Stad zonder naam als glijmiddel voor politiek theater en economisch gewin

Nieuwe hoofdstad in Indonesië verdringt mensen

© Kris Vanslambrouck

Merah Johansyah: ‘Bij de nieuwe hoofdstad komen drie nieuwe steenkoolscentrales. Hoe gemeend zijn de ambities voor een groene stad?

Een oud idee wordt plots een dringend project: Indonesië gaat een nieuwe hoofdstad bouwen. Ze heeft nog geen naam, enkel een werktitel: Ibu Kota Baru, Nieuwe Hoofdstad. Wat vinden de mensen die er wonen daarvan? Welke belangen worden er gediend? En wie gaat dat betalen? Kris Vanslambrouck ging op Kalimantan doen wat de regering nog steeds niet gedaan heeft: luisteren naar de betrokkenen.

Het was een donderslag bij heldere hemel: eind april 2019 kondigde het Indonesische Planbureau aan dat er een nieuwe politieke hoofdstad voor het land komt.

Die nieuwe hoofdstad zou gebouwd worden op Kalimantan (Borneo). Want dat enorme eiland – twintig keer zo groot als België – ligt centraal in de Indonesische archipel, die wel 17.000 eilanden telt. De nieuwe hoofdstad heeft voorlopig geen naam, enkel een werktitel: Ibu Kota Baru (IKB) of de Nieuwe Hoofdstad.

Vier maanden na de aankondiging gaf president Joko Widodo wat meer toelichting. Hij gaf twee redenen voor de verhuis: het feit dat ‘deze grote natie nog steeds haar eigen hoofdstad niet zelf gekozen heeft’, 74 jaar na de onafhankelijkheid, en ‘de last die Jakarta nu moet dragen als de administratieve, commerciële, financiële hoofdstad’. De president preciseerde ook waar de nieuwe hoofdstad zou komen: in de provincie Oost-Kalimantan.

Kalimantan herbergt een van de oudste regenwouden ter wereld. Iedereen kent de orang-oetan uit Borneo, en het eiland huisvest ontelbare planten en diersoorten. Vaak wordt daarom de vergelijking gemaakt met het Braziliaanse Amazonegebied. Die gaat jammer genoeg ook op voor de bedreigingen: eerst kwam de ontbossing voor tropisch hardhout, daarna volgden de plantages voor commerciële bosbouw. De laatste decennia kwamen daar de plantages voor palmolie bij en de snel oprukkende ontginning van steenkool.

Dat onderzoek leverde in december het rapport The new capital, for who? op. Een van de opvallende vaststellingen: de lokale bevolking werd op geen enkel moment geraadpleegd. Ook in februari, toen ik met Johansyah de regio bezocht, bleek dat er nog steeds geen enkele poging ondernomen was om de bevolking ook maar te informeren, een half jaar na de bekendmaking.

Hier komt de nieuwe hoofdstad

De nieuwe hoofdstad van Indonesië

  • In de provincie Oost-Kalimantan ligt het middelpunt van de Indonesische eilandengroep, nabij de provinciehoofdstad Samarinda. De zone voor de Nieuwe Hoofdstad ligt tussen Samarinda en de andere grote stad in de provincie, de olie- en havenstad Balikpapan.
  • Op de maquette van de Nieuwe Hoofdstad zijn drie zones of ringen te zien: zone 1 voor overheidsgebouwen, zone 2 is bestemd voor woningen en zone 3 voor economische activiteiten. In totaal gaat het over zo’n 2500 km2, een oppervlakte bijna dubbel zo groot als de huidige hoofdstad Jakarta.
  • In de zone voor de Nieuwe Hoofdstad bevinden zich vandaag 72 dorpen, met in totaal 186.000 inwoners

 

Uitverkocht oerwoud

De regio waar de Ibu Kota Baru komt, is al lang geen maagdelijk oerwoud meer. Toch is er weinig verkeer op de weg rond de centraal gelegen Balikpapan-baai. Er is nauwelijks toerisme hier, dus ook weinig aange-paste infrastructuur. De dorpen aan de kust en in het binnenland zijn niet echt welvarend, maar de inkomens stijgen wel.

Ik praat met Merah Johansyah, coördinator van Jatam, het Indonesische netwerk van gemeenschappen die geconfronteerd worden met grootschalige mijnbouwprojecten. Volgens hem bevinden zich op het grondgebied voor de Nieuwe Hoofdstad niet min-der dan 162 concessies, waarvan 148 voor mijnbouw. Andere zijn voor palmolie- of eucalyptusplantages.

‘De manier waarop de beslissing over de nieuwe hoofdstad tot stand kwam, geeft weinig hoop.’

Het Jatamnetwerk begon onmiddellijk na het bekendmaken van de site een onderzoek om de regio in kaart te brengen. ‘We wilden graag wat dieper graven om te zien welke factoren meespeelden bij de keuze voor deze plek.’

Ongehoorde meningen

‘Wij hebben geen eigendomspapieren voor onze grond’, zegt Supay in Pemaluan, een van de dorpen die zwaar onder druk staan door grondroof voor plantages en mijnbouw. ‘Bedrijven komen onze grond inpikken, en wij kunnen weinig doen omdat ons districtshoofd onze rechten niet respecteert. We zijn een kleine groep en kunnen dus weinig druk zetten. We kunnen enkel hopen dat de nationale overheid onze rechten wel zal respecteren. Maar de manier waarop de beslissing over de nieuwe hoofdstad tot stand kwam, geeft weinig hoop.’

In Sukaraja ontmoet ik Ibu Sulis (72). Ze migreerde begin jaren 1970 vanuit Oost-Java, via het transmigratieprogramma van toenmalig dictator Soeharto. ‘We hebben hier een goed leven opgebouwd’, zegt ze. ‘Toen we hier aankwamen, was er letterlijk niets van voorzieningen. We kregen twee hectare toegewezen van de overheid, nu bezitten we zeven hectare en een restaurant.’

‘Na het nieuws over de nieuwe hoofdstad was iedereen hier enthousiast,’ vervolgt ze, ‘maar nu beginnen steeds meer mensen bedenkingen te uiten. Wat zal er met ons gebeuren? Nu al komen speculanten hier grond opkopen. Ik zal niks verkopen, maar je ziet dat er verdeeldheid komt.’

Puan bevestigt de vrees van Ibu Sulis. Zij werkt voor de administratie van het stadje Panajem. Officieel behoort dit gebied niet tot de Ibu Kota Baru, maar het vormt wel het kustgebied dat erop aansluit. Ze getuigt hoe een aantal lokale bestuurders geld ruiken en zelf grond beginnen opkopen. ‘De prijs per hectare is nu al flink gestegen, van 6000 euro naar 60.000, op sommige plaatsen zelfs 100.000 euro. De lokale bevolking kan zulke bedragen niet ophoesten. De overheid belooft wel dat ze de speculatie zal tegengaan, maar daar is niks van te merken.’

De Indonesiërs zijn een beetje de Nederlanders van Zuidoost-Azië geworden. Ze moeten voortdurend hogere dijken bouwen.

De vrees bestaat ook dat de milieuproblemen snel zullen toenemen. Yohana Tiko, die werkt bij de lokale afdeling van de milieukoepel Walhi: ‘Er zijn drie belangrijke parken die deels binnen de grenzen van de nieuwe hoofdstad liggen: het Bukit Suharto Forest, het Manggar Forest en Wain River Forest.’

‘Daarnaast grenst de IKB ook aan de mangrovebossen van de Balikpapan-baai. De resterende mangroves zijn nu beschermd, nadat de lokale bevolking geklaagd had dat er te veel gekapt werd voor commerciële activiteiten langs de oevers, zoals aanleghavens en elektriciteitscentrales. Vooral de lokale vissers zijn hiervan de dupe.’

Verzadigd Jakarta

Jatam en Walhi konden ook de hand leggen op een rapport uit 2018 over overstromingsgevaar in de regio. Daaruit blijkt dat het bovenste gedeelte van de Balikpapanbaai een overstromingsgevarenzone is. Dat is net de locatie van Zone 1, waar de overheidsgebouwen komen. Hallo, Jakarta?

Een van de redenen om de overheid met al haar politieke functies en instellingen uit Jakarta te verhuizen, is net het toenemende overstromingsgevaar. Door overdadig gebruik van grondwater zakt de bodem in Jakarta jaarlijks tussen twee en twintig centimeter. En de opwarming van de oceanen zorgt ervoor dat het niveau van de Javazee stijgt.

De Indonesiërs zijn dan ook een beetje de Nederlanders van Zuidoost-Azië geworden. Ze moeten voortdurend hogere dijken bouwen om grote overstromingsrampen te voorkomen. Toch bleek op 1 januari 2020 nogmaals hoe kwetsbaar Jakarta is. Hevige stortregens zetten grote delen van de metropool onder water, waardoor 400.000 mensen tijdelijk dakloos werden en er 66 doden vielen.

Het gevaar komt bovendien niet alleen van de zee. Tropische regens in en rond Jakarta stuwen het water in volle vaart via dertien rivieren richting Jakarta. De infrastructuur niet altijd opgewassen tegen die watervloed. Daarnaast is de metropool gewoon te groot geworden. Dertig miljoen inwoners veroorzaken heel wat problemen voor de verkeersdoorstroming, luchtkwaliteit, watervoorziening en woonruimte.

© Kris Vanslambrouck

Het bovenste gedeelte van de Balikpapan-baai blijkt een gevarenzone voor overstromingen te zijn. Net daar komen de overheidsgebouwen voor de nieuwe hoofdstad.

wie gaat dat betalen?

30,5 miljard euro. Dat is de geschatte kost van de bouw en verhuis van de nieuwe hoofdstad. Tien procent van dat bedrag zou komen van de nationale begroting, twintig procent wordt gezocht bij privékapitaal. Zeventig procent moet komen van overheidsbedrijven.

In The new capital, for who? vraagt het Jatamnetwerk zich af: ‘Hoe kan de regering haar beloftes voor een sterke uitbreiding van de sociale bescherming van werknemers rijmen met een extra uitgave voor de voorbereidende studies en de aankoop van land? Moet de nationale gezondheid wijken voor dit prestigieuze project?’ En dat was nog voor het nieuwe coronavirus langskwam.

De overheidsbedrijven, die het grootste deel van de investeringen moeten doen, zijn momenteel meestal verlieslatend. Bovendien heeft de regering vorig jaar veel geld van deze bedrijven geïnvesteerd in een geleidelijke nationalisering van de Grasbergmijn in de provincie Papoea.

Er wordt na enige twijfel ook gepraat over buitenlandse financiering. In januari 2020 kondigde president Widodo op een persconferentie de vorming van een internationale stuurgroep aan. Die zou adviseren en moet tegelijk internationale investeerders aantrekken.

Drie namen werden genoemd: Sheikh Mohammad bin Zayed al Nahyan (kroonprins van de Verenigde Arabische Emiraten, VAE), Masayoshi Son (CEO van het Japanse conglomeraat Softbank Group) en Tony Blair (ex-premier van het Verenigd Koninkrijk). Son heeft al aangekondigd dat zijn bank interesse heeft om te investeren in het project.

Verder zijn er vooral veel vragen en weinig antwoorden over de rol van deze stuurgroep. Transparency International noemt de VAE, en vooral Dubai, een paradijs om frauduleus geld wit te wassen. Tony Blair heeft ook nauwe banden met het land: in 2017 kwam aan het licht dat zijn bedrijf rijkelijk betaald werd door de Emiraten, in de periode dat Blair officieel in dienst was als VN-onderhandelaar voor het Midden-Oosten.

Smart green city

De promotoren verkopen de nieuwe hoofdstad als een futuristische modelstad met veel groen, inclusief regenwoud, uitsluitend elektrische auto’s, energiearme huizen en groene elektriciteit – ook al is er nog helemaal geen milieu-impactstudie gemaakt.

Zal het met zes tot zeven miljoen mensen nog wel lukken om de helft van de stad groen te houden?

Merah Johansyah gelooft de groene beloftes niet: ‘Er zijn plannen voor drie nieuwe steenkoolcentrales net buiten de zone, maar geen enkele verantwoordelijke heeft iets gezegd over het schrappen van die plannen. Wij vragen ons af hoe gemeend die ambities voor een groene stad wel zijn.’

Niemand weet precies hoeveel mensen hier komen wonen. Volgens de gegevens van de overheid zijn er ongeveer 1,5 miljoen overheidsambtenaren bij een mogelijke verhuis betrokken. Als die allemaal verhuizen naar de IKB, met familie en personeel, dan gaat het om 6 tot 7 miljoen mensen. Zal het dan nog wel lukken om de helft van de stad groen te houden?

Yohana van Walhi wijst ook op de bosbranden die elk jaar opnieuw de regio teisteren aan het einde van het droogseizoen. ‘In september 2019 hing hier gedurende weken een dikke rookwolk die de mensen ziek maakte en scholen verplichtte te sluiten. Sinds 1997 is dit een terugkerend fenomeen. Zullen onze politici en bureaucraten onze eisen voor een veel strenger toezicht op deze branden nu plots ernstig nemen, wanneer ze er zelf mee geconfronteerd worden?’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Politieke spelletjes

De zakelijke belangen van de bedrijven die nu al concessies hebben in de IKB bieden inzicht in de onverwachte beslissing van president Widodo. Jatam trof bij zijn onderzoek in Oost-Kalimantan heel wat concessiehouders aan die nauwe banden hebben met machtige politici, in het bijzonder in de IKB-regio.

Eén van de grootste concessies is in handen van Hashim Djojohadikusamo, de jongere broer van de minister van Defensie, Subianto Prabowo. Die laatste was bij de twee vorige presidentsverkiezingen de uitdager van president Widodo.

‘Uiteindelijk zijn de oligarchen de grote winnaars.’

Na de verkiezingen van april 2019 liep de spanning tussen die twee hoog op. Ondanks deze openlijke vijandigheid kwam er uiteindelijk toch een verzoening, en toverde Prabowo zich om van misnoegde oppositieleider tot een volgzame minister.

Volgens Walhi en Jatam diende het megaproject voor de nieuwe hoofdstad als glijmiddel voor een politiek akkoord tussen de twee. ‘Er zijn sterke indicaties dat het conflict tussen Widodo en Prabowo van meet af aan politiek theater was. Uiteindelijk zijn de oligarchen de grote winnaars. Zij zitten in pole-positie en zullen gecompenseerd worden voor het verlies van hun concessies. Terwijl de lokale bevolking geen enkel toekomstperspectief heeft.’

Dit artikel werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur