Het Wilde Westen in Oost-Slovakije

‘Landbouwmaffia’ wordt rijk met hulp van Europese landbouwsubsidies

© Xander Stockmans

František Oravec met de dossiers van zijn gewonnen rechtszaken tegen de investeringsgroep die zijn land en landbouwsubsidies claimt. Verschillende rechtbanken, en ook het Slovaakse Agentschap ter Bestrijding van Georganiseerde Misdaad, gaven hem gelijk. Maar zijn subsidies worden nog altijd niet uitbetaald.

‘Verander Slovakije van een maffialand in een zelfzekere staat voor alle mensen.’ Zo spoorde oppositieleider Igor Matovič zaterdagochtend de kiezers aan om voor zijn partij te stemmen. Totaal onverwacht kreeg hij een kwart van de kiezers achter zich, een krachtig mandaat om zijn belofte waar te maken.

Nergens heeft de witteboordenmaffia een stevigere greep op de staat dan in de landbouwsector. Al jarenlang betaalt de Slovaakse overheid Europese landbouwsubsidies uit aan invloedrijke investeringsgroepen en zakenmensen die grond verzamelen door boeren financieel te ruïneren. Ondanks massabetogingen, boerenprotest en beperkte hervormingen blijft het probleem bestaan: amper 950 bedrijven bezitten of blokkeren samen negentig procent van de landbouwgrond, terwijl ze vijf procent van alle ontvangers van landbouwsubsidies uitmaken.

‘Mogelijk worden alle 17.000 Slovaakse boeren getroffen’, schreven Europarlementsleden begin 2019 in het rapport van hun onderzoeksmissie in Slovakije. De meeste boeren verkiezen te zwijgen, uit angst voor vergelding. MO* sprak met boeren die wel wilden getuigen. Hoe een passie veranderde in een nachtmerrie.

Cowboy tegen fraude

In Gynov, een dorp in het oosten van Slovakije, zie je hoe gefragmenteerd het land is. Honderden landeigenaars, vaak gewone dorpelingen, verhuren hun kleine kavels aan boeren. Door al die kavels samen te voegen tot grotere, winstgevende eenheden vallen er heel wat winsten, en subsidies, te rapen.

Het is een businessmodel geworden voor grote bedrijven en investeringsgroepen. Maar de boeren zelf staan in de weg.

Ze deden hem een aanbod dat hij niet kon weigeren. Hij weigerde. ‘Dan maken we uw leven tot een hel.’

František Oravec, een man met het postuur van een cowboy, houdt al vijf jaar stand. Hij bewerkt ongeveer 2000 hectare. In een van de dossiermappen die van zijn bureau een ommuurde burcht maken, zitten foto’s van een man met bebloed aangezicht. ‘Dat ben ik’, zegt Oravec. ‘Vier jaar geleden filmde ik, op aanraden van de politie, mannen van een bewakingsfirma die me verhinderden om mijn land te bewerken. Daarop sloegen ze me het ziekenhuis in.’

Het begon in maart 2015. Advocaten in maatpak, vertegenwoordigers van het bedrijf Agro Valaliky, nodigden Oravec uit in een hotel. Daar deden ze hem een aanbod dat hij niet kon weigeren. ‘U bent het doelwit van een belang van onze cliënt’, kreeg hij letterlijk te horen. Ze wilden zijn land, hij weigerde. ‘”Dan maken we uw leven tot een hel”, antwoordden ze’, zegt Oravec.

Aan die belofte hield Agro Valaliky zich. Het bedrijf begon 700 hectare van Oravec’ land gewoon te bewerken. Oravec: ‘Zonder huurcontracten, want die had ik. Met vervalste documenten vroegen ze landbouwsubsidies aan bij het landbouwbetalingsagentschap PPA. Maar natuurlijk ontving ik al subsidies voor diezelfde stukken grond.’

© Xander Stockmans

Ivo Belejcak misliep 300.000 euro landbouwsubsidies omdat een invloedrijke zakenman uit de buurt zijn land geblokkeerd houdt. ‘Soms heb ik spijt dat ik met landbouw begonnen ben’, zegt Belejcak.

Kruising

Het landbouwbetalingsagentschap krijgt wel vaker twee aanvragen voor dezelfde grond. In die gevallen bevriest het de subsidies voor beide aanvragers en verwijst het de zaak door naar de rechter. Dit heet ‘kruising’.

Investeringsgroepen gebruiken kruising als afpersingsmethode om boeren van hun land te verdrijven. Want: boeren die tijdens de rechtszaken geen subsidies krijgen, lopen het risico om failliet te gaan. ‘Alles is erop gericht om deze rechtszaken zo lang mogelijk te laten aanslepen, zodat de financiële strop steeds strakker aangespannen wordt’, zegt Oravec. ‘Zo deed het landbouwagentschap er een heel jaar over om documenten naar de rechtbank te sturen.’

Kleine boeren hebben niet veel grond. Als een stuk daarvan “gekruist” wordt, is dat een financieel doodvonnis. Grote investeringsgroepen richten fictieve postbusbedrijven op, enkel en alleen om de subsidieaanvraag in te dienen en zo de subsidies van een vijand te blokkeren. Ook voor het fictieve bedrijf worden de subsidies geblokkeerd bij kruising, maar dat heeft dus geen reële impact.

Oravec is geen kleine boer. ‘Ze kozen de verkeerde vijand’, klinkt het strijdlustig. ‘Ik kan zaken winnen omdat ik geld heb. Die kasten daar, al die dossiermappen, dat zijn documenten van rechtszaken die ik gewonnen heb. Vijftien, om precies te zijn.’

Als de overheid twee aanvragen krijgt voor dezelfde grond, bevriest ze de subsidies voor beide. Dat is een ramp voor de boer.

Een van de rechterlijke beslissingen bevestigt dat Agro Valaliky geen gebruiksrechten heeft op het land. In september vorig jaar gaf ook het Slovaakse Agentschap ter Bestrijding van Georganiseerde Misdaad Oravec gelijk. Het beschuldigt Agro Valaliky van twee misdrijven: schaden van de financiële belangen van de Europese Unie en subsidiefraude.

Oravec reageert: ‘Ik heb de 285.000 euro waar ik tussen 2015 en 2018 recht op had, nog niet gezien. Het landbouwagentschap legt de rechterlijke beslissing naast zich neer. Is dit een rechtsstaat of een maffiastaat?’

Afpersing

De advocaten lieten het niet bij kruising. Hun privédetectives spitten persoonlijke informatie over Oravec naar boven en gebruikten die in rechtszaken. We spraken een boer die 100.000 euro aangeboden kreeg om tegen Oravec te getuigen, maar weigerde.

Daarnaast betaalde Agro Valaliky Facebook-advertenties voor een desinformatiecampagne. Opvallend: landbouwminister Gabriela Matečná herhaalde elementen uit deze campagne tijdens een nieuwsuitzending op de televisiezender van een oligarch die banden heeft met J&T, de grootste investeringsgroep van Slovakije met belangen in de vastgoedsector, de energiesector, de bouwsector en de landbouwsector.

Er bestaan banden tussen Agro Valaliky en J&T. Boer Oracev kon die informatie achterhalen dankzij een Slovaakse wet die bedrijven verplicht om hun final beneficiaries in het bedrijfsregister te publiceren. De schoonbroer van de oprichter van J&T is eigenaar van Agro Valaliky — en vele andere bedrijfjes. Agro Valaliky behoort tot de Esin Group, die gefinancierd wordt door J&T.

Trots toont Oravec zijn schema van de banden tussen zakenwereld en politiek. ‘Ik ben activist geworden’, zegt hij. Hij staat bij het zwartwitportret van zijn grootvader op de boerderij. ‘Wat zou mijn grootvader zeggen als hij me hier zou zien zitten, aan dit bureau? Begraven in dossiermappen en rekeningen die ik aan advocaten moet betalen? Hij liet het leven toen de communisten de landbouw collectiviseerden. Een halve eeuw later strijdt zijn kleinzoon tegen de moderne landrovers: agressieve wildkapitalisten.’

Oravec had zich het democratische Slovakije, lid van de EU, anders voorgesteld. Hij mag er dan wel uitzien als een cowboy, voor een leven in het Wilde Westen past hij.

© Xander Stockmans

Robert Mikula toont de scheidingslijn tussen het land dat hij huurt en bewerkt (links), en het land dat een investeringsgroep blokkeert (rechts). De landeigenaars verhuurden de grond aan de investeringsgroep, maar de grond bleef er jaren braak bij liggen. Op de website van het landbouwagentschap ontdekten de eigenaars dat het bedrijf er tóch subsidies voor vroeg.

Zomaar land claimen

Robert Mikula wandelt op zijn veld in Bukovec, een dorpje dichtbij regiohoofdstad Košice. Hij toont de scheidingslijn tussen het land dat hij huurt en bewerkt, en het land dat een investeringsgroep blokkeert.

De landeigenaars verhuurden de grond aan de investeringsgroep – de beursgenoteerde Esin Group die verbonden is met J&T – maar de grond bleef er jaren braak bij liggen. Op de website van het landbouwagentschap ontdekten de eigenaars dat het bedrijf er tóch subsidies voor vroeg, en daarop stapten ze naar Mikula.

‘Ze vonden het vreemd dat je gewoon je vlag kan planten om land te claimen zonder het te bewerken’, zegt Mikula. ‘Dat is dan ook onwettig. Daarom wilden ze het aan mij verhuren in plaats van aan de investeringsgroep. We brachten de huurcontracten in orde. Maar Esin Group wilde zelfs na aangetekende brieven van geen wijken weten.’

‘Het is vreemd dat je ergens gewoon je vlag kan planten om land te claimen.’

Inspecteurs van het landbouwagentschap stelden vast dat Esin Group het land omgeploegd en dus “bewerkt” had, en gaven Mikula een boete omdat hij subsidie aanvroeg voor dezelfde grond. ‘Omdat ik grond wilde bewerken die ik zelf huur met geldige huurcontracten. Absurd, toch?’

Ook hier ontstond een situatie van kruising. Het duurde vier jaar voor de rechtbank uiteindelijk besliste dat Mikula de enige rechthebbende was.

Postbusbedrijf

Niet alleen beursgenoteerde investeringsgroepen hebben de landkoorts te pakken. Ook invloedrijke zakenmannen spreken politieke contacten aan om hun kans op snelle rijkdom te wagen.

Zo’n invloedrijke zakenman liet zijn oog vallen op het land van Ján Cenkner. Sindsdien doet deze kleine, geblokte boer geen oog meer dicht. De zakenman is immers een jeugdvriend van rechter Štefan Harabin. Harabin was minister van Justitie, opperrechter van het Hooggerechtshof en presidentskandidaat. Hij komt uit de partij van Vladimír Mečiar, die in de jaren ’90 als premier banden had met de Slovaakse maffia.

Verschillende landeigenaars rond het stadje Michalovce verhuurden hun land aan die vriend van Harabin. Maar die bewerkte het land niet, legt Cenkner uit terwijl hij de varkensstallen van zijn kleine boerderij schoonmaakt. ‘Dus zegden ze de huurcontracten op en verhuurden ze hun gronden aan mij. Alles was juridisch in orde. Ik begon het land te bewerken en graan te planten. Op een dag zag ik arbeiders met tractoren mijn gewassen vernielen. Ik had daar 40.000 euro in geïnvesteerd.’

De politie legde de zakenman een administratieve boete op, maar de strafrechtelijke klacht werd geseponeerd. ‘Geen wonder, hij kent waarschijnlijk veel rechters’, briest Cenkner. ‘Keer op keer zorgt hij ervoor dat hij vrijgesteld blijft van controle en strafrechtelijk onderzoek.’

Met een fictief postbusbedrijf vroeg de zakenman subsidies aan voor 150 hectare grond, met daarin ook 18 hectare die Cenkner huurt. Zo misliep Cenkner nog eens 28.000 euro aan subsidies.

Bedreigingen

Toen Cenkner zich uit pure wanhoop aansloot bij het boerenprotest – iets wat hij nooit had gedacht te moeten doen – begonnen de bedreigingen.

‘In ons land is landbouw een overlevingsstrijd tegen de maffia en de regering.’

‘Twee keer probeerden auto’s met verborgen nummerplaten me van de weg te rijden. Ik ben er paranoïde van geworden. Ik neem kalmeermiddelen. Mijn gezin moest eens naar een trouwfeest in België. Ik kon niet mee. Ik moet altijd thuisblijven om het land te bewaken.’

Zichtbaar geëmotioneerd vertelt de boer over de geur van het hooi, en dat de landbouw zo mooi zou kunnen zijn. ‘Maar in ons land is het een overlevingsstrijd tegen de maffia en onze eigen regering.’

Cenkner onderdrukt een diepgewortelde woede tegen een onzichtbare vijand. Toen hij uiteindelijk recht tegenover de premier zat, als lid van een delegatie van stakende boeren, ‘dan lachte die onze problemen weg.’ Premier Pellegrini zei dat alle eisen van de boeren al ingelost waren.

© Xander Stockmans

Boer Ján Cenkner vertelt geëmotioneerd over de schoonheid van de landbouw. ‘Maar in ons land is het een overlevingsstrijd tegen de georganiseerde misdaad en onze eigen regering.’

Boetes aan de slachtoffers

In Bardejov, een historische stad aan de Poolse grens, fokt Ivo Belejcak 180 koeien. Maar de man heeft spijt dat hij er ooit mee begon. Hij heeft bijna een miljoen euro schulden en kan nog maar amper de kosten betalen.

‘Een invloedrijke zakenman uit de buurt blokkeerde mijn subsidies’, zegt Belejcak terwijl hij zijn beste stier toont. ‘Vier jaar lang kreeg ik geen subsidies. In 2017 ontving ik opnieuw subsidies, maar daar werd een boete van afgetrokken voor de jaren 2014, 2015 en 2016. Omdat ik in die jaren zogezegd onterecht subsidies zou hebben aangevraagd. Het bedrag van de boete was groter dan de subsidie voor 2017 zelf.’ Belejcak miste op die manier ongeveer 300.000 euro.

Radovan Lukacejda, een andere boer uit Bardejov, vond op zijn pad dan weer de Afghaanse tolk van Robert Kaliňák (een van de oprichters van de sociaaldemocratische partij en twaalf jaar lang vicepremier van Slovakije). ‘Die connecties sterkten de tolk om zijn kans te wagen met de kruisingtactiek en snel geld te verdienen’, zegt Lukacejda.

CEO’s in maatpak: wie is de Slovaakse ‘landbouwmaffia’?

De procureur-generaal van Slovakije gaf toe dat in het oosten van het land een ‘landbouwmaffia’ actief is. Het Slovaakse Rekenhof bekritiseerde dan weer ‘het gebrek aan professionalisme bij het ministerie van Landbouw’. 

Onderzoeksjournalist Ján Petrovič, collega van de vermoorde journalist Ján Kuciak, geldt al jaren als maffiaexpert. ‘Wat de traditionele maffia met geweld en geweren deed, doen deze witteboordencriminelen met de staatsinstellingen. Ze gebruiken de staatsmacht als afpersingsinstrument. Sinds het zogenaamde Gorilla-schandaal weten we dat deze groepen actieve banden hebben met de regering. De traditionele maffiagroepen waren extreem gewelddadig voor relatief bescheiden winsten. Deze moderne maffia is minder gewelddadig, maar rijft exorbitant hoge bedragen binnen. Je zou dit een efficiëntiewinst kunnen noemen. Europese landbouwsubsidies vormen een van de grootste geldpotten.’

Boer František Oravec heeft zich voorgenomen om zijn juridische strijd verder te zetten, ‘tot de landbouwmaffia ontmaskerd is. Ze proberen heel Slovakije onder controle te krijgen. De financiële elite pleegt hier een staatsgreep. Met rechtszaken kunnen we hen vooraan in de publieke aandacht brengen. Daarom hebben ze er zoveel voor over om mij het zwijgen op te leggen.’

Opstand

In 2017 riep František Oravec de hulp in van een campagnebureau. Hij wilde een boerenbeweging op gang trekken. Op de Facebookpagina ‘Eigen Boer Bedreigd’ begon Oravec te getuigen over de meldingen van landroof die ze van boeren ontvingen. Journalisten uit Bratislava nodigden ze uit naar het oosten, om artikels in de nationale media te krijgen. Zonder succes. Een jaar later waren de boeren zo wanhopig dat sommigen een opstand overwogen.

De moord op onderzoeksjournalist Ján Kuciak, een maand later, veranderde alles. Kuciak werkte op dat moment voor de nieuwssite Aktuality aan een artikel waarin hij de banden tussen Slovaakse politici en de Calabrische maffia in kaart bracht. Zelfs deze beruchte Italianen hadden de zwakke Slovaakse staat ontdekt als toegangspoort tot riante Europese landbouwsubsidies.

Niet ver van het dorp Hummené wandelden we over de uitgestrekte gronden die een van hun handlangers, Diego Roda, via afpersing had verzameld. Na de moord op Kuciak begon Roda zijn eigendommen te verkopen aan Slovaakse oligarchen.

De vermoorde journalist Ján Kuciak onthulde dat ook de Calabrische maffia EU-landbouwsubsidies in Slovakije aftapte.

Andrej Bán, journalist bij nieuwssite Denník N, was de eerste Slovaakse journalist van de nationale media die op het terrein ging in Oost-Slovakije. In een poging om het werk van Kuciak af te maken, stuitte hij op de ene boer na de andere die sprak over de Slovaakse maffia in plaats van de Calabrische. Een naam die vaak terugkeerde, was ‘gravin Rošková’. Ľubica Rošková was lang parlementslid voor de sociaaldemocratische partij Smer-SD.

Bán’s reeks onthulde dat zij gigantische landbouwgronden controleerde en zelfs landbouwsubsidies ontving voor de bouw van parkings en een kleine luchthaven. ‘Mijn artikel bracht de bal aan het rollen’, zegt Bán. ‘De minister van Landbouw ontsloeg drie mensen, maar dat waren slechts kleine vissen, zondebokken. Hoofdverantwoordelijke is de directeur van het landbouwagentschap, en die zit tot vandaag op zijn stoel.’

Er werd wel een strafrechtelijk onderzoek ingesteld tegen Rošková en ze moet meer dan 200.000 euro aan Europese fondsen terugbetalen aan de staat.

© Xander Stockmans

Journalist Andrej Bán was de eerste Slovaakse journalist van de nationale media die na de moord op journalist Ján Kuciak op het terrein ging in Oost-Slovakije. Bán’s artikelenreeks bracht de bal aan het rollen.

Tractorprotest

Ondertussen organiseerde de burgerbeweging ‘Voor een Fatsoenlijk Slovakije’, ontstaan als spontaan burgerprotest na de moord op Kuciak, samen met boeren een herdenkingswake. Voor het eerst spraken boeren, op het podium, publiek over hun problemen. ‘Wij steunden hen, zij steunden ons’, zegt Ján Galik, activist van de burgerbeweging.

Drie dagen later, op 7 maart 2018, kwam een eerste missie van het Europees Parlement om boeren te ontmoeten. ‘Ik was erbij’, zegt Galik. ‘Dat waren de eerste politici die deze boeren ooit ontmoetten. En ze kwamen uit Brussel, niet uit Bratislava. Ik zag hoe de boeren van mening veranderden over de Europese Unie. Zij begrepen dat “Minder Brussel”, een slogan van de populisten, bedoeld is om hen tegen de instanties op te zetten die hen beschermen tegen corruptie.’

Activist Patrik Magdoško begon de boeren te organiseren. In mei 2018 reden vijfhonderd tractoren vijfhonderd kilometer van het uiterste oosten naar Bratislava in het uiterste westen. Meer dan duizend mensen sliepen drie nachten in slaapzakken langs de kant van de weg.

Bijna een jaar daarna, een dag voor de presidentsverkiezingen, deed een nieuwe tractorkolonne dat nog eens over. Ze kiepten mest voor de kantoren van het landbouwagentschap en eisten het ontslag van minister Matečná.

Oravec en Magdoško richtten de politieke partij Máme toho dosť! op, Slovaaks voor ‘We hebben er genoeg van’. Afgelopen zaterdag dongen ze mee naar de stem van de kiezer, maar ze veroorzaakten geen rimpel.

Diezelfde parlementsverkiezingen brachten wel hoop: de partij van minister Matečná haalt de kiesdrempel niet. Zij verdwijnt uit het parlement. Het is uitkijken naar wie het landbouwministerie opeist, en of die persoon schoon schip kan maken in de hele sector.

Facebook-pagina Domaci Farmar Vohrozeni

Boeren uit het oosten van Slovakije blokkeren de openbare weg in hoofdstad Bratislava, uit protest tegen de zogenaamde ‘landbouwmaffia’ en de minister van Landbouw. De vijfde persoon van links is Ján Cenkner. Daarnaast zit Patrik Magdoško, gehuld in de Slovaakse vlag. František Oravec zit achter de man in oranje hesje die Magdoško’s hand vasthoudt.

Gerechtigheid?

Prioriteit voor die nieuwe minister, volgens Ján Cenkner: ‘Een limiet op het totaal aantal subsidies dat één aanvrager mag ontvangen. Als er geen limiet op staat, kunnen investeringsgroepen alsmaar meer grond blijven grijpen en boeren van hun land blijven verdrijven, om alsmaar meer subsidies te ontvangen. Dat voedt hebzucht en afpersing.’

‘In plaats van directe betalingen per hectare kan je beter concrete investeringsprojecten van boeren steunen. Hervorm de subsidieverdeling zodat het Europese landbouwbeleid geen business model meer is voor maffiagroepen.’

‘Dit geld is van alle Europese burgers. Onze regering weigert om fraude te vervolgen. Dan moet de EU dat zelf doen.’

De EU overspoelt landen met subsidies vóórdat die transparante instellingen ontwikkelen. Dit lijkt een roekeloze omgang met publieke middelen. Miljoenen verdwijnen in de winsten van een elite die criminele praktijken niet schuwt.

Het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) moet dit opvangen, maar zij kunnen enkel onderzoeken, niet vervolgen. Zelfs voor het onderzoek zijn ze onderbemand. ‘Er werken welgeteld tien OLAF-onderzoekers binnen Slovaakse regeringsadministraties. Tien mensen om veertien miljard euro te controleren’, zegt Matej Hruška, onderzoeker bij de anticorruptiewatchdog Stop Corruptie.

Na het rapport van de delegatie van het Europees Parlement verwees de toenmalige Landbouwcommissaris de zaak door naar OLAF, maar hij zei dat ‘onregelmatig gebruik van grond door de bevoegde nationale autoriteiten moet worden gecontroleerd’. Die nationale autoriteiten doen dat niet: van 2010 tot 2017 wezen de Slovaakse autoriteiten negen van de elf OLAF-aanbevelingen aan de Slovaakse overheid tot strafrechtelijke vervolging af. Daarmee scoort Slovakije het slechtst van alle EU-lidstaten.

Hruška vestigt hoop in het nieuwe Europees Openbaar Ministerie. Dat zal daders van feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, onderzoeken, vervolgen én voor de rechter brengen.

‘Dit geld is van alle Europese burgers’, zegt Hruška. ‘Als er in ons land onvoldoende politieke wil is om corruptie te vervolgen, dan moet een Europese instantie dat doen.’

Ook de boeren volgen deze ontwikkeling op de voet. ‘Laat die Roemeense vrouw maar komen, zij is niet bang’, zegt Ján Cenkner. ‘Als ze achter Roemeense politici aan kan gaan, heeft ze wat nodig is.’ Hij spreekt over Laura Codruța Kövesi, benoemd tot allereerste Europees Hoofdaanklager van het Europees Openbaar Ministerie.

We hadden een afspraak bij het Slovaakse ministerie van Landbouw, maar die werd op het laatste moment afgezegd. De enige reactie kregen we via e-mail: ‘Het Slovaakse landbouwbetalingsagentschap wordt regelmatig gecontroleerd door Europese en Slovaakse instellingen, in overeenstemming met Europese wetgeving. Het agentschap zette stappen om de transparantie te verhogen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur