Namen van 117 Belgische adviseurs duiken op in Panama Papers

Reportage

Namen van 117 Belgische adviseurs duiken op in Panama Papers

Namen van 117 Belgische adviseurs duiken op in Panama Papers
Namen van 117 Belgische adviseurs duiken op in Panama Papers

Minstens 117 Belgische advocaten, boekhouders en financieel adviseurs stonden in contact met Mossack Fonseca om bedrijven op te richten in belastingparadijzen.

Wie via Mossack Fonseca een bedrijf wil oprichten in een belastingparadijs kan daarvoor niet rechtstreeks terecht bij het Panamese advocatenkantoor, maar moet langs een tussenpersoon passeren. Banken, advocatenkantoren, boekhouders en financiëledienstenleveranciers spelen die rol van go-between.

In samenwerking met Knack, De Tijd en Le Soir heeft MO* een lijst met 117 Belgische tussenpersonen opgesteld, op basis van het Mossack Fonseca-datalek dat we via het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten (ICIJ) en de Duitse krant Süddeutsche Zeitung konden inkijken. 66 van die 117 Belgische tussenpersonen bekleedden zélf functies in de offshores – zoals directeur, aandeelhouder of gevolmachtigde.

Bijna een kwart van de 117 Belgische tussenpersonen zijn advocaten, de rest werkt als financieel adviseur of boekhouder. Het gros van de Belgische advocaten die een eigen klantenfiche hebben bij Mossack Fonseca, was de voorbije jaren echter niet meer betrokken bij de oprichting van offshores via Mossack Fonseca. Sommigen hebben enkel een klantenfiche omdat verkennende contacten hadden plaatsgevonden.

De Belgische advocaten die na 2010 nog bij de offshorewereld betrokken waren via Mossack Fonseca, zijn veeleer gering. Zo vroeg een Brusselse advocaat met lange staat van dienst in 2013 aan Mossack Fonseca hoeveel het kost om een inactieve offshore op de Bahamas te reactiveren. In het verleden was de advocaat zelf nog aandeelhouder en directeur van die offshore. Een ander Brussels advocatenkantoor dat opduikt in de klantenfiches van Mossack Fonseca speelde volgens de gelekte documenten tussenpersoon voor vier offshores in Panama, een in Samoa en een in de Seychellen. De offshores waren opgericht tussen 2004 en 2007, maar zijn intussen alle zes ontbonden – de laatste in juli 2011.

Heel confidentieel

De relevantste cases uit de gelekte documenten gaan over Belgische tussenpersonen die vanuit Luxemburg opereren. Ruim een kwart (32) van de 117 Belgische advocaten, boekhouders en financieel adviseurs heeft dan ook een baan in het groothertogdom.

Zo is er een Vlaming met een lange carrière als financieel adviseur in Luxemburg. Hij werkte er voor grote banken en is volgens de gelekte documenten ook stille vennoot van een financiëledienstenkantoor. Uit een bericht dat hij in 2009 naar het advocatenkantoor stuurde, blijkt dat de man al lang in contact stond met Mossack Fonseca. ‘Deze mail is ZEER CONFIDENTIEEL, zoals het meeste van jullie business, veronderstel ik’, stak hij van wal. ‘In de jaren tachtig heb ik mijnheer Mossack eens in Luxemburg ontmoet, in het hotel Royale (…) Sinds die conferentie in het Royale ben ik een van jullie grote promotors geworden in Luxemburg. Vandaag heb ik zo’n 200 bedrijven bij jullie, maar indirect heb ik er nog veel meer aangebracht.’ Ook na 2009 bleef de Belg actief in belastingparadijzen. Zo werd hij in 2012 nog directeur van offshores op de Britse Maagdeneilanden en de Seychellen.

Voor achterpoortjes waren ze bij Monsack Fonseca alvast aan het juiste adres

Medewerkers van het Luxemburgse filiaal van Mossack Fonseca hadden regelmatig ontmoetingen met Belgen uit de Luxemburgse financiële sector. De verslagjes die Mossack Fonseca daarover opstelde (zie hieronder), geven een unieke kijk op de aanpak en denkwereld van de Belgische tussenpersonen. Sommigen probeerden de identiteit van hun eigen cliënteel zo veel mogelijk af te schermen. En wanneer belastingparadijzen met nieuwe transparantieregels op de proppen kwamen, gingen ze op zoek naar nieuwe achterpoortjes. Daarvoor waren ze bij Mossack Fonseca alvast aan het juiste adres.

Brian Gatwick (CC by 2.0)

Panama City foto: Brian Gatwick (CC by 2.0)​

CASE #1 Paranoïde

Verslag door Mossack Fonseca over een ontmoeting met een inwoonster van Aarlen die werkt bij een private bank in Luxemburg.

22 november 2012: ‘Ze hebben 11 Panamese bedrijven, maar maken zich steeds meer zorgen over de beveiliging van de informatie die wordt uitgewisseld met Mossack Fonseca. Ondanks mijn geruststelling over de hoge encryptieniveaus en beveiligde verbindingen zei ze dat ze de namen van de offshorebedrijven in Google kan intypen en dat vervolgens de namen van de directeurs verschijnen. Dit is te veel voor haar. Ze legde uit hoe paranoïde de Europeanen zijn over geheimhouding, en nu voelen ze zich niet veilig met offshorebedrijven omdat er zoveel informatie moet worden vrijgegeven. Haar klanten zijn Frans en Belgisch, en aangezien het moeilijker is om een bankrekening in Luxemburg te openen en te hebben, vraagt ze of we daarvoor geen oplossingen hebben – bijvoorbeeld bankieren in Panama. Ik heb haar gezegd dat we goede relaties hebben met sommige banken in Panama.’

CASE #2 Mauritius als alternatief

Verslagen door Mossack Fonseca over ontmoetingen met een Belgische vijftiger die werkt bij een Luxemburgs financiëledienstenkantoor.

4 november 2010: ‘Zijn bezorgdheid is dat sommige belastingparadijzen in de toekomst mogelijk informatie beginnen uit te wisselen. Daarom zal hij niet langer bedrijven kopen in de Britse Maagdeneilanden (die verdragen zijn beginnen af te sluiten om belastinginformatie uit te wisselen). Hij zal zijn bedrijven op de Britse Maagdeneilanden veranderen naar de Seychellen of Panama. (…) Hij was blij te vernemen dat Ramon Fonseca adviseur is van de president van Panama. Dat gaf hem het vertrouwen dat Panama in de nabije toekomst geen verdragen zal ondertekenen om informatie uit te wisselen.’

17 juli 2013: Hij ‘liet ons weten dat hij een oplossing moet vinden voor bankrekeningen buiten Europa. (…) We lieten hem weten dat we kunnen helpen bij het openen van bankrekeningen in St. Lucia, St. Vincent en Singapore, zonder dat er fysiek een interview met de klant moet plaatsvinden.’

Om anonimiteit te garanderen, hebben we voorgesteld om een stichting op te richten, die dan aandeelhouder van al zijn bedrijven op de Seychellen zou worden.

5 december 2013: Hij ‘heeft verschillende bedrijven op de Seychellen bij ons, maar aangezien banken in Luxemburg de rekeningen van zijn Europese klanten hebben stopgezet, is hij een oplossing aan het zoeken. Hij is recent naar Mauritius geweest, en heeft daar bankrekeningen geopend voor zijn klanten. Nu wil hij voor zijn bedrijven in de Seychellen het probleem van de aandelen aan toonder oplossen (wie zulke aandelen fysiek bezit is de eigenaar van het bedrijf, maar de Seychellen hebben besloten om die anonimiteit te doorbreken door aandelen op naam te verplichten, nvdr.). We hebben voorgesteld om een stichting op te richten, die dan aandeelhouder van al zijn bedrijven op de Seychellen zou worden.’

20 februari 2013: ‘Ze hebben de stichting gekocht, en willen de aandelen van hun veertigtal Seychellen-bedrijven vervangen van aandelen aan toonder naar aandelen op naam van de stichting.’

CASE #3 Belgen met zwart geld

Verslagen door MF over ontmoetingen met een Belg die werkt bij een Luxemburgs kantoor gespecialiseerd in de oprichting en het beheer van bedrijven.

10 augustus 2010: ‘Hij vond het zeer storend dat hij een mail had ontvangen (op een vrijdag, het had zijn weekend verpest) waarin hij werd gevraagd om binnen de twee weken 14 verschillende soorten informatie/documenten voor 100 bedrijven (!) over te maken.’

31 oktober 2012: ‘Ze hebben momenteel problemen om in Luxemburg bankrekeningen te openen voor hun klanten. Ik heb hem verteld dat we dat in Panama kunnen doen. Hij vertelde me dat hij het geld in Luxemburg wil houden, of op zijn minst in Europa. Ik heb voorgesteld om voor Europese klanten bankrekeningen te openen in het Verenigd Koninkrijk (…). Voor niet-Franse inwoners zou een andere oplossing erin bestaan bankrekeningen te openen in Monaco (kleine private banken).’

2 april 2014: ‘Zijn klanten gaan van 500.000 euro tot 140.000.000 euro. Hij heeft een contract met zijn klanten, die eisen dat hij geen due diligence-informatie openbaart (zoals de naam van de uiteindelijke begunstigde, nvdr.). Maar hij bewaart alle dossiers op kantoor en wil ze graag aan ons tonen wanneer wij daarom vragen. Zijn klanten worden doorgaans geïntroduceerd door bankiers. (…) Hij was heel direct en open, en zei dat er in Luxemburg heel wat klanten uit Frankrijk en België zijn met niet-aangegeven fondsen (zwart geld, nvdr.). Hij zei dat de eerste oplossing die hij had gevonden erin bestond klanten voor te stellen om in het buitenland een bankrekening te openen, maar dat sommigen dat niet wilden door de afstand en de risico’s.’