‘Mensen zonder papieren putten veerkracht uit hun drang om te overleven’

Internationale Dag van de Migrant

Vandaag is het Internationale Dag van de Migrant. Vluchtelingen en andere migranten zijn slachtoffers van een lange lijst onrechtvaardigheden. Maar ze weigeren zichzelf in de eerste plaats zo te zien. Een persoonlijk verhaal over veerkracht.

Ik excuseer mij. Hij excuseert zich. Hij is te vroeg gekomen. Ik ben nog niet klaar met de soep die mijn oudste zoon morgen wil opdienen tijdens de les godsdienst. Boeddhistische monnikensoep. We zijn niet klaar geraakt voor bedtijd. Of hij het erg vindt als ik doorga met de soep? Ik schenk mijn gast en mezelf een glas rood in en laat de kinderen hem de hand schudden voor ik ze instop.

Ze vinden het spannend en tegelijk triest om iemand zonder papieren te ontmoeten. Ik krijg het maar moeilijk uitgelegd wat zoiets betekent en gebied ze op school niets te vertellen over onze geheime ontmoeting. Samen verzinnen we een andere naam voor de man.

Met opzet heb ik hem alleen gelaten in de keuken. Als een teken van vertrouwen. In de hoop dat hij zich op zijn gemak zal voelen wanneer ik weer beneden ben.

‘Ik ben Messaoud, 64 jaar en ik kom uit Algerije. Achttien jaar geleden ben ik gevlucht nadat mijn vriend door moedjahedien was doodgeschoten. We zaten op de Corniche naar Bob Marley te luisteren, een flesje wijn erbij, toen het gebeurde. Mijn vriend was niet het enige slachtoffer. Tarek, die in zijn been geraakt werd, overleefde het en woont nu ook in België. Hij kreeg wel papieren. Ik niet. Ik leef ondergedoken in een appartementje dat ik huur van een anarchistisch stel. Fijne mensen. Ze hebben veel voor me gedaan. Hun ouders ook trouwens. Die wonen nog altijd in Antwerpen. Zij, mijn huisbazin, heeft me al enkele keren gered van de politie. Zoals toen het stel onder mij de politie aan de deur kreeg, wegens huiselijk geweld. Hij had zijn vrouw voor de zoveelste keren afgetuigd en ze was ervandoor gegaan. “Vooraf heeft ze nog met die Algerijn van hierboven gepraat”, wist hij de wijkagent te vertellen. Natuurlijk gaf ik niet thuis toen ze bij mij aanklopten voor een buurtonderzoek. De huisbazin heeft het voor me opgenomen. Ik ben bang van de politie. De hele tijd. Politie betekent gesloten centrum of uitwijzing.’

‘Zelfs mijn moeder hoor ik amper. Ze wil alleen weten of ik mijn gebeden nog zeg. Niet dus.’

‘Stations mijd ik als de pest, want daar stikt het van de politie. Grote evenementen ook, zoals de kerstmarkt. Ik kom er wel, maar blijf nooit lang staan. En als iemand mij in een café vraagt waar ik vandaan kom of wat ik doe, ontwijk ik de vraag en begin over de inrichting of over hoe lekker het bier wel smaakt. Ik wil immers niet dat ze mijn broodwinning afpakken. Want ja, ik werk zwart, als plongeur in de horeca, al jaren. Dat geld wil ik niet kwijt. Daarmee betaal ik mijn appartement, mijn kleren, mijn eten. Alleen mijn anarchistische huisbazin, mijn vriend met het manke been en een handvol Belgen weten wie ik ben. Voor de anderen ben ik onzichtbaar.’

‘Als iemand mijn fiets heeft herkend, op de stoep voor een café, wissel ik zo snel mogelijk van fiets. Je weet maar nooit dat iemand het in zijn hoofd krijgt je te gaan volgen. Een fiets kost niets. Mijn huisbazin heeft er altijd wel een op overschot, van studenten die aan het einde van het academiejaar hun fiets laten staan.’

Hij vertelt hoe sans-papiers elkaar soms beduvelen, net omdat ze geen poot hebben om op te staan. Een Kosovaar die op de fiets rondrijdt kan je makkelijk bestelen, weet Messaoud. Je hoeft alleen maar te beweren dat hij op jouw fiets rijdt en als hij tegenstribbelt te dreigen met de politie. Vermits hij geen papieren heeft, zal hij allicht zijn fiets afgeven en zich uit de voeten maken.

Kiespijn

‘Geluk is vrij zijn. Ik herinner mij niet meer wanneer ik ooit echt gelukkig was. Eigenlijk besta ik niet. I am the invisible man. Dat is nog het ergste. Niet het racisme. Ik leef vooral op mijn kamertje. Dat is mijn toevluchtsoord. Kijk er tv, France 24, TV5 Monde. Ik maak me druk over de schijnheilige politiek. Soms zit ik uren in de zetel, na te denken. Over papieren. Dag en nacht. Hoe kom ik eraan? Hoe kan ik een betere baan vinden? Als ik papieren had, gaf ik alles op en kocht een rugzak en een slaapzak. Met een brood en wat kaas zou ik de wereld rondreizen. En als de politie me tegenhield, kon ik ze mijn papieren tonen.’
Zich richten op dromen, wensen en verzuchtingen, veeleer dan op de huidige vaak benarde situatie, is voor Messaoud een uitweg, al is het maar in zijn hoofd. En voor wie tussen werelden leeft, is vertellen soms louterend.

Dat we een artikel wijden aan hoe het voelt om in limbo te leven, niet daar en niet hier, niet helemaal vertrokken, noch echt aangekomen, geeft hem het vertrouwen te vertellen wat hij meestal verzwijgt. Een immigratiedienst zoals de dienst Vreemdelingenzaken wil alleen horen of iemand écht in gevaar is of niet en asiel verdient. Als later blijkt dat zijn verhaal een beetje anders is geworden, is dat soms voldoende om hem uit te wijzen. Maar niemand is in staat helemaal alleen een coherent levensverhaal te vertellen, laat staan als dat leven doortrokken is van pijn, verlies, wreedheid.

‘Ik herinner mij niet meer wanneer ik ooit echt gelukkig was. Eigenlijk besta ik niet.’

Behalve van de advocaat die zijn zaak in Frankrijk behartigde – waar hij vruchteloos asiel aanvroeg – wil Messaoud geen hulp. Al zeker niet van zelforganisaties van sans-papiers. ‘Papieren zijn bang van ons als we ons groeperen met lotgenoten. Dan worden we plots bedreigend. Ik maak meer kans hulp te krijgen als ik alleen ben. Maar het is moeilijk zo te leven. Het werkt op je systeem. Letterlijk zelfs. Heb je kiespijn, dan moet je soms dagenlang de pijn verbijten, want de 40 euro voor de tandarts is er niet. Ooit belandde ik bij de dokter en ik vroeg haar of ze mij het goedkoopste medicijn wilde voorschrijven. Meer dan geld voor een paracetamol had ik niet.’

Het wordt straks winter. Dan hangt Messaoud vetbolletjes in de boom voor zijn raam en komen de vogels ervan pikken. Uren kan hij naar ze kijken, tot ze zijn gestalte zien achter het glas en ze verschrikt opvliegen. ‘Ooit heeft een dame een trui voor mij gebreid. Zij zat altijd achter haar raam en zag me jarenlang uit hetzelfde straatje komen, haastig op weg naar mijn werk. Soms kruisten onze blikken elkaar. Nadat ik in de winter een maand lang was weggebleven, liep ze de straat op toen ik weer terug was. Waar was jij de hele tijd? riep ze. Ik had een trui voor je klaar. Dat is mijn leven. Vluchtige blikken en oppervlakkige gesprekken. Zelfs mijn moeder of mijn broer hoor ik amper, tenzij er iemand sterft of het Suikerfeest is. Ze wil alleen maar weten of ik mijn gebeden nog zeg. Niet dus.’

Elk verhaal van iemand in limbo is anders. Religie is voor vele asielzoekers en mensen zonder papieren, in tegenstelling tot Messaoud, wel vaak een houvast. Geloven is een van de coping strategies die wetenschappers aanhalen om de veerkracht van sans-papiers te verklaren. Onderzoek heeft uitgewezen dat de helft tot driekwart van de Somalische en Ethiopische vluchtelingen tot God bidden om hun verdriet te verlichten. Tegenslag doorstaan om later beloond te worden, speelt zeker in de hoofden van deze vrome vluchtelingen. Volgens sommige wetenschappers helpt religie asielzoekers ook om zich vlotter aan te passen, en zou ze zelfs leiden tot betere studieresultaten.

Vastberaden

© Klaas Verplancke

Elk verhaal van iemand in limbo is anders.

Maar mensen zonder papieren halen hun veerkracht ook nog uit de kunst om hun situatie in een ander daglicht te zien – een verhaal te vertellen, in feite, dat kracht geeft, dat vooral de positieve kanten naar boven brengt of de verteller portretteert als een overlever.

Dat valt ons op wanneer we in Peer het levensverhaal aanhoren van Zlatan, een Bosniër die na jaren in de illegaliteit eindelijk uitzicht kreeg op een bestaan mét papieren.

‘Ik ben 39 jaar en ik en mijn vrouw hebben een derde van ons leven verloren, als vluchteling of in de oorlog. Ik heb altijd gewerkt. Onze dochter ging pico bello gekleed naar school. Ze heeft niets gemerkt. Altijd had ik 500 euro op zak, voor als er ons iets overkwam. Dat was onze ziekteverzekering.’

‘Mijn jongere broer heeft ongeveer hetzelfde meegemaakt, maar hij is door onze vader altijd in de watten gelegd. Hij is erg gevoelig voor turbulenties. Ik kan tegen een stootje en ben veel positiever ingesteld. Ik ben opgegroeid in een omgeving waar alles belangrijk was. Op de bouwwerf raapten wij spijkers op om ze op een balk recht te slaan. Bij de meeste aannemers gaat alle afval de container in. Toch heeft het jaren gevergd om mijn hoofd te herprogrammeren. Om te gaan denken zoals een Hollander zou doen. Als mijn broer iets tegenkomt, reageert die van: wat als? Een Vlaming zal zeggen: Ja, maar… Maar een Hollander reageert van: waarom ook niet?’

‘Mensen zonder papieren putten veerkracht uit hun drang om te overleven’, zegt Ronnie Tack. Hij is actief bij Samenlevingsopbouw Brussel in het project Meeting, een onthaal- en steunpunt voor mensen zonder wettig verblijf. ‘In hun hoofd kunnen ze niet terug naar hun land van herkomst. Er staat een prijs op mijn hoofd. Ze moeten mij hebben. Of die vrees reëel is of niet, het maakt ze vastberaden. Ze moeten het hier gaan maken. Het zijn allesbehalve profiteurs. Ze lopen de hele dag de benen uit hun gat om aan eten te komen, om een luier te kopen voor hun baby of hun kinderen naar school te sturen.’

Migratiehabitus

Volgens Fons van de Vijver, een Nederlandse psycholoog, bepaalt ook de bagage of iemand het maakt of niet: krachtbronnen, materiële of spirituele, netwerken en familie. ‘Asielzoekers met bezittingen, hoger opgeleid en met een goed functionerend gezin, hebben meer bronnen waaruit ze kunnen putten. Vluchtelingen doen het vaak minder goed dan arbeidsmigranten, niet het minst omdat hun trauma’s soms erg acuut zijn.’

Ook al moet gezegd dat het verband tussen trauma’s en psychologische problemen achteraf niet zo eenvoudig is. Kinderen die in hun gastland een veilige plek hebben, zoals een harmonieus gezin, kunnen soms uit de verhalen van hun ouders kracht putten om zich een beeld te vormen van hun vaderland en een nieuwe identiteit op te bouwen. Op voorwaarde dat het beleefde geweld zich niet voortzet bijvoorbeeld in intrafamiliaal geweld.

‘Ik heb tevreden klanten. Het doet pijn om dan Vlaams Belang-folders in de bus te krijgen.’

‘Ook het gastland bepaalt mee of ze hun bronnen kunnen aanspreken’, aldus van de Vijver. ‘Iraniërs die naar Nederland vluchtten waren soms erg hoog opgeleid. In hun land waren het gevechtspiloten, het was de intelligentsia. Omdat wij hun diploma’s niet erkenden, werden het brodeloze arbeiders. Somaliërs die eerst in Nederland beland waren, wilden vaak liever naar Groot-Brittannië, omdat ze daar makkelijker een eigen zaak konden beginnen. Het gevoel in de behoeften van de eigen familie te kunnen voorzien maakte hen gelukkiger dan ze ooit in Nederland waren geweest.’

Uit onderzoek van de Vlaamse academici Sophie Withaeckx, Mieke Schrooten, Dirk Geldof en Margot Lavent blijkt dat zogenaamde transmigranten – migranten die er meervoudige migraties op hebben zitten of hier niet willen blijven – transnationale leefwerelden hebben én dus ook internationale netwerken.

Withaeckx: ‘Het is een mobiele maar ook zeer diverse doelgroep, waar hulpverleners niet altijd vat op hebben. Heel veel plaatsen ter wereld spelen een rol in hun leven. Sommigen onder hen zijn echte overlevers en kennen hun rechten soms beter dan gewone migranten, precies omdat ze ervaring en een migratiehabitus hebben. Sommigen vinden het zalig dat ze niet weten waar ze binnen twee jaar zullen wonen, maar anderen kan dat juist heel zwaar vallen.’

Schrooten: ‘Heel wat Brazilianen komen naar België omdat zij hier geen visum nodig hebben. De meesten blijven langer dan de wettelijk toegestane periode van negentig dagen en hopen in drie tot vijf jaar genoeg geld te verdienen om daarna terug te keren. Officieel zijn er ongeveer 7.500 Brazilianen in België. In werkelijkheid zijn het er naar schatting 45.000 tot 60.000, volgende de laatste peiling van de IOM. Voor Brazilianen is de gemeenschap een bron van steun. Er bestaan speciale Facebookpagina’s waar Braziliaanse aspirant-immigranten zich op voorhand kunnen inwerken in de situatie, tot aan het verschil tussen de gele, blauwe en witte vuilniszakken toe. Dankzij de landgenoten die je voorafgingen, zul je nooit op straat hoeven te slapen of van honger omkomen.’

Pikorde

Volgens Ronnie Tack zijn lotgenoten of etnische gemeenschappen niet altijd het beste netwerk voor nieuwkomers. ‘Ze vinden er soms wel huisvesting en voedsel, maar het brengt ook risico’s mee. Alleenstaande vrouwen worden de sloof van het gastgezin, de kinderen krijgen een avondklok of worden uitgebuit. Wij zien ook duidelijk pikordes. Wie erkend wordt, gaat zich soms anders gedragen en repliceert het discours dat veel Vlamingen erop nahouden. Ze behandelen hun vroegere lotgenoten als profiteurs en wie contact zoekt, wordt afgescheept met een smoesje.’

‘Om uit de ellende te geraken, doe je er dus soms beter aan contacten te zoeken met Belgen, ook al weet iedereen dat je dan vaak tegen een muur botst. Soms zeg ik al lachend, als ze mij vragen: “Hoe zoek ik een lief?” Niet in de daklozenopvang alvast, want daar zitten nog 300 andere mannen te wachten op de vrouw van hun leven. Onze ervaring is dat uitwisseling tussen mensen, met al hun verschillen, het sterkste wapen is tegen maatschappelijke uitsluiting.’

Zlatan: ‘Ik heb me altijd omringd met goedmenende mensen. Ik schift wie er bij mij thuis komt en wie niet. Wie alleen energie neemt en niets geeft, komt er niet in. Zelf heb ik altijd geprobeerd een voorbeeld te zijn. In het leren van de taal. In mijn werk. Ik heb altijd in de bouw gewerkt, voor al die Vlamingen die officieel misschien tegen migranten zijn. Ik heb tevreden klanten. Het doet pijn om dan folders in de bus te krijgen van het Vlaams Belang.’

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3149   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur