‘In oorlogstijd keer je terug naar wat echt belangrijk is: vrienden en familie’

Reportage

Het leven zoals het is in oorlogstijd: nog een laatste rondje voor de avondklok

‘In oorlogstijd keer je terug naar wat echt belangrijk is: vrienden en familie’

 ‘In oorlogstijd keer je terug naar wat echt belangrijk is: vrienden en familie’
 ‘In oorlogstijd keer je terug naar wat echt belangrijk is: vrienden en familie’

Het dagelijkse leven van jongeren in het Oost-Oekraïense Charkiv lijkt anderhalf jaar na het uitbreken van de oorlog op dat van jongeren in België. Maar niets is er nog als voordien, zelfs geen avondje op café. ‘Op één nacht tijd ben ik volwassen geworden.’

© Emiel Petrovitch

‘Het klinkt misschien vreemd,’ zegt Luiza, ‘maar we waren nog nooit zo gelukkig als nu. In oorlogstijd keer je terug naar wat echt belangrijk is: vrienden en familie.’

© Emiel Petrovitch

‘We waren in de zetel in slaap gevallen. Masyanya speelde op tv, een legendarische Russische cartoon. Het laatste wat ik me herinner is dat de twee hoofdpersonages net hun baby in slaap hadden gewiegd. Ik dacht toen: dat is het echte geluk. Toen we zo’n drie uur later wakker werden, was de oorlog uitgebroken.’

Zo herinneren Luiza (28) en Nikitah (27) zich hun laatste uurtjes vredestijd, nu al anderhalf jaar geleden. ‘Op een nacht tijd werd ik volwassen,’ zegt Nikitah over die bewuste februaridag. Dan neemt hij de wodkafles en vult de glazen tot de rand.

Het kunstenaarskoppel nodigde ons uit voor een avondje borsjt en wodka in hun appartement in Charkiv. Ook Sasja is van de partij, een schijnbaar nonchalante fotograaf-journalist die deel uitmaakt van Luiza’s ‘graffitifamilie’.

‘Za lubov’, zingen we in koor, zoals gebruikelijk is bij het derde rondje. ‘Op de liefde.’ En we gieten de wodka rechtstreeks in onze kelen.

Toilet als bureau

De woonkamer op de elfde verdieping biedt uitzicht op de skyline van Charkiv, de grootste stad van Oost-Oekraïne. Tijdens de eerste oorlogsweek zagen Luiza en Nikitah door datzelfde raam hoe luchtaanvallen zich boven hun stad voltrokken, als in een film. ‘We zijn die week koppig blijven doorwerken. Dat was voor ons de enige manier om niet helemaal gek te worden.’

Nikitah toont foto’s van Luiza op een gesloten toiletbril met haar laptop op de schoot. Op de wastafel een asbak, chocoladerepen en een wodkafles. ‘We maakten van de badkamer onze bureau. Dat was de veiligste plek in huis.’

‘De badkamer was de veiligste plek in huis.’

Luiza maakte digitale kunst die ze later op de NFT-markt verkocht. Nikitah werkte aan een opdracht als grafisch vormgever voor een Australisch bedrijf. ‘De eerste dagen was de chaos compleet. De straten waren verlaten, enkel aan supermarkten had je ellenlange rijen,’ herinnert het koppel zich.

‘De wereld werd op zijn kop gezet,’ mengt Sasja zich in het gesprek. ‘In de eerste weken ging ik samen met duizenden anderen schuilen in de metro. Of je rijk of arm was, deed er niet toe. Iedereen zat samen in de schachten te roken en te drinken. Wat maakte het uit dat je bovengronds een Porsche bezat? Voor hetzelfde geld was die ondertussen al kapot gebombardeerd.’

Een week na het begin van de grootschalige invasie, besloten Nikitah en Luiza de stad te ontvluchten. Ze konden op een evacuatietrein naar Lviv springen. Bij aankomst werden ze er opgewacht door hun vrienden Max en Lera. ‘Ik wil dat je hun namen vermeldt,’ zegt Nikitah met tranen in de ogen. ‘Ze waren er voor ons op een moment dat we hen echt nodig hadden.’

‘Het klinkt misschien vreemd,’ zegt Luiza, ‘maar we waren nog nooit zo gelukkig als nu. In oorlogstijd keer je terug naar wat echt belangrijk is: vrienden en familie.’

Eerst corona en nu de oorlog

Na amper acht maanden keerden Nikitah en Luiza terug naar “hun” Charkiv. Ze troffen een spookstad aan. Tweederde van de bevolking was weggetrokken. De ooit zo bruisende studentenstad was leeggelopen. Kapotte gebouwen gaapten je met grote zwarte ogen aan. Parken waren leeg, de winkels dicht.

Maar Nikitah en Luiza bleven niet bij de pakken zitten. Herstel begint nu al, vonden ze. Daarom richtten ze een ‘Creative Hub’ op, een centrum waar kinderen workshops kunnen volgen die hun wereld moeten verbreden. De kinderen krijgen er onder andere initiatieworkshops Chenda (indisch instrument), graffitikunst en gevechtssporten.

‘De jongste generatie is fucked up. Eerst corona en nu de oorlog. Ze kennen enkel afstandsonderwijs.’

‘We kwamen terug voor de kinderen van Charkiv’, verklaart Luiza vurig. ‘De jongste generatie is fucked up. Eerst corona en nu de oorlog. Ze kennen enkel afstandsonderwijs.’

Met het centrum wil Luiza kinderen opnieuw laten kennismaken met de offline wereld. ‘Zij zijn onze toekomst. Op hun leeftijd moeten ze zoveel mogelijk dingen kunnen uitproberen. Zo kunnen ze ontdekken wat ze echt leuk vinden. Ik ben bang dat de nieuwste generatie Oekraïners een grote achterstand heeft opgelopen op vlak van sociale vaardigheden. Net zij zullen dit land na de oorlog weer moeten opbouwen.’

Volgens Nikitah is er nog hoop, mede door projecten als deze. ‘Een jongen van negen heeft sinds onze opening nog geen enkele sessie gemist. Zijn ouders zeggen dat hij helemaal openbloeit. Daar doen we het voor.’

Met tegenzin naar het front

Wie jong en man is in Oekraïne moet op een gegeven moment mogelijk het leger in. Ook dat onderwerp leeft binnen de vriendengroep van Nikitah en Luiza.

Twee vrienden boden zich vanaf het begin aan bij het vrijwilligersbataljon Kraken, een elite-eenheid met wortels in de hooligankringen van Charkiv. De eenheid speelde een belangrijke rol bij de bevrijding van dorpen in Charkiv Oblast tijdens het eerste Oekraïense tegenoffensief in september vorig jaar.

Iedereen die vrijwillig het leger in wilde, heeft dat intussen gedaan. Daarom begon ondertussen ook een actieve mobilisatie, waarbij steeds meer mannen met tegenzin naar het front trekken.

Volgens de Oekraïense wet is elke man tussen 18 en 60 jaar oud dienstplichtig tijdens een staat van beleg. Ze mogen het land niet verlaten en kunnen elk moment worden opgeroepen. Wie het bevel weigert of negeert krijgt een boete. Na drie weigeringen volgt een celstraf. Uitzonderingen kunnen gemaakt worden, zoals voor studenten en zieken.

Een oproepingsbrief moet in persoon worden afgeleverd aan de dienstplichtige. Regionale wervingskantoren zoeken daarom mannen thuis op. Ook worden manschappen de straat op gestuurd, om op publieke plekken mannen met het juiste profiel tegen te houden en naar hun mobilisatiestatus te vragen.

‘De metro neem ik al een tijdje niet meer’, bekent Nikitah. Hij vermijdt drukke plaatsen uit angst tegen te worden gehouden door rekruteringsagenten. Hij toont ook een telegramgroep waarin leden elkaar waarschuwen voor rekruteringsagenten in de metrostations van Kyiv. Een foto van een rood object, met daaronder de naam van de metrohalte, betekent dat er agenten staan. Een groen object betekent dat de kust er weer veilig is.

‘Sinds de Russische invasie zijn er geen pacifisten meer in Oekraïne.’

Maar Nikitah sluit niet uit dat hij ooit naar front zal moeten. ‘Ik verwacht dat elke Oekraïense man op een gegeven moment in het leger zal moeten dienen, willen we de oorlog winnen. Maar ik ga niet onder stoelen of banken steken dat ik bang ben.’

Vroeger was hij een pacifist, voegt hij er nog aan toe. ‘Maar sinds de Russische invasie zijn er geen pacifisten meer in Oekraïne.’

© Emiel Petrovitch

Volgens de Oekraïense wet is elke man tussen 18 en 60 jaar oud dienstplichtig tijdens een staat van beleg. Ze mogen het land niet verlaten en kunnen elk moment worden opgeroepen.

© Emiel Petrovitch

Van graffer tot frontsoldaat

Ter gelegenheid van Micha’s verjaardag (33) worden we uitgenodigd voor een graffitijam. Voor de Russische invasie stond hij al bekend als de grootste waaghals binnen de Charkivse street art scene.

‘Toen Micha zich aanmeldde als vrijwilliger bij Kraken was niemand verbaasd,’ vertelt Luiza. Langs een 100 meter lange muur, vlakbij een schooltje dat geraakt werd door een Russische gradraket, staan tientallen graffitiartiesten met een spuitbus in de hand. Nikitah houdt zich bezig met het aanwakkeren van de kolen op de barbecue en schenkt op tijd en stond de wodkaglazen bij.

Rond de jarige Micha schaarde zich een groepje. Zijn gespierde armen tekenen grote cirkels in de lucht terwijl hij over zijn avonturen vertelt. Voor de oorlog reisde hij de wereld rond als graffer. Wanneer Rusland Oekraïne binnenviel, had Micha net zes maanden in een Chinese cel doorgebracht, omdat hij er een metrostel in Guangzhou had beschilderd.

In het Russisch, doorspekt met scheldwoorden, vertelt Micha hoe geen moment twijfelde om zich als vrijwilliger bij Kraken aan te melden. Zijn ervaring als illegale graffitikunstenaar kwamen goed van pas. ‘Ik wist hoe me te kleden. Al heel mijn leven jaag ik op adrenaline. Ik weet hoe me te verbergen, te lopen of op een doel te focussen.’

‘Voordien had ik nooit een wapen aangeraakt. Na de oorlog wil ik dat ook niet meer doen.’

Onder meer door die ervaring kon Micha zich al snel opwerking in het bataljon. Nu leidt hij moeilijke operaties aan het front, ondanks het gebrek aan een opleiding tot beroepsmilitair. Na een jaar oorlog voeren steeds meer burgers functies uit die doorgaans alleen zijn weggelegd voor beroepsmilitairen. ‘Voordien had ik nooit een wapen aangeraakt. Na de oorlog wil ik dat ook niet meer doen.’

FKS, een graffiticrew die de oorlog dient

Micha, Sasja en Luiza zijn alledrie lid van de graffiticrew FKS. Het was een crew al een ander, ze opereerden in het holst van de nacht en riskeerden zware boetes omdat ze treinen beschilderden. Maar de Russische invasie veranderde alles.

‘In het begin van de oorlog, van maart tot mei, stopten we even met graffiti’, vertelt Sasja. ‘De risico’s waren te groot.’ Want, zo zegt hij, voor dit soort overtredingen krijg je in deze tijden in plaats van een boete een treinkaartje naar het front.

Toen ze besloten om opnieuw te beginnen, wilden ze dat in dienst van de oorlog doen. Bijvoorbeeld door het werk van het Krakenbataljon te promoten. ‘Toen waren de straten van Charkiv leeg en de straatverlichting uit. Elke nacht werd de stad gebombardeerd. De weinige mensen die ons toen passeerden waren plots geïnteresseerd in ons werk. Ze moedigden ons aan. En we merkten op dat de lokale overheid ons werk niet meer overschilderde.’

‘Sommige buren dachten wel dat we spionnen waren die geheime boodschappen in ons werk staken’, vult Sasja’s vriend Vlad er grinnikend aan toe. Volgens Sasja heeft de crew nu de zegen van de SBU, de Oekraïense geheime dienst. ‘Op een bepaald moment werden we benaderd door drie agenten in burger. De paniek sloeg me om het hart. Het is afgelopen voor ons, dacht ik, maar toen zeiden de agenten: “We begrijpen dat jullie geen Russische spionnen zijn, we appreciëren jullie werk”.’

© Emiel Petrovitch

‘Ik wist hoe me te kleden. Al heel mijn leven jaag ik op adrenaline. Ik weet hoe me te verbergen, te lopen of op een doel te focussen.’

© Emiel Petrovitch

Alles voor de oorlog

Steeds meer bepaalt de oorlog het leven van jongeren in Oekraïne. Velen veranderden van werk of gingen vrijwillig het land dienen. In de wijk Noord-Saltivka ontmoetten we enkele jonge leden van de Rotary Club van Charkiv. Sinds de oorlog besloten ze elk naast hun werk of studies vrijwilligerswerk te doen.

‘Ik voelde me schuldig omdat ik niets deed, terwijl leeftijdsgenoten van me hun leven gaven om ons land te verdedigen’, vertelt Philippe. De jonge twintiger is vrijwilliger bij de Rotaryclub. Samen met zijn team zamelt hij geld en hulpgoederen in waarmee ze voornamelijk gezinnen helpen die door de oorlog dakloos zijn geworden. Hij is niet de enige die met een schuldgevoel kampt tegenover de frontsoldaten. Woorden als ‘voor het vaderland’ en ‘plicht’ worden vaak in de mond genomen.

Het is een bont groepje dat is samengekomen voor de wekelijkse bijeenkomst. Alex is een informaticus die voor een internationaal hedgefonds werkt. Hij beschrijft zichzelf als ‘liberaal’. Ook Philippe heeft er geen moeite mee om zijn politieke voorkeur te beschrijven. ‘Extreemrechts’, verklaart hij met trots. ‘Maar ik ben voor alle duidelijkheid geen nazi. De swastika’s op mijn ring zijn een oud runenteken, geen nazi-symbolen.’

Anastasia, amper 22, is het jongste lid van de vrijwilligerswerking. Zij voegde zich bij de Rotary Club nadat haar appartement gebombardeerd werd in Augustus 2022.

We krijgen een rondleiding in hun humanitair centrum, waar hulpgoederen opgeslagen liggen. We zien elektriciteitsgeneratoren, stoofjes, slaapzakken en bergen kleren. ‘Wij ontfermen ons over mensen die hun huis verloren zijn’, licht Philippe toe. ‘Vooral de warmtebronnen waren van levensbelang tijdens de winter.’

Daarna gaan we met Anastasia naar de plek waar ooit haar appartement stond. Het is de eerste keer dat ze naar haar wijk terugkeert sinds een Russische gradraket haar appartementsblok raakte en daarbij 22 doden maakte.

© Emiel Petrovitch

Noord-Saltivka is de eerste wijk van Kharkiv die de Russen bombardeerden in februari 2022. De Russische grens ligt slechts een dertigtal kilometer verder.

© Emiel Petrovitch

We staan op een lap grond bezaaid met kleine brokstukken. Van het appartementsblok zelf is niets meer te zien. Het puin is ondertussen geruimd, maar Anastasia betreedt de lap grond alsof ze door de kamers en gangen van haar oude huis stapt. ‘Hier was mijn slaapkamer, hier de woonkamer, hier de keuken die uitkeek op het speelpleintje. Maar het is weg, allemaal weg.’

Gelukkig was er niemand van haar gezin in het appartement toen het noodlot toesloeg. Haar moeder en vader waren naar een etentje met hun mooiste kleren aan. Haar zus was al een tijdje daarvoor naar een andere stad verhuisd.

Haar moeder vond later Anastasia’s ring terug, net als een harddisk met 3000 foto’s die ze onder het puin vond, die als bij wonder nog bleek te werken. ‘Onze buren hebben alles verloren, maar wij hebben tenminste die foto’s nog’, zegt Anastasia met tranen in de ogen.

We wandelen in stilte verder door de wijk.

‘Het is mijn droom die hier aan diggelen ligt.’

Noord-Saltivka is de eerste wijk van Charkiv die de Russen bombardeerden in februari 2022. De Russische grens ligt slechts een dertigtal kilometer verder. Een raket heeft hoogstens anderhalve minuut nodig om vanuit het Russische Belgorod deze wijk te bereiken.

Grote stukken van de wijk zijn dan ook volledig kapot gebombardeerd. We wandelen er rond met de stilte die bij een begraafplaats hoort. Hier en daar zit iemand op een bankje te rouwen naast een zwartgeblakerd, verminkt gebouw. Zoals Daria. ‘Ik kom hier elke week om te bezinnen. Ik had dit appartement net gekocht om hier mijn eigen nagelsalon te beginnen. Het is mijn droom die hier aan diggelen ligt.’

Decommunisatie

Die avond spreken we af met Sasja in een bar. De DJ speelt technomuziek en de rookmachine wordt aangezet. In de luwte van het feest hebben we een discussie over de decommunisatie van Charkiv.

© Emiel Petrovitch

Op Telegram volgen waarschuwingen over rekruteringsagenten die op ronde zijn in de stad. Dienstplichtigen wordt op café een mobilisatiebevel onder de neus geschoven.

© Emiel Petrovitch

De stad is in grote mate gevormd door zeven lange Sovjetdecennia. Het werd door Lenin tot eerste hoofdstad van Oekraïne benoemd. Veel straatnamen verwijzen nog naar Russische personen, zoals de Poesjkinstraat. En je vindt hier ook enkele pareltjes van het Sovjet Constructivisme, zoals de Derzhprom, afgewerkt in het jaar 1928 en dus de eerste wolkenkrabber van het Oosten.

Al sinds de onafhankelijkheid in 1991, probeert het land af te rekenen met zijn Sovjetverleden. Dat culmineerde in 2016 toen Meidan activisten het 8,5 meter hoge Leninstandbeeld op het centrale plein van zijn sokkel trokken.

Maar de decommunisatie van de stad roept ook tegenstand op. Het Sovjetverleden is deel van de identiteit, vindt Nikitah. ‘We moeten inderdaad vooruit, maar dat betekent niet dat we alle Sovjetfresco’s zomaar moeten overschilderen. We moeten bewust decommuniseren.’

In Charkiv komen nationale en lokale identiteiten tot botsing. Er is al langer een strijd bezig tussen Oost- en West-Oekraïne. ‘Toen we in Lviv woonden, voelde ik hoe bepaalde mensen neerkijken op ons, Oost-Oekraïners.’ Eén van de voornaamste redenen waarom hij en Luiza er niet konden aarden.

Het lijkt erop dat de oorlog tegen Rusland de decommunisering van het land, en van Charkiv in het bijzonder, in een stroomversnelling heeft gebracht. En de jeugd neemt daar duidelijk een voortrekkersrol in.

Sommigen besloten van moedertaal te veranderen, zoals dichter Ivan Senin, die ook in de bar is. Zijn ouders spreken Russisch, maar op 24 februari, de dag van Russische invasie, besloot hij enkel nog Oekraïens te spreken en te schrijven. ‘Het idee speelde al langer in mijn hoofd,’ legt hij uit.

‘Ik vind het mijn taak om mij nu extra in te zetten voor de Oekraïense cultuur.’

‘Op school leerde ik over de “gefusilleerde Renaissance”. Tijdens de jaren ‘20 en ‘30 drukte het Sovjetbestuur de opkomende Oekraïense culturele beweging hardhandig de kop in. Werken in het Oekraïens werden verboden en weerspannige Oekraïense artiesten werden koelbloedig afgemaakt. Ik vind het mijn taak om mij nu extra in te zetten voor de Oekraïense cultuur, we moeten de achterstand die we opliepen door de onderdrukking zo snel mogelijk inhalen.’

Na een bestelling nieuwe pinten, wordt buiten een frisse neus opgehaald. Plots ontstaat paniek. ‘Naar binnen’, gebaart de barman. Op Telegram volgen waarschuwingen over rekruteringsagenten die op ronde zijn in de stad. Dienstplichtigen wordt op café een mobilisatiebevel onder de neus geschoven.

In dit café gaan de deuren op slot en wordt de muziek stiller gezet. Of Sasja bang is dat ze ook hier zullen binnen komen? Terwijl hij op een barkruk gaat zitten en zijn koude bierflesje aan zijn lippen zet, haalt hij zijn schouders op. ‘Jawel, maar wat doe je eraan?’

De barvrouw roept dat het tijd is voor het laatste rondje. Het is elf uur ‘s avonds en over een uur gaat de avondklok in.

Dit artikel kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek.