‘Je vader is in gevaar. Als niemand hem hier weghaalt, zal hij sterven’

Hoe één familie hun oude vader kon weghalen uit de hel van Izjoem

© Xander Stockmans

De familie Astafjev uit Charkiv en Izjoem, herenigd in de Roemeense stad Cluj-Napoca

Vorige week vond de Oekraïense politie 445 anonieme graven in de heroverde Oost-Oekraïense stad Izjoem. De familie Astafjev kon hun oude vader er in maart net op tijd weghalen. MO*journalist Pieter Stockmans volgde het wel en wee van de familie van de eerste Russische bommen tot een nieuw leven in Roemenië, dat tienduizenden vluchtelingen hulp biedt.

Het is 12 april 2022. Twee zussen stappen uit een Lada aan een verlaten treinspoor in Solotvyno, een dorpje in het westen van Oekraïne, aan de Roemeense grens. Ze wachten op hun vader Oleksi die hier, helemaal alleen, na een treinreis van 1300 kilometer moet aankomen.

Een maand eerder, in de ochtend van 8 maart, had een raket de keuken, woonkamer en slaapkamer van Oleksi weggeblazen. Zijn appartementsgebouw in Izjoem ligt naast een strategische brug over de rivier de Donets. Het Russische leger zou de stad op 1 april veroveren en bezetten.

Oleksi is een oude man, gerespecteerd gemeenteraadslid en schooldirecteur van de middelbare school. Bij het begin van de Russische invasie overleefde hij samen met tweehonderd anderen een maand in een schuilkelder. Een maand van koude, honger en ontbering, zonder gas en elektriciteit, zonder hygiëne, zonder communicatie. Boven de grond had de Russische aanval Izjoem herschapen tot een hedendaags Guernica.

Zijn twee dochters Victoria en Olena waren al gevlucht naar Roemenië, waar ze druk in de weer waren geweest om hun vader weg te krijgen uit Izjoem. Die onderneming werd een nachtmerrie.

© Xander Stockmans

De taxichauffeur bracht Olena en Victoria tot aan het spoor in het Oekraïense grensstadje Solotvyno, waar hun vader zou aankomen na een maand in de schuilkelder en 1300 kilometer met de trein.

Weg uit Oekraïne, maar waarnaartoe?

De nachtmerrie van de familie begon op 24 februari 2022, de dag dat Rusland Oekraïne binnenviel. Bij Oleksi’s ene dochter, Olena Astafiejeva, stonden de restjes verjaardagstaart en de schuimwijn nog op tafel toen ze bij het ochtendgloren wakker schoot door een doffe knal in de verte.

‘Wat is dat?’, vroeg ze aan haar man Artem. Hun kinderen, Albert (6), Oleksi (12) en de jarige Karolina (15), lagen nog te slapen. Karolina had voor haar verjaardag net nog een ambitieuze videoclip met haar rockband opgenomen.

‘Niks, waarschijnlijk gewoon vuurwerk. Ga maar weer slapen’, antwoordde Artem. Hij had er een drukke werkdag op zitten bij Beta Art, waar hij werkt als software-ingenieur.

Luttele momenten later ging Olena’s mobieltje over. Het was haar vriendin die in de noordelijke wijken van de stad woont, dicht bij de Russische grens. ‘Ze vallen aan! Ze schieten raketten!’, riep die in paniek. Het Russische leger was begonnen met de aanval op Charkiv, de tweede grootste stad van Oekraïne, op een half uur van de Russische grens.

Artem en Olena besloten diezelfde dag nog te vluchten. Ze belden naar hun ouders in het stadje Izjoem, waar ze opgroeiden voor ze jaren geleden naar Charkiv trokken om te studeren.

‘Kom nu mee met ons. In geen tijd zullen de Russen in Izjoem staan.’ Maar ze wilden van geen wijken weten.

‘Kom nu mee met ons. De Russen staan in geen tijd in Izjoem’, verzekerde Artem hun. De stad is strategisch gelegen: tussen Donetsk, dat al sinds 2014 onder Russische controle staat, en Charkiv, dat de Russen nu willen veroveren. Izjoem is de verbinding tussen beide. Het zou, zo bleek later, ‘het tweede Marioepol worden’, omdat Rusland ook deze stad bijna totaal vernielde. Maar de ouderen wilden van geen wijken weten.

In zeven haasten grepen Artem, Olena en de kinderen wat kleren bij elkaar. ‘We gaan via Lviv naar Polen, daar kan ik aan de slag in ons Poolse kantoor’, zei Artem. Zijn bedrijf heeft kantoren in alle grote steden van Oekraïne, maar ook in Polen, Duitsland en Slovakije.

In de auto bekroop Artem een akelig gevoel. Hij liet zijn hele leven achter. Zijn moeder, Olena’s vader, Karolina’s vrienden, haar rockband, gitaar en versterker. Alle leden van de rockband van zijn dochter zouden uiteindelijk vluchten.

‘We moeten terug’, onderbrak Artem de lange stilte. Ze waren al 300 kilometer gevorderd bij de brug over de grote rivier Dnjepr. ‘Mijn levenswerk is daar nog. Mijn laptop, mijn harddrives… Eenmaal we de rivier oversteken, zullen we in de nabije toekomst waarschijnlijk niet meer terugkeren.’

De rivier de Dnjepr is de symbolische grens tussen Oost-Oekraïne en de rest van het land. Het is de grens die de Russische tanks wellicht niet zouden oversteken.

‘Dan neem ik mijn elektrische gitaar en versterker ook mee!’, zei Karolina.

© Xander Stockmans

De 15-jarige Karolina Astafiejeva uit Charkiv speelt op haar elektrische gitaar op haar slaapkamer in de Roemeense stad Cluj-Napoca.

Onderweg kreeg Artem telefoon van een collega. Ga vooral niet naar Polen, klonk het. Waanzinnige files, lange grenscontroles, en al veel Oekraïense vluchtelingen. Cluj-Napoca in Roemenië zou een betere optie zijn: een mooie, rustige stad met een gastvrije bevolking en voorzieningen voor vluchtelingen.

Maar ook de weg naar Roemenië lag bezaaid met militaire controleposten. De soldaten koesterden argwaan tegen de versterker en de kabels. Ze dachten dat Karolina’s gitaarkoffer een machinegeweer bevatte. Die spanning veranderde gelukkig snel in opluchting en hilariteit.

Zussen herenigd

Ergens tussen de west-Oekraïense stad Vinnytsja en de Moldavische grens vroeg de kleinste van het gezin, de zesjarige Albert: ‘Wanneer gaan we naar huis?’

Ook Olena’s zus Victoria had zich deze vraag al gesteld, de dag voordien. Ze voelde de pijn van de afwezigheid van haar echtgenoot. Haar schoonbroer Artem mocht het land verlaten omdat hij drie kinderen heeft. Maar haar eigen echtgenoot, Igor, moest in Oekraïne blijven omdat hun gezin ‘slechts’ twee kinderen heeft.

De gevluchte zussen zagen elkaar terug in het opvanghuis van een lokale kerk in Darabani, een Roemeens grensstadje. Daar was Victoria naartoe gereisd op aanraden van vrijwilligers aan de Roemeens-Moldavische grens en had ze onderdak gekregen.

Soldaten dachten dat Karolina’s gitaarkoffer een machinegeweer bevatte.

Ook Artem en Olena zetten koers naar Darabani. Hun passage door Moldavië duurde slechts een half uurtje, van Rososhany naar Rădăuţi-Prut. ‘Gelukkig maar, want ook hier is er een Russische bezetting’, zei Artem. ‘Hopelijk zijn we snel in Roemenië. Dat land staat aan onze kant.’

Eenmaal herenigd bleven de zussen en hun families samen nog een nacht in Darabani, om aan te sterken voor de volgende dag. Die dag, 8 maart, verloren ze elk contact met hun vader in het belegerde Izjoem. Het laatste wat ze hadden gehoord, was dat hij schuilde in de kelder van zijn flatgebouw en dat de ingang daarvan was geblokkeerd door een ingestorte muur.

Olena keek tandenknarsend naar de beelden van bommen en raketten die flatgebouwen troffen. ‘Kijk, dit is de garage naast zijn appartement die op 5 maart in vlammen opging’, zei ze tegen Artem. ‘Raketten hebben alles verwoest.’

De stad van haar jeugd, de stad waar haar vader al die jaren schooldirecteur was geweest, was nu het strijdtoneel van bloederig en gruwelijk geweld. Dat zou een volle maand lang duren.

Welkom in Roemenië

10 maart, het zou een belangrijke dag worden, met de reis naar Cluj-Napoca, helemaal over de Karpaten. Na zeven uur en verschillende bergpassen kwamen ze aan in Cluj, waar ze een paar nachten in een hotel verbleven.

© Xander Stockmans

De familie Astafjev uit Charkiv reed 1300 kilometer met de auto van de Oost-Oekraïense stad Charkiv naar de Roemeense stad Cluj, over het Karpatengebergte.

Drie dagen later vond Artem een vrijwilliger bereid om zijn schoonvader te gaan zoeken in Izjoem, maar hij kreeg het nieuws dat de auto van de vrijwlliger beschoten werd. De operatie was mislukt.

Ondertussen zocht Artem duurzame huisvesting voor zijn gezin. Hij vond een klein appartementje. Niet te vergelijken met hun huis in Charkiv, maar het was tijdelijk. Ze zouden snel terugkeren, dacht Artem.

‘Als jullie dit formulier invullen, kan ik jullie gratis laten huren’, zei de verhuurder. De lokale overheid van de stad Cluj had beslist dat verhuurders of andere huiseigenaars een compensatie krijgen als ze Oekraïense vluchtelingen gratis onderdak bieden. De vluchtelingen moeten wel eerst een tijdelijk beschermingsstatuut aanvragen.

De stad Cluj besliste dat verhuurders een compensatie ontvangen als ze Oekraïense vluchtelingen gratis onderdak bieden.

Oekraïense vluchtelingen kunnen met hun internationale paspoort en zelfs met hun nationale identiteitskaart vrij de Europese Unie binnenkomen. Oekraïne heeft een aantal jaar geleden immers een visumvrijstelling van de EU gekregen. Als Oekraïners na de termijn van drie maanden willen blijven, moeten ze een tijdelijk beschermingsstatuut aanvragen. Het gezin Astafjev had pas op 19 mei een afspraak bij de gemeente. Nog een maand. De wachtlijsten waren lang.

Victoria op haar beurt zocht samen met haar zoon een andere verblijfplaats in Cluj. ‘We kunnen je een gratis hotelkamer aanbieden voor onbepaalde tijd’, zei een vrijwilliger van een callcenter van de gemeente. Oekraïense vluchtelingen kunnen er via een centraal telefoonnummer terecht met al hun hulpvragen, in hun eigen taal.

In het hotel, dat klaargemaakt was om zeventig vrouwen met kinderen op te vangen, ontmoette Victoria Anna Bolik, de Duits-Nederlands-Poolse coördinatrice van de International Women’s Club.

© Xander Stockmans

Anna Bolik, coördinatrice van de Cluj International Women’s Club

‘Wij maken buitenlanders al jarenlang wegwijs in deze stad’, duidt Bolik. ‘We richten ons vooral op vrouwen, bijvoorbeeld vrouwen van expats. Sinds de oorlog in Oekraïne helpen we ook Oekraïense vrouwen in Cluj met hun zoektocht naar huisvesting, scholen voor de kinderen, sociale activiteiten, werk, noem maar op. Hier kan je je veilig voelen. De politie zorgt voor bescherming aan de ingang, de klok rond.’

In een Telegramchat die Anna maakte voor alle vrouwen die lid zijn, kunnen ze ook vragen stellen, elkaar tips geven en informatie uitwisselen. De gastvrije ontvangst stelde Victoria op haar gemak.

Opnieuw beginnen in Cluj

Sindsdien legde Victoria één keer per maand de vijfhonderd kilometer lange treinreis naar Lviv in West-Oekraïne af om haar man te zien. Ze twijfelde of ze niet gewoon bij haar man zou gaan wonen. Hij woonde en werkte in de militaire fabriek van Lviv. Zelf was Victoria in Charkiv makelaar, en sinds de oorlog begonnen was, had ze geen inkomen meer.

Maar voorlopig had ze alles wat ze nodig had in Cluj, zelfs financiële steun. De Open Fields Foundation, de Roemeense afdeling van de private Amerikaanse stichting Heifer International, geeft 100 euro per vrouw met één of twee kinderen in de noordelijke grensregio van Roemenië. Vanaf drie kinderen kunnen vrouwen 200 euro krijgen.

Bij de International Women’s Club moesten de twee gezinnen hun identiteitsdocumenten voorleggen. In ruil daarvoor ontvingen ze het startkapitaal, dat ze na één maand een tweede keer konden ontvangen.

Gevluchte leerkrachten geven volgens het Oekraïense curriculum les aan gevluchte Oekraïense kinderen in de Roemeense school.

Op een ochtend kreeg Artem een bevrijdend telefoontje van zijn baas: ‘Artem, zou jij een nieuwe afdeling van ons bedrijf willen openen in Cluj? We zijn al langer van plan om een kantoor te openen in Roemenië, en Cluj is een hub voor IT-bedrijven. De stad wordt het Silicon Valley van Roemenië genoemd.’

De vraag stelde Artem in staat om zijn baan te blijven uitoefenen en zijn inkomen te blijven ontvangen. Hij kreeg zelfs personeel voor zijn nieuwe opdracht: de werknemers van het kantoor in het Russische Sint-Petersburg zouden naar Cluj komen, want dat kantoor was bij het begin van de oorlog gesloten. In Roemenië zouden Oekraïners en Russen samenwerken.

Het goede nieuws werd afgewisseld met een schok: in WhatsApp ontving Artem een video van een Oekraïense blogger. Het appartement van Oleksi in Izjoem was compleet verwoest.

Ook de zoektocht naar een school voor de kinderen verliep minder vlot. ‘Ik vind het zo erg, maar we hebben ons maximum bereikt’, had directrice Roxandra Mercea van het Transylvania College gezegd. Deze school opende de gewone klassen voor Oekraïense kinderen. En ze richtte daarbovenop ook klassen in de eetzalen in, waar gevluchte Oekraïense leerkrachten volgens het Oekraïense curriculum lesgeven aan gevluchte Oekraïense kinderen.

Maar alles zat vol.

© Xander Stockmans

Roxandra Mercea, directrice van het Transylvanian College, moest het gezin Astafjev teleurstellen. Haar school opende de deuren voor Oekraïense kinderen, maar had de maximumcapaciteit bereikt.

‘Dat is niet erg’, zei Artem bij het avondeten. ‘Het heeft toch geen zin om hier een leven op te bouwen en onze kinderen hier naar school te sturen als we binnen een paar maanden naar Charkiv terugkeren. Intussen kunnen de kinderen het online afstandsonderwijs van hun school in Charkiv blijven volgen.’

‘Goed’, zei Olena. ‘Maar we sturen Albert wel naar de crèche. Hij moet toch wat sociaal contact hebben.’ Zelf begonnen Artem en Olena de Engelse lessen van de Women’s Club bij te wonen, in de kerk.

Opnieuw samen

De ochtend van 26 maart ging Victoria’s mobieltje over. Een onbekend nummer. ‘Je vader leeft nog. Hij zit in een schuilkelder, maar hij is in gevaar! Als niemand hem daar weghaalt, zal hij sterven’, huilde een stem in paniek.

Artem vond geen vrijwilliger bereid om zijn schoonvader uit de schuilkelder in Izjoem te halen, ook al zijn overal in Oekraïne duizenden vrijwilligers actief in de hulpverlening aan getroffen landgenoten. Pas dagen later vond hij een man die, tegen betaling, het risico wilde nemen en Oleksi naar andere kant van de rivier wilde brengen. Alle bruggen waren vernield, maar één voetgangersbrug kon je nog over.

Overal in Oekraïne zijn vrijwilligers actief, maar Artem vond niemand bereid om zijn schoonvader uit de schuilkelder te redden.

Artem vroeg de man ook om zijn zeventigjarige moeder te halen, maar zij bleef weigeren om Izjoem te verlaten.

Op 12 april 2022 om zes uur ’s ochtends vertrokken Artem, Olena en Victoria vanuit Cluj naar het grensstadje Sighetu Marmației, om Oleksi op te halen. Een autorit van drie uur over nog eens een andere bergketen van de Karpaten. De weg slingerde zich in een eindeloze reeks haarspeldbochten naar boven. Hoger, en hoger.

Aan de grenspost in Sighetu Marmației stonden witte tenten met hulpverleners. Olena en Victoria staken de grens over en belden een taxi aan de Oekraïense kant in Solotvyno. De chauffeur bracht hen in zijn aftandse Lada tot bij de treinsporen.

Daar wachtten ze een uur, tot het moment van hun hereniging eindelijk aanbrak.

© Xander Stockmans

Olena en Victoria met hun vader aan het spoor in het Oekraïense grensstadje Solotvyno, waar de oude man aankwam na een maand in de schuilkelder en 1300 kilometer met de trein.

‘Daar komt de trein!’, zegt Victoria. Als allerlaatste pasagier klimt Oleksi eruit. Onder zijn dikke winterjas draagt hij nog vier lagen kleren. Hij draagt twee tassen, de laatste bezittingen die overblijven van zijn lange leven in Izjoem.

Arm in arm stappen ze over de Brug van de Vriendschap, de brug over de Tisza, een zijrivier van de Donau die de grens vormt tussen Oekraïne en Roemenië. Roemenen hebben de brug getooid met speelgoed en knuffels, een welkomstgeschenk om Oekraïense kinderen een veilig gevoel te bieden.

Ook voor Oleksi is het de brug van verschrikking naar rust. Beelden van drie weken geleden, van zijn ontsnapping over de brug in Izjoem, flitsen door zijn hoofd.

In de witte tenten van de Roemeense hulporganisaties zet de lokale orthodoxe priester Oleksi een kop dampende soep voor. De organisatie aan de grens in Sighetu Marmației, die Blue Dot werd gedoopt, is een voorbeeld van coördinatie tussen nationale ngo’s en internationale hulporganisaties als Unicef.

Ze zetten een gestroomlijnd systeem op dat werkt als een lopende band. Per tafel en tent is er een lokale administratie of ngo volgens eigen specialiteit: registratie, transport, huisvesting, juridische bijstand, eten en kleren. Het zijn nog altijd donaties van de solidariteitsgolf van gewone Roemenen van over het hele land.

© Xander Stockmans

De lokale priester biedt Oleksi Astafjev een bord warme soep aan in de tenten van Blue Dot, het gestroomlijnde systeem van hulpverlening dat nationale ngo’s en internationale hulporganisaties opzetten aan de grens in Sighetu Marmatiei.

In de auto naar Cluj, aangesterkt en op adem gekomen, begint Oleksi te vertellen: ‘Ik kon niet slapen van de kou in die koelkast van een kelder. Elke nacht lag ik tot de vroege uurtjes te piekeren over wat ik moest doen. Er was geen elektriciteit of mobiele communicatie. Daarom konden jullie me niet bereiken. Het suizende geluid van raketten, iets dat vliegt van de ene kant naar de andere, het was een nachtmerrie. Elke keer beefde het huis op zijn grondvesten.’

‘Er zaten ook pro-Russische mensen in de schuilkelder. Maar na een paar dagen hadden ze het ware gezicht van Rusland gezien.’

Dwepen met Poetin

‘Is het niet belachelijk dat Rusland Russischsprekende gebieden bombardeert?’, becommentarieert Artem. ‘Poetin zegt dat hij de Russische taal beschermt, maar het resultaat is omgekeerd. Sinds de oorlog zijn al mijn vrienden, collega’s en familieleden Oekraïens beginnen spreken en schrijven in chats. Daarvoor spraken ze gewoon Russisch.’

‘Ik wil zelf geen Russisch meer spreken’, vervolgt hij. ‘Onze moedertaal is de taal van het fascisme geworden. Weet je wat? Een oude schoolvriend van me uit Izjoem is nu de adjunct-burgemeester geworden. De collaborateur-burgemeester. Hij dweepte op school al met Poetin en zong elke ochtend het Russische volkslied.’

‘Een paar keer hebben we geprobeerd om de kelder uit te gaan,’ vertelt Oleksi verder, ‘maar die fascisten dwongen ons terug. En dan werd een corridor aangekondigd. Een moedige vrouw in de kelder, een van mijn oud-studenten, kon naar buiten gaan en ontsnappen.’

De Russische soldaat zei dat ze enkel geëvacueerd konden worden naar Russisch grondgebied.

De jonge vrouw was met haar kind huilend de straat opgelopen en had een soldaat gezien. Een Rus. De soldaat zei dat ze enkel geëvacueerd kon worden naar Russisch grondgebied. Ze brachten haar naar Belgorod, de eerste Russische stad na Charkiv.

Zij was het die Olena had gebeld, vanuit Belgorod, en haar had gewaarschuwd dat Oleksi uitgehongerd en sterk verzwakt was.

‘We werden toen heen en weer geslingerd tussen opluchting en paniek’, vertelt Olena haar vader. ‘We zijn meteen in actie geschoten. Na lang rondbellen vonden we die man die bereid was om je te gaan zoeken en te helpen ontsnappen.’

‘Er is nooit een man gekomen’, zegt Oleksi.

‘Wat? We hebben hem betaald! Hoe ben je dan ontsnapt?’, vraagt Olena vol verbazing. ‘Ik heb de weg alleen afgelegd, over de brug, met zware zakken. Ik kon de brug bereiken, maar verder raakte ik niet. Ik ben op de grond gaan zitten. Rondom mij zag ik alleen maar vernieling. Ik hoopte dat iemand me zou helpen. Een man met een fiets hielp me met mijn zakken en zo geraakte ik bij de schuilkelder aan de overkant.’

‘De reis naar Charkiv duurde veertien in plaats van anderhalf uur. We moesten voorbij dertien Russische controleposten. De vrijwilligers moesten de Russische soldaten omkopen met geld en sigaretten.’

© Xander Stockmans

De familie Astafjev uit Charkiv in hun appartement in de Roemeense stad Cluj. Ze bekijken een foto van het gebombardeerde flatgebouw van Olena’s vader Oleksi.

Massagraven in Izjoem

Maanden zijn voorbijgegaan. De verhoopte snelle terugkeer naar Charkiv en Izjoem komt er niet. En vandaag wordt duidelijk waarom ze er goed aan gedaan hebben om een half jaar geleden hun vader weg te halen uit Izjoem. Op 1 april zou het te laat geweest zijn: de stad werd die dag veroverd door de Russische troepen.

Tijdens de bezetting van Izjoem werden achtergebleven burgers het slachtoffer van brutaal geweld. Half september, nadat het Oekraïense leger delen van de provincie Charkiv had heroverd en de laatste Russische soldaat was gevlucht uit Izjoem, vond de politie er 445 naamloze lijken in graven.

Minstens honderd doden vielen tijdens de Russische aanval op Izjoem in de lente, maar de meerderheid werd nadien gedood, tijdens de bezetting van de stad.

Journalisten van de Britse krant The Guardian waren ter plaatse toen de graven opengelegd werden. Ze zagen minstens één lichaam met een touw rond de nek. De politie vertelde hen dat er tekenen van foltering en standrechtelijke executies waren.

‘Het appartement van mijn moeder heeft geen dak, geen ramen, geen elektriciteit. De winter komt eraan, maar ze weigert te vertrekken.’

Artems moeder is al die tijd in Izjoem gebleven. Ze heeft de hele periode van de Russische bezetting doorstaan, maar Artem kon haar nog niet vragen wat ze meegemaakt heeft.

Artem maakt zich zorgen. ‘Haar appartement heeft zoveel schade dat de reparatie meer kost dan het appartement zelf’, laat hij aan MO* weten. ‘Het heeft geen dak, geen ramen, geen ingang, geen gas, geen elektriciteit. Regen en kou komen binnen. Ze heeft geen kans om er te overleven in de winter, maar ze weigert te vluchten. Zelfs nu dat makkelijk kan, nu Izjoem weer bevrijd is.’

En nu?

Van de vroeger 45.000 inwoners van Izjoem zijn er intussen 35.000 gevlucht. ‘We krijgen steeds meer filmpjes binnen van de totale verwoesting van onze stad. Alle plaatsen uit onze jeugd zijn verdwenen’, vertelt Artem. ‘Maar we stellen het goed in Roemenië. Mijn schoonvader (Oleksi, red.) heeft een eigen appartement gevonden, met de hulp van Roemeense vrijwilligers.’

De kinderen volgen nog altijd online afstandsonderwijs van hun Oekraïense school. De 15-jarige Karolina mist haar vrienden. Artem heeft haar een keer naar de grens gebracht, zodat ze zelfstandig haar vrienden in Lviv kon bezoeken. Ze vloog ook naar Tsjechië om daar gevluchte vrienden op te zoeken. En binnen een paar weken vliegt ze naar Oostenrijk voor een concert van haar favoriete artiest.

‘Een Roemeense vrijwilliger kon voor haar een akoestisch drumstel op de kop tikken, waarmee ze ons appartementsgebouw nu onveilig maakt. De lokale radio heeft haar geïnterviewd, en ze gaf al een concert op het stadsplein van Cluj.’

‘We zijn blij dat de ergste nachtmerrie voorbij is’, vertelt Artem. ‘Maar we blijven hopen dat we tegen het eind van dit jaar kunnen terugkeren. We missen ons land.’

© Xander Stockmans

Olena met haar vader aan de grenspost in het Roemeense grensstadje Sighetu Marmatiei. Achter hen ligt de Brug van de Vriendschap over de rivier de Tisza, de grens tussen Roemenië en Oekraïne.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3253   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur