“Settat el-shay” verenigen zich om op te komen voor hun rechten

Ook de theeverkoopsters zitten aan de tafel van de revolutie in Soedan

© Samira Bendadi

Van Links naar rechts: de theeverkoopsters Hanan, Fatima en Halima. Uiterst rechts de zuster van Hanan

De theeverkoopsters in Soedan zitten op elke hoek van de straat en zijn vaak slachtoffer van politiegeweld en van aanranding. Toch deden ze tijdens de revolutie van vorig jaar mee aan het protest, door te koken voor actievoerders. President al-Bashir werd afgezet, maar is nu iets veranderd voor deze vrouwen?

Ze schaterlacht als ik haar vraag of ik een foto van haar mag nemen. Wat een vreemde vraag! ‘Ze wil me fotograferen!’ zegt ze en kijkt achter zich, waar haar zus gember ambachtelijk zit te malen. Want gember kan toegevoegd worden aan de thee of koffie als de klant dat wenst. Het is straffe koffie die Hanan serveert, met veel suiker.

Hanan is 43, ze is een “Set el-shay”, een theemadame zoals er duizenden zijn in de Soedanese hoofdstad Khartoem. Vrouwen die met bijna niets een zaakje kunnen beginnen. Door een kraampje te plaatsen waar er volk is, en met een vuurtje en een paar waterkokers serveren ze glaasjes thee of koffie aan hun klanten. Zo kan Hanan haar gezin onderhouden.

© Samira Bendadi

Theeverkoopster Hanan heeft haar kraampje in de drukke Barlamaanlaan in het hart van de hoofdstad.

De werkplek van Hanan ligt in de drukke Barlamaanlaan in het hart van de hoofdstad. ‘Ik doe dit beroep al twintig jaar’, vertelt ze. ‘ Ik zat vroeger twee straten achter ons, maar toen deze school hier openging (ze verwijst naar het gebouw achter haar), heb ik me naar hier verplaatst. Het gaat nu veel beter’, zegt ze. De krukjes die Hanan voor zich heeft geplaatst, zijn allemaal bezet. Zelfs de stoeltjes achter haar zijn ingenomen.

De dag zit erop en de studenten die in het opleidingscentrum achter haar kraampje cursussen Engels volgen, drinken graag koffie en thee in de open lucht.

Een glaasje thee kost 10 Soedanese pond, (0,17 eurocent), koffie kost er 20. Een fractie van wat het kost in een café. Toch is Hanan tevreden over haar inkomen. ‘Ik verdien 500 pond per dag. Ik betaal er de huur mee, een maandelijks bedrag van 2000 pond, en betaal ook de school van mijn twee zonen, samen goed voor 6 miljoen pond per jaar’, zegt ze.

© Samira Bendadi

De dag zit erop en de studenten die in het opleidingscentrum achter het kraampje van Hanan cursussen Engels volgen, drinken graag koffie en thee in de open lucht.

Halima: man vermist in de mijn

Halima moet het met minder stellen. Ver van het drukke centrum heeft ze haar kraampje tegen een muur aan de Omakstraat geplaatst. Ze verdient tussen 300 en 500 pond per dag. Zoals alle theeverkoopsters klopt ze lange uren.

Maar daarbovenop neemt de dagelijkse verplaatsing van en naar haar haar werk heel veel tijd in beslag. ‘Ik moet drie keer overstappen om hier te raken’, vertelt ze in een nauwelijks verstaanbaar Arabisch. ‘Ik vertrek om zeven uur ’s ochtends en vaak ben ik pas om negen of tien uur ‘s avonds terug thuis’, zegt ze. ‘Soms vertrek ik vroeg naar huis, als de suiker of de koffie op zijn’.

Halima is moeder van acht kinderen. Haar man is twee jaar geleden in een goudmijn gaan werken. Sindsdien heeft ze niets meer van hem gehoord. ‘Misschien is hij hertrouwd’, zeg ik haar in een poging om te dedramatiseren. ‘Zo krijgen mijn kinderen er broers en zusjes bij’, werpt ze terug.

© Samira Bendadi

Halima heeft haar kraampje ver van het drukke centrum tegen een muur aan de Omakstraat geplaatst.

‘Ik zet elke dag 50 pond (€0,85) opzij. Op die manier kan ik er zeker van zijn dat ik op het einde van de maand de huur kan betalen.’

Eigenlijk is de situatie niet om mee te lachen. De activiteiten in de goudmijnen zijn de voorbije jaren alleen maar toegenomen. Met de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan zag Khartoem driekwart van zijn olie-inkomsten in rook opgaan. Daarom zetten de autoriteiten in op het ontginnen van goud.

Maar werken in een goudmijn kan levensgevaarlijk zijn. Er wordt nog voornamelijk ambachtelijk of semimachinaal gewerkt. Goudzoekers worden blootgesteld aan kwikdampen en aan cyanide. Er zijn geen echte gezondheids- en veiligheidswetten die hen beschermen en er is geen medische bijstand in de buurt van goudmijnen.

Lokale activisten stellen een toename vast van het aantal kankerpatiënten. Bovendien is een ongeval snel gebeurd. In september 2019 kwamen meer dan 150 werknemers om na de instorting van een goudmijn in het gebied Kori Bogodi, de zogenaamde Soedan-Libië-Tsjaad driehoek. 70 van die slachtoffers waren Soedanezen.

Hoe Halima met haar schamele inkomen haar acht kinderen onderhoudt? ‘Ik zet elke dag 50 pond opzij bij een kennis hier in de buurt. Op die manier kan ik er zeker van zijn dat ik op het einde van de maand de huur kan betalen’, antwoordt ze.

Fatima: gevlucht uit Ethiopië

De paar stoeltjes die Fatima geplaatst heeft, zijn leeg. De baan is breed. Behalve bouwvakkers die een paar meter verder in een gebouw werken, ligt de buurt er op deze werkdag als verlaten bij. Ook het café dat op de Nijl uitgeeft, recht tegenover haar kraampje, is zo goed als leeg.

Fatima is een vluchtelinge uit Ethiopië. Drie jaar geleden liet ze haar man en haar twee kinderen achter en kwam ze naar Khartoem. ‘Ik heb een zoon van zeven en een dochter van vijf’, zegt ze. Fatima is mager, haar stem is zwak. ‘Soms verdien ik 200 pond per dag, soms 300’, zegt ze.

© Samira Bendadi

Fatima heeft zelf geen kraampje. Ze werkt in dienst van een andere dame die een paar honderd meter verder een ander kraampje runt.

Het kraampje is niet haar eigendom. Ze werkt in dienst van een andere dame die een paar honderd meter verder een ander kraampje runt.

‘Stuur je geld naar je kinderen?’ vraag ik haar. Fatima staart me aan maar antwoordt niet. ‘Blijft er iets over om naar je kinderen te sturen?’ Vraag ik haar nogmaals. Ze schudt lichtjes met haar hoofd, half bevestigend.

Ontheemd of vluchteling

De theeverkoopsters zijn een vaste waarde in het landschap van de Soedanese hoofdstad Khartoem. Ze zijn het gezicht van de verschillende problemen waarmee Soedan al decennialang mee te maken heeft. Slecht bestuur, corruptie, noodlijdende economie en burgeroorlogen met honderdduizenden slachtoffers en ontheemden.

Vaak zijn deze vrouwen en hun gezinnen een conflictgebied ontvlucht, en al te vaak zijn ze alleenstaand of op zijn minst de belangrijkste kostwinner thuis.

Naast de 1,86 miljoen ontheemden zijn er in Soedan meer dan 1,1 miljoen vluchtelingen.

Hanan is geboren en getogen in Khartoem, maar ze is afkomstig uit de Nuba in Zuid-Kordofan, in het zuiden van het land. Het is al jaren een conflictzone tussen rebellen en het centraal gezag in Khartoem. Momenteel zijn er onderhandelingen bezig. De Soedanese overgangsregering wil duurzame vrede bereiken.

Halima is de oorlog in Darfoer ontvlucht en kwam in 2003 in Khartoem wonen. Ook met de rebellen in Darfoer zijn er onderhandelingen bezig.

En Fatima is één van de honderdduizenden vluchtelingen die in Soedan leven. Want naast de 1,86 miljoen ontheemden zijn er in Soedan meer dan 1,1 miljoen vluchtelingen.

Ze zijn grotendeels afkomstig uit Zuid-Soedan, de jonge republiek die in 2011 onafhankelijk werd en sinds 2013 in een burgeroorlog is verwikkeld. Daarnaast zijn er vluchtelingen uit Eritrea, Ethiopië, Tsjaad en Jemen. Er zijn ook bijna honderdduizend vluchtelingen uit Syrië. ‘Soedan blijft de grenzen open houden. Nu nog komen er vluchtelingen het land binnen, voornamelijk uit de Centraal-Afrikaanse Republiek,’ zegt Laurent, hoofd van de het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen UNHCR in Khartoem.

Hanan noch Halima waren betrokken bij de revolutie die in december 2018 uitbrak. Hanan had in de periode van de revolutionaire sit-in uit angst haar plek ontruimd. Haar kraampje ligt op wandelafstand van het hoofkwartier van het leger, het epicentrum van de revolutie. En als moeder van acht wil ze niets met het protest te maken hebben. Ze heeft de oorlog in Darfoer meegemaakt. Onrust maakt haar bang.

Toch zijn de theeverkoopsters een van de componenten van de revolutie, die eind 2018 begon als protest tegen de hoge broodprijzen en die in april 2019 leidde tot de afzetting van Omar al-Bashir.

© Samira Bendadi

Een van de weinige koffie -en theehuizen in Khartoem, die voornamelijk bezocht wordt door toeristen. De meeste Soedanezen kunnen zich deze luxe niet veroorloven.

Willekeur en corruptie

‘Natuurlijk hebben we meegedaan aan de revolutie. We hebben stands gebouwd en gedurende de hele periode van de sit-in eten klaargemaakt voor duizenden mensen’, zegt Awadiyah Koko, hoofd van de koepel van thee- en voedselverkoopsters aan de telefoon. De organisatie die in 2013 werd opgericht, telt 27,000 leden. Meer dan 10.000 onder hen zijn “Settat al-shay”, theeverkoopsters.

‘Ze zijn met veel meer’, benadrukt Koko. ‘Ook de vrouwen die niet aangesloten zijn bij de organisatie krijgen hulp.’

‘De organisatie biedt vooral juridische hulp aan de straatverkoopsters bij de aanvraag van een vergunning maar ook als ze bij raids van de politie opgepakt worden’, zegt Aicha Alsmani, medewerkster bij Siha. Siha of sayha — dat in het Arabisch schreeuw betekent — is een netwerk van vrouwenorganisaties in de hoorn van Afrika die Awadiya Koko in haar activisme ondersteunt sinds ze in 2006 opgepakt werd en vier jaar lang opgesloten omdat ze een lening niet kon terugbetalen.

‘Het probleem is dat de plaatselijke autoriteiten bevoegd zijn voor het verlenen van vergunningen en dat de regelgeving verschilt van gemeente tot gemeente. Er was veel corruptie en willekeur in de toepassing van de wet. De vrouwen konden op elk moment opgepakt worden en kregen hun materiaal pas terug als ze een boete betaalt hadden’, zegt Aicha Alsmani nog.

Naast de aanhoudingen hadden de vrouwen, en vooral dan hun dochters, te maken met seksuele intimidaties. ‘Deze vrouwen zijn voornamelijk ontheemden. Vaak werken ook hun dochters met hen samen en worden zij zelf theeverkoopsters’.

Het is om die reden dat de organisatie in samenwerking met enkele Westerse ambassades beroepsopleidingen heeft opgezet voor de dochters van de theeverkoopsters. ‘Zo zijn 300 meisjes gevormd in o.a. elektriciteit, timmerwerk en mechanica’, zegt Aicha Alsmani. ‘Ook tijdens de revolutie deelden de theeverkoopsters in de klappen. Sommigen werden verkracht en ongeveer vijfduizend verkoopsters werden van hun materiaal beroofd’.

‘Onderwijs voor onze kinderen, dat is onze prioriteit. Veel van de kinderen van de theeverkoopsters hebben hoge studies gedaan. Mijn zoon is als ingenieur afgestudeerd’, zegt een trotse Awadiyah Koko.

Trots is ze ook op wat ze op politiek vlak doet. ‘Ik heb in het verleden Obama ontmoet (Awadiya Koko ontving in Washington in 2016 de International Woman Courage Award), en ik heb Sadiq al-Mahdi (ex-premier en leider van de Nationale Umma partij) gesproken. Ik heb ook de minister van Justitie gesproken en heb meegedaan aan de vredesonderhandelingen in Juba in 2019’.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Natuurlijk is Koko optimistisch wat de toekomst van Soedan betreft. ‘Om te beginnen worden de straatverkoopsters sinds de val van Al-Bashir niet meer geviseerd’, zegt ze. Maar haar ambities zijn groter dat dat. ‘Wij willen de vrouwen bewust maken van hun rechten en hun mogelijkheden. Wij willen in het parlement geraken, een plaats hebben in de Wetgevende Raad, in de politie, in de rechtbanken, … Wij willen overal aanwezig zijn en participeren’.

Volgens Aicha Alsmani is er niet veel veranderd na de val van Al-Bashir en de vorming van een overgangsregering in 2019. ‘Tot de dag van vandaag kunnen de straatverkoopsters opgepakt en opgesloten worden. Het enige verschil nu is dat het minder gebeurt’.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur