Met het ijs verdwijnt ook de toekomst
)
© Simon Vera
)
© Simon Vera
Simon Vera
08 juli 2026 • 10 min leestijd
De tropische gletsjers in het Oegandese Rwenzori-gebergte zijn bijna verdwenen door de klimaatopwarming. Nochtans zijn miljoenen mensen in het droge seizoen afhankelijk van hun smeltwater. Zelfs de god Kithasamba wordt bedreigd in zijn voortbestaan.
‘Dat zijn de laatste restjes.’ Enoch Mbwambale tuurt naar drie losse vlakken ijs tussen de kartelige pieken van Mount Stanley, precies op de grens tussen Oeganda en de Democratische Republiek Congo. Twintig jaar geleden vormden ze nog één massieve plaat. ‘En die gletsjer daar is nog geen vijf procent van wat hij twintig jaar geleden was. De halve bergtop was toen wit.’ De 43-jarige berggids wijst naar een onaanzienlijke witte vlek op de volgende berg.
Op de achtergrond klinkt het geluid van het gesmolten ijs dat in een waterval naar beneden dondert. Koud is het hier niet, de handschoenen kunnen uit. De donkere rotsen warmen overdag zo sterk op dat ze zelfs ’s nachts nauwelijks afkoelen waardoor het ijs blijft smelten. Terwijl de buitenkant van de waterval elke nacht bevriest, stroomt het water eronder onverstoord verder.
Dat gletsjers in de zomer smelten is niet vreemd. Maar hier krimpen ze steeds sneller en groeien ze in de winter nauwelijks meer aan. Het Rwenzorigebergte – ‘de bergen van de sneeuw’ in het Lukonzo, de lokale taal – verliest wat het zijn naam gaf. Experts verwachten dat binnen vijf tot tien jaar al het ijs verdwenen is.

© Studio Verho
Deze Oegandese gletsjers zijn niet de enige die onder druk staan. Met ons huidige klimaatbeleid zal aan het einde van de eeuw zo’n 80 procent van alle gletsjers in de wereld verdwenen zijn, berekende een academische studie onder leiding van glacioloog Lander Van Tricht vorig jaar.
Het volledige verdwijnen van gletsjers heeft tot nu nog nergens een samenleving ontwricht. Rwenzori is een van de eerste plekken waar dat zou kunnen gebeuren. ‘Door hun relatief lage hoogte in een tropische zone behoren ze tot de snelst smeltende gletsjers ter wereld’, zegt Van Tricht. Sinds de eerste metingen in 1912 verloren de bergen bijna 97 procent van hun ijsmassa.
Dat is niet alleen een verlies voor de bergen, maar ook voor de miljoenen mensen die in Oeganda en Congo aan de voet van het gebergte leven. Gletsjers functioneren als waterreservoirs. In natte en koude periodes slaan ze water op, in warme en droge periodes geven ze het geleidelijk vrij. Het is net in het droge seizoen, wanneer het maandenlang nauwelijks regent, dat mensen hier afhankelijk zijn van het smeltwater.
'Ik herken de Rwenzori niet meer en het doet me pijn dat de volgende generatie de schoonheid nooit zal zien.'Berggids Enoch Mbwambale
Yosia Kibaya is 65 en zit op een betonnen stoepje voor zijn huis. Jaren geleden verloor hij een been bij een landbouwongeluk, nu hinkt hij rond met krukken. ‘Toen ik jong was lag er elke winter sneeuw op de heuvels rondom ons. Ik had nooit gedacht dat die sneeuw ooit zou verdwijnen.’ Intussen heeft hij al jaren geen sneeuw meer gezien.
Yosia groeide op naast de Nyamwambarivier, die in het droge seizoen wordt gevoed door smeltwater van talloze bergbeken. Hij herinnert zich dat de rivier het hele jaar door stroomde, woest en kolkend. Nu verandert ze tijdens de droogte in een miezerig stroompje dat tussen de rotsen doorsijpelt. ‘We wisten vroeger niet eens dat er rotsen onder het water lagen’, lacht hij bitter.
Zes jaar geleden sloot de overheid waterkranen aan op enkele reservoirs in de regio. Mensen gebruikten dat water om te wassen, te drinken, te koken en dieren te verzorgen. Maar ook de kranen vallen droog. ‘In het droge seizoen komt er regelmatig een week lang geen druppel uit’, vertelt Yosia.
Zijn familie woont al zeker tien generaties op deze plek onder in de vallei. ‘Maar ik geloof niet dat mijn familie hier nog tien generaties zal leven’, concludeert hij triest.

Berggids Enoch Mbwambale wijst naar wat ooit een gletsjer was.
© Simon Vera
Bakbanaan en bonen
Hier, aan de voet van de Rwenzori, broeit de perfecte storm, aangevuurd door de klimaatverandering. Het wordt warmer en droger, de gletsjers smelten sneller en worden niet meer aangevuld, maar ook de landbouwcyclus, volledig afhankelijk van regenval, verandert.
Op een 100 meter van de Nyamwamba woont de 48-jarige Nyesi Masike met haar familie tussen metershoge rotsblokken, achtergelaten door gletsjers in de ijstijd. ‘Mijn leven is de laatste jaren zo veranderd’, zegt de moeder van twaalf. Nog geen tien jaar geleden oogstte ze drie keer per jaar yamswortel, het lokale stapelvoedsel. Nu nog maar één keer. ‘We aten het hele jaar door zoete aardappel, pompoen, tomaat, of bonen. Nu kan ik mijn kinderen het grootste deel van het jaar alleen nog bakbanaan en bonen geven.’
De stijgende temperaturen brengen nog een ander probleem met zich mee. Ooit trokken mensen naar deze steile heuvels om te ontsnappen aan muggen die ziektes als malaria en gele koorts verspreiden. Door de opwarming komen die hier nu ook voor. ‘Drie van mijn jongste kinderen hebben de afgelopen jaren malaria gehad, terwijl ik in mijn leven nooit ziek ben geweest’, vertelt Nyesi. Ze kijkt triest naar haar kroost, die om haar heen aan het spelen is. ‘Ik kan mijn kinderen niet de jeugd geven die ik zelf heb gehad.’
Kithasamba, de koning van de bergen
Uitgezonderd de gidsen en dragers van de trekkingbedrijven hebben de meeste bewoners hier aan de voet van het gebergte de gletsjers nog nooit met eigen ogen gezien. Tussen hun dorpen en de hoge pieken van Mount Stanley ligt een ruige bergketen vol diepe valleien en scherpe rotsen. De wanden kleuren geel, rood en diepgroen van het mos. Stijf gras staat in modderige aarde. De metershoge bloempluimen van de iconische lobeliaplanten wuiven heen en weer.
Voor een ongeoefend oog is het een overweldigend natuurdecor. Maar als berggids Enoch hier doorheen loopt, ziet hij wat anders. Droge klompen mos verkruimelen bij aanraking. Bomen sterven af en laten bladerloze stammen achter, bedekt met baardmos. Het water van de beken is een fractie van wat het ooit, niet eens zo lang geleden, was. 'Elk jaar ontdek ik nieuwe beken die zijn drooggevallen', zegt Enoch. Hij zit op een plateau met uitzicht op een wijde vallei. 'Ik herken de Rwenzori niet meer en het doet me pijn dat de volgende generatie de schoonheid, waarvan ik zo lang heb mogen genieten, nooit zal zien.'
‘Ook al hebben individuele gletsjers weinig effect op de wereld, ze hebben een immens belang voor de lokale gemeenschappen.’Glacioloog Lander Van Tricht

Het debiet van de beken is slechts een fractie van wat het ooit was.
© Simon Vera
Volgens het Bakonzo-volk, in het zuiden van het Rwenzori-gebergte, heeft deze verandering maar één oorzaak: de god Kithasamba, koning van de bergen. De meeste Bakonzo hebben nog niet van klimaatverandering gehoord, maar ze weten wel dat als Kithasamba boos wordt, er droogte en plagen volgen. Om hem blij te houden, blijven ze van de bergen af. Zo is natuurbescherming hier al eeuwenlang vanzelfsprekend.
Dat veranderde in de jaren 70, toen de nabije kopermijn sloot en duizenden mensen hun werk verloren. Om zich van een inkomen te voorzien, werd op grote schaal hout gekapt. Maar de laatste jaren zorgden de ontboste heuvels voor flinke landverschuivingen bij hevige regenval. Voor de bevolking was het duidelijk dat Kithasamba boos was. En daar moesten ze wat aan doen.
Elk regenseizoen planten de Bakonzo daarom 20.000 inheemse bomen. Die bomen versterken de bodem en houden het schaarse water langer vast. Maar hoe goed de intenties ook zijn, het blijven pleisters op een etterende wond. Volgens glacioloog Lander Van Tricht zijn de Rwenzori-gletsjers niet meer te redden. 'Als we nu stoppen met het uitstoten van broeikasgassen, smelten de meeste gletsjers nog dertig tot vijftig jaar verder. Deze Oegandese gletsjers zijn gedoemd om te verdwijnen.'
Dat zal het einde betekenen van god Kithasamba, die volgens de overlevering op de besneeuwde bergtoppen leeft. Als de sneeuw verdwijnt, verdwijnt ook hun god, en verandert het land van de Bakonzo in een levenloze woestijn.

Experts verwachten dat binnen vijf of tien jaar al het ijs in de Rwenzori-gebergte verdwenen is.
© Simon Vera
Als het water stopt met stromen
Het staat buiten kijf dat de gletsjers smelten, maar hulp laat op zich wachten. De gemeenschap plant de bomen op eigen initiatief, zonder steun van de overheid. 'Dit is geen prioriteit van onze regering', vertelt Edwin Mumbere, directeur van CECIC (Centre for Citizens Conserving Environment & Management), een lokale organisatie die zich inzet voor een klimaatbeleid dat kwetsbare groepen ondersteunt. 'Ze zien de toeristen graag komen, maar doen niets om ze te behouden. Ze melken de koe, maar voeden haar niet.'
De toeristen komen hier vooral om de besneeuwde pieken te beklimmen. Zonder gletsjers wordt dat lastig. Duizenden mensen werken in de sector als gids of drager, en via het Oegandese wilddepartement UWA vloeit een deel van de inkomsten terug naar de gemeenschap. Met dat geld zijn scholen, ziekenhuizen en wegen gebouwd. Als de toeristen wegblijven, verliest de regio een cruciale inkomstenbron.
Mumbere woont in het stadje Kasese, op het lage plateau onderaan de heuvels. Ook daar zijn de gevolgen merkbaar. 'Wij leven hier evengoed van de Nyamwamba-rivier', zegt hij. 'In het droge seizoen moeten we water rantsoeneren en mag ik mijn groentetuin niet eens meer bewateren.'
Het internationale klimaatbeleid heeft nauwelijks aandacht voor relatief kleine gletsjers zoals die in het Rwenzori-gebergte. Minder dan 0,5 procent van het wereldwijde ijs komt van berggletsjers, de rest bevindt zich op Antarctica en Groenland. Deze gletsjers zijn dus nauwelijks relevant voor de zeespiegelstijging. Maar glacioloog Lander Van Tricht hoopt dat de aandacht ervoor toeneemt. 'Ook al hebben individuele gletsjers weinig effect op de wereld, ze hebben een immens belang voor de lokale gemeenschappen.'
Van Trichts onderzoek is een van de eerste dat zich specifiek richt op zulke individuele gletsjers. Het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change van de VN) heeft inmiddels contact met hem opgenomen en overweegt de resultaten mee te nemen in een volgend klimaatrapport. Dat kan belangrijk zijn voor de mensen aan de Rwenzori, want IPCC-rapporten sturen de internationale klimaatonderhandelingen.
In het laatste decennium wordt tijdens die onderhandelingen vaak over compensatie gesproken. Dat betekent dat rijke landen die veel broeikasgassen uitstoten, arme landen die daar weinig toe bijdragen (of bijgedragen hebben), maar zwaar getroffen worden door de klimaatverandering, financieel moeten steunen. Volgens een berekening van de EU was Oeganda in 2024 verantwoordelijk voor 0,2 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot.
De internationale gemeenschap heeft afgesproken om jaarlijks 100 miljard dollar aan compensatie te betalen, maar experts schatten dat er minstens tien keer zoveel nodig is. Bovendien bestaat volgens Oxfam ongeveer 70 procent van die compensatie uit leningen. Dat betekent dat voor elke vijf die Oeganda als steun ontvangt, het er zeven moet terugbetalen. Dat komt bovenop de hoge schuldenlast die dergelijke kwetsbare landen al hebben.
Die compensatie is bedoeld voor gemeenschappen zoals de Bakonzo, maar bereikt hen nauwelijks. De mensen die het meeste verliezen bij de smeltende gletsjers worden zo aan hun lot overgelaten. Niemand weet wat ze moeten doen als het water stopt met stromen. 'Als het eten op is, en de rivier droog staat, dan wil ik hier weg. Zonder water heb ik niets meer', zegt de 24-jarige Edrine Bagambe. 'Maar waar kan ik heen? Ik heb geen geld om nieuw land te kopen.'
'Als het watertekort blijft toenemen, moeten we hier inderdaad weg', bevestigt berggids Enoch. 'Het Bakonzo-bloed stroomt door deze bergen, maar we zullen andere pieken moeten vinden.' Waar die andere pieken zich bevinden, weet Enoch ook niet.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek
Deze analyse werd geschreven voor MO*159, het lentenummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.
Word proMO*
Vind je MO* waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je van tal van andere voordelen.
Je helpt ons groeien en zorgt ervoor dat we al onze verhalen gratis kunnen verspreiden. Je ontvangt vier keer per jaar MO*magazine én extra edities.
Je bent gratis welkom op onze evenementen en maakt kans op gratis tickets voor concerten, films, festivals en tentoonstellingen.
Je kan in dialoog gaan met onze journalisten via een aparte Facebookgroep.
Je ontvangt elke maand een exclusieve proMO*nieuwsbrief.
Je volgt de auteurs en onderwerpen die jou interesseren en kan de beste artikels voor later bewaren.
Per maand
€4,60
Betaal maandelijks via domiciliëring.
Meest gekozen
Per jaar
€60
Betaal jaarlijks via domiciliëring.
Voor één jaar
€65
Betaal voor één jaar.
Ben je al proMO*
Log dan hier in:format(png))