Dossier: 
‘Voor Madrid zijn we kruimels’

Migranten houden het lege Spanje in leven, maar hoelang nog?

© Iratxe Álvarez

Migranten houden het lege Spanje in leven. Maar hoelang nog?

Op 31 maart 2019 kwam “leeggemaakt Spanje” in opstand. Het was een verkiezingsjaar in Spanje, en tienduizenden mensen liepen door de straten van Madrid om aandacht te vragen voor de ontvolkte en achtergestelde landelijke gebieden. Maar sindsdien is er nog niets veranderd. Alleen nieuwkomers lijken hun weg te vinden naar ruraal Spanje. MO*journaliste Samira Bendadi ging in de meest afgelegen plaatsjes praten met de nieuwe dorpelingen en luisterde naar hun verhaal.

Ze komen uit Marokko, Roemenië of Zuid-Amerika. Ze werken als herder, bouwvakker, of arbeider in de mijnbouwsector. Ze houden de pleintjes proper, zorgen voor de oudjes en met hun kinderen brengen ze leven in de dorpen. Migranten zijn vandaag de zuurstof die ‘leeg Spanje’ in leven houdt.

‘Toen ik met mijn vier kinderen naar dit lege dorp kwam, was het feest.’
Rachida, een van de paar dozijn inwoners van Tartanedo

Maar een garantie op een toekomst voor de verlaten dorpen is er niet. Er is te weinig infrastructuur en te weinig politieke wil, en dat maakt het moeilijk om het tij van de ontvolking te doen keren. Na het protest en de verkiezingen in 2019 werden wel beloftes gemaakt, maar ter plaatse is de situatie onveranderd gebleven. Kleinschalige projecten om mensen aan te trekken bleken niet efficiënt te zijn.

‘Toen ik met mijn vier kinderen naar het dorp kwam, was het feest’, vertelt Rachida. ‘De mensen waren erg blij om hier kinderen te zien rondlopen. En toen ik zag hoe gelukkig mijn kinderen hier waren, dacht ik: dit is mijn plek, hier hoor ik thuis’, vertelt ze terwijl ze thee schenkt.

Rachida is niet alleen wanneer ik op bezoek ben in Tartanedo, een dorpje in de gemeente Molina de Aragón, provincie Guadalajara. Ook de drie andere Marokkaanse vrouwen die in het dorp wonen zijn er, met hun kinderen. Ze hebben alles op alles gezet om ons, in de beste Marokkaanse traditie, te ontvangen met muntthee en zelfgemaakte lekkernijen.

Rachida is de eerste Marokkaanse vrouw die in dit dorp op ongeveer 200 kilometer ten noodoosten van Madrid kwam wonen. Dat was 12 jaar geleden, en een jaar nadat haar man al in het dorp als herder aan de slag was gegaan. ‘De veehouder had in totaal 5 herders nodig’, herinnert ze zich.

Twee jaar later volgde een nicht met haar drie kinderen. Nog enkele jaren later kwamen de twee jonge vrouwen die er tijdens ons bezoek ook bij zijn. Zij trouwden met twee broers die in het dorp als herders werken. Het is volgmigratie, die verklaart waarom de Marokkanen in de regio rond Molina De Aragón bijna allemaal afkomstig zijn van de regio Larache, in het noordwesten van Marokko.

Leeg, leger, leegst

Tartanedo is geen groot dorp, maar toch was het even zoeken naar het huis waar Rachida woont. De weg vragen aan buurtbewoners bleek onmogelijk, want er viel geen mens op straat te bespeuren. Het is een van de minst bevolkte dorpjes in de regio. ‘Er wonen rond de 8000 mensen in Molina De Aragón’, zegt Marta Tercero van de ngo Fundación Cepaim. Die zet zich in voor de integratie van migranten en mensen in kwetsbare situaties, met een focus op de landelijke gebieden.

‘In deze regio zijn er 78 dorpen en 46 kleine entiteiten’, zegt Tercero. ‘Het grootste deel van de inwoners, iets meer dan 3000 mensen, woont in Molina zelf. Op de tweede plaats komt de gemeente Corduente, met 339 geregistreerde inwoners. U kunt zich voorstellen hoe dunbevolkt de rest van de regio wel is.’

Terwijl 90 procent van de bevolking (oftewel ongeveer 42 miljoen mensen) opeengepakt leeft in de grote steden, loopt het platteland leeg.

‘Er is bovendien een verschil tussen het aantal geregistreerde inwoners en de mensen die effectief in de gemeente wonen’, benadrukt ze. Volgens de gemeentelijke volkstelling van 2021 zouden er 173 mensen in Tartanedo wonen. Maar volgens Rabia, de 20-jarige dochter van Rachida, verblijven er niet meer dan 35 mensen effectief in het dorp, de 10 bewoners van het bejaardentehuis inbegrepen.

Tartanedo is dan ook de belichaming van wat bekendstaat als leeg Spanje. Er zijn intussen weer kinderen in het dorp, maar een school is er niet. Er is wel een busje dat de kinderen elke dag naar een school in Molina de Aragón brengt. Fatima’s oudste zoon werkt, maar wel buiten de regio, in de naburige provincie Soria.

© Iratxe Álvarez

Enkele nieuwe inwoners van het dorpje Tartanedo, ‘de belichaming van leeg Spanje’. Er zijn intussen weer kinderen in het dorp, maar een school is er niet.

Al denkt geen haar op zijn hoofd eraan om Tartanedo echt te verlaten. Hij keert elk weekend terug naar het dorp. ‘Toen ook mijn dochter Rabia naar Soria moest, voor haar opleiding verpleegkunde, dacht ik dat het misschien toch een goed idee zou zijn om te verhuizen’, vertelt Rachida. ‘Maar mijn oudste zoon wilde daar niets van weten en ik heb het idee laten varen.’

Ook de drie andere vrouwen denken er niet aan om te verhuizen. Waarom zouden ze? ‘We hebben het hier goed. De mensen hier zijn aardig en hebben ons met open armen ontvangen. We hebben het hier beter dan in onze dorpen in Marokko. We zijn hier gelukkig’, zeggen ze.

Een herder verdient hier iets minder dan 1000 euro per maand. Wonen is gratis en de elektriciteit wordt door de werkgever betaald. Er is goede gezondheidszorg en onderwijs, al ligt dat op een afstandje, en dat is wat voor de vrouwen telt.

Politieke belangstelling

De term España Vacía, leeg Spanje, werd in 2016 bedacht door journalist en schrijver Sergio del Molino. In een boek met die titel vroeg hij aandacht voor de verwaarlozing en ontvolking van landelijk Spanje. En de betogers tegen de ontvolking noemen hun beweging graag ‘leeggemaakt Spanje’.

Voor iemand als ik, die jarenlang in de zomervakantie doorheen Spanje reed op weg naar Marokko, roept de term het beeld op van oneindige vlaktes. Met af en toe een bergketen, en hier en daar in de verte het imposante beeld van een stier.

Maar leeg Spanje is meer dan de velden langs de autowegen. Het duidt op verschillende regio’s, van het noorden tot het zuiden en van het westen tot het oosten van het land. Terwijl 90 procent van de bevolking (oftewel ongeveer 42 miljoen mensen) opeengepakt leeft in de grote steden, loopt het platteland leeg.

De economische groei rond de steden heeft geleid tot een exodus van het platteland – dat goed is voor 70 procent van het Spaanse grondgebied. Het toerisme concentreert zich op de kustgebieden, en tegelijkertijd veroudert de bevolking.

De problematiek werd 20 jaar geleden al aan de kaak gesteld, maar kreeg pas in 2019 grotere belangstelling. Een collectief van 85 organisaties trok toen naar hoofdstad Madrid om met een betoging aandacht te eisen voor de landelijke gebieden.

Initiatieven om wonen op het platteland aantrekkelijker te maken, waren niet echt een succes.

Aan de verkiezingen van november nam zelfs een politieke groepering deel die van de ontvolking haar speerpunt had gemaakt: Teruel Existe, ‘Teruel Bestaat’. Teruel is een van de dunstbevolkte gebieden in Spanje. De groep slaagde erin om een zetel in het parlement te bemachtigen.

Dat alles zette ook de centrale overheid in beweging. In maart van dit jaar beloofde de regering nog 10 miljard euro om de rurale gebieden te ontwikkelen en ontvolking tegen te gaan. Maar dat zal lang niet volstaan. Voor een partij als Teruel Existe gaat het om een strijd tussen landelijk en stedelijk Spanje, waarbij de landelijke gebieden gebruikt worden om de meer ontwikkelde gebieden te dienen.

Leeg Spanje kreeg ook meer aandacht door de coronapandemie. De lockdowns hebben sommige burgers het platteland doen (her-)ontdekken en de stad doen ontlopen. Enkelingen zijn er zelfs gaan wonen, nadat ze hun werk verloren. Maar van een opwaartse trend is geen sprake.

De voorbije jaren werden initiatieven genomen om wonen op het platteland aantrekkelijker te maken, maar die waren niet echt een succes. Zowel een organisatie als Cepaim als voluntaristische burgemeesters zijn er niet in geslaagd mensen te overtuigen om in de dorpen te komen wonen.

De roep en de vloek van het dorp

De nieuwe inwoners van landelijk Spanje de laatste 20 jaar zijn migranten. Mensen uit Oost-Europa, Noord-Afrika en Zuid-Amerika. Ze komen naar rurale gebieden omdat ze er via een familielid of een kennis aan werk raken. In veel gevallen gaat het om mensen die met een toeristenvisum of clandestien het land binnenkwamen. Hun eerste plaats van aankomst is vaak een stad waar ze geen werk vonden of uitgebuit of niet eerlijk behandeld werden.

© Iratxe Álvarez

De nieuwe inwoners van landelijk Spanje zijn, de laatste twintig jaar, vooral migranten. Ze komen uit Oost-Europa, Noord-Afrika en Zuid-Amerika, omdat ze hier aan werk kunnen raken of al een familielid hebben.

Sabin bijvoorbeeld, een 44-jarige Roemeen die naar Spanje kwam in 2002. Hij belandde eerst in Alcalá de Henares, een gemeente 35 kilometer boven Madrid, waar hij drie maanden als bouwvakker werkte. ‘Wij wisten dat we op zaterdag betaald zouden worden maar we wisten nooit welke zaterdag’, grijnst hij. Sabin kreeg uiteindelijk gewoon géén loon. Dat was de reden waarom hij verhuisde naar Fuentelsaz, een dorp in de regio van Molina de Aragón.

Toen hij zijn dorp in Roemenië verliet, wilde Sabin oorspronkelijk naar Italië gaan, samen met een vriend. Maar daar mochten ze het land niet in. Spanje dan maar, en daar duurde het drie jaar voor hij aan een verblijfsvergunning raakte. Toen hij vertrok waarschuwde zijn moeder: ‘Jij zult hier binnen twee weken hier opnieuw staan.’ Maar het duurde vier jaar vooraleer hij haar opnieuw kon bezoeken.

Intussen heeft Sabin zijn eigen bouwbedrijf. Het is een éénmansbedrijf en hij heeft geen tekort aan opdrachten. ‘Er zijn geen goede bouwvakkers hier’, zegt hij met een vleugje trots. Sommige mensen wachten zelfs twee of drie jaar om een verbouwing door hem te kunnen laten uitvoeren. Klanten die enkel in de vakantie naar de regio komen, geven hem de sleutels van hun huis, zodat hij zelf kan bepalen wanneer hij aan de werken begint.

Er zijn heel wat huizen in de regio Molina De Aragón die alleen in de zomer gebruikt worden. En dat zou, tenminste voor een deel, verklaren waarom er zo’n groot verschil is tussen het aantal geregistreerde en het aantal effectieve inwoners van de dorpen.

In het dorp Peralejos de las Truchas, op 35 minuten rijden van Molina De Aragón, woont een 75-tal mensen. ‘In de zomer kan dat aantal oplopen tot 100’, zegt Nabila (31), administratief medewerkster in het dorp.

Ook Nabila’s vader is 20 jaar geleden naar Spanje geëmmigreerd. In zijn dorp in Larache was hij visser. ‘Op een dag besloot hij met het bootje naar Spanje te ‘branden’, vertelt zijn dochter. ‘Branden’ is het woord dat in het Marokkaans-Arabisch wordt gebruikt voor clandestiene migratie. Na drie jaar verblijf en een arbeidscontract in Spanje kon de vader zijn verblijf regulariseren.

‘Een honderdtal Zuid-Amerikaanse vrouwen in deze regio zorgt hier voor bejaarden. Maar er zijn er nog meer, die inwonen bij hun werkgevers. Zij kunnen dag en nacht ingezet worden.’
Carmen Ruiz, juriste bij ngo Cepaim

Nabila was 17 toen ze als eerste van de kinderen bij haar vader kwam wonen. Later volgde haar oudere zus. Pas vijf jaar later werd het hele gezin herenigd, toen ook de moeder en de jongste zus naar Spanje kwamen.

De zussen hebben elk een taak in het dorp. Lamia, de oudste, onderhoudt de straatjes. Nabila toont de houtblokken die haar man heeft klaargelegd voor de koude dagen, terwijl haar jongste zus voorbij komt wandelen met een oudere dame.

‘De nachten zijn hier heel koud en in de winter vriest het’, zegt Lamia. ‘Het kan hier tot min 25 graden en kouder zijn.’ Maar toch voelt de familie zich hier thuis. De twee zussen zijn getrouwd en hebben elk drie kinderen. Dankzij hun aanwezigheid bleef het enige schooltje van het dorp open. Ze leverden vier van de zeven kinderen in het dorp.

Maar hoelang blijft de school nog open? Binnen twee jaar gaan de oudsten naar het middelbaar. Nabila heeft een peuter en ze wil er niet aan denken dat de school dan zal sluiten. Het dorp verlaten is voor haar geen optie. Er gaat wel een schoolbusje naar Molina de Aragón, maar dat rijdt eerst door andere dorpen om daar kinderen op te pikken. Dat is te zwaar voor de kleintjes, vindt ze. Lamia vult aan: ‘Het grootste probleem hier is dat er geen openbaar vervoer is. Als je geen auto hebt, zit je vast.’

Uitgebuit

In hartje Molina zit een jonge vrouw op een bankje samen met een bejaarde dame van het zonnetje te genieten. De jonge vrouw is Colombiaanse. Ze woont al 20 jaar in de gemeente en behoort tot de eerste generatie Colombiaanse vrouwen die naar deze regio kwamen. Die kwamen meestal in de prostitutie terecht.

Een vriendin was haar voorafgegaan en had haar gewaarschuwd, maar ‘ik was 22 en had het gevoel dat ik de wereld aankon’, vertelt ze. Het resultaat was dat ze een week lang opgesloten werd in een club in Teruel. Ze kon vluchten en kwam terecht in een andere club, in Molina de Aragón dit keer.

Intussen verblijft de Colombiaanse legaal in het land en is ze een van een honderdtal Zuid-Amerikaanse vrouwen die in Molina de Aragón en omliggende dorpen voor bejaarden zorgen. Maar het aantal Zuid-Amerikaanse vrouwen die bij mensen thuis werken is veel hoger, zegt Carmen Ruiz, juriste bij Cepaim.

Bejaardenhulp, wanneer die thuis uitgevoerd wordt, is nog altijd niet erkend als volwaardige baan.’

‘De Colombiaansen waren de eersten die naar hier kwamen om in de prostitutie te werken. Sommigen trouwden met cliënten. Daarna volgde een migratie van vrouwen die voor ouderen kwamen zorgen. Deze vrouwen komen niet alleen uit Colombia, maar ook uit Venezuela, Cuba, Costa Rica, de Dominicaanse Republiek… Als er gemiddeld drie huishoudhulpen werken in elk dorp, en je weet dat er 78 dorpen zijn in Molina De Aragón, dan ben je snel de 100 voorbij.’

Sommige vrouwen verblijven hier al meer dan 20 jaar en konden een verblijfsvergunning verkrijgen. Anderen werken in de schaduw, zonder verblijfsvergunning, en komen weinig naar buiten. Soms worden ze zelfs opgesloten en leven ze geïsoleerd. Deze vrouwen zijn een belangrijk aandachtspunt voor Carmen Ruiz. ‘Er zijn momenteel vier of vijf vrouwen die in de prostitutie zitten en ze zijn moeilijk bereikbaar’, zegt de juriste.

Cepaim biedt juridische bijstand aan alle migrantes. ‘Vrouwen zonder papieren hebben geen rechten, al kunnen ze wel gratis naar de dokter gaan. Ze wonen in bij hun werkgevers en kunnen dus dag en nacht ingezet worden. We proberen te helpen door te bemiddelen met hun werkgevers. We informeren de vrouwen over zaken zoals het minimumloon, maar er is geen garantie dat de vrouwen dat ook effectief krijgen’, zegt Ruiz.

Een andere uitdaging is om een deftig statuut uit te werken voor deze vrouwen. ‘De laatste jaren heeft de overheid stappen gezet om een statuut uit te werken voor thuishulpen. Maar bejaardenhulp, wanneer die thuis uitgevoerd wordt, is nog altijd niet erkend als volwaardige baan.’

Er is nochtans nood aan thuiszorg, het is een knelpuntsector. Toch wordt te weinig aandacht gegeven aan dit thema, benadrukt Ruiz. ‘Dat zou nochtans een prioriteit moeten zijn, zodat we mensen op een legale manier naar hier kunnen halen.’ De regio Castilië-La Mancha vertikt het om thuisverpleegkundige op haar lijst van knelpuntberoepen te zetten.

Staan wel op die lijst: voetballer en trainer. ‘Niemand vecht voor deze vrouwen, en de provincie Guadalajara weegt niet door op nationaal vlak. Voor Madrid zijn we kruimels’, zegt de juriste.

© Iratxe Álvarez

Bejaardenhulp die thuis uitgevoerd wordt, is nog altijd niet erkend als volwaardige baan in Spanje. ‘Er is nochtans nood aan thuiszorg.’

COVID-19

Mensen in landelijke gebieden zien de toekomst somber in. Landbouw brengt niet veel op: de kosten worden almaar hoger maar de inkomsten blijven stabiel. Toerisme blijft zeer beperkt in de regio. Mensen met een hoog opleidingsniveau gaan elders werken omdat er geen banen zijn. Alles is hier langzaam aan het uitsterven.

Omdat alles steeds meer digitaal gaat en omdat de mensen oud worden, gaan ook de winkels dicht. Maar wat of wie zou er in de plaats komen? Het is een vraag die Carmen Ruiz en haar collega’s bezighoudt.

Terwijl we in de lokalen van Cepaim zijn voor ons interview, komt een nieuw gezin zich aanmelden, het gezin van Asmae uit Marokko. Nee, ze komt niet van het platteland maar uit de stad, uit Meknes. De maatregelen tegen COVID-19 hebben geleid tot het faillissement van het bedrijf van haar man. Die kreeg zijn gedane opdrachten niet uitbetaald, maar tegelijk wilden de schuldeisers hun centen wel terug.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Asmae en haar drie kinderen kunnen voorlopig intrekken bij een goede vriend, Youssef. Die kwam samen met zijn gezin een jaar eerder naar Molina De Aragón, na het faillissement van het bedrijf waar híj werkte. Hij had er een kaderfunctie.

‘Spanje was elk jaar onze vakantiebestemming. Toen we besloten om te emigreren, wist ik dat ik van nul moest beginnen. Ik heb het voorbije jaar alle mogelijke jobs gedaan, van stenen oprapen tot schapen scheren. Zelfs herder zijn heb ik uitgeprobeerd, maar de vlooien waren me teveel’, lacht hij.

Zijn vrouw Hind was in hun vroegere leven zijn collega, in hetzelfde bedrijf in Marrakesh. Ze kan haar tranen niet inhouden wanneer ze vertelt dat ze hier als poetsvrouw heeft gewerkt. Het koppel kreeg net een derde kind. Het kwam ter wereld op 20 september, precies dezelfde dag waarop ze, één jaar eerder, aankwamen in Molina de Aragón.

Deze reportage werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3246   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur