20 jaar MO*: ‘Meertaligheid is belangrijk om diverse perspectieven op het leven te ontwikkelen’

Reportage

Oud-hoofdredacteur Gie Goris in gesprek met jonge bestuurder Pamela Baruti

20 jaar MO*: ‘Meertaligheid is belangrijk om diverse perspectieven op het leven te ontwikkelen’

20 jaar MO*: ‘Meertaligheid is belangrijk om diverse perspectieven op het leven te ontwikkelen’
20 jaar MO*: ‘Meertaligheid is belangrijk om diverse perspectieven op het leven te ontwikkelen’

Dit jaar prijkt MO* precies twintig jaar op de cover van uw favoriete mondiale magazine. Oud-hoofdredacteur Gie Goris duikt in het archief en legt een thema voor aan jongeren die zich engageren in de raad van bestuur van vzw Wereldmediahuis.

© Zwerm / MO*

© Zwerm / MO*

Een gekleurde kijk op de wereld

MO* kiest voor betrokken journalistiek die vertrekt vanuit empathie voor verdrukte of kwetsbare mensen. Maar de positie van een journalist is niet alleen een kwestie van maatschappelijke keuzes, ze is soms ook een maatschappelijk gegeven. Journalisten zijn bijvoorbeeld middenklassers, geen boeren of daklozen, maar ze schrijven wel over landbouw en grootstedelijke uitsluiting. Journalisten hebben een gender, een huidskleur en een afkomst. In hoeverre spelen die zaken mee in hun werk, en in hoeverre klinken ze door bij hun lezers?

Dat soort vragen worden niet elke dag, maar wel zo nu en dan gesteld op de redactie. En bij het doornemen van 20 jaar magazines herinnerde ik me dat ze uitdrukkelijker klonken bij het samenstellen van MO*123, het lentenummer van 2017. ‘De strijd om het vrouwenlichaam’ was het focusthema, en dat roept uiteraard de vraag op waarover het dan moet gaan en wie daarover het best schrijft.

© Iratxe Alvarez

Gie Goris

© Iratxe Alvarez

De keuze blijkt uit het nummer: tien van de dertien artikels werden door vrouwen geschreven. Vijf van de negen vrouwelijke auteurs hadden een migratie-achtergrond. En even belangrijk: alle artikels gaven een podium aan vrouwen uit kwetsbare groepen en aan vrouwen die in Noord en Zuid zelf opkomen voor hun recht op waardigheid, keuzevrijheid en échte gelijkheid.

In een diep ongelijke wereld is het belangrijk dat er vragen worden gesteld over inhoud en over representatie. De antwoorden die MO* daarop geeft, willen niet perfect zijn maar eerlijk en moedig. En ze moeten verder gaan dan de comfortabele status quo. Dat MO* dat wil doen, blijkt onder andere door vier jonge bestuurders aan te trekken en te coachen. Drie van hen hebben een migratieachtergrond. Al gaande wordt de weg gebaand.

‘Machtsverhoudingen herzien’

Pamela Baruti, een van de jonge bestuurders, verhuisde als peuter van Oost-Europa naar West-Vlaanderen. Daar groeide ze op in een meertalige omgeving – en neen, dat is geen graptje over lokale dialecten.

Met haar ouders spreekt ze nog altijd Albanees, via een tante leerde ze heel vroeg Engels, terwijl De Haan en Blankenberge voor de onderdompeling in het Nederlands zorgden. De oekaze van Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) dat binnen de muren van een school alleen Nederlands toegelaten is, zag ze begin september met lede ogen passeren. ‘Natuurlijk is Nederlands belangrijk voor veel opleidingen of banen, maar meertaligheid of creatieve straattaal zijn ook belangrijk om diverse perspectieven op het leven te ontwikkelen’, zucht ze.

Het belang van posities en perspectieven vormde ook de kern van White privilege in Flemish feminist organizations, Baruti’s thesis voor een master in Conflict and Development aan de UGent. Die was dan weer de aanleiding om met haar over het bewuste lentenummer van 2017 te praten, en over de strijd om het vrouwenlichaam. ‘Ik heb het hele katern verslonden’, zegt Baruti.

‘Het gaat niet alleen om meer diversiteit, het gaat om structurele verandering.’

‘Jammer genoeg stel ik vast dat er in zes jaar tijd niet veel veranderd is aan de problemen en dus ook niet aan de relevantie van de themakeuze. We blijven aanlopen tegen paternalistische “bezorgdheid” om vrouwen en elk seizoen heeft wel zijn hoofddoeken- of abaya-rel.’

Ze heeft het nummer met een markeerstift gelezen, want er stonden veel inzichten in die ze wilde bijhouden. Niet alleen omdat ze de problemen die vrouwen ondervinden helder verwoordden, maar vaker nog omdat ze een stem gaven aan de strijd die vrouwen voeren en de hoop die ze creëren.

‘Al wat we doen, moet uiteindelijk gericht zijn op het cultiveren van (die) verbondenheid en een bereidheid om de machtsverhoudingen te herzien die een mens herleiden tot een bruingemaakt vrouwenlijf’, schreef Olivia U. Rutazibwa. Baruti vat het samen in haar eigen woorden: het gaat niet alleen om meer diversiteit, het gaat om structurele verandering.

© Iratxe Alvarez

Pamela Baruti

© Iratxe Alvarez

Baruti leest niet alleen de inhoud, maar kijkt ook naar de auteurs. In MO*123 stelt ze verheugd vast dat er bewust gekozen werd voor veel vrouwelijke auteurs en veel stemmen van kleur. ‘Dat soort keuzes zijn cruciaal om een magazine geloofwaardigheid te geven, zeker bij de mensen over wie bericht wordt.’

Ze zetelt in de raad van bestuur van Wereldmediahuis, en dus moet ze afstand houden van de redactionele keuzes. Journalistieke onafhankelijkheid oblige. Maar omdat ik het vraag, wil ze wel een suggestie doen: ‘Verhalen van grassroots feministische organisaties uit het Globale Zuiden en uit Europa. Hun strijd, hun perspectief en hun hoop centraal stellen, dat geeft ook ons kracht en uitzicht.’

Dit artikel is verschenen in het winternummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.