'De situatie is een tikkende tijdbom'

Waarom Islamitische Staat op de Filipijnen nog niet verslagen is

© Andreas Staahl

Filipijnse soldaten vertrekken vanaf hun basis in Jolo naar de jungle, waar zich mogelijk IS-strijders schuilhouden.

 

Tijdens de slag om Marawi kwamen niet alleen veel inwoners om, ook de stad zelf stierf. Een jaar nadat het Filipijnse leger aan IS verbonden opstandelingen met grof geweld verdreef, is van de eens zo levendige stad alleen een doodse puinhoop over. De brug over de Agus rivier die naar het centrum van de oude stad leidt is afgesloten met een hek, daarvoor staat een bord met de tekst: ‘Gesloten. Oorlogsgebied.’

Vanaf het dak van een gebouw aan de andere kant van de rivier staart Saawiya Ibrahim Amate (48) over de verwoeste stad. Ze wijst naar de minaret van de oude moskee, die de belegering door het leger en de beschietingen wonderbaarlijk genoeg heeft overleefd. Haar huis staat er vlakbij. Ze is er geboren, net als haar ouders, hún ouders en de generaties daarvoor.

Amate’s man mocht onder begeleiding van het leger één keer terug om het huis te bezoeken. Er is vrijwel niets van over. De strijders hadden gaten geslagen in de muur om zich door de huizenblokken heen te kunnen verplaatsen, en overal lag afval. Het enige wat hij nog kon redden waren een paar borden. ‘Alles was gestolen of kapot gemaakt.’

Natuurlijk is ze boos op de IS-strijders die het geweld begonnen, zegt ze. Maar bozer is ze op de overheid. Want was het nu echt nodig de hele stad met de grond gelijk te maken om hen te verdrijven?

Amate: ‘Als zij de noodtoestand niet hadden afgekondigd en de stad zo zwaar hadden belegerd, was het misschien anders gelopen. Als ze een manier hadden gevonden om eruit te komen met IS, was dit misschien niet gebeurd.’

© Moh Saaduddin

Saawiya Ibrahim Amate, met erachter wat rest van haar geboortestad Marawi.

Eed van trouw aan Islamitische Staat

Op 23 mei 2017 stuitten Filipijnse veiligheidstroepen in Marawi op Isnilon Hapilon, de leider van de lokale terreurgroep Abu Sayyaf. In 2014 zweert hij trouw aan de Iraakse IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi, waarna hij verschillende islamitische strijdgroepen in het zuiden van de Filipijnen achter zich verenigde onder de vlag van IS.

Er breekt een vuurgevecht uit. Al snel komen aan IS-verbonden strijders uit de regio, geleid door de broers Omar en Abdullah Maute, hun kameraad te hulp. De twee hebben dan al vergaande voorbereidingen getroffen om de stad over te nemen, blijkt achteraf. Ze zouden daarvoor ruim anderhalf miljoen dollar van IS uit Syrië en Irak hebben ontvangen. Ze weten het leger uit de straten te verdrijven en hijsen de zwarte vlag van IS.

Vrijwel direct plaatsen ze het nieuws in verschillende talen op een door IS-volgelingen veel gebruikt Telegramkanaal. Daar stromen de steunbetuigingen uit de hele wereld binnen. Binnen een paar uur is de verovering wereldnieuws.

Een schok gaat door de Filipijnen – en de rest van de wereld. Het leger strijdt al decennia tegen allerlei militante islamitische afscheidingsbewegingen in het zuiden van het land die zich achtergesteld voelen door de veelal katholieke machthebbers in de hoofdstad Manila. Maar hoewel sommige fracties zich steeds nadrukkelijker associeerden met IS, verkondigde het leger steeds dat die naam slechts werd gebruikt om de reputatie van die groepen te versterken.

De verovering van Marawi draait dat beeld radicaal om. In juni 2017 wijdt IS haar tijdschrift Rumiyah vrijwel geheel aan de strijd op de Filipijnen en benoemt Abu Bakr al-Baghdadi Hapilon tot ‘emir’ van IS in Zuidoost-Azië. Dat is één stap voor een officiële erkenning als provincie van het kalifaat. Strijders uit de hele regio worden opgeroepen naar de Filipijnen af te reizen om de strijd te steunen.

Drie uur na de verovering van Marawi roept President Rodrigo Duterte de staat van beleg uit op heel het eiland Mindanao. En drie dagen later begint een serie vernietigende luchtaanvallen op de stad. Zo’n 300.000 inwoners slaan op de vlucht.

Na vijf maanden roept Duterte de overwinning uit, maar onder de bevolking van Marawi overheerst vooral woede. Het was sinds 2008 de vierde keer dat gewapende mannen de stad innamen, en lokale leiders wisten hen telkens ervan te overtuigen zich vreedzaam terug te trekken. Maar dit keer kregen ze daarvoor de kans niet.

Nu, een jaar later, zijn er nog altijd 230.000 mensen ontheemd, stelt het Rode Kruis. Niemand mag de stad in vanwege de onontplofte explosieven die nog overal zouden liggen. De funderingen van de meeste huizen die nog overeind staan zijn zó zwaar beschadigd dat de stad waarschijnlijk in zijn geheel moet worden herbouwd. Het plan is om er met hulp van Chinese investeerders een soort nieuw Dubai van te maken.

Andreas Staahl

Opvangkamp in de buurt van Marawi. Zo’n 60.000 voormalige bewoners van Marawi hebben nog altijd geen huisvesting.

‘Tikkende tijdbom’

Die plannen stuitten veel inwoners tegen de borst. Marawi is de belangrijkste stad voor moslims in het overwegend katholieke Filipijnen. Velen verdenken de autoriteiten ervan de gelegenheid te misbruiken door hun stad voor eens en voor altijd af te nemen.

Maar bijna niemand durft dit openlijk te zeggen. De noodtoestand is nog steeds van kracht, waardoor je zonder aanklacht of verdenking kan worden opgepakt of zelfs gedood. Sommige meer kritische bewoners kregen al tekstberichten die hen met arrestatie bedreigden, als ze hun mond niet hielden, zegt Drieza Lininding, voorzitter van de Moro Consensus Group, een lokale vredesorganisatie.

We treffen hem in een café in de nabij Marawi gelegen stad Iligan. Hij is een van de weinigen die openlijk kritiek durft te geven op de overheid, maar zijn blik is gespannen en hij wrijft constant zenuwachtig in zijn handen. Toch neemt hij de risico’s voor lief: zijn stad is te belangrijk om te laten verdwijnen, zegt hij.

‘De gemeenschap in Marawi is onze identiteit en moet worden herbouwd zoals ze was, in haar oorspronkelijke vorm’

Lininding: ‘De gemeenschap in Marawi is onze identiteit, we kunnen niet zomaar ergens anders worden geplaatst. Marawi moet worden herbouwd zoals ze was, in haar oorspronkelijke vorm. Dat is wat we willen. Niets meer en niets minder.’

De zorgen over de stad komen bovenop de frustraties die er al zijn, vervolgt hij. De staat gebruikte buitenproportioneel geweld: scholen, ziekenhuizen, vrijwel alles wat mensen bezaten is vernietigd. Honderden burgers kwamen om het leven omdat het leger hen niet op tijd liet waarschuwen voor de luchtaanvallen, maar deze misstanden zijn nooit onderzocht.

Als de autoriteiten deze zorgen niet serieus neemt kan het opnieuw misgaan, waarschuwt Lininding. ‘Sommigen, misschien zelfs velen, kunnen besluiten zich aan te sluiten bij terroristische groepen om wraak te nemen voor wat we hebben verloren in Marawi. De situatie is een tikkende tijdbom.’

Hoe groot is dit gevaar?

Of die angst terecht is, weet niemand. IS leed zware verliezen in Marawi en hun belangrijkste leiders zijn gedood, onder wie Hapilon en de gebroeders Maute. Verder werken landen in Zuidoost-Azië nauw samen om te voorkomen dat IS haar invloed in de regio uitbouwt. Ze voeren gezamenlijke lucht- en maritieme patrouilles uit op de Suluzee en veiligheidsdiensten wisselen informatie met elkaar uit.

Daarnaast tekende president Duterte eind juli de Bangsamoro Organic Law (BOL), die voor meer autonomie voor de regio moet zorgen en een einde moet maken aan bijna vijftig jaar oorlog. De wet wordt gesteund door de twee grootste islamitische afscheidingsbewegingen in de regio, de MILF en de MNLF. De bevolking van de regio mag zich hier volgend jaar in een volksraadpleging over uitspreken.

Maar er zijn ook aanwijzingen dat de aan IS verbonden strijders in de Filipijnen zich hergroeperen, en voorbereiden op een nieuwe grootschalige aanval. In Marawi maakten ze tientallen miljoenen dollars buit, en gebruiken dat nu om nieuwe strijders te ronselen, stelt persbureau Reuters op basis van bronnen binnen het leger.

Daarnaast wordt nog overal in de regio wekelijks gevochten tussen aan IS-verbonden strijders en het Filipijnse leger, en er vinden geregeld bomaanslagen plaats. Op 31 juli eiste IS via het eigen mediakanaal Amaq een zelfmoordaanslag het Zuid-Filipijnse eiland Basilan op, uitgevoerd door een Marokkaan. Het was de eerste door IS opgeëiste aanval in de Filipijnen die is uitgevoerd door een niet-Aziaat, en de eerste zelfmoordaanslag in het land.

Toch claimt het leger terrein te winnen: sinds januari sneuvelden meer dan tweehonderd extremisten, stelt Gerry Besana, woordvoerder van het Filipijnse leger. Maar de gevechten gaan door.

Het centrum van de oorlog

Het centrum van die strijd speelt zich af op de eilandengroep Sulu, de thuisbasis van de aan IS verbonden strijdgroep Abu Sayyaf, waartoe ook Hapilon behoorde.

Abu Sayyaf begon in de jaren negentig met steun van Al-Qaida als islamitische onafhankelijkheidsbeweging, maar staat tegenwoordig meer bekend als een door familiebanden bijeengehouden groep criminelen die vooral uitblinkt in brute gijzelingen voor miljoenen euro’s losgeld. De afgelopen drie jaar werden er twintig gijzelaars onthoofd, onder wie twee Canadezen en een Duitser.

Nadat de laatste IS strijders uit Marawi werden verdreven, vluchtten de meeste belangrijkste overgebleven leiders vermoedelijk naar Sulu. Ze zouden zich schuilhouden in de dichte jungle van het bergachtige gebied rond Patikul, even buiten Jolo, de hoofdstad van het gelijknamige eiland.

Na lang aandringen krijgen we toestemming van de gouverneur van Sulu om een bezoek te brengen aan het eiland. Wanneer het vliegtuig is geland komen direct zo’n twintig zwaarbewapende agenten en militairen ons tegemoet. ‘Welkom op Sulu’, zegt hun commandant, die ons naar drie gereedstaande pick-up trucks begeleidt. Een minuut later rijden we in konvooi toeterend de landingsbaan af.

Journalisten zijn hier een zeldzaamheid. Sinds 2000 zijn er minstens twintig veelal buitenlandse journalisten gekidnapt. Hoewel het leger de druk de afgelopen jaren opvoert, is Abu Sayyaf nog oppermachtig. Zelfs met dertig soldaten als persoonlijke bewakers maken we geen schijn van kans, als de groep ons buiten de stad zou belagen, zegt een soldaat.

Wraak

In het militaire ziekenhuis van Jolo zijn de effecten van het geweld goed te zien. Een stuk of twintig lijkbleke jongeren in groene overalls liggen verspreid in bedden in een witte kamer.

Ze raakten een paar dagen eerder gewond toen ze in de jungle een paar gewapende mannen in een huis aantroffen.

Luitenant “Liger” (24) gaf opdracht tot de aanval. ‘Nadat we ze een tijdje hadden geobserveerd, gaf ik het bevel om aan te vallen. Ze reageerden direct door een heleboel granaten terug te vuren. De meesten van ons raakten gewond door granaatscherven.’

Terwijl hij spreekt kijkt hij wezenloos voor zich uit. Het is zijn eerste maand op het eiland, en zijn eerste vuurgevecht ooit, zegt hij zacht. In een korte briefing hoorde hij dat zijn vijanden goed bewapend zijn en zich soms schuilhouden onder de bevolking. Maar wat ze precies nastreven, en waarom ze dat doen, weet hij niet.

Wat hij ook niet weet is dat er volgens de lokale mensenrechtengroep Suara Bangsamoro bij de confrontatie zeven jonge mannen uit een naburig dorp omkwamen die op dat moment fruit aan het oogsten waren. Woordvoerder Besana ontkent de claim stellig en noemt het ‘pure propaganda’, bedoeld om de militaire operaties op het eiland te dwarsbomen.

Dit soort geruchten — of ze nou waar zijn of niet — zorgen voor veel spanningen op het eiland. Veel soldaten zijn net als Luitenant “Liger” piepjong, en weten vaak amper hoe je onderscheid maakt tussen strijders en burgers. Om te voorkomen dat burgers in militaire operaties terechtkomen moeten ze hun verplaatsingen altijd goed afstemmen met de autoriteiten.

Toch gaat het weleens mis. En dat zorgt voor grote woede en verdriet bij de nabestaanden. Zij zien het leger veelal als bezetters, en zweren vaak wraak — en daarmee eerherstel. Abu Sayyaf biedt die mogelijkheid. Het is een van de voornaamste redenen dat de cyclus van geweld zich herhaalt, zeg Octavio Dinampo, hoogleraar politicologie aan de Mindanao State University in Jolo.

© Moh Saaduddin

Het Filipijnse leger patrouilleert op het eiland Jolo.

Geen andere keuze

Die zucht naar wraak dreef ook Ahmed (34) naar Abu Sayyaf. We spreken hem een week nadat hij zich heeft overgegeven in een militaire basis in Jolo, hij is alleen bereid te praten onder een pseudoniem. Om niet herkent te worden door zijn voormalige kameraden draagt hij een zonnebril en hoofddoek.

‘We hadden twee opties: ons laten arresteren of doden door het leger, of de hulp inroepen van Abu Sayyaf’

Ahmed sloot zich in 2013 aan bij Abu Sayyaf nadat zijn familie in conflict raakte met een familie die goede banden had met het leger, en hen ervan beschuldigde deel uit te maken van Abu Sayyaf. Het zette hem voor het blok, zegt hij. ‘We hadden twee opties: ons laten arresteren of doden door het leger, of de hulp inroepen van Abu Sayyaf.’

Ahmed: ‘We wisten dat ze sterk waren, en werden gezocht door het leger. Maar zij waren de enigen die ons konden helpen. En wij vochten liever hard terug, dan ons te laten verslaan.’

De vijf jaar die volgde, bracht hij voornamelijk door in de jungle, maar hij kreeg er weinig mee van wat daarbuiten gebeurde. Zijn leider vertelde hem over de oorlog in Syrië en Irak en IS, hij heeft nooit gehoord dat Hapilon trouw zwoor aan Baghdadi. En hoewel hij Hapilon een dappere strijder noemt omdat hij het opneemt tegen het leger, kent hij de slag om Marawi vooral van TV, zegt hij.

‘Alleen onze leiders weten wat er speelt,’ antwoordt hij na enig aandringen. ‘Zij hebben contact met elkaar, weten wie er zijn gegijzeld, welke buitenlanders zich op het eiland bevinden en verdiepen zich in ideologie. De meeste strijders geven daar niet om. Zij sluiten zich aan omdat hun familie dat ook doet, om het geld, of omdat ze wraak willen.’

Zijn dit de nieuwe strijders van IS?

Ook Professor Octavio Dinampo stelt dat de meeste strijders in de regio vooral worden gedreven door persoonlijke drijfveren, die vooral te maken hebben met de lokale leefomstandigheden. Maar hij vervolgt dat de IS-ideologie zich vooral verspreidt via hun leiders.

Dinampo: ‘Dat begon een aantal jaren geleden toen Baghdadi een delegatie stuurde om Hapilon te rekruteren. Hij zwoor vervolgens trouw aan Baghdadi en kreeg in ruil veel geld. Dat geld is gebruikt om de aanval op Marawi voor te bereiden.’

We spreken Dinampo in een klaslokaal op de campus van de Universiteit in Jolo. Hij draagt een kleine grijze kufi-muts en een zwarte zonnebril.

De intrede van het IS-gedachtegoed veranderde het verloop van de strijd in de regio blijvend, zegt hij. Hapilon slaagde er namelijk in de verschillende strijdgroepen in de regio te verbinden, en zo de clan-verschillen en persoonlijke belangen van de verschillende militante leiders te overbruggen. De IS-ideologie die hen bond vond niet alleen gehoor bij geharde militanten uit achtergestelde regio’s als Sulu, maar ook bij jonge ideologisch gedreven moslims uit de stedelijke middenklasse — zoals de Maute broers.

Die ontwikkeling creëert een gevaar voor de toekomst, waarschuwt hij. Die hardcore idealisten hebben een grote invloed op hun manschappen, en ze zijn lang niet allemaal omgekomen in Marawi. Daarnaast reisden er de afgelopen jaren enkele buitenlandse strijders vanuit Syrië en Irak naar de Filipijnen om zich bij hen aan te sluiten, en de IS-ideologie te verspreiden.

Dinampo: ‘Het zijn er misschien niet veel, maar ze dragen een gevaarlijke ideologie uit en hebben geld. Ze citeren daarbij verzen uit de Koran over martelaarschap en maagden in het paradijs. Daarmee kunnen ze veel vooral arme, laaggeletterde jongeren overtuigen zich bij hen aan te sluiten. Zij zijn gevoelig voor dat soort verhalen.’

‘Je ziet al hoe succesvol ze zijn,’ vervolgt hij, terwijl hij één vinger in de lucht steekt. ‘In Sulu maken ze allemaal dit gebaar op de video’s die ze verspreiden. Dat betekent dat er één God is, en Mohammed is zijn profeet. En maar één Mujahedeen, en dat is IS.’

Hoe voorkom je dat de IS ideologie wortel schiet?

Om te voorkomen dat extremistische ideologie gehoor vindt, moet je er in de eerste plaats voor zorgen dat er geen reden is om in verzet te komen, zegt Esmael Mangudadatu, gouverneur van de provincie Maguindanao, vijf uur rijden ten zuiden van Marawi.

Sinds zijn aantreden in 2010 biedt hij strijders van lokale extremistische strijdgroepen daarom de mogelijkheid om hun wapens in te leveren in ruil voor werk en onderwijs. De meeste mensen — ook strijders — willen namelijk vooral een gewoon leven, zegt hij.

© Andreas Staahl

Ex-strijders van verschillende extremistische strijdgroepen volgen een opleiding tot timmerman, als onderdeel van een programma voor hun terugkeer in de maatschappij.

Die werkwijze stuitte in de beginjaren vooral veel geharde legerleiders tegen de borst, maar sinds de slag om Marawi krijgt dit in veel provincies navolging, zegt hij in zijn kantoor in Buluan, Maguindanao.

‘Het besef dat extremisme niet alleen met kogels en geweld kan worden bestreden, is misschien wel het enige positieve uitkomst van de slag om Marawi’

Mangudadatu: ‘Het besef dat extremisme niet alleen met kogels en geweld kan worden bestreden, is misschien wel het enige positieve uitkomst van de slag om Marawi.’

We spreken hem kort tijdens een bijeenkomst over de aanpak van extremisme in de regio, waar zowel legerleiders, ambtenaren als religieuze leiders spreken. Buiten zijn kantoor wachten lokale dorpsoudsten voor een wekelijks overleg, op een muur achter hem hangen verschillende foto’s van bezoeken die hij bracht aan de verschillende dorpen in de regio.

Andreas Staahl

Een ex-strijder van een extremistische strijdgroep maakt notities tijdens een opleiding tot timmerman.

Mangudadatu: ‘De meeste mensen sluiten zich aan bij strijdgroepen omdat ze onrecht ervaren en een beter leven willen. Vaak kiezen ze voor het geld. Dus moet je als beleidsmaker meer bieden. Werk voor henzelf en hun partner, onderwijs voor hun kinderen.’

Sinds zijn aantreden zijn er drieduizend leerlingen afgestudeerd en lopen er tientallen sociale projecten. Er wordt nauw samengewerkt met leiders van voormalige strijdgroepen en eigenaars van lokale fruitplantages om voormalige strijders en hun gezinnen aan het werk te helpen. Overal in de regio hangen posters waarop de Bangsamo Organic Law wordt aangeprezen als de meest succesvolle weg naar vrede.

Maar het is de vraag of dit op tijd komt. Zo worden sommige projecten aangetast door corruptie, geeft hij toe. En hij kent de geruchten dat buitenlandse IS-strijders door de provincie zwerven om lokale leiders en militanten ervan te overtuigen zich bij hen aan te sluiten.

Mangudadatu: ‘Het vertrouwen tussen het leger en de bevolking is broos. Dat kan alleen worden hersteld door naar de gemeenschap te luisteren, en goed met hen samen te werken. We moeten laten zien dat wij meer te bieden hebben voor een goed leven dan de extremisten.’

‘IS komt naar onze dorpen’

Mohammed (31) ging in op het aanbod van de autoriteiten. Begin dit jaar legde hij zijn wapens neer in ruil voor werk en scholing voor hem en zijn kinderen.

In een klein betonnen schoolgebouw even buiten Buluan volgt hij samen met een stuk of vijftien voormalige strijders van verschillende militante groepen een opleiding tot timmerman. Buiten scharrelen een paar kippen in een rijstveld, aan de horizon steken rijzige palmbomen scherp af tegen de grijze hemel.

In 2003 sloot hij zich aan bij de inmiddels aan IS verbonden strijdgroep Bangsamoro Islamic Freedom Fighters (BIFF), nadat ze hem 3000 peso (50 euro) per maand beloofden. Maar hij is het harde gewelddadige leven zat, zegt hij.

Mohammed: ‘Ik wil mijn leven veranderen zodat mijn kinderen een betere toekomst krijgen.’

Maar als we een van onze beveiligers wegsturen om het interview in afzondering verder te zetten, zegt hij dat hij nog niet alles gekregen wat de autoriteiten hem hebben beloofd. Dat is ook de belangrijkste reden dat sommige van zijn voormalige kameraden hun wapens nog niet neerleggen. Ze vertrouwen de autoriteiten niet, zegt hij.

En dan, als we doorvragen, noemt hij ook een andere ontwikkeling. Na de val van Marawi arriveerden er ineens een stuk of tien buitenlandse strijders in zijn dorp. Ze droegen hoofddoeken en hadden lange baarden, en spraken over islam en de religieuze plicht om je te verzetten tegen onrecht. Ze zijn verbonden met IS, zegt hij resoluut.

Hij gaat rechtop zitten en vervolgt ernstig: ‘Ze hebben geld. Veel geld. Dat gebruiken ze om nieuwe strijders te rekruteren.’

© Moh Saaduddin

Marawi.

Hoe loopt dit af?

Of dat geld en hun ideologie genoeg is om het geweld opnieuw te laten ontbranden, of dat de autoriteiten op tijd met een passend antwoord komen, is moeilijk met zekerheid te zeggen. Maar als je uitkijkt over het totaal vernietigde Marawi overheerst vooral het besef dat een relatief kleine groep ideologisch gedreven strijders in staat was om deze totale vernietiging in gang te zetten.

En het is zorgelijk dat de lokale bevolking hiervan vooral de autoriteiten de schuld geven. Want het zijn precies die gevoelens van onrecht waardoor de invloed van IS in de regio kon groeien.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Nu het kalifaat in Syrië en Irak ten einde lijkt, zijn het dit soort sluimerende conflicten waar IS hun pijlen op richt. De afgelopen jaren reisden honderden Zuidoost-Aziaten naar het zelfverklaarde kalifaat, de overlevenden keren nu vermoedelijk terug naar huis en nemen hun ideeën en oorlogservaring mee.

Op Mindanao treffen ze een vruchtbare voedingsbodem voor die ideeën. Niet alleen onder de geruïneerde inwoners van Marawi, de achtergestelde bevolking van Sulu, of jonge gefrustreerde moslims uit de stedelijke middenklasse. Ze vindt ook gehoor bij de geharde leiders van zwaarbewapende militante strijdgroepen die bestaan bij de gratie van oorlog en geweld en zich tegen het meest recente vredesakkoord keren.

In Marawi hebben ze laten zien dat ze de clan-verschillen en persoonlijke belangen hebben weten te overstijgen voor een gezamenlijk doel. Nu hebben ze geld, een reputatie en een geruïneerde bevolking die met de dag ongeduldiger wordt.

‘We leefden hier in vrede samen. Iedereen kende elkaar en er was altijd wel iemand die je kon helpen. Dit was geen tijd voor jihad. En kijk nu. Alles is vernietigd. Dat komt nooit meer terug’

Saawiya Ibrahim Amate vindt het moeilijk om te voorspellen wat de toekomst zal brengen, net zoals ze ook nooit had kunnen voorspellen dat haar stad ten prooi zou vallen aan zoveel geweld, zegt ze, terwijl ze over de ruïnes van haar geboortestad uitkijkt.

Ze kende de geruchten dat IS-strijders zich in de stad bevonden, en zag de schaarse berichten in de media die hiervoor waarschuwden. Maar ze had nooit kunnen beseffen dat die geruchten het einde zouden inluiden van haar stad, zegt ze.

Amate: ‘Hoe konden we dat ook begrijpen? We leefden hier in vrede samen. Iedereen kende elkaar en er was altijd wel iemand die je kon helpen. Dit was geen tijd voor jihad. En kijk nu. Alles is vernietigd. Dat komt nooit meer terug.’

Dit verhaal is mede mogelijk gemaakt met steun van het Postcode Loterij Fonds van Free Press Unlimited.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift