OKAN brengt soelaas voor niet-begeleide minderjarige vluchtelingen

‘Mijn OKAN-klas werd mijn eerste familie in België’

© Stien Reyntjens

Laura met haar drie Eritrese leerlingen: ‘In het reguliere onderwijs willen jongeren liever niet op de schoolbanken zitten, hier wel. Hun motivatie is groot, ze willen iets van hun leven maken’

Het gemis van ouders, trauma’s van vluchtverhalen en een nieuwe taal leren. Voor niet-begeleide minderjarige vluchtelingen is het vaak moeilijk om een plekje te vinden in België. Volgens de leerlingen en leerkrachten van Stedelijk Lyceum Offerande in Antwerpen brengt OKAN soelaas.

‘Ik begrijp dat er een spreiding moet zijn, maar de overheid houdt geen rekening met wat niet-begeleide minderjarigen hebben meegemaakt’

‘Hartverscheurende brieven waren het’, zegt Laura (38) die lesgeeft aan een zevental niet-begeleide minderjarigen in de OKAN-school. Een paar weken geleden moest een klasje verhuizen naar een ander lokaal. De leerlingen hadden brieven geschreven waarin ze beschreven wat ze voelden. ‘De pijn die ze voelden was enorm. Wat moet dat wel niet zijn als iemand van de ene op de andere dag naar een andere school of terug naar zijn herkomstland wordt gestuurd?’

Herkomstlanden niet-begeleide minderjarigen op Stedelijk Lyceum Offerande:
- Afghanistan: 10
- Eritrea: 4
- Albanië: 2
- Irak: 1
- Somalië: 1
- Syrië: 1

Eind vorig schooljaar werd die angst realiteit. Zes Afghaanse niet-begeleide minderjarige vluchtelingen werden van de ene dag op de andere overgeplaatst naar Brugge en Kortrijk. ‘Dat was verschrikkelijk’, zegt Laura die lesgaf aan een van de jongeren. ‘Die Afghaanse jongen was een voorbeeldleerling, zijn beste vriend was iemand uit Guinee. Het ergste was dat de asielcentra vol zaten, dus moesten ze terug naar hier komen. De week daarna volgde het definitieve afscheid. Het leek een bewuste keuze om die jongeren te ontmoedigen.’

‘Ik begrijp dat er een spreiding moet zijn, maar de overheid houdt geen rekening met wat niet-begeleide minderjarigen hebben meegemaakt. Die zes Afghaanse jongeren voelden zich veilig bij ons, ik was als een moederfiguur in hun leven. Door hen uit hun vertrouwde omgeving te halen, moesten ze opnieuw van nul beginnen. Verschrikkelijk!’

© Stien Reyntjens

Ghonwa: ‘De leerlingen van mijn klas werden mijn eerste familie in België, ik beschouw hen als mijn broers en zussen’

Slapeloze nachten

De OKAN-school Stedelijk Lyceum Offerande, Marco Polo in de volksmond, telt negentien niet-begeleide minderjarige vluchtelingen. De Syrische Ghonwa is er daar één van. Haar leeftijd houdt ze liever voor zichzelf. Ghonwa kwam twee en een half jaar geleden naar België. Een helse tocht, in putje winter. ‘Het was erg koud, de sneeuw kwam soms tot aan mijn middel. In sommige landen kreeg ik soep, maar dat haalde niet veel uit. Ik had het meteen weer koud. Toen ik in België aankwam, was ik erg ziek.’

Ghonwa droomt ervan om apothekeres of tandartsassistente te worden. ‘In Syrië kon ik mijn droom niet waarmaken, daar was het erg gevaarlijk om naar school te gaan. Op Marco Polo krijg ik die kans wel en die grijp ik met beide handen. Toch is dat niet gemakkelijk, Nederlands leren gaat heel traag. Ik vind het frustrerend dat leerlingen uit mijn klas de taal beter spreken. De leerkrachten helpen me goed vooruit. Zij zorgen ervoor dat ik me gelukkig voel.’

Haar familie moest Ghonwa noodgedwongen achterlaten in Tartus. ‘Als er bombardementen zijn, blijf ik de hele nacht wakker. Je kan niets anders doen dan wachten. Pas als mijn familie zegt dat ze veilig is, ben ik gerust. Er bestaat geen seconde dat ik niet aan mijn mama en papa denk. We bellen elke dag, ik heb schrik dat ze op een dag niet meer bellen om te vragen hoe mijn dag was. Ik heb schrik dat mijn jongere broers en zussen op een dag niet meer bellen om uit te pakken met hun goede punten.’

Ghonwa’s eerste dagen op Marco Polo voelden onwennig. ‘Ik kwam twee maanden later dan mijn klasgenoten. Ik begreep niets van de taal en iedereen staarde me aan. Telkens als ik zei dat ik van Syrië kwam, hadden de mensen medelijden met me. Gelukkig was dat snel voorbij. De leerlingen van mijn klas werden mijn eerste familie in België, ik beschouw hen als mijn broers en zussen. In OKAN heb ik mijn beste vriendin leren kennen.’

Meer dan leerdoelen halen

© Stien Reyntjens

Sven: ‘Soms ben ik te veel bezig met doceren en vergeet ik het menselijke’

Sven (40) maakte drie jaar geleden een carrièreswitch. ‘Na acht jaar met gebakken lucht bezig te zijn in de reclamewereld was het tijd voor iets anders. Ik deed al lang vrijwilligerswerk op Marco Polo. Zo ben ik gebeten geraakt door de OKAN-microbe. De diversiteit spreekt me enorm aan.’

OKAN is meer dan lesgeven. ‘Als niet-begeleide minderjarigen hier aankomen, staat hun wereld op losse schroeven: de taal, de normen en de schoolomgeving zijn totaal anders. Marco Polo biedt houvast voor die minderjarigen. Het is belangrijk om als OKAN-leerkracht een vertrouwensband op te bouwen en interesse te tonen in hun leefwereld. Je bent een belangrijk persoon in iemands leven, een eerste vertrouwenspersoon. Ze hebben vaak een lange weg achter de rug waarbij hun vertrouwen meermaals werd geschonden.’

Liefde, geduld en begrip zijn volgens Sven de drie kernzaken om met niet-begeleide minderjarigen om te gaan.

‘Tegen het einde van het schooljaar kan ik pas terugblikken en denken van: die jongeren hebben grote stappen voorwaarts gezet’

‘Ik merk dat ik soms te streng ben voor hen, dan ben ik te hard bezig met leerdoelen te halen. Ik betrap me er in het midden van het schooljaar weleens op dat ik te veel bezig ben met doceren en het menselijke aspect vergeet. Ik vergeet soms dat de leerlingen een andere achtergrond hebben of wat ze hebben meegemaakt. Het is belangrijk om daar veel geduld en begrip voor op te brengen.’

‘Nu pas, tegen het einde van het schooljaar, kan ik terugblikken en denken van: die jongeren hebben grote stappen voorwaarts gezet. Chapeau! Ik weet zeker dat ik op anderhalf jaar tijd geen vreemde taal zou spreken.’

Sven gelooft niet in pasklare oplossingen als het om niet-begeleide minderjarigen gaat. ‘Dat blijft een grote uitdaging. Ik weet niet of OKAN de oplossing is voor al hun problemen, maar als eerste stap is het echt wel goed. Dat merk ik als jongeren terugkomen en zeggen: dankzij OKAN heb ik een job.’

© Stien Reyntjens

Ikran ‘Als je wil werken in België, moet je de taal goed spreken’

Niet vertellen

Ikrans (16) moeder en zus zijn nog in Kampala, Oeganda. Waar haar vader is, weet ze niet. ‘Ik praat daar niet graag over, ik mis hen’, zegt ze met tranen in de ogen en een krop in de keel. ‘Zeker één keer per maand bellen we, daar vind ik troost in. Het is elke keer opnieuw aftellen.’

De Somalische Ikran glundert weer wanneer ze vertelt over haar dromen. ‘Ik ben bijna klaar met mijn eerste jaar OKAN. Volgend schooljaar ga ik Mode studeren. Kleding naaien is mijn hobby, en ik hoop er ooit mijn beroep van te maken. Maar eerst moet ik goed Nederlands spreken. Als je wil werken in België, moet je de taal goed spreken. In Somalië ging ik niet naar school, ik studeerde thuis een beetje.’

‘Ik vind het heel leuk om Nederlands te leren, maar het blijft moeilijk. De leerkrachten helpen door elke dag opnieuw voor me klaar te staan. Als ik iets niet begrijp, vraag ik het gewoon. Ze zijn lief en tonen veel begrip, maar met een persoonlijk probleem zal ik niet snel naar hen stappen. Dat houd ik liever voor mezelf. Ik zal niet snel vertellen dat ik mijn ouders mis.’

© Stien Reyntjens

Nafiskhan: ‘Met een diploma hoop ik mijn mama trots te maken’

Mama trots maken

Nafiskhan (16) gaat nog maar een maand naar Marco Polo. Een heel nieuw gegeven, want in Afghanistan was er geen school. ‘Nederlands spreken is niet moeilijk, maar schrijven wel’, zegt hij stoer. ‘Frans vind ik veel moeilijker. Ik ben blij dat ik naar school kan, met een diploma hoop ik mijn mama trots te maken.’

Nafiskhan vluchtte voor de Taliban, zijn mama en broer moest hij achterlaten in Afghanistan. ‘Ik mis hen’, geeft hij na een tijdje toe. ‘Om de twee à drie maanden bellen we.’

© Stien Reyntjens

Charlotte: ‘Je kan het gedrag van niet-begeleide minderjarigen niet voorspellen. De ene dag zijn ze opgewekt en werken ze goed mee in de klas, de andere zijn ze heel droevig en kunnen ze zich niet concentreren’

Charlotte (24) bleef na haar stage als leerlingbegeleider in Marco Polo plakken. Door de sterke groei van het aantal leerlingen staat ze nu zelf voor de klas, een hele uitdaging. ‘Je moet vanaf het begin duidelijk maken wat wel en niet mag, want iedere school heeft andere regels. En de meeste Afghanen zijn nog nooit naar school geweest.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

‘Je kan het gedrag van niet-begeleide minderjarigen niet voorspellen. De ene dag zijn ze opgewekt en werken ze goed mee in de klas, de andere zijn ze heel droevig en kunnen ze zich niet concentreren. Het is belangrijk om elke keer opnieuw uit te zoeken wat er scheelt. Soms zitten ze zo diep, dat we de hulp inschakelen van organisaties als Solentra, die jonge vluchtelingen psychologisch begeleidt.’

‘Ze laten niet enkel hun familie achter, maar ook hun cultuur. Het is belangrijk dat je daarover blijft praten. Dat mag je hen niet afnemen. Als je hen vraagt hoe het in hun land gaat en of het daar mooi weer is, zie je hen helemaal opfleuren.’

Marco Polo is een warm nest en doet alles om de leerlingen een thuisgevoel te geven. ‘Tijdens schoolvakanties organiseren we buitenschoolse activiteiten. Daarnaast hebben we een jeugdhuis op school. Op woensdagnamiddag worden daar allerlei lessen gegeven, van een rijbewijs halen en een cv opmaken tot een PlayStation-wedstrijd.’

Denken aan de toekomst

De Eritrese Tekleab (17) volgt sinds februari les in Marco Polo. ‘Naar school gaan in België is een luxe. In Eritrea bestond mijn klas uit tachtig leerlingen, vaak zaten we met drie aan één bank. In die paar maanden dat ik hier ben, heb ik al meer geleerd dan in mijn hele schoolcarrière in Eritrea.’

‘Afwachten tot het weer veilig is aan de grens met Ethiopië, meer kan ik niet doen. Ik voel me machteloos’

Tekleabs Eritrese vriend en klasgenoot Robel (16) gaat nog maar één maand naar school, toch denkt hij al aan een toekomst in België. ‘Ik hoop dat mijn familie ook naar hier komt, want ik vind het hier leuker dan in Eritrea.

Dat is momenteel niet mogelijk met alle militairen aan de grens met Ethiopië. Het is daar erg gevaarlijk. Afwachten tot het beter wordt, meer kan ik niet doen. Ik voel me machteloos. Ik kan hen niet helpen, ik kan enkel bellen en vragen hoe het daar gaat. En ik heb schrik dat ik op een dag word teruggestuurd naar Eritrea.’

Tekleab was twee jaar onderweg naar België. Via Ethiopië, Soedan en Libië bereikte hij Europa. ‘Ik was blij dat ik in Frankrijk en Italië was, want het leven in Afrika is zwaar en erg gevaarlijk. In België ben je vrij, je kan overal naartoe gaan. In Eritrea was het vaak onmogelijk om naar een andere stad te gaan.’

Nederlans leren, dat is voor Tekleab het belangrijkste. ‘Anders geraak je moeilijk aan een job. Een nieuwe taal leren blijft erg moeilijk, maar de leerkrachten helpen me met schrijven, lezen en spreken. In Eritrea tikten de leerkrachten met een lat op mijn vingers als ik iets doms zei. Dat gebeurt hier niet, de leraars behandelen elke leerling met respect. Dankzij hen geloof ik weer in mezelf.’

© Stien Reyntjens

Tekleab en Robel: ‘Dankzij OKAN hebben we elkaar leren kennen, we zijn vrienden voor het leven’

Zelfvertrouwen opbouwen kerntaak

‘De jongeren zelfvertrouwen geven is belangrijker dan hen Nederlands te leren. Zonder zelfvertrouwen kan je niets leren’

Volgens Laura, die lesgaf aan de Afghaanse jongen die werd weggestuurd, is zelfvertrouwen geven aan niet-begeleide minderjarigen de kerntaak van haar job. ‘Dat is zelfs belangrijker dan hen Nederlands te leren. Als je geen zelfvertrouwen hebt, kan je moeilijk iets leren. Daarnaast moet je jongeren steunen en luisteren naar hun verhalen.’

Laura geeft ondertussen twee jaar les in de OKAN-school Marco Polo, momenteel heeft ze een klasje van een zevental niet-begeleide minderjarigen. Voordien stond ze in het reguliere onderwijs. ‘Mijn vader was diplomaat, ik heb in veel Arabische landen gewoond. Ik miste dat, en OKAN biedt de mogelijkheid om te reizen zonder te reizen.’

© Stien Reyntjens

Hanne: ‘Lesgeven is een zaligheid. De jongeren werken enorm hard’

Hanne (47) gaf oorspronkelijk les in het reguliere onderwijs, vier jaar geleden maakt ze de overstap naar OKAN. Nu geeft ze les aan vier niet-begeleide minderjarigen. ‘Ik was het reguliere onderwijs kotsbeu. De profielen van die leerlingen spraken me niet aan. Ik zou nooit meer terug willen.’

Hanne legt uit dat het enorm dankbaar is om met niet-begeleide minderjarigen te werken. ‘Je krijgt veel meer diepgaande interacties. De jongeren zijn echt gemotiveerd, want ze willen vooruit en iets van hun leven maken. Lesgeven is een zaligheid. Er wordt enorm hard gewerkt.’

Laura bevestigt die sterke motivatie. ‘In het reguliere onderwijs willen jongeren liever niet op de schoolbanken zitten, hier wel. Niet-begeleide minderjarigen hebben enorm veel meegemaakt, maar dat maakt hen ook wijs. Het zijn geen pubers, ze zijn matuurder.’

De twee OKAN-leerkrachten zijn het erover eens: OKAN biedt soelaas voor niet-begeleide minderjarige vluchtelingen. ‘In het reguliere onderwijs verdwalen ze. Hier krijgen ze specifieke ondersteuning en tijd om even te landen.’

Extra muros

© Stien Reyntjens

Merhawi: ‘Ik heb geen mama die me wakker maakt, ik mis haar’

Wanneer het belsignaal gaat, loopt de school leeg. De Eritrese Merhawi (17) blijft met een tiental andere leerlingen wat rondhangen op de speelplaats. ‘Ik vind het moeilijk om ’s morgens op tijd te komen. Als je een of twee minuten te laat bent, moet je een uur nablijven. Ik heb geen mama die me wakker kan maken, ik mis haar. Vroeger had ik nooit moeite om ergens op tijd te komen, daar zorgde mijn mama voor.’

Het valt meteen op hoe vlot Merhawi Nederlands spreekt. ‘Ik beperk het niet tot binnen de schoolmuren. Ik woon sinds augustus samen met een buddy. Als ik thuis ben, spreken we veel Nederlands. Mijn Nederlands is sindsdien erg verbeterd, en in ruil leer ik mijn buddy wat bij over de Eritrese cultuur: twee vliegen in een klap.’

Zijn tocht naar België zal Merhawi altijd bijblijven. ‘Ik was vier dagen te voet onderweg van Eritrea naar Ethiopië. Daarna trotseerde ik in Soedan en Libië de Saharawoestijn. Daar was geen water te bespeuren, sommige vrienden moest ik dood achterlaten. Met een boot via de Middellandse Zee kwam ik aan in Italië. Met 750, als sardientjes in een blik, zaten we op een kleine boot. Mensen werden ziek of vielen overboord. Ik heb verschrikkelijke dingen gezien. Toen ik eindelijk in België aankwam, had ik schrik om alsnog teruggestuurd te worden.’

Merhawi gaat niet naar school voor zijn ouders, hij doet dat voor zichzelf. ‘Ik ben hier alleen, ik moet eerst voor mezelf leren zorgen. Als dat goed gaat, volgt de rest. Ik leef van dag tot dag. Misschien ga ik ooit terug naar Eritrea, maar misschien ook niet. Dat kan ik nu niet zeggen.’

Binnenkort verlaat Merhawi, na een jaar OKAN, Marco Polo. ‘OKAN is voor mij zoals mijn mama. Zij leerde me de eerste woordjes in het Tigrinya, OKAN leert me nu de eerste Nederlandse woorden.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift