‘We gokken met de toekomst van ons land’

Olievondsten beloven Guyana nog geen rooskleurige toekomst

De taxichauffeur in Guyana droomt luidop van gratis onderwijs en goedkope gezondheidszorg. Een havenarbeider raakt niet uitgesproken over het recent geopende winkelcentrum, voorzien van ‘een cinema, automatische schuifdeuren én een roltrap’. De recente olievondsten voor de kust van Guyana, omschreven als één van de grootste ontdekking van het afgelopen decennia, doen haar inwoners dagdromen over een rooskleurige toekomst. De werkelijkheid ziet er grijs uit.

© Zoë Deceuninck

Vissers op een vissersboot (Meadow Bank)

Het is rustig op de aanlegsteiger van Guyana Fisheries Limited Wharf, gelegen in het hart van de hoofdstad Georgetown. De metersbrede steiger is gemaakt uit houten planken en hebben zichtbaar de tand des tijds doorstaan. Grote gaten en uit de kom getrokken vijzen schreeuwen om reparatie. Er liggen vier vissersboten aan wal, slechts op één boot is er leven te bespeuren.

We onderbreken het ontbijt van de kapitein om enkele vragen te stellen, maar krijgen het telefoonnummer van de booteigenaar toegespeeld. Bij het horen van onze aanwezigheid springt Sharrif Tula in zijn auto om ons hier te begroeten. ‘Het gebeurt niet vaak dat ik mijn verhaal kan vertellen’, verontschuldigt hij zijn enthousiasme.

Tula is eigenaar van zes diepzeevissersboten in Guyana. Sinds de Amerikaanse oliemaatschappij ExxonMobil* in 2015 gigantische olievoorraden ontdekte, vrezen zijn 30 werknemers voor hun toekomst. Op bevel van ExxonMobil worden vissers ‘uit veiligheidsoverwegingen’ uit bepaalde zeegebieden verwijderd. De oliemaatschappij beweert ‘een te verwaarlozen hoeveelheid’ van het territoriale water te bezetten, maar Tula is het daar niet mee eens.

© Zoë Deceuninck

Sharrif Tula voor één van zijn vissersboten

‘Overal waar we gaan worden we achterna gezeten door chase boats. Ze sturen ons weg wanneer ze willen, op steeds andere plekken’, zegt Tula, die aangeeft dat de vissen migreren naar andere gebieden door de olieboringen en onnatuurlijke materialen in zee. ‘We vangen de helft minder vis vergeleken met vijf jaar geleden’, besluit hij. Ook Rueben Charles, directeur van Trawler Association and Seafood Processors, spreekt van afname in visvangst. Vooral de garnalenvissers, die voor hun vangst diep in zee moeten, leiden sinds eind vorig jaar een voelbaar verlies. ‘Of dit met de olieboringen te maken heeft, kunnen we nog niet met zekerheid stellen. Daarvoor is een onderzoek gaande’, zegt Charles.

‘De roep om het geld’

The land of many waters, zoals Guyana ook genoemd wordt, telt nog geen 800.000 inwoners, maar is desondanks de grootste visproducent van Zuid-Amerika. Die verdienste staat nu in de schaduw van de olie-ontdekkingen. De waarde van de hoeveelheid winbare olie in Guyana wordt geschat op 200 miljard Amerikaanse dollar. Sinds 2015 zijn er al 13 oliebronnen gevonden, de eerste olievaten rollen volgend jaar van de band. Grote wegenwerken geven een voorproefje van de ontwikkeling die straks het land moet overspoelen. Dat de visserij, die meer dan 8000 werkkrachten voorziet, samen met het milieu het onderspit moet delven, zien veel Guyanezen als bijzaak.

‘In opdracht van de oliemaatschappijen is een milieustudie uitgevoerd die er vrij goed uitziet, maar we kunnen niet controleren of het waar is wat staat geschreven’

‘We weten niet wat ze daar in zee kapot maken, want het is een voor ons onbekend gebied’, zegt Mikhail Amsterdam van Guyana Marine Conservation Society. Hij is één van de weinige stemmen die zich bekommert om de milieuschade die de olie-industrie met zich meebrengt. ‘In opdracht van de oliemaatschappijen is een milieustudie uitgevoerd die er vrij goed uitziet, maar we kunnen niet controleren of het waar is wat staat geschreven. Vanuit de overheid krijgen we geen fondsen om ons eigen onderzoek te doen’, zegt Amsterdam.

Guyana heeft nochtans geen slecht resumé als het gaat om klimaatacties. Het land bestaat uit 85 procent bos en heeft een heel laag ontbossingscijfer. Maar in de bescherming van het zeeleven lijkt de Guyanese overheid minder geïnteresseerd. Dat ligt volgens Amsterdam aan de waarde van de olie-industrie. ‘De stem van milieuactivisten gaat verloren in de roep om het geld. Alles wordt gedaan om de oliemaatschappijen ervan te verzekeren dat ze kunnen boren’, zegt Amsterdam. Dat de overheid van Guyana toestemming gaf aan de oliemaatschappijen om zichzelf te verzekeren, is een doorn in het oog van milieudeskundigen.

‘Niemand in Guyana maakt aanspraak op eventueel verlies als er zich een accident of olielek zou voordoen. Noch milieuschade, noch verlies aan inkomsten zal vergoed worden’, zegt Christopher Ram, accountant en advocaat in Georgetown. Hij bestempelt de overeenkomst tussen de overheid en de oliemaatschappijen, gemaakt in 2016, wereldwijd als het slechtste aardoliecontract van de laatste 20 jaar. ‘We gokken met de toekomst van ons land’, zegt Ram.

© Zoë Deceuninck

Christoper Ram

Volgens hem zal Guyana volgend jaar maar 250 miljoen Amerikaanse dollar uit de olie-industrie op haar rekening kunnen schrijven, een gigantisch verschil vergeleken met de 6 miljard dollar die het volk wordt beloofd. ‘Mensen mispakken zich aan de toekomst, omdat de details worden achtergehouden. De inkomsten voor Guyana worden zwaar overdreven. De werkelijk is grijs, heel grijs’, waarschuwt Ram. Door het bindend contract dat de overheid met de oliemaatschappijen sloot, krijgt Guyana in de komende drie jaar slechts 14,25 procent van de totale omzet van de oliemaatschappijen, want ook de productiekosten moet Guyana eerst nog terugbetalen. ‘Guyana had geen ervaring in de olie-industrie en dus ook geen idee van de waarde waarover werd onderhandeld. ExxonMobil heeft hier gretig misbruik van gemaakt’, zegt Ram.

Oliebonanza

Na het succes in Guyana wordt er ook in buurland Suriname, net zoals in Jamaica, de Bahamas, Cuba, de Dominicaanse Republiek, Grenada en Argentinië ijverig naar olie gezocht. Met de snelheid waarmee aan olieboringen wordt gedaan (in Suriname alleen al staan er voor het komende anderhalf jaar 13 olieboringen op de planning) wordt de lijst van Latijns-Amerikaanse olielanden — met Venezuela, Colombia, Trinidad en nu ook Guyana — binnenkort mogelijk verder aangevuld.

Belize stelde een permanent verbod op olie-exploratie om haar koraalriffen, en daarbij komende toeristeninkomsten, van een toekomst te garanderen

Maar niet iedereen gaat mee in de oliebonanza die Latijns-Amerika lijkt te overschaduwen. Belize, een schiereiland in Midden-Amerika, stelde vorig jaar een permanent verbod op olie-exploratie om zo haar koraalriffen, en daarbij komende toeristeninkomsten, van een toekomst te garanderen. Indien er olie wordt gevonden op het eiland Barbados zal dat enkel voor export gebruikt worden. De opbrengst zal geïnvesteerd worden in het opwekken van hernieuwbare energie en het onderwijs.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Ook Guyana lijkt zich na het ondertekenen van de nadelige overeenkomst – en de vele kritiek die daarop volgde – enigszins te herpakken in het management van de nieuwe olie-industrie. Op de recent geïntroduceerde afdeling Energie, dat valt onder het Ministerie van de President, is gekozen voor de milieudeskundige Mark Bynoe als directeur. Energiedeskundige Vincent Adams werd aangesteld als het nieuwe hoofd van de nationale milieuorganisatie. Deze wissel van deskundigheid lijkt al meteen zijn vruchten af te werpen. Net nadat Adams was aangetreden werd een nieuwe overeenkomst met ExxonMobil tegengehouden. Adams stelde als voorwaarde dat de oliemaatschappij hun verzekering via een lokale persoon zal moeten afsluiten. ExxonMobil ging akkoord.

Wie zal opkomen voor de belangen van de vissers blijft een onbeantwoorde vraag. ExxonMobil heeft zelf interesse getoond om de aanlegsteiger van Guyana Fisheries Limited Wharf en de iets hogerop gelegen Meadow Bank, met een capaciteit van 190 vissersboten de grootste aanlegsteiger van Guyana, op te kopen en op te knappen.

Hoewel veel vissers enthousiast zijn over dit voorstel, zou Tula niet graag zien dat Guyana nog afhankelijker wordt van de oliemaatschappij. ‘Er zullen wel wegen worden gebouwd, maar het vuil op straat moet nog altijd opgehaald worden. Guyanezen zullen moeten blijven werken, als we niet willen eindigen zoals Venezuela of Trinidad’, zegt Tula. Zelf denkt hij eraan zijn vissersboten te verhuizen naar buurland Suriname. ‘Het ziet er niet naar uit dat de oliemaatschappijen hier snel zullen vertrekken’, zegt Tula, die alleen maar kan hopen dat de volgende olie-ontdekking niet in Suriname valt.

© Zoë Deceuninck

Guyana Fisheries Limited Wharf met links de boot van Sharrif Tula

*ExxonMobil werkt samen met Hess Guyana Exploration en CNNOOC Nexen Petroleum Guyana (een Chinese oliemaatschappij), maar Exxon heeft het grootste aandeel in de deal (45 procent).

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift