Ook bij “verantwoord” reizen zijn er vraagtekens te plaatsen

Van oudere mensen, en toeristen die voorbijgaan

Stefaan Anrys stelt een aantal vragen bij reizen, toerisme en het verlangen naar de authentieke andere. ‘Als de Mursi in Ethiopië zich speciaal voor toeristen opdirken, maar daarna hun lipschijven uithalen om verder te gaan met hun dagelijkse besognes, is zo’n bezoek dan nog “authentiek” genoeg? Of leert hun slimmigheid ons net meer over de globale (reis)economie, over ons verwachtingspatroon, en over hoe mensen in het Zuiden hun kansen grijpen?’

  • © Fatinha Ramos © Fatinha Ramos
  • © Fatinha Ramos © Fatinha Ramos
  • © Fatinha Ramos © Fatinha Ramos
  • © Fatinha Ramos © Fatinha Ramos

Het heeft mij twintig jaar gekost om in te zien dat Nelson Mandela geen held was, maar een man van vlees en bloed. Amper elf was ik, toen hij mijn Che Guevara werd en ik mijn gebalde vuist in de lucht gooide en “Free Nelson Mandela!” riep.
De ANC-bonzen hadden bij zijn zestigste verjaardag besloten, wellicht zonder zijn medeweten, dat hij voortaan het gezicht van de Struggle zou worden. En het werkte. Ook ik viel als een blok voor de Madiba Magic. Tata werd een icoon. Een wit doek waarop iedereen zijn dromen, angsten en aspiraties kon projecteren.

Later ging het vernis langzaam barsten en leerde ik als Afrika-journalist de vuile achterkamers, het gekonkel en de berekening kennen van de Zuid-Afrikaanse politiek. En zag in hoeveel kwaad de Mandelamania wel deed. Als één man eerst de anti-apartheidsstrijd en later de hele Regenboognatie moet vertegenwoordiger, dan dreigen zovele anderen en hun strijd in de vergetelheid te raken. Een natie bouwen rust op die vergetelheid. Zodra een vlag, een monument, een mens de verschillen moet verenigen onder één noemer zullen er altijd verliezers zijn.

Om die tocht van idolatrie naar ontnuchtering met anderen te delen, ondernam ik herfst vorig jaar een reis. Zou ik in drie weken, met mensen die Mandela even nauw gevolgd hadden of nog intenser, een verlichte pelgrimstocht kunnen maken? Waarbij we ons niet alleen zouden warmen aan de relikwieën van zijn leven, maar ook het Zuid-Afrika van vandaag bezoeken?

Het idee van zo’n reis had ik bij wijze van grap nog voor zijn dood opgeschreven in een artikel en tot mijn verrassing – of ook niet – wemelde het een jaar later op internet van themareizen “in het spoor van Mandela”. Dat kon ik beter, dacht ik zonder zweem van bescheidenheid en toetste mijn idee af met de Zuid-Afrikaanse ambassade in Brussel.

‘Mandela is onze grootste troef om toeristen te trekken,’ zei ze, ‘dus zeker doen!’ De toeristificering van het politieke boegbeeld, een jaar eerder aangekondigd met een moddergevecht om de plaats waar hij begraven zou worden en dus naar alle waarschijnlijkheid meer toeristen zouden komen, was een feit. Meer dan ooit was Madiba een merk geworden.

© Fatinha Ramos

Halfnaakte Masai

Toch was ik verrast dat het merendeel van mijn vrienden in Zuid-Afrika niet negatief tegenover de reis stond. Sommigen hadden bedenkingen, vooral over het risico dat hun land nog meer vereenzelvigd zou worden met één goedheilig man, maar niettemin grepen zij de kans aan om de reisplannen in een bepaalde richting te sturen.

Al te vaak wordt toerisme in “het Zuiden” afgeschreven als een aanval van buitenlands kapitaal en referentiekaders op een weerloze bevolking, als waren die autochtonen louter handpoppen voor westerse touroperators. Denk aan de vermaledijde township tours, waar rijke westerlingen aapjes kijken in de arme sloppen van Zuid-Afrika, of aan de halfnaakte Masai die nog altijd reisbrochures sieren, steevast met speer en lendendoek. Afrikanen zitten gevangen in onze toeristenblik, heet het dan.

Toerisme zou je ook kunnen zien als een theaterstuk waarbij zowel acteurs als zaal en tal van andere spelers meeschrijven aan het stuk

Dat beeld klopt niet (altijd). Toerisme zou je ook kunnen zien als een theaterstuk waarbij zowel acteurs als zaal en tal van andere spelers meeschrijven aan het stuk. Een schouwspel waar iedereen zichzelf wel eens in scène zet en op zijn beurt toeschouwer is. Voor deze Mandela-reis zou ik proberen het machtsevenwicht naar “ginder” te verschuiven, door Zuid-Afrikaanse vrienden en kennissen te laten meeschrijven aan het programma en ons zelfs op sleeptouw te laten nemen, zoals tegenwoordig wel vaker gebeurt bij georganiseerde groepsreizen à la Davidsfonds.

Mijn “plaatselijken” grepen het idee gretig aan, ook met de bedoeling de buitenwereld die aspecten van de nationale identiteit te laten zien die zij belangrijk achtten. Een interessant getouwtrek ontstond over identiteit en zelfrepresentatie. Zo wilde een tentoonstellingscurator mij absoluut opzadelen met twee jonge Afrikaners die heel bewust in de benedenstad van Pretoria waren gaan wonen, ook al gaat die buurt nu door voor een no-gozone wegens haar veelkleurige bevolking. Een middag in hun zog zou het beeld bijstellen als waren Afrikaners rabiate racisten en bang van alles wat swart was.

Op pelgrimstocht

Omdat ik ondanks mijn vele contacten ter plaatse geen reisleider ben, klopte ik aan bij naar Joker, een duurzame touroperator.

Heel wat nieuwe vormen van “ethisch” of “verantwoord” reizen zijn een welkom antwoord op de vernietigende impact van het massatoerisme.

Vooraf wil ik toch even dit kwijt over duurzaam reizen. Heel wat nieuwe vormen van “ethisch” of “verantwoord” reizen zijn een welkom antwoord op de vernietigende impact van het massatoerisme. De beloften zijn eervol – meer respect voor de natuur en de gastcultuur, de voetafdruk van de reiziger zo klein mogelijk houden, een eerlijk contact met de plaatselijke bevolking nastreven –, maar de werkelijkheid is genuanceerd. Ook dat zou ik algauw merken toen ik mijn wilde idee samen met Joker probeerde uit te werken.

Amper was ik gaan zitten in het hoofdkantoor in Mechelen, of de logica van de reismarkt ging al met mijn geesteskindje aan de haal. Annick Holvoet, Product Manager & Team Leader, was enthousiast over mijn reisplannen en gaf ze een plaatsje binnen Kaap 46. In hun brochure las ik over mijn potentiële doelgroep: ‘Kaap 46 zijn wereldwijde groepsreizen van Joker voor actieve 46-plussers. Met Joker Kaap 46 kies je voor groepsreizen waarbij gelijkgestemde reizigers van minimum 46 jaar met elkaar optrekken. Je reist in een kleine groep van maximum 11 personen langs minder platgetreden paden en met des te meer beleving en contact met de lokale bevolking.’ Ik zou dus met rijpere – vooral vrouwelijke – reisgenoten optrekken en moest ervoor zorgen dat er een toilet op de kamer was en mogelijkheid tot een eenpersoonskamer.

Wanneer ze mij voor de verdere uitwerking doorverwijst naar haar collega en Product Manager Africa, overigens een even sympathieke dame als zijzelf, voelt het toch ergens of mijn baby wordt geaborteerd. Mijn pelgrimstocht een product?!

Wanneer landen “bestemmingen” worden

Als journalist reis ik graag op de bonnefooi. Onverwachte wendingen en ontmoetingen zijn soms interessanter dan de geplande route. Een georganiseerde reis beantwoordt echter aan heel andere criteria en er moeten natuurlijk klanten opdagen. Om die aan te trekken, moest ik zo snel mogelijk een gedetailleerde reisplanning maken en een schatting opgeven van het aantal dagelijks te rijden kilometers, ook om oudere klanten met rugproblemen gerust te stellen.

© Fatinha Ramos

‘Klanten zijn steeds kieskeuriger’, weet Carla Borgmans mij te vertellen. Zij leidt de vzw Karavaan, die Jokers reisbegeleiders opleidt en mij bij wijze van uitzondering een eendaagse snelcursus gaf. ‘Hoewel wij vooral klanten aantrekken door ons jonge imago en het belang dat wij hechten aan groepsvorming, blijven klanten toch heel prijsbewust shoppen. Vinden ze een berg of een bezienswaardigheid meer bij een van onze concurrenten, dan zullen ze soms niet aarzelen.’

De seizoensbrochures voor Kaap 46 zijn dan wel al gedrukt, ik moet zo snel mogelijk een promotionele aankondiging schrijven, voor de nieuwsbrief. ‘En daarin zeker enkele highlights vermelden, zoals de Drakensbergen, Lesotho of wat steden op de Tuinroute’, aldus Aline, de productmanager en voortaan mijn sparringpartner.

Voor de verdere planning kan ik terugvallen op de expertise van vzw Karavaan. Alle reisbegeleiders die ooit door Joker zijn uitgestuurd, hebben op Gloria –zo heet het intranet van Karavaan – hun wedervaren vastgelegd in gedetailleerde verslagen, die op hun beurt door BV’s of BestemmingsVerantwoordelijken verwerkt worden in “vademecums”. Daarin lees ik bijvoorbeeld waar in welk boerengat ik de beste pizza margherita kan eten. Een vrijwilliger die nog nooit één voet in de Kaap heeft gezet, kan dus moeiteloos een hele groep begeleiden!

Ik sta paf van het professionalisme dat ik zie, maar ervaar ook een zeker onbehagen bij zoveel controle. Het machtsevenwicht in het schouwspel dat toerisme is, lijkt duidelijk over te hellen naar “hier”. Dus mijn devies indachtig, bel, skype, mail en whatsapp ik met mijn vrienden “ginds” om de reeds aangekondigde route verder uit te werken. Ik ben echter al contractueel gebonden aan de promotionele aankondiging en de bezienswaardigheden die ik daarin heb opgesomd.

Bovendien moet ik zo snel mogelijk hotels en logies boeken, want de reismarkt is dermate geëvolueerd dat grote groepen niet meer ter plekke kunnen boeken. ‘Vroeger legden wij ons eerste hotelletje vast na aankomst’, zegt Helga, een reisbegeleidster met twintig jaar ervaring. ‘Dat gaat al lang niet meer. Nu willen hotels zeker zijn van hun inkomsten. We worden in een keurslijf gedwongen. Willen of niet.’

Denken doe je met je voeten

Mijn route ziet er al snel uit als een hoop vlaggetjes op Google Maps, in plaats van een rivier met onvoorspelbare meanders. Het kenschetst de manier waarop veel toeristen vandaag reizen: al hoppend van A naar B, alsof ze een boodschappenlijstje afvinken en een onverholen afkeer hebben van vertragingen en ongemakken onderweg. Eén reisgenoot zou zelfs de reisplanning die ik tijdens de “kennismakingsvergadering” uitdeel achteraf aanvullen met gps-coördinaten én telefoonnumers van alle hotels. Zo kunnen we niet verdwalen!

Onze trip mag bijvoorbeeld “In Mandela se voetspore” heten, we hebben niet zo gek veel gewandeld.

Zei Ernest Hemingway niet ooit over reizen: ‘Het is goed een doel te hebben om op af te koersen bij een reis; maar het is tenslotte toch de reis zelf waar het om gaat’? Reizen is almaar meer een lijfloos, haast virtueel gebeuren geworden. Met gps en smartphone kun je elke hoek en bocht op voorhand scannen en inplannen en behalve om te eten, de liefde te bedrijven of tijdens welomschreven “activiteiten” – een “trektocht”, MTB-tour of stunt- en vliegwerk – gebruiken toeristen hun lichaam nog nauwelijks of niet.

Onze trip mag bijvoorbeeld “In Mandela se voetspore” heten, we hebben niet zo gek veel gewandeld. Door het grote aantal hoogtepunten en de kilometers die we vreten, zitten we meer in de auto dan wat anders. En iedereen weet dat een auto niet de vriendelijkste manier is om contact te maken met “de lokale bevolking”. Het is een privéruimte die van heinde en ver schreeuwt: afblijven! Het is een woonkamer op wielen.

Zo we al wandelen, is dat zoals blanke rijke Zuid-Afrikanen dat doen: op “veilige wegen”, in een park, een met hek en bewaker omheind wijndomein, een safarikamp, een betere buurt in het verder verloederde stadscentrum van Johannesburg. Gaan we naar de informele markten van Durban – de subversiefste trip tijdens de hele rit, want het stadsbestuur wil liever af van die markten –, dan nog onder begeleiding van stewards. Geeft dat? Eigenlijk wel. Wie reizen als “leren” beschouwt, doet er goed aan zijn voeten te gebruiken.

Rebecca Solnit schrijft in haar boek Wanderlust. A History of Walking dat “onze geest werkt aan vijf kilometer per uur”. De mens heeft volgens haar nood aan traag rondwandelen, om ook geestelijk een transformatieproces door te maken. Kennis is immers meer dan data vergaren. Het is de wereld aan den lijve ondervinden, door letterlijk op weg te gaan.‘Dit soort wanderlust kan enkel gestild worden wanneer het lichaam zelf in beweging is; niet door de beweging van een auto, boot of vliegtuig.’

Politiek toerisme

Anderzijds biedt een groepsreis met de auto ook veel kansen. Behalve veiligheid en sociale contacten tussen reisgenoten onderling, creëert een road trip een gevoel van hechting en onthechting. De groep wordt hechter door de gedeelde intimiteit in en om de auto en door kilometers te vreten verwerf je een vogelperspectief. Je onderkent patronen.

De sequentie van indrukken en vooral de scheiding tussen de drie leefwerelden heeft –tot op vandaag! - diepe indruk gemaakt.

Een van de thema’s was immers het Zuid-Afrika van na de apartheid, en dan is inzicht krijgen in ruimte en vooral ruimtelijke segregatie uiterst belangrijk. Een auto biedt de mogelijkheid om zich een verhaallijn te laten ontspinnen op een manier die anders onmogelijk is. Zoals een van de lokale contacten heeft geprobeerd – met succes –, door onze twee minibusjes langzaam door drie wijken te gidsen: eerst die van gekleurde Zuid-Afrikanen in Plettenberg, daarna de zwarte townships en uiteindelijk de villawijken van de blanken. Het lijkt een onschuldige rit, maar de sequentie van indrukken en vooral de scheiding tussen de drie leefwerelden heeft –tot op vandaag! - diepe indruk gemaakt. Alsof we voor één keer aapjes gingen kijken in de blanke townships.

Reizen is op velerlei manieren politiek bedrijven. Het is te vergelijken met cartografie. Tijdens de conferentie van Berlijn werd Afrika opgedeeld door westerse mogendheden, een hoogst gewelddadige daad met gevolgen tot op vandaag. Een reisroute uitstippelen is eigenlijk ook een vorm van geweld. Symbolisch in mijn geval, aangezien ik uiteindelijk bepaal wie en wat er in mijn Mandela-reis toe doet, en wie of wat niet.

Vaak wordt die impact echter heel reëel. In het bovenstaande voorbeeld lopen we in de pas van de segregatie die nog altijd heerst in het beheer en gebruik van Zuid-Afrika’s publieke ruimte. Door ons ruimtegebruik – waarop de overheid inspeelt door wegen- en hotelinfrastructuur te verbeteren – bestendigen we bepaalde breuklijnen in de maatschappij.

Stopover in Dubai

Duurzaam toerisme belooft zoveel mogelijk geld van de klanten door te sluizen naar “de lokale bevolking” en tevens respect op te brengen voor de natuur. People, planet, profit, remember? Dat lukt zonder enige twijfel beter dan met all-in packages in een of ander zonnig resort. Maar in ons geval maken de huurwagens en de vliegtuigtickets, toch het leeuwendeel uit van wat toeristen uitgeven. En dat gaat naar multinationals en belastingen.

We vreten meer dan ooit air miles

Zelfs het zo geroemde eco-toerisme drijft mensen naar “ongerepte” plaatsen, die daardoor vervuild geraken of, als ze toch door de toerisme-sector beschermd worden, niet zelden omwonenden en lokale gebruikers verdringen. Bovendien vreten we meer dan ooit air miles. Door de prijzenpolitiek van vliegmaatschappijen als Emirates of Turkish Airlines, die heel flexibel omspringen met groepsboekingen, blijkt het voor onze reis handiger én goedkoper om via Istanboel of Dubai naar Zuid-Afrika te vliegen dan rechtstreeks. Hoe ecologisch is dat?

Joker mag me tenslotte aanporren om mijn groep van elf sympathieke 46-plussers bij “lokale eigenaars” onder te brengen, en vooral niet bij grote hotelketens, maar dat is wel makkelijker gezegd dan gedaan. Alleen wie het geluk heeft zich een stek, zaak, winkel te kunnen permitteren die, één, groot genoeg is om een groep van elf te faciliteren, en twee, het geluk (of liever het kapitaal) heeft langs onze weg te liggen, komt in aanmerking. En dat zijn zelden de kleine garnalen met de gezellige pensionnetjes.

‘Duurzaam toerisme is geen checklist van wat je wel en wat je niet moet doen’, nuanceert Annick Holvoet. ‘Het is vallen en opstaan, proberen en evolueren.’ Want inderdaad, hoe omschrijf je bijvoorbeeld “lokale bevolking”? Hoe ziet die eruit? Zoals de traditionele stammen in Jimmy Nelson’s fotoreeks Before They Pass Away? En als Mursi in Ethiopië zich speciaal voor toeristen opdirken, maar daarna hun lipschijven uithalen om verder te gaan met hun dagelijkse besognes, is zo’n bezoek dan nog “authentiek” genoeg? Of leert hun slimmigheid net meer over de globale (reis)economie, over ons verwachtingspatroon, en over hoe mensen in het Zuiden hun kansen grijpen?

Afrika is Bokrijk niet

Karavaan-reisbegeleidster Helga gruwt van de term “lokale bevolking” en gebruikt hem allang niet meer: ‘Je zegt toch ook niet: “Ik ga naar de locals in Leuven?! Iedereen is local. Klanten snappen dat niet altijd. Toen ik een groep onderbracht bij een rijke man in zijn bewaakte villa, kregen ze van de gastheer alle luxe die ze ook in België kenden. ’s Anderendaags zijn ze wenend weggelopen. Dit was Afrika niet. Kom zeg? Alsof wij in Vlaanderen nog altijd leven zoals die acteurs in Bokrijk!’

Om “Afrikanen” niet in een ingebeelde en versteende identiteit te bevriezen, hebben ook wij tijdens deze Mandela-reis vooral “gewone” mensen opgezocht, zij het meestal hoog opgeleid en welbespraakt, meestal tot vreugde en jolijt van de reisgenoten. ‘Een professionele gids zou misschien soms meer info gegeven hebben’, zegt een deelnemer achteraf, ‘maar nu waren de contacten veel persoonlijker en dat is voor mij een enorme meerwaarde. Mensen vertelden over hun persoonlijke ervaringen, hun leven daar, gaven hun persoonlijke kijk op de situatie van het land of nodigden ons zelfs uit in hun huis.’

Missie geslaagd, zo lijkt het wel, want door ons netwerk kregen de deelnemers op korte tijd een diepgaand gesprek met Zuid-Afrikanen die gewoon in het heden “mogen” leven. Onze reisgenoten belandden via hen niet alleen in het rode pluche van het theater, maar kregen ook inkijk achter de coulissen, de machinerie, de zaalbrug. De achterkant van het schouwspel zien, eigenlijk, zoals sociaal wetenschapper Dean MacCannell het verlangen van een toerist naar “authenticiteit” ooit beschreef.

Iedereen Livingstone

Eigenlijk belooft Mia Doornaert en al die andere journalisten/architecten/hoogleraren, die in opdracht van het Davidsfonds meerwaardezoekers naar verre bestemmingen leiden, krek hetzelfde. ‘Dankzij haar netwerk krijgt u enkele exclusieve bezoeken tijdens deze reis’, trompettert de promo bij Mia Doornaerts achtdaagse reis naar Washington en New York. ‘Exclusief voor de lezers van De Standaard i.s.m. Davidsfonds Cultuurreizen.’

Behalve deze bedenking, dat mevrouw Doornaert en ik misschien wel de Über worden binnen het reiswereldje, en dus onder de duiven schieten van de echte professionals, valt op dat het “nieuwe” reizen aan de hand van “insiders” inspeelt op een schemerend onbehagen.

De meest rabiate critici, zoals Ian Munt, doen dit postmoderne toerisme zelfs af als een vorm van snobisme.

De meest rabiate critici, zoals Ian Munt, doen dit postmoderne toerisme, met zijn verlangen naar authenticiteit en pseudo-intellectueel vertier – louter relaxen op vakantie is not done – zelfs af als een vorm van snobisme, als een statussymbool waarmee vooral middenklassers zich willen onderscheiden van de massa-toerist én elkaar onderling bekampen om de meest nobele manier van reizen, de meest ecologische, de meest cultureel gevoelige.

Het lijkt alvast alsof menig toerist alles behalve toerist genoemd wil worden. Zijn hang naar authenticiteit, contact met de lokale bevolking en reizen buiten de platgetreden paden lijkt voor te komen uit een drang om voor één keer opnieuw of eindelijk (ontdekkings)reiziger te zijn. Soms neemt die haast koloniale fantasie – iedereen Livingstone en Stanley! – groteske vormen aan, wanneer verhuurders van lodges in Zuid-Afrika hun duinen aanharken na de doortocht van alweer een groep toeristen, om de volgende in de waan te laten dat niemand hen voorging. Niemand wil op zijn doortocht door terra incognita bevangen worden door de geur van factor 50 of de afdruk zien van tientallen andere Teva-sandalen in het mulle zand.

Precisiebombardementen

Meestal neemt de fantasie, mildere en niet-pathologische vormen aan. En bovendien blijken toeristen en reisbegeleiders zich terdege bewust van deze contradicties, in een wereld waar veraf plots nabij is. Als ik mijn beslommeringen mag voorleggen aan een groep Karavaan-begeleiders, spreekt uit hun reacties herkenning én gêne. ‘Je brengt onder woorden wat wij al langer voelen en ervaren’, zegt iemand. ‘We zijn ons hiervan bewust, maar we hoeven ons daarom niet schuldig te voelen’, zegt Claude, rondkijkend naar zijn collega’s.

Misschien is verantwoord reizen zoiets als een Amerikaans precisiebombardement. Ondanks de mooie woorden, is er nog altijd collateral damage

‘Toerisme is de snelst groeiende economie’, besluit Helga, met twintig jaar ervaring een veteraan in het wereldje van de reisbegeleiders. ‘Vreemd genoeg zijn wij tevens de sector met de kleinste verantwoordelijkheid. Maatschappelijk verantwoord ondernemen is een gedeelde verantwoordelijkheid. Voor ons als reisbegeleiders is het erg moeilijk in te schatten wat er gebeurt na ons vertrek, want meestal komen we nooit terug op dezelfde bestemming.’

Misschien is verantwoord reizen zoiets als een Amerikaans precisiebombardement. Ondanks de mooie woorden, is er nog altijd collateral damage, maar als het goed gaat is die schade minder dan bij een gewoon bombardement, en zeker kleiner dan bij het klassieke tapijtbombardement. En het feit dat sommigen het nodig vinden dit gebeuren een schoner aanschijn te geven, getuigt niet van hypocrisie, maar van voortschrijdend inzicht.

Dit essay verscheen in het zomernummer van MO*magazine. Een abonnement op het magazine kost slechts 20 euro en kan je hier bestellen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift