Paraguayaanse journalist in niemandsland van drugs en corruptie

‘Pablo Medina wist dat hij vermoord zou worden’

© Pamela Kalkman

Pablo Medina Bernal op zijn plantage (Don Pablo)

In de oostelijke provincie Canindeyú in Paraguay, vlakbij de Braziliaanse grens en ver weg van een stad of dorp ligt een kleine boerenkolonie genaamd Ko’ê Porã. Op een warme oktoberochtend in 2014 kregen inwoners bezoek van de regionale correspondent van Paraguay’s grootste krant ABC Color. Pablo Medina kwam samen met zijn assistent Antonia Almada en haar oudere zus langs om verslag te doen van de recente rupsenplaag die een bedreiging vormde voor de maniokoogst.

Medina, een 53-jarige man met een bierbuikje, zwartgrijze snor en een zachtaardige blik achter zijn ronde bril, maakte aantekeningen en nam tientallen foto’s terwijl de lokale boerenleider Sixto Ortega hem en de vrouwen door de plantage gidste.

Aan de andere kant van de lijn klonk een vrouw in paniek, door haar tranen heen smekend om hulp. Pablo en Antonia waren net neergeschoten door twee mannen gekleed als militairen.

Niet lang erna namen ze afscheid en stapte de journalist in zijn witte jeep, met de 19-jarige Antonia in de passagiersstoel en haar zus achterin, klaar voor de lange reis terug naar huis over de grotendeels onverharde weg.

Nog geen uur later ontving Ortega een telefoontje van het mobiele nummer van Medina. Aan de andere kant van de lijn hoorde hij een vrouw in paniek, door haar tranen heen smekend om hulp. Pablo en Antonia waren net neergeschoten door twee mannen gekleed als militairen. De vrouw, Antonia’s zus Juana Ruth, had alles zien gebeuren.

Niet wetend wat te doen belde Ortega naar Elías Cabral, de regionale correspondent van de op éen-na grootste krant van Paraguay, Última Hora. Cabral, een ambitieuze en immer opgewekte dertiger die een succesvolle carrière als volkszanger en -danser opgaf voor de journalistiek, belde geschokt de lokale politie om het nieuws door te geven. Hij zette de vermoedelijke moord daarna direct op twitter, en sprong in de auto.

De beruchte weg

Diezelfde ochtend had hij Medina proberen te bereiken, ze zouden namelijk samen vanuit hun woonplaats in Curuguaty naar een ander dorp reizen om verslag te brengen over een boerenprotest. Omdat Cabral wegens een zware bedreiging een vaste lijfwacht had en Medina niet, gingen ze voor de veiligheid vrijwel altijd samen op pad. Maar Medina had niet gereageerd op Cabrals WhatsApp berichten.

© ABC Color

Pablo Medina

Toen hij hoorde waar de auto van Medina was gevonden was hij zeer verrast. Die weg, die van het dorp Villa Ygatimí langs enkele inheemse dorpjes naar de kleine grensstad Ypehú loopt, is een van de gevaarlijkste wegen in de regio vanwege de smokkel van drugs, hout, auto’s en ander illegaal waar.

Bovendien was het gebied stevig in handen van de clan rondom de toenmalige burgemeester van Ypehú en maffiabaas Vilmar Acosta die de lucratieve drugshandel in het grensgebied beheerde.

Toch besloot Medina op 16 oktober 2014 alleen met twee vrouwen die beruchte weg te nemen. ‘En dat terwijl hij een speciale veiligheidstraining voor oorlogscorrespondenten had gevolgd!’, Cabral kan het nog steeds niet geloven.

Toen hij aan het einde van de middag aankwam op de weg, bestaande uit niets meer dan rood-oranje aarde met aan weerszijden hoog gras en een dichtbegroeid laag bos, vond Cabral een kleine menigte van dorpelingen, de meeste van hen in tranen, rondom de witte jeep van Medina.

‘Ik voelde me machteloos en bang. Ondanks het verdriet was het eerste wat ik dacht: wanneer ben ik aan de beurt?’

Op de grond lagen overal kogelhulzen en stukken donker glas, de ooit geblindeerde autoruiten waren compleet kapotgeschoten. Ondanks dat de motor uit stond waren de ruitenwissers nog aan. Antonia, die kort erna zou bezwijken aan haar verwondingen, was al met een ambulance weggevoerd, een plas bloed achterlatend op de passagiersstoel.

© Pamela Kalkman

Gedenksteen ter nagedachtenis van Medina en Almada

Voorover geklapt tegen het stuur aan lag het levenloze lichaam van Pablo Medina, zijn lichaam doorzeefd met kogels, zijn gezicht onder het bloed.

Dat aangezicht van Medina, die naast journalist in de regio ook bekend stond om zijn vrijwilligerswerk als ceremoniemeester, gastdocent en brandweerman, staat in Cabral’s geheugen gegrift. ‘Ik voelde me machteloos en bang. Ondanks het verdriet was het eerste wat ik dacht: wanneer ben ik aan de beurt?’ vertelt hij me drie jaar later, vlakbij de plek van de moord waar nu een witte gedenksteen staat ter herinnering aan Medina en Almada.

Vrij van staatscontrole, rijk aan marihuanavelden

Hoewel Paraguay bekend staat als een redelijk rustig land, wordt het gebied aan de Braziliaanse grens beschouwd als een van de gewelddadigste regio’s in Latijns-Amerika, met moordcijfers vergelijkbaar met die van Honduras en El Salvador. De regio is praktisch vrij van staatscontrole en rijk aan marihuanavelden -Paraguay is Zuid-Amerika’s grootste cannabisproducent.

Enerzijds leven de lokale boeren in angst voor criminele bendes, maar tegelijkertijd verbouwen ze zelf ook marihuana omdat de traditionele producten nauwelijks nog iets opleveren.

De tropische bossen vormen de ideale plek voor Braziliaanse kartels om zich te vestigen. Onderling vechten de grootste kartels, de Primeiro Comando da Capital (Eerste commando van de hoofdstad, beter bekend als PCC) en Comando Vermelho (Rode Commando) om controle van de regio. Elk kamp met behulp van hun loyale Paraguyaanse maffiabendes die bescherming genieten van corrupte politici, rechters en politiecommissarissen.

De vermenging van drugssmokkel en politiek heeft zelfs een eigen benaming: narcopolítica. Naar schattingen van Paraguay’s Anti-Drugs Secretariaat (SENAD) gaat er jaarlijks zo’n 800 miljoen dollar om in de cocaïnesmokkel en meer dan 700 miljoen dollar in de export van cannabis.

Voor lokale boeren is de situatie dubbel. Enerzijds leven ze in voortdurende angst voor criminele bendes, maar tegelijkertijd verbouwen ze zelf ook marihuana omdat de traditionele producten (zoals maniok, mais en sesam) nauwelijks nog iets opleveren.

Drie zonen en een moeder

Voor zijn wekelijkse bezoek aan het familiegraf heeft Pablo Medina Bernal zijn oude kleding waarmee hij op het land werkt verruild voor een witte linnen cowboyhoed en een net hemd. Samen met de ontwapenende 79-jarige man, beter bekend als Don Pablo, sta ik voor de turquoise graftombe, een klein betonnen huis met een puntdak van rode bakstenen.

Het is de Dag van de Doden, en dus druk op de begraafplaats. Overal staan en zitten families, al drinkend, etend en naar muziek luisterend rondom de graven van hun overleden dierbaren. Achter de deur van de graftombe ligt aan de rechterkant de kist van Don Pablo’s oudste zoon en naamgenoot Pablo Medina, bedekt met de vlag van zijn favoriete voetbalclub, Club Guaraní.

Na kritische uitspraken over een houtsmokkelbende werd Salvador Medina doodgeschoten. Zijn broer Salomon wilde zijn dood wreken en werd ook vermoord.

Onder hem liggen zijn twee jongere broers begraven, Salvador en Salomon Medina. Links ligt de kist van Ángela Velázquez de Medina, hun moeder en Don Pablo’s vrouw. Niet lang na de moord op haar oudste zoon stierf zij van uitputting na een zware depressie. ‘Als er nu al drie kinderen dood zijn, waarom gaan we niet allemaal dood?’, zei ze volgens haar dochter tijdens de laatste dagen van haar leven.

Net als zijn broer Pablo koos Salvador Medina na zijn lerarenopleiding voor de journalistiek. Als 27-jarige had hij zijn eigen lokale radiostation vlakbij het ouderlijk huis in Capiibary, op de grens van de oostelijke provincies Canindeyú en San Pedro.

Na kritische uitspraken over ontbossing en de daarvoor verantwoordelijke houtsmokkelbende werd Salvador Medina op 5 januari 2001 toen hij op zijn motor naar huis reed door twee mannen in de bosjes opgewacht en doodgeschoten, op slechts een paar honderd meter afstand van het familiehuis.

© Pamela Kalkman

Elias Cabral en zijn bodyguard

Don Pablo’s andere zoon Salomon, die als lange gespierde man met een temperament afstak tegen zijn rustigere en fysiek tengere broers, kon de dood van zijn jongere broer niet verkroppen. Met een pistool in zijn riem zocht hij de hele regio af naar de moordenaar, die herkend was door een getuige. Het duurde niet lang voordat ook hij een jaar later in 2002 vermoord werd, vermoedelijk door iemand uit dezelfde bende.

Ontbossing, drugssmokkel en corruptie

‘Al een jaar voor zijn dood wist Pablo dat hij vermoord zou worden.’ Later bij Don Pablo’s boerderij zit ik met hem en zijn dochter Maria Angela Medina onder de bomen op plastic stoelen. De tereré, een bekend Paraguayaans drankje van verse groene kruiden vermengd met ijskoud water, gaat in een leren beker met metalen rietje van hand tot hand. Kippen en kuikens lopen vrijelijk om ons heen terwijl de zesjarige Sofia vrolijk achter hen aan rent.

Maria Angela, die met haar donkere haren en vriendelijke smalle ogen veel op Pablo Medina lijkt, begint te vertellen over haar broer, die de oudste was van de in totaal tien kinderen van Don Pablo.

‘Pablo Medina wilde niet accepteren dat de criminelen over wie hij schreef in vrijheid konden rondlopen, terwijl hij een verborgen leven moest leiden’

Samen met zijn vrouw en twee kinderen woonde hij dichtbij het ouderlijk huis. Al jaren lang werd hij bedreigd door allerlei criminele groepen en politici die niet blij waren met zijn publicaties over ontbossing, drugssmokkel en corruptie.

In 2013, een jaar voor zijn dood, waren de bedreigingen zo erg dat hij zich genoodzaakt voelde om te vluchten naar de hoofdstad Asunción, waar hij op de hoofdredactie van de krant kon werken. Ver weg van zijn huis en familie voelde Medina, een geboren journalist die zich zeer verbonden voelde met de grensregio, zich rusteloos en ongelukkig. Soms kwam hij incognito langs bij de familieboerderij, om vervolgens weer via een sluiproute weg te vluchten. 

Op een bepaald moment zette hij een knop om en verhuisde definitief terug. ‘Hij wilde niet accepteren dat de criminelen over wie hij schreef in vrijheid konden rondlopen, terwijl hij een verborgen leven moest leiden’, vertelt zijn zus met tranen in haar ogen. Na zijn terugkomst leek het of Medina al zijn angsten had laten varen. 

Don Pablo herinnert zich dat zijn zoon zo’n half jaar voor zijn dood tijdens de familielunch een alarmerend telefoontje kreeg van een bevriende radiomaker uit Asunción. Er was net een journalist vermoord in een nabijgelegen grensstad en via via had de radiomaker gehoord dat Medina’s naam ook op ‘de lijst’ stond. Na het ophangen smeekte Don Pablo zijn zoon om een ander beroep te kiezen.

‘Ik zei Pablo, je bent zo slim, elk ander beroep zou je makkelijk af gaan. Maar hij zei: nee papa, ik laat me niet intimideren. Voor dit beroep wil ik sterven.’

© Pamela Kalkman

De baan waar de moord werd gepleegd

Aan de rand van een gefaalde staat

Boven het bed van Don Pablo’s andere dochter hangen tussen foto’s van kinderen en kleinkinderen twee posters met een foto van haar broer naast de tekst ‘Justicia para Pablo (vertaald: gerechtigheid voor Pablo). Omdat Medina voor Paraguay’s grootste krant werkte, kreeg zijn dood veel media-aandacht, wat leidde tot straatprotesten in zowel de grensregio als de hoofdstad.

De parlementaire commissie moest de moord op Medina en Almada onderzoeken en de relatie tussen de moord en de infiltratie van de georganiseerde misdaad in de politiek en overheidsinstellingen.

Burgers en collega-journalisten droegen dezelfde poster in hun handen, soms afgewisseld met spandoeken met de tekst ‘Cartes Responsable.’ De boodschap: Cartes, de huidige president van Paraguay, is medeverantwoordelijk voor de moord op Medina. De publieke druk leidde ertoe dat nog geen week later een parlementaire commissie in het leven werd geroepen.

Deze moest de moord op Medina en Almada onderzoeken en de relatie tussen de moord en ‘de infiltratie van de georganiseerde misdaad in de politiek en overheidsinstellingen.’ In hun eindrapport in het voorjaar van 2015 noemden de onderzoekers namen van senatoren die actief betrokken zouden zijn bij de drugshandel.

De bevindingen dat de politie, het leger, het rechtssysteem en politieke partijen in grote mate verweven zijn met drugscriminelen leidde tot de conclusie dat Paraguay zich ‘aan de rand van een gefaalde staat’ bevindt. Met de uitkomsten is tot op de dag van vandaag niks gebeurd.

De maatschappelijke druk leidde in 2015 ook tot de arrestatie van oud-burgemeester Vilmar Acosta in Brazilië en zijn uitlevering naar Paraguay. Met een snelheid die ongebruikelijk is in moordzaken in Paraguay, en dankzij de cruciale ooggetuige, Almada’s zus, concludeerde het Openbaar Ministerie al spoedig na Medina’s dood dat Acosta de opdrachtgever was.

Medina zorgde ervoor dat Acosta en zijn vader in 2011 een jaar gevangenschap kregen na de publicatie over de vondst van menselijke resten op het erf van de familieboerderij.

Op de beruchte dag, 16 oktober 2014, waren het Acosta’s broer en neef die Medina’s jeep die dag gevolgd en opgewacht hadden –steeds tussendoor bellend met Acosta- alvorens Medina en Almada te doden. Acosta had motieven te over.

Het was Medina geweest die hem en zijn vader in 2011 een jaar gevangenschap gekost had na een publicatie over de vondst van menselijke resten op het erf van de familieboerderij. Na tussenkomst van een corrupte rechter werd Acosta daags voor de burgemeestersverkiezingen vrijgelaten, die hij toen won als kandidaat voor de regerende Colorado partij.

Ook had Medina in 2013 geschreven over de vondst van Acosta’s dienstauto volgepropt met marihuana. En op het moment van zijn dood deed Medina onderzoek naar Acosta’s rol in de moord op een politieke concurrent enkele weken eerder. Al meerdere malen was Medina door de burgemeester of leden uit zijn entourage bedreigd.

© ABC Color

Protest tegen de moord op Pablo Medina van collega journalisten

Het einde van de onschendbaarheid?

Terwijl Acosta in voorarrest zat werd de rechtszaak door zijn peperdure advocaten eindeloos uitgesteld. Eind oktober 2017 begon het eindelijk, net tijdens mijn bezoek aan de familie Medina.

‘We hopen dat er nu eindelijk gerechtigheid zal zijn,’ zucht Maria Angela terwijl ze aan de keukentafel gluurt naar de krantenberichten over de rechtszaak. Om de vier rechters -elk met een discutabele reputatie- onder druk te zetten en het Openbaar Ministerie te steunen is er elke dag van het proces minstens een lid van de familie Medina aanwezig.

Don Pablo laat zelf bijna elke week zijn handvol koeien en kleine maniokplantage achter en neemt de zes uur durende busrit naar Asunción. In de kleine rechtszaal op de tweede verdieping van het Paleis van Justitie is hij een graag geziene gast. Met zijn cowboyhoed op neemt hij steevast plaats op de houten bank aan de rechterkant van de zaal, een paar rijen achter de openbaar aanklager Sandra Quiñonez.

‘We mogen niet vergeten dat de regering sinds Pablo’s dood geen enkele serieuze stap heeft gezet om de narcopolítica aan te pakken. Acosta is nu naar voren geschoven als rotte appel, terwijl het echte probleem veel dieper zit’

Zijn twee nog levende zoons Francisco en Gaspar Medina zijn ook bijna elke dag aanwezig. Geconfronteerd met de ogenschijnlijk onverschillige Vilmar Acosta, een brede man met een korte nek, blijven de Medina’s opvallend rustig.

Op 14 december 2017 volgt het oordeel: Acosta ontvangt de maximale gevangenisstraf van 39 jaar. Opgelucht stelt de openbaar aanklager dat dit ‘het einde betekent van de onschendbaarheid van de narcopolítica in Paraguay’. Voor het eerst wordt de intellectuele dader van de moord op een journalist veroordeeld. En dat terwijl er sinds het einde van de dictatuur in 1989 al 17 journalisten gedood zijn.

De bekende onderzoeksjournalist en medeoprichter van de journalistenvakbond Andrés Colmán is wat voorzichtiger. ‘Dit is natuurlijk prachtig nieuws. Toch moeten we niet vergeten dat de regering sinds Pablo’s dood geen enkele serieuze stap heeft gezet om de narcopolítica aan te pakken. Acosta is nu naar voren geschoven als rotte appel, terwijl het echte probleem veel dieper zit.’

Niet nog een Pablo Medina

Op de hoofdredactie van de krant ABC Color wemelt het van de journalisten. In een vergaderzaal met glazen ramen en open deuren praat ik door het geluid van ringende telefoons en tikkende toetsenboorden heen met Magdalena Benítez. Als chef binnenland is zij verantwoordelijk voor de negentwintig regionale correspondenten die verspreid over het land werken.

Hoewel journalisten niet willen toegeven aan intimidatie door de georganiseerde misdaad, is een van de effecten toch een zekere vorm van zelfcensuur.

De moord op Pablo Medina, op dat moment een van haar beste correspondenten, kwam als een grote schok. Hoewel ze wist dat de regio gevaarlijk was, begreep ze pas na zijn dood echt hoeveel risico’s Medina nam bij het onthullen van criminaliteit en corruptie in wat ze bij de krant tierra de nadie (vertaald: niemandsland) noemen.

Een schijnbaar onschuldig krantenbericht over een drugsvondst kan grote gevolgen hebben. Daarnaast bestaat een grote kans dat journalistieke bronnen, zoals boeren of agenten, tegelijkertijd informanten zijn van drugsbendes. Hoewel ze niet in detail wil treden, geeft ze aan dat ABC Color sindsdien een heel nieuw veiligheidsprotocol heeft opgezet om de correspondenten beter te beschermen. 

Toch is de situatie verre van ideaal, stelt ze. Pablo’s moord heeft journalisten op scherp gezet. Hoewel ze niet willen toegeven aan intimidatie door de georganiseerde misdaad, is een van de effecten toch een zekere vorm van zelfcensuur. ‘In een land waar de regering je geen enkele garantie geeft, waar de regering je niet alleen in de kou laat staan, maar zelfs actief betrokken is bij de drugshandel, dan ga je denken: waar ligt de grens? Als chef begrijp en aanvaard ik dat. Ik wil niet nog een Pablo Medina.’

Dit artikel is mede tot stand gekomen met financiële steun van het Postcode Loterij Fonds van Free Press Unlimited en de Eva Tas Foundation

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift