wijkkantoor van de lokale overheid gegaan. Ze zorgde ervoor dat er snel weer water was. Mensen zien ons vaak als lawaaimakers, maar ik hou er juist van om de rechtsstaat te volgen. Pas als dat niet werkt, steken we de straat over, omdat het de enige taal is waar de regering in ieder geval naar luistert.’

‘Toen de coronacrisis uitbrak hadden we geen water om onze handen te wassen.’

Rachael Mwikali is oprichter en coördinator van de Coalition for Grassroots Human Rights Defenders Kenya, van 150 organisaties of individuen. Ieder lid heeft een eigen specialiteit. Ze houdt een dagelijks spreekuur, waar mensen met problemen naartoe komen. De zaken variëren van landrechten tot toegang tot water en seksuele reproductieve gezondheid en rechten (SRGR), van huiselijk geweld tot politiegeweld.

Vervolgens kijkt Mwikali wie het beste kan helpen binnen haar coalitie. Zelf bekijkt ze alle gevallen ook nog eens apart, door een feministische lens en vanuit het oogpunt van mensenrechten en sociale rechtvaardigheid. In de wachtkamer zitten een paar vrouwen aan wie ze ons voorstelt, onder wie een oudere vrouw wiens zoon is vermoord door de paramilitaire politie en een jonge vrouw van twintig wiens man is vermoord.

Ze kijkt of er plaats is binnen een van de programma’s. De coalitie ondersteunt gemeenschappen met acties en solidariteit. ‘Het gaat echt om ondersteunen, niet om zelf acties op te zetten. Als je het overneemt, ontneem je lokale mensen hun macht en waardigheid. Dan rouw je meer dan de mensen die bestolen zijn.’

Een ander aspect is het geven van onderwijs in de wijk. Niet alleen om voor tolerantie te zorgen over lgbti’ers, maar juist ook om bewoners bewust te maken van de Keniaanse grondwet en hun daaruit voortvloeiende rechten. Een meer recent programma is het bieden van mentale hulp.

‘Dat doen we in gespreksgroepen. We noemen het gemeenschapstherapie en collectieve gemeenschapszorg. Het is heel goed dat mensen met elkaar praten om te kijken hoe iedereen eraan toe is. Met de uitbraak van COVID-19 is dit alleen nog maar noodzakelijker geworden.’

© Jimmy Nicks

De coalitie die Mwikali oprichtte ondersteunt gemeenschappen met acties en solidariteit. ‘Het gaat echt om ondersteunen, niet om zelf acties op te zetten. Als je het overneemt, ontneem je lokale mensen hun macht en waardigheid. Dan rouw je meer dan de mensen die bestolen zijn.’

Medewerkers versus activisten

Mwikali richtte haar coalitie mede op in 2016, nadat ze een grote mensenrechtenprijs had gewonnen, omdat ze een kloof zag tussen de reguliere mensenrechtenorganisaties en activisten, feministen en basisorganisaties die lokaal geworteld zijn in gemeenschappen. ‘De steun van de grote organisaties sijpelde onvoldoende door. Het was moeilijk om steun of bescherming te krijgen, niet alleen voor mij, maar voor alle vrouwelijke mensenrechtenverdedigers en activisten in de gemeenschap.’

‘Bij professionele organisaties wordt iemand meestal alleen aangenomen met een universitaire opleiding. Dat sluit meteen heel veel mensen uit.’

Er is volgens haar een verschil tussen medewerkers en activisten in de mensenrechtenwereld. Voor de eerste groep is het een betaalde baan bij een internationale of nationale organisatie, voor de tweede groep gaat het om het werken aan de basis, om de strijd aan het front.

‘Bij professionele organisaties wordt iemand meestal alleen aangenomen met een universitaire opleiding. Dat sluit meteen heel veel mensen uit. Uit mijn beweging zal niemand zo’n baan krijgen, omdat ze zich zelden de universiteit konden veroorloven – of omdat ze niet vloeiend Engels spreken, of omdat ze het mondiale jargon niet kennen. Maar het zijn allemaal mensen met enorme kwaliteiten en met veel ervaring in het werken aan de bescherming van mensen en vrouwenrechten in de praktijk.’

Ze vindt het jammer dat de financieringsstromen vooral lopen naar de reguliere organisaties op het terrein van mensenrechten, vrouwenrechten en armoedebestrijding en te weinig naar basisorganisaties. ‘Ik vind het opvallend dat donoren het heel normaal vinden om een dure consultant in te huren of mensen voor een salaris van zes cijfers aan te nemen, terwijl van activisten wordt verwacht dat ze het eigenlijk gratis doen.’

‘Wij hebben ook rekeningen te betalen, wij zijn ook deel van de verandering. Stel dat je huurbaas je op televisie hoort praten over woonrechten, maar je hebt je eigen huur niet betaald – omdat je het niet kunt veroorloven. Of je vecht voor de rechten van kinderen, maar hebt zelf geen eten om je kind goed te voeden. Dat neemt als activist je waardigheid af.’

‘Hier in Nairobi worden soms duizelingwekkende salarissen betaald aan medewerkers van mensenrechten- en hulporganisaties. Ik wil hun werk niet in diskrediet brengen, maar ik vind dat het veel te veel is in verhouding tot de resultaten die ze boeken in de gemeenschap.’

‘Hier worden soms duizelingwekkende salarissen betaald aan medewerkers van mensenrechten- en hulporganisaties.’

‘Ik daag de grote donoren vaak uit: “Waarom zou je liever investeren in hoge salarissen en niet in waar het werk echt wordt gedaan?” Het heeft me niet populair gemaakt…’ Lachend: ‘Ik ben zelfs op een zwarte lijst gezet, omdat mensen uit het donorcircuit me een onruststoker vinden.’

Gratis kennis

Ook vindt ze dat de academische wereld anders met activisten moet omgaan en mensen voor het leveren van kennis hoort te compenseren. ‘Er komen veel westerse wetenschappers langs die onderzoek doen in informele nederzettingen zoals Mathare Valley. Ze komen hier hun kennis ophalen en dat zonder compensatie of bronvermelding.’

‘Vervolgens strijken ze zelf met de eer van hun onderzoek. Ik heb daar moeite mee. Je moet eens weten door hoeveel onderzoekers ik gevraagd word of ze mij kunnen interviewen, of dat ik zelfs een heel programma voor ze wil samenstellen.’

Een activist heeft ongeveer vijftigduizend shilling (zo’n vierhonderd euro, red.) per maand nodig om redelijk van te kunnen leven, denkt ze, inclusief onkosten. Idealiter zou de gemeenschap dat overigens zelf opbrengen.

‘In Kenia worden dominees door de gemeenschap onderhouden. Als ik hier in de wijk predikant zou zijn, zouden de parochianen mijn huur betalen, me voedsel geven en het schoolgeld voor mijn kinderen betalen. Eigenlijk doen wij hetzelfde werk. Jezus was ook een activist en je kunt ons zijn hedendaagse discipelen noemen. Op dezelfde manier hebben wij activisten ook weer discipelen en mensen die zich tegen ons keren.’

Dan is er de machtsverhouding tussen donoren en ontvangers die ongelijkwaardig is en voor Mwikali niet goed voelt. Ze vertelt over een clash met een oudere witte, feministische vrouw van een grote internationale mensenrechtenorganisatie uit Engeland. De vrouw bracht uiteenlopende jonge feministen en organisaties die men financieel steunde bijeen in Nairobi.

‘Samen met een collega begon ze ons te vertellen hoe wij ons moesten organiseren in Kenia. Ik heb haar toen duidelijk gemaakt dat ik alleen verantwoording afleg aan mijn eigen team en niet aan haar. Ze gebruikte haar financiële macht en privilege en dat leidde tot verdeeldheid binnen de feministische beweging in Kenia, die door haar organisatie werd ondersteund.’

‘De ongelijkheid binnen de mensenrechten- en feministische beweging is enorm. Het is hetzelfde systeem van ongelijkheid en onderdrukking.’

‘Sommigen wilden de eisen en de koers van de donor volgen, anderen niet. De ongelijkheid binnen de mensenrechten- en feministische beweging zelf is ook enorm. Eigenlijk wordt hetzelfde systeem van ongelijkheid en onderdrukking gebruikt richting feministen, activisten en organisaties die aan de basis werken. Die ongelijkheid is iets wat we net zo hard moeten bestrijden als de onderdrukker van buiten en het patriarchale systeem.’

Ook in het bepalen van de mondiale agenda zie je die ongelijkheid volgens haar terug. Regeringen en met name westerse maatschappelijke organisaties hebben de zeventien duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties gekozen als handvat en raamwerk om binnen te werken, doelen die niet bindend zijn.

© Jimmy Nicks

‘Ik daag de grote donoren vaak uit: “Waarom zou je liever investeren in hoge salarissen en niet in waar het werk echt wordt gedaan?” Het heeft me niet populair gemaakt…’

SDG’s als excuus

Basisorganisaties zien vaak dat deze SDG’s, die volgens Mwikali op zichzelf goed zijn, een prachtige uitweg bieden voor hun leiders om hun verplichtingen te ontlopen. ‘Ook onze president heeft de duurzame doelen omarmd en spreekt er regelmatig over,’ zegt ze, ‘maar ik heb liever dat hij zijn energie steekt in artikel 43 van de Keniaanse grondwet, dat over de sociale, politieke en economische rechten van onze bevolking gaat.’

‘De Keniaanse bevolking heeft recht op voedsel, recht op veiligheid en schoon drinkwater, recht op huisvesting en gendergelijkheid. Het lijkt erop dat het meedoen aan internationale discussies over de duurzame doelen een kans biedt aan onze regering om weg te duiken voor haar verantwoordelijkheden thuis. Tijdens internationale fora roept ze op de SDG’s te omarmen, maar ze heeft die niet eens in de eigen grondwet geïmplementeerd. Dat zou onze eerste prioriteit moeten zijn, pas daarna kun je over duurzame ontwikkelingsdoelen praten.’

‘Onze president heeft het op dat soort fora zelfs over het belang van gendergelijkheid, SDG 5. Dat is je reinste hypocrisie.’

Hoofdschuddend gaat ze verder: ‘Onze president heeft het op dat soort fora zelfs over het belang van gendergelijkheid, SDG 5. Dat is je reinste hypocrisie. Je zegt dat je gendergelijkheid steunt, maar onze politieke partijen zijn niet inclusief en vrouwen kunnen ’s avonds niet veilig over straat of worden zelfs vermoord. Vrouwen hebben met veel geweld en seksuele intimidatie te maken. Er worden ons kansen ontnomen op basis van ons geslacht.

‘Nog steeds sterven veel vrouwen als gevolg van onveilige abortus, omdat ze zich een veilige abortus niet kunnen veroorloven. We moeten nog steeds lawaai maken om hem te laten zien dat femicide een nationale ramp is. Begin thuis, ruim eerst je eigen huis op. Volgens onze grondwet heeft de Keniaanse vrouw het recht om beschermd te worden door de regering.’

Centrale rol van de vrouw

We nemen afscheid. Ze poseert met een meisje voor een muur waarop graffiti is geschilderd. ‘In Kenia speelt graffiti een grote rol in het activisme,’ vertelt ze, ‘maar je ziet niet vaak dat de rol van vrouwen daarin centraal staat. Ik vind dat dit narratief veranderd moet worden.’

‘Het is nodig dat Afrikaanse vrouwen hun eigen verhaal kennen – het verhaal over degenen die dag en nacht vechten voor hun land en continent haalt zelden de openbare ruimte. Als je kijkt naar het percentage van Afrikaanse vrouwen op Wikipedia: dat zijn er heel weinig, ook die ruimte is beheerst door mannen, net als de journalistiek.

‘Laat er veel meer jonge activisten komen die het nog beter doen dan ik.’

‘Neem de afgelopen maanden, met de coronacrisis. Kijk eens naar de ongelooflijke rol die vrouwen spelen in de bestrijding van COVID-19, die mag veel meer benadrukt worden. Als we zelf niet van die inspirerende voorbeelden over het voetlicht brengen, zullen onze kinderen ze nooit zien.’

Voor wat betreft haar eigen toekomst spiegelt ze zich aan de Keniaanse actrice en Oscar-winnares Lupita Nyong’o, die altijd zegt dat dromen geldig zijn. Je mag altijd groots dromen in het leven. ‘Mijn droom is dat we hier ooit een feministische regering hebben, met een feministisch beleid. Dat iedereen vrij is om te zijn wie je wilt zijn en dat meisjes kansen krijgen en niet door dezelfde jeugd hoeven te gaan als ik. En laat er veel meer jonge activisten komen die het nog beter doen dan ik.’

Deze reportage verscheen eerder in de wintereditie van het Nederlandse tijdschrift Vice Versa.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3078   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift