Mado Chideka: ‘Seksueel geweld is niet cultureel’

Hoewel van oudsher conflicten overal ter wereld gepaard gaan met seksueel geweld, wordt de Democratische Republiek Congo door verschillende mensenrechtenorganisaties en media “de gevaarlijkste plek ter wereld om vrouw te zijn” genoemd. Het aantal extreem gewelddadige verkrachtingen ligt er hoger dan elders. Is er beterschap in zicht?

MONUSCO (CC BY-SA 2.0)

 

De Congolese overheid pakt ermee uit dat het aantal verkrachtingen tussen 2013 en 2015 met de helft daalde, maar onderzoek van de Britse krant The Guardian spreekt dat tegen. Het aantal conflictgebonden verkrachtingen zou afgenomen zijn, maar het totale aantal verkrachtingen zou volgens sommige hulpverleners zelfs stijgen.

MO* sprak hierover met Mado Chideka (°1974), een activiste uit de Congolese diaspora die sinds 2003 hemel en aarde beweegt om met haar lobbywerk de situatie van de Congolese vrouwen te verbeteren.

Aan de overzijde van de hoop

Chideka troont ons in het hart van de Brusselse Matongéwijk mee naar het standbeeld ‘Au-delà de l’espoir’ van de Congolese kunstenaar Freddy Tsimba. Het beeld, gemaakt uit kogelhulzen, houdt met uitgestrekte handen een kind omhoog. ‘Een kind dragen, is de hoop dragen. Ondanks alle gruweldaden die in de oorlog zijn gebeurd, is er hoop.’

Die hoop typeert ook Chideka, die zich al jarenlang inzet om traag maar zeker verandering teweeg te brengen.

‘Zij zijn het die je tranen drogen en zeggen: “We kunnen niet bij de pakken blijven zitten.’ Het zijn de vrouwen die de gemeenschap dragen.’

‘Ik ben van nature een optimist, maar het zijn ook de vrouwen daar die mij hoop geven. Ze hebben onvoorstelbare dingen meegemaakt: ze verloren hun echtgenoot of kinderen, jonge meisjes werden gevangengehouden in de bossen, ouders werden verplicht hun kinderen te verkrachten… Als ze hun verhalen vertellen, begin je te huilen, maar zij zijn het die je tranen drogen en zeggen: “We kunnen niet bij de pakken blijven zitten. We moeten de gemeenschap opbouwen, op het veld werken en de kinderen opvoeden.” Het zijn de vrouwen die de gemeenschap dragen.’

Chideka kwam in 1996 als studente met haar gezin naar België. In 2003 keerde ze voor het eerst terug naar Congo: ‘Zelfs in de chique woonwijk waar ik was opgegroeid hadden de rebellen huizen ingenomen en vrouwen verkracht. Vriendinnen en nichtjes van mij waren verkracht. Toen pas werd ik me bewust van de omvang van wat er gebeurd was en besefte ik hoeveel geluk wij gehad hebben. Toen ik terugkwam, geloofde niemand me in België, want het kwam toen nog niet in de media.’

Ongeloof in België

‘De gruweldaden begonnen in 1996, maar pas in 2002-2003 begonnen mensen erover te praten. “We vangen er dingen over op, maar we zijn nog niet zeker”, kreeg ik te horen bij de ngo’s waar ik ging aankloppen.’ Maar Chideka was vastbesloten. Ze was geraakt door de verhalen die ze gehoord had en had beloofd iets te doen. Ze bleef erover praten in haar eigen kring en klopte aan bij ngo’s en politici.

Gaandeweg kwam het onderwerp meer in de aandacht en werd Chideka vaker uitgenodigd om erover te praten. In 2007 ging ze meermaals terug naar Congo en stelde ze een rapport op over seksueel geweld in de conflictperiode. ‘Ondertussen voerde ik ook actie in België, met vrouwenorganisaties van Belgische vrouwen en Congolese vrouwen uit de diaspora.’

bron: Youtube

Mado Chideka

Chideka vertelt vol vuur over het werk dat ze verrichtte: ‘We bleven overal aankloppen: bij Belgische politici, de VN, het parlement en de senaat om te eisen dat de politici hun verantwoordelijkheid namen. En ons werk heeft geloond. In het Brussels en in het Europees parlement werden resoluties aangenomen om het geweld in Congo te bestraffen.’ Chideka maakte ook het Belgische publiek bewust door haar foto’s tentoon te stellen.

‘Sommige Belgische verenigingen zeiden dat het in onze cultuur zit. Nee, nee en nog eens nee!’

‘Ik portretteerde de vrouwen in hun dagelijks leven. Ik wilde die anonieme “slachtoffers van seksueel geweld” een gezicht geven. De vrouwen zijn meer dan alleen slachtoffer en willen ook niet in die rol blijven zitten. De foto’s tonen dat ze doorgaan met hun leven.’

In de loop van het gesprek benadrukt Chideka meermaals dat het seksueel geweld niet cultureel is. ‘Het is een methode om de bevolking te terroriseren. Daarom vechten militairen het niet onder elkaar uit, maar pakken ze de vrouwen. De oorlog in Congo is economisch. Ze willen de bevolking doen vluchten om grondstoffen en bezittingen te plunderen. Sommige Belgische verenigingen zeiden dat het in onze cultuur zit. Nee, nee en nog eens nee!’

Een stukje van de brand blussen

Ondertussen staat Chideka aan het hoofd van haar eigen vzw Tourkana, waarmee ze vrouwen economisch, sociaal en juridisch ondersteunt. In 2010 kreeg ze de eretitel “1325 vredesvrouw” van de Vrouwenraad. Die 1325 verwijst naar VN-resolutie 1325 uit 2000, die het belang onderstreept van de participatie van vrouwen in de preventie en oplossing van conflicten en manieren aanreikt om vrouwen te beschermen tegen seksueel geweld.

‘Er is vooruitgang. Het aantal conflictgebonden verkrachtingen daalt, maar er zijn nog steeds veel verkrachtingen buiten het conflict om.’

‘Al die tijd ijverden we voor resoluties zonder te weten dat er al een resolutie bestond. We hebben de resolutie in verschillende Congolese talen vertaald en verspreid bij Congolese vrouwen, zodat ze er gebruik van kunnen maken. Er is vooruitgang. Het aantal conflictgebonden verkrachtingen daalt, maar er zijn nog steeds veel verkrachtingen buiten het conflict om.’

‘Het klimaat van straffeloosheid in Zuid-Kivu is daarin een belangrijke factor. Daders zien niet in waarom zij nu plots wel gestraft zouden moeten worden, terwijl militairen met verkrachtingen op hun geweten vrijuit gingen. Daarbij komt nog eens dat gedemobiliseerde kindsoldaten, die sinds hun kindertijd niets dan geweld hebben gekend, zonder sociale begeleiding in de steden terechtkomen.’

Een lichtpuntje voor Chideka is de herziening van het familierecht in 2016, waardoor vrouwen nu zonder toestemming van hun echtgenoot kunnen werken: ‘Dat was een van mijn dromen. Nu gaan we ervoor strijden dat het ook in praktijk wordt gebracht. Het heeft misschien wel twintig jaar lobbywerk gekost, maar dat houdt me niet tegen. Vrouwen moeten daar zijn waar de politieke beslissingen genomen worden. Wie gaat hen anders vertegenwoordigen en voor hun rechten opkomen? Ze geven ons een rijstkorrel, maar ze kunnen ons ook een zak rijst geven.’

Waar blijft ze de energie halen voor haar nooit eindigende strijd? Chideka wijst ze erop dat ze goed omringd is door familie en vrienden. Haar moeder wees de kinderen altijd op hun bevoorrechte positie en de plicht hun geluk met anderen te delen. Ze gaf het goede voorbeeld door steeds voor anderen klaar te staan. ‘Als we zelf niet het minimum doen, kunnen we van anderen ook geen grootse dingen verwachten’, zegt Chideka.

‘Ik herken me sterk in de volgende anekdote van Pierre Rabhi: de kolibrie ziet dat het bos in brand staat en haalt met zijn bek water uit de rivier om de brand te blussen. Een andere vogel lacht hem uit, maar de kolibrie antwoordt: “Ik doe mijn deel.” Ik ben niet degene die ervoor zal zorgen dat vrouwenrechten gerespecteerd worden en dat er vrede komt in Congo, maar als iedereen zijn deel doet, dan komen we er. Dat geeft me mijn energie. Ik doe mijn deel en blus een klein stukje van de brand.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journaliste

    Na omzwervingen doorheen verschillende jobs in de cultuur- en sociale sector, besliste Ebe dat het hoog tijd was om na te denken over wat ze écht wilde doen.