Nederlandse organisatie SOMO onderzocht de toeleveringsketen van 100 modebedrijven

Nog steeds geen garanties dat lederwaren eerlijk worden geproduceerd

Marcel Crozet / ILO / Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Pakistaanse arbeiders naaien leren voetballen.

De toeleveringsketen van lederwaren van grote en toonaangevende modebedrijven is nog steeds te weinig transparant, stelt de Nederlandse organisatie SOMO in een nieuw rapport. Bovendien is transparantie alleen niet genoeg en pleit het daarom voor een beter afdwingbaar wettelijk kader om bedrijven ter verantwoording te roepen. ‘Arbeiders wéten dat ze uitgebuit worden, maar zijn bang om het weinige dat ze hebben te verliezen.’

De lederwarenindustrie heeft een slechte reputatie, waarbij vaak sprake is van schendingen van arbeidsrechten en milieuvervuiling. Daarom onderzocht de Nederlandse organisatie SOMO, de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen, de toeleveringsketen van 100 toonaangevende modemerken, waaronder Armani, Versace en Louis Vuitton.

De conclusie van dat rapport: er is te weinig publiek toegankelijke informatie over die keten. ‘Nochtans is transparantie de allereerste stap richting fatsoenlijke werkomstandigheden. Het is de meest elementaire vorm van verantwoord ondernemen’, zegt Pauline Overeem, die meewerkte aan het onderzoek van SOMO.

Slechts 29 van de 100 onderzochte modebedrijven delen leverancierslijsten. ‘En zelfs met die modebedrijven kunnen we niet hoog oplopen’, aldus Overeem. ‘Maar 17 bedrijven geven in zekere mate informatie vrij over de leveranciers die dieper in de keten zitten. Het gaat dan om bijvoorbeeld leerlooierijen, slachthuizen of veeboerderijen.’

Onbekende werkgever

Zowel voor werknemer, investeerder als consument zou de lijst van leveranciers raadpleegbaar moeten zijn, zegt SOMO. ‘Alleen zo kunnen verantwoorde keuzes gemaakt worden door investeerders en consumenten en kunnen werknemers bij de juiste deur aankloppen als er zich wantoestanden voordoen’, verduidelijkt Overeem.

Insiya Syed beaamt dat. De Pakistaanse fotografe werkt geregeld mee aan reportages over arbeidsomstandigheden in fabrieken in haar land. Alleen, zegt ze, is het probleem in de werkelijkheid nog complexer. ‘Naast formele werkplaatsen bestaat een tienvoud aan informele werkplaatsen in Lyari (een deel van Karachi, de grootste stad in Pakistan, red.). Zo staan bij een bepaalde fabriek 300 arbeiders geregistreerd, maar gaat het in werkelijkheid om 3000 arbeiders.’

‘Er staan 300 arbeiders bij een bepaalde fabriek geregistreerd, maar in werkelijkheid werken er 3000 mensen.’ 

Pakistan is een van de belangrijkste lederwarenexporteurs wereldwijd en binnen Pakistan is Lyari een van de belangrijkste hubs voor de productie van lederwaren. In juni trok Syed er heen op fotoreportage. ‘Zoiets had ik nog nooit gezien. Mensen werken er als slaven in erbarmelijke omstandigheden. Ze krijgen alleen een kruk, zonder rugleuning, omdat werkgevers “niet willen dat ze lui worden”. Bescherming tegen de chemicaliën die op het leer zitten is er niet.’

‘En ze werken tien uur aan een stuk voor 500 roepies per dag, ofwel 2,5 euro. Als ze tenminste een minimum aan producten afleveren, want ze worden niet per uur betaald.’

Al in 2016 schetste SOMO, samen met NOWCommunities en Oxfam een gelijkaardig beeld van de leerproductie in Pakistan. Ook toen was er sprake van lage lonen, lange werktijden, gezondheidsproblemen en arbeidsonzekerheid.

Maar arbeiders kunnen die wantoestanden niet zomaar aanklagen. ‘Lokale arbeidsrechtenorganisaties waarmee we samenwerken vertelden dat arbeiders de officiële naam van hun werkplek vaak niet kennen. Er is alleen de roepnaam van de fabriek’, vertelt Overeem.

‘Door die informatie willens en wetens vaag te houden, kunnen werkgevers en internationale merken daarop niet aangesproken worden. Zo ontloopt de industrie haar verantwoordelijkheid en zijn arbeiders de speelbal van de manier waarop de keten georganiseerd is.’

Dat zag ook Syed in Lyari. ‘De mensen onderaan in de keten weten niet voor wie ze werken. Bij wijze van spreken is het pas de 8ste persoon in de keten die het merklogo op de handschoen zet. Als die toevallig zou kunnen lezen en schrijven, kan die eventueel iets aankaarten.’

Daarom dat de openbare publicatie van lonen en verkoopprijzen van belang is, onderstreept de fotografe. ‘Pas wanneer bedrijven openbaar durven maken wie welk deel van de koek krijgt, kan een systeem van checks en balances werken.’

Bij geen enkel van de doorgelichte bedrijven vond SOMO informatie over lonen tot op fabrieksniveau.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Vicieuze cirkel

Ook organisatie in vakbonden is voor werknemers onmogelijk, als ze niet weten wie hun werkgever of opdrachtgever is. Slechts 4 van de 100 modebedrijven gaven informatie weer over de aanwezigheid van vakbonden en de mogelijkheid van arbeiders om zich te verenigen.

Nochtans kunnen vakbonden een belangrijk middel zijn om de vicieuze cirkel te doorbreken, benadrukt Syed. ‘Want in landen zoals Pakistan staan er genoeg mensen klaar om je plek in de fabriek in te nemen als je stopt of ontslagen wordt. Waarom zou je dan op tafel kloppen bij wantoestanden en riskeren om vervangen te worden?’

‘De arbeiders wéten dat ze uitgebuit worden, maar zijn bang om het weinige dat ze hebben te verliezen.’

‘De arbeiders wéten dat ze uitgebuit worden, maar zijn bang om het weinige dat ze hebben te verliezen. Daarom moet er een onafhankelijk meldpunt bestaan, waar werknemers een klacht kunnen indienen zonder het risico te lopen om werkloos te worden.’

‘Heel de lokale gemeenschap werkt in deze industrie. Dat maakt dat werknemers generatie na generatie vast blijven zitten in deze stiel.’

Ook kinderarbeid blijft een probleem in de lederwarenindustrie. ‘Ze worden niet eens betaald’, aldus Syed. ‘Ze zijn zogezegd in opleiding. En thuis maken moeder met de allerjongsten, van soms nog maar 4 tot 5 jaar oud, de vingers voor handschoenen uit restjes leer. Mijn zoontje is 3 en kan nog niet eens een schaar deftig vasthouden.’

Drogredenen

Naast handschoenen gaat het onder meer ook om jassen, schoenen, tassen en riemen die in de lederwarenindustrie worden geproduceerd. De lijst van bedrijven die SOMO onderzocht bevat 44 luxemerken, 49 schoenmerken en 7 e-tailers.

Bij de luxemerken gaat het onder meer over Armani, Vercace, Louis Vuitton, Michael Kors, Coach en Gucci. ‘Mensen denken bij high-end mode dat de productie ervan meer ethisch verantwoord zou zijn’, zucht Overeem. ‘Maar er zijn al te veel wantoestanden aan het licht gekomen in de lederwarenindustrie. We kunnen ze het voordeel van de twijfel niet meer geven.’

‘Als een bedrijf in eer en geweten producten op de markt zou brengen, zie ik niet in waarom het informatie zou achterhouden.’

MO* trachtte enkele luxemerken te contacteren voor een reactie, zonder succes. Volgens Overeem gaat het om onwil. ‘Als een bedrijf in eer en geweten producten op de markt zou brengen, zie ik niet in waarom het informatie zou achterhouden.’

Modebedrijven gebruiken vaak het argument dat de keten heel complex is en dus moeilijk in kaart te brengen. Ook zou het openbaar maken van leverancierslijsten ervoor zorgen dat concurrentiegevoelige informatie naar buiten komt.

Drogredenen, noemt Overeem dat. ‘De keten is zeker complex, maar daarmee kun je je er niet van afmaken. Bovendien is de mythe dat het van commercieel belang is om niet transparant te zijn al lang doorprikt door grote spelers zoals Nike en H&M. Al jaren maken zijn hun leverancierslijsten bekend.’

Marcel Crozet / ILO / Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Pakistaanse arbeiders naaien leren voetballen.

Windowdressing

Binnen de mode-industrie bestaat steeds meer de druk om transparanter te werk te gaan. Modebedrijven nemen deel aan heel wat campagnes en initiatieven die daar rond werken. Maar toch is het beeld dat SOMO schetst somber.

‘Het probleem met die iniatieven is dat ze niet-bindend zijn. Vrijwilligheid leidt er niet toe dat bedrijven transparanter worden’, stelt Overeem. Om dat te illustreren geeft ze het voorbeeld van de Britse Modern Slavery Act uit 2015. ‘Het is één van de eerste gerichte wetgevende kaders, maar is relatief zwak omdat er alleen een rapportageverplichting is, zonder resultaatsverplichting.’

‘Als 80% van je productieketen in Pakistan ligt, begrijp ik niet waarom er geen vertegenwoordiger van dat bedrijf ter plaatse kan zijn.’

En daarmee is er vooral het risico dat bedrijven aan windowdressing gaan doen, stelt Overeem. Ze kleden de informatie over hun toeleveringsketen met veel mooie woorden in op hun website, maar zonder veel specifieke informatie. ‘SOMO vraagt geen mooie verhalen, maar exceldocumenten met data. Schrijven dat je “producten geproduceerd zijn in fabrieken in Europa, met een kleine productie in Azië”, is slechts gemompel waar niemand iets aan heeft. Dat moet specifieker en verifieerbaar zijn.’

Syed begrijpt niet waarom modebedrijven controles op werkplaatsen uit handen geven en zich enkel baseren op informatie die hen door locals wordt gegeven. ‘Veel grote modenamen hebben een winkel in Dubai, dat is maar twee uur vliegen van Pakistan. Als 80% van je productieketen in Pakistan ligt, begrijp ik niet waarom er geen vertegenwoordiger van dat bedrijf ter plaatse kan zijn.’ Daarom, vindt Syed, moeten modebedrijven werk maken van een beter uitgewerkte afdeling Research & Development, met aandacht voor die lokale controles.

Hoeveel is genoeg?

Het enige modebedrijf dat MO* wel te woord stond was het schoenmerk Puma. Het laat weten dat er een verifieerbare leverancierslijst gepubliceerd is waarin 304 productfabrikanten en 47 leveranciers van materialen en onderdelen staan opgegeven.

Puma laat weten dat de lijst van productfabrikanten voor 98% compleet is. De volgende schakel in de keten, die van de leveranciers van materialen en onderdelen, is dat voor 80%. Daardoor is het onduidelijk wie de overige 20% zijn. En al helemaal niet wie de leveranciers aan het begin van de keten zijn, zoals veeboederijen en slachthuizen.

SOMO waarschuwt om niet te snel tevreden te zijn met wat bedrijven publiceren. Ze kiezen dat nog steeds zelf, zo klinkt het. ‘Belangrijker is een shift te maken naar wetgeving die verantwoord ondernemen verplicht. Gelukkig zit daar al beweging in, ook op Europees niveau’, verwijst Overeem naar de Zorgplichtwet.

Hoe die wet eruit moet zien, is een andere vraag. Het begint bij het openbaar maken van de volledige productieketen, met naam, toenaam, adres, exacte locatie, type product, aantal werknemers en de lonen ervan. Maar daar mag het niet bij stoppen benadrukt Overeem.

‘Het is een zee om uit te drinken. We kunnen eindeloos veel informatie verzamelen. Daarom moet het een voortschrijdende discussie zijn. Er moet meer openheid zijn, maar het moet tegelijk ook werkbaar blijven. De manier waarop informatie gedeeld wordt is daarom van groot belang.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift