Preken met een politieke agenda

Reportage

Pinksterkerken in Latijns-Amerika

Preken met een politieke agenda

Een gelovige valt in katzwijm tijdens een "voorstelling"
Een gelovige valt in katzwijm tijdens een "voorstelling"

Net als in heel Latijns-Amerika zijn ook in Colombia de pinksterkerken in opmars. Ze leunen sterk op het emotionele en hebben uitgesproken politieke ambities, vertelt MO*journalist Arne Gillis, die een paar maanden in Colombia ging wonen en heel wat gebedsplaatsen op zijn pad tegenkwam.

Ze zit op het puntje van haar stoel, het oude besje, in dit mega-auditorium dat omgetoverd werd tot kerk. Met twee handen klemt ze haar tas vast. Dikke tranen biggelen over haar kaken. Als de predikant vocaal uithaalt, reikt ze, net als de honderden andere gelovigen rondom haar, de handen ten hemel. De handtas valt op de grond. Niemand lijkt het op te merken. Niemand die haar helpt, niemand die haar troost. Mensen zitten hier in hun eigen wereld: de wereld van Avivamiento, van ‘Heropstanding’.

Gelegen in een oostelijke, volkse buitenwijk van de hoofdstad Bogotá vertegenwoordigt Avivamiento een nieuwe ster aan het religieuze firmament. Het is een van de vele Evangelische kerken die de afgelopen dertig jaar furore maakten.

Het is vrijdagavond en de gelovigen zijn in dichte drommen komen opdagen. Het is een divers publiek, de meesten zitten in de tweede helft van hun leven, en komen goeddeels uit de lagere middenklasse. In het auditorium staan de stoeltjes keurig in rijen opgesteld. Op elk ervan ligt een envelop, bedrukt met het hoofd van de predikant en een Bijbels vers dat het betalen van de tienden opdraagt. De tienden zijn het tiende deel van het maandinkomen, dat gelovigen aan de kerk schenken.

Een tiental kerkmedewerkers trekken kriskras door het publiek, elk getooid met een vlaggetje op de rug. Er staat een QR-code en het logo van een bank op. Als haaievinnen dansen de vlaggetjes boven de mensenzee uit. Er is een man met een sandwichbord, met daarop dezelfde QR-code. Ja, deze organisatie is professioneel en gaat mee met de tijd: gelovigen kunnen de tienden digitaal betalen.

Hoofdpredikant Rodríguez laat zijn klinkers net te lang aanslepen. In een drang naar maximale dramatiek zwelt de muziek onder zijn woorden aan, telkens hij zijn punt maakt.

En dat punt is bij Avivamiento helder. Hoe meer je gelooft in God, hoe meer die in jou zal geloven. In een lange rij voor hem staan de gelovigen op het podium. Eén voor één getuigen ze over een recent mirakel dat hen te beurt viel. Eentje heeft net wat meer vakantiegeld gekregen dan verhoopt. Iemand anders zag een wonderbaarlijke genezing van kanker.

Onder luid gejuich raakt Rodríguez hen aan op het voorhoofd. ‘Tócale’, roept hij daarbij, god uitnodigend tot persoonlijke interventie. ‘Raak hem aan’, ‘Raak haar aan’. Devoot zijgen de gelovigen neer op de grond. Sommigen blijven nasidderen.

Later, tijdens Rodríguez’ preek, haalt hij zijn eigen parcours als predikant aan. Ricardo Rodríguez kreeg naar eigen zeggen halverwege de jaren 80 een openbaring, waarna hij in zijn appartementje een kerkdienst inrichtte.

Hij bleek succes te hebben: met de groeiende groep volgelingen moest hij al snel op zoek naar grotere zalen. Sinds enkele jaren installeerde hij zich in dit mega-auditorium in het oosten van Bogotá. Rodríguez’ diensten worden intussen gelivestreamd tot in de Verenigde Staten en Spanje toe. Net als andere succesvolle predikanten heeft hij een eigen televisie- en YouTubekanaal, met zo’n 850.000 volgers.

Betoverd

De op de spits gedreven emotie verhult een invloed die véél verder reikt dan de eigen kerkdeuren. De pinksterkerken spelen een groeiende rol in de Colombiaanse politiek, waar morele overtuigingen steeds vaker wetgeving bepalen.

Avivamiento is maar een van de vele honderden pinksterkerken in Colombia. Samen hebben ze vele duizenden filialen, verspreid over het hele land.

Tot in de kleinste dorpjes kom je ze tegen, onder zowat alles wat een dak heeft en stoelen kan zetten. Garages, appartementen, polyvalente zalen, mega-auditoria herbergen al eens een pinksterkerk.

Sinds hun opkomst, dertig jaar geleden, beginnen de pinksterkerken meer en meer te interfereren met de Colombiaanse maatschappij, vertelt godsdienstsocioloog William Beltrán. Dat is geen uniek Colombiaans verhaal, wel een Latijns-Amerikaans. In landen als Brazilië en Guatemala raken presidenten zelfs niet meer verkozen zonder de expliciete steun van de pinkstergemeenschap.

‘Met twintig procent aanhangers onder de Colombianen zijn we zo ver nog niet’, stelt Beltrán. ‘In Brazilië loopt het op tot dertig à veertig procent.’ Maar dat hun impact aanzienlijk is én groeit, staat volgens Beltrán buiten kijf.

Om het fenomeen te begrijpen, geeft Beltrán alvast enkele richtlijnen. De eerste is dat de pinkstergemeenschap een huis is met vele kamers. ‘De ene kerk richt zich meer op toekomstvoorspellingen of “profetieën”, de andere op genezingen. Bij nog een andere spelen mirakels in het algemeen een grotere rol. Afhankelijk van de inhoud verschillen ook de politieke ambities. Sommige kerken spreken zich daar duidelijk over uit, andere niet. Net die verscheidenheid garandeert het succes van de pinksterkerken.’

Zicht op een zeer grote zaal gevuld met Evangelistische gelovigen

‘Wie met een Europese bril naar het pinksterfenomeen kijkt, zal er niets van begrijpen’, gaat de godsdienstsocioloog verder. De reden is eenvoudig. ‘Europa maakte met de Verlichting een proces van “onttovering’ door”, stelt Beltrán. ‘Latijns-Amerika heeft dat proces nooit doorgemaakt, waardoor het mystieke een grotere plaats krijgt in het dagelijkse leven.’

Beltrán heeft gelijk. Zelfs in kringen van kosmopolitische grootstedelingen uit Bogotá is toeval zelden een verklaringsfactor. Wat onverklaarbaar is, daar is hekserij mee gemoeid, of toch minstens de ‘hand van God’. Maradona won er ooit een kwartfinale mee op het WK.

Maar niet wát Maradona verklaarde was cruciaal, het was de manier waarop: met charisma. Charisma verklaart waarom drommen mensen hun hoop vestigen op een predikant zoals Ricardo Rodríguez in Avivamiento – een man die nochtans niet overloopt van overvloedige Bijbelkennis. De manier waarop hij preekt is de onderscheidende factor.

‘Het succes dat ik heb, kunnen jullie ook hebben. De openbaring die mij te beurt viel, zal ook jullie te beurt vallen’, buldert Rodriguez door het peperdure geluidssysteem. Beschikbaar voor een interview is hij niet. En nadat het beveiligingsteam opmerkt dat ik foto’s maakt van de dienst, word ik tussen de regels verzocht om de dienst te verlaten.

De oude vrouw raapt intussen haar handtas op en vist er met bevende vingers wat bankbiljetten uit. Wanneer de dienst voorbij is, wacht ik haar buiten op. Ze verloor een kind, waarna ze God vond. Ook in andere gesprekken wordt duidelijk dat kerkgangers vooral houvast zoeken.

Een politiek ontwaken

Hoe verscheiden de kerken onderling ook mogen zijn: hun gemene deler is dat ze een bepaald wereldbeeld aanhangen. In dat beeld staat de familie centraal, onder God. Alles wat daarvan afleidt, is des duivels. Met het gekende stokpaardje als ultieme vijandbeeld: niet sociale ongelijkheid, religieus fundamentalisme en racisme zijn de ziektes van dit land, maar ‘genderideologie’. Bovendien beschikken kerken over een publiek, infrastructuur en legitimiteit. Drie belangrijke troeven in maatschappelijke debatten.

Beltrán kadert het begin van die politieke positionering in 2016. In dat jaar roept toenmalig president Juan Manuel Santos een vredesreferendum uit: zijn de Colombianen vóór of tegen een vredesakkoord met de FARC-guerrilla? Het nee-kamp wint, niet met stalinistische cijfers, maar toch. Beltrán benoemt expliciet de pinkstergemeenschap als doorslaggevende factor voor de overwinning van het nee-kamp.

Het akkoord erkende expliciet vrouwen en lgbt’ers als aparte categorieën van slachtoffers in de Colombiaanse burgeroorlog. Beltrán verklaart: ‘Binnen die sociale categorieën zijn er buitensporig veel slachtoffers gevallen. Het vredesvoorstel erkende dat voor het eerst.’

De officiële uitleg uit de politiek ontwaakte pinkstergemeenschap is dat zoiets “genderideologie” heet – en dat past niet in het kraam van hun God. Maar achter de schermen speelt een hoger doel. Een jaar later, in 2017, staan er verkiezingen gepland in Colombia. De conservatieve Duque zou het daarin opnemen tegen de linkse voormalige guerrillero Gustavo Petro.

De pinkstergemeenschap zag in het verwerpen van het vredesakkoord een manier om zich af te zetten tegen de uittredende, centrumlinkse regering-Santos – nota bene de regering die in 2016 het homohuwelijk erdoor duwde. Door Duque te steunen, wilden ze die beslissing ongedaan maken en het land verder in een conservatieve richting sturen.

Dat daarvoor een oorlog moest blijven duren, namen de betrokken pinksterkerken maar voor lief, stellen critici.

Het hoofdgebouw van de kerk El Lugar de Su Presencia in Bogotá, Colombia.

Het hoofdgebouw van de kerk El Lugar de Su Presencia in Bogotá, Colombia.

Naar de volle wasdom

Marcela en Karin zijn zussen, afkomstig uit het provinciestadje San Gil. Hun pinksterdienst zit er net op en ze zijn bereid tot een gesprek. De twee vrouwen van halverwege de 30 zijn welbespraakt, hoogopgeleid en rijk. En vooral: ze zijn overtuigde cristianas, zoals pinksteraanhangers hier worden genoemd.

Twee uur spreken we over hun relatie met God. Soms werpen ze dan de ogen dramatisch ten hemel.

‘God heeft zich persoonlijk aan mij geopenbaard’, zegt Karin. Marcela kijkt even weg, zij heeft nog geen openbaring gehad. Maar beiden zien wel zijn hand in de dingen. Vader overleeft eerste covid-golf? God hielp hem erdoor. Broer sterft in motorongeval? God riep hem bij zich.

Gevraagd welke wetten Karin zou invoeren mocht ze dat kunnen, hoeft ze niet te twijfelen. Abortus en het homohuwelijk mogen onmiddellijk op de schop. ‘Het raakt aan wat familie voor mij betekent’, klinkt het. Vindt ze niet dat kerk en politiek best gescheiden blijven, zoals het een democratie betaamt? Haar antwoord is ontwapenend eerlijk. ‘Kijk, als jij overtuigd bent van iets en je hebt een groep van gelijkgestemden, dan is het toch normaal dat je die groep in beweging zet om jouw doel te bereiken?’

De perikelen rond het vredesreferendum tonen alvast aan dat de cristianos niet losgezongen zijn van een vakkundige politieke strategie. Maar om te begrijpen waar de politieke ambities en tactieken écht liggen, trekken we naar de Universidad Javeriana in Bogotá. Daar doceert Bibiana Ortega, gespecialiseerd in de relatie tussen partijpolitiek en religie. Zij ontwaart twee politieke partijen die banden onderhouden met de pinkstergemeenschap, met elk hun eigen strategie richting politieke macht: ‘De eerste partij, MIRA, is ontstaan vanuit één specifieke pinksterkerk (Iglesia de Dios Ministerial, red.) en combineert sterke interne discipline met politiek pragmatisme. Ze respecteert bestaande wetgeving rond pakweg lgbt-rechten, en werkt voorts rond een breed scala aan maatschappelijke thema’s. Bij MIRA zijn de kerk en de partij formeel autonoom.’

Deze aanpak van verbreding contrasteert met die van de partij Colombia Justa Libres (CJL). Ortega: ‘CLJ is opgericht door meerdere Evangelische kerken en profileert zich veel doctrinairder op religieus-ethische thema’s zoals abortus, euthanasie en het homohuwelijk. Waar MIRA inzet op aanpassingsvermogen en coalities om politiek relevant te blijven, richt Colombia Justa Libres zich vooral op ideologische eensgezindheid rond antiabortusstandpunten. CJL rekent daarbij op een relatief beperkte maar sterk gemobiliseerde achterban en enkele prominente religieuze leiders als politieke boegbeelden.’

Ik bezocht vijf verschillende pinksterdiensten, en ontwaarde geen enkele rechtstreekse verwijzing naar partijpolitiek. Hoe vertalen predikanten hun religieuze overtuiging dan naar hapklare politieke standpunten voor het publiek?

Ortega stelt dat die boodschappen vooral impliciet plaatsvinden: ‘Officieel zeggen kerken dat ze geen politiek bedrijven. Tijdens de zondagse dienst wordt er niet over partijen gesproken en lijkt de scheiding tussen kerk en politiek intact. Maar zodra verkiezingen naderen, verschuift die grens. Getuigenissen krijgen een politieke toon, gelovigen verschijnen met partijsymbolen en gebedsbijeenkomsten “voor Colombia” worden momenten waarop predikanten duidelijke politieke boodschappen meegeven. Plots zie je ook politici op de kansel verschijnen.’

Dat blijkt. De speech in pinksterkerk El Lugar de Su Presencia gaat minutenlang over de familie waarvan ‘de relatie tussen man en vrouw de hoeksteen is’. De waarden die hierbij worden meegegeven aan het publiek zijn impliciet, niet expliciet. El Lugar de Su Presencia bedient een hippe bovenklasse. In het publiek zitten hier en daar mensen die er geen geheim van maken in de lgbt-boot te zitten. Je zou als predikant gek zijn ze te hard tegen hun haren in te strijken.

Voor Ortega hoeft het niet te verbazen dat predikanten telkens op dezelfde thema’s blijven hameren. ‘Thema’s als genderideologie of godsdienstvrijheid hebben de capaciteit om te mobiliseren, te disciplineren’, stelt Ortega. ‘Zo geven ze richting aan stemgedrag in het algemeen. Daarmee verwerven ze concrete invloed.’ In combinatie met de inkomsten van het tiendenstelsel en fiscale vrijstellingen bouwen kerken zo morele én materiële macht op.

Klooster Nuestra Señora de La Candelaria vlak bij Raquira (Boyacá, Colombia). Met stichtingsdatum 1604 is het een van de oudste kloosters van het land.

Klooster Nuestra Señora de La Candelaria vlak bij Raquira (Boyacá, Colombia). Met stichtingsdatum 1604 is het een van de oudste kloosters van het land.

Het pragmatische of radicale pad

Aan alle vernoemde pinksterkerken en eraan gelinkte politieke partijen, vroeg ik een reactie. De enige die inging op de interviewaanvraag was Manuel Piraquive, partijvoorzitter en senator van MIRA. Ik tref hem op de Plaza Bolívar in Bogotá, aan het Capitool.

De senator schetst het beeld van een pragmatische politieke partij, die gewoon erkent dat zijn partij een religieuze inslag heeft. Toch wil hij benadrukken dat dat geen invloed heeft op de wetgeving die hij voorstelt als senator. ‘In de kerk prediken we het evangelie, en in het Congres maken wij sociale wetten’, stelt Piraquive. ‘Kijk maar na, geen enkel wetsvoorstel van MIRA vermeldt God. Kerk en partij zijn twee autonome structuren.’

Ter ondersteuning van die zienswijze haalt Piraquive aan dat MIRA de antidiscriminatiewetgeving heeft gesteund, die voorziet in gelijke rechten voor alle burgers op basis van geaardheid en ras. Hij erkent dat dat moeilijk viel bij een deel van zijn achterban in de kerken. ‘Bij thema’s als abortus en euthanasie blijft MIRA principieel tegen, maar als zulke wetten democratisch worden aangenomen, respecteren wij ze, want aan de staat geven we wat van de staat is.’

Hoewel ontstaan vanuit dezelfde achtergrond contrasteert dat met de radicalere, smallere, wettelijke agenda van CJL. Zij richten zich in hun parlementair werk louter op het realiseren van een oerconservatieve agenda gericht tegen de catch-all vijand “genderideologie”. In het parlement uit zich dat in steun aan voorstellen om abortus juridisch te beperken, genderneutrale taal uit onderwijs te weren of om leven vanaf conceptie constitutioneel te verankeren.

MIRA toont dat religieus geïnspireerde politiek niet noodzakelijk ondemocratisch of fanatiek hoeft te zijn, maar wel structureel anders functioneert dan seculiere partijen. Dat zegt ook Ortega, die bovendien benadrukt dat de pinksteropmars ook voordelen heeft, direct meetbaar in het Colombiaanse gezin. ‘Studies tonen aan dat mannen die zich bekeren minder alcohol drinken, wat zich vertaalt in een daling van het huiselijk geweld. Dat is nog steeds een groot probleem in machistisch Colombia.’

Machtsverschuiving

En toch. Centraal op elk dorpsplein in Colombia staat een kerk, en die is tot op vandaag katholiek van inslag. Het is vooralsnog dé landsreligie, en ze ontleent haar morele autoriteit aan een historische nabijheid tot de staat, al sinds de Spaanse opmars vanaf de 16de eeuw. Dat is het grote verschil met de pinksterkerken. Hun macht is recent, en opgebouwd van onderuit, via gemeenschap, politieke mobilisatie en emotie.

Op bezoek in het Klooster van La Candelaria, met stichtingsdatum 1604 een van de oudste van Colombia, benadrukt een van de aanwezige paters net dat punt: ‘Tja, ze leunen wel erg hard op het emotionele, hé?’ Hij klinkt bedachtzaam, want geloofsgenoten aanvallen wil hij niet. ‘Uiteindelijk geloven we in dezelfde God.’ Toch haalt hij later in het gesprek ook de tienden aan als problematisch. ‘Zoveel nadruk op het materiële… Dat hoort niet thuis in de boodschap van Jezus.’

Het altaar van de centrale kloosterkerk achter hem blinkt van het goud.

Logo van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Deze reportage kwam tot stand met steun van het Fonds Pascal Decroos voor bijzondere journalistiek

Deze reportage werd geschreven voor MO*159, het lentenummer van MO*magazine. Vind je dit artikel waardevol? Word dan proMO* voor slechts 4,60 euro per maand en help ons dit journalistieke project mogelijk maken, zonder betaalmuur, voor iedereen. Als proMO* ontvang je het magazine in je brievenbus én geniet je tal van andere voordelen.

cover van MO*159, getiteld: USAID en met ondertitel ‘De Amerikaanse middelvinger naar de meest kwetsbaren’
USAID

De Amerikaanse middelvinger naar de meest kwetsbaren