‘De zoon van de directrice zocht met zijn groepje vrienden Roma op, ze vochten elke dag’

Racisme, de eeuwige reisgezel van Roma

© Hester Vanermen

Doordat Lulia lichter gekleurd was, dacht ze ontsnappen aan het racisme dat voor andere Roma dagelijkse kost is in Roemenië. Tot ze naar schoolging. ‘De discriminatie begon bij het lezen van mijn naam.’

Roma leiden al jarenlang een gemarginaliseerd bestaan in Europa. Racisme is hun dagelijks brood. Ze emigreren met hoop op beter, maar worden in hun nieuwe thuisland snel met de voeten op de grond gezet. MO* sprak met Lulia, een Rom met heel wat praktijkervaring. Ze vertelt haar verhaal van Roemenië tot België. ‘De discriminatie op school begon bij het lezen van mijn naam.’

Net als de grootste groep Roma in Brussel is Lulia (48) een zelfzekere vrouw met veel joie de vivre. Ze is afkomstig uit Timisoara, een stad in het westen van Roemenië op zo’n 100 kilometer van de grens met Hongarije en Servië. Op een uur rijden van Timisoara ligt Sântana, een deelgemeente van de stad Arad. Van daaruit emigreerde bijna heel de Roma-bevolking naar Brussel om te ontsnappen aan het racisme.

Lulia leerde al van jongs af aan wat het is om Rom te zijn, al werd zij, als enige in haar gezin, daar niet altijd mee geconfronteerd. ‘Ik weet niet hoe de vork in de steel zit. Misschien heb ik niet dezelfde vader als mijn zussen en broer? Mijn huid en haren zijn alleszins lichter van kleur dan die van mijn familie. Hierdoor zie je niet direct aan mij dat ik Rom ben. Ik kon zonder problemen naar de winkel gaan, maar zodra bijvoorbeeld mijn moeder meekwam, die donkerder gekleurd was, hadden we ruzie.’

Achteraan de klas

Doordat Lulia lichter gekleurd was, dacht ze ontsnappen aan het racisme dat voor andere Roma dagelijkse kost is in Roemenië. Tot ze naar school ging. ‘De discriminatie begon bij het lezen van mijn naam. In de klas waren drie rijen: helemaal vooraan zaten de rijke Roemenen, als tweede de andere Roemenen en helemaal achteraan, waar het net heel koud was, was de rij voor de Roma. Als je op die rij zat en je vinger opstak, werd je nooit aangeduid. De zoon van de directrice zocht met zijn groepje vrienden Roma op, ze vochten elke dag.’

‘Slechts een derde van de Roma in “gettoscholen” voltooit de basisschool.’

Hoewel het in Roemenië verplicht is naar school te gaan, verlaten veel Roma vroegtijdig de schoolbanken. ‘Meer dan een op de drie Roma-kinderen in Oost-Europa gaan naar arme Roma-“gettoscholen, slechts een derde voltooit de basisschool en 6 procent de middelbare school’, schrijft Koen Geurts van de Dienst Roma en Woonwagenbewoners van Foyer vzw in Molenbeek.

© Hester Vanermen

Roma krijgen op school vaak te maken met discriminatie. Wanneer ouders zelf niet geschoold zijn, vinden ze dit onbelangrijk en is er geen steun van thuis. Familie is het allerbelangrijkste voor Roma. Van meisjes wordt al op zeer jonge leeftijd, twaalf- tot veertien jaar, verwacht dat ze trouwen en kinderen op de wereld zetten. Jongens leren vanaf datzelfde moment hoe ze geld kunnen verdienen. Vanaf dan speelt school helemaal geen rol meer.

Voor ‘burgers’, niet voor Roma

Sommige Roma zien school ook als iets voor ‘gadjé’. Dat is de benaming die Roma gebruiken voor niet-Roma, letterlijk vertaald betekent het ‘burgers’. Het onderwijs hanteert andere waarden en normen dan de Roma-cultuur en wekt hierdoor wantrouwen op. De lage scholingsgraad bij Roma maakt het extra moeilijk om werk te vinden en een volwaardige rol te kunnen opnemen in onze samenleving.

Een veelvoorkomende reden voor afwezigheid op school is een ziek familielid. Kinderen blijven dan thuis om voor de zieke te zorgen of geld te verdienen.

Toen Lulia in het middelbaar zat, werd ook haar moeder ziek. ‘Op dat moment was school niet meer belangrijk voor mij. Ik moest geld verdienen om de dokter en de behandeling te kunnen betalen. Dat deed ik door op de markt bijvoorbeeld alle eieren op te kopen, om ze erna door te verkopen voor meer geld. Of ik kocht een kilo koffie, verdeelde die in zakjes die ik dichtsmolt met het strijkijzer, om daarna verder te verkopen.’

De mentaliteit en het racisme in Roemenië deden Lulia dromen van een ander leven. ‘In Roemenië heeft geen enkele Rom dromen. Ik had heel snel door dat ik als Rom in Roemenië nooit ergens zou raken. De droom die Roma daar hebben, is weggaan naar ergens waar het niet uitmaakt welke kleur je huid heeft of hoe donker je haren zijn. Ik wilde daar niet leven en ik zou nooit mijn kinderen daar laten leven. Dat was mijn enige droom.’

Vertrekken

Eind jaren tachtig verliet Lulia Roemenië, net voor de derde emigratiegolf (zie kader onderaan). ‘Ik trouwde en was direct zwanger. Vanaf het moment dat ik wist dat ik in verwachting was, wilde ik weg. Mijn man en ik spraken af naar Duitsland te gaan. Daar konden we medicatie voor mijn moeder kopen’, vertelt Lulia. Roemenië stond toen onder leiding van de communistische Ceaușescu en hield haar grenzen dicht, vooral voor haar eigen burgers.

‘Hoogzwanger gingen we via Hongarije en Polen naar Duitsland. Daar werden we tweemaal opgepakt en teruggestuurd naar Roemenië. Uiteindelijk lukte het en reisden we door naar België, waar we na een ellenlange procedure asiel kregen.’

In de tussentijd verbleef Lulia in het Klein Kasteeltje in Brussel, dat in 1986 een opvangcentrum voor kandidaat-vluchtelingen werd.

‘Nu ik zelfstandige ben, heb ik Roemenen in dienst, maar zij weten niet dat ik Rom ben.’

‘In de fruitteelt in Vlaanderen kon je werken zonder papieren. We lieten onze dochter van vier maanden achter bij vreemden zodat we een proefperiode konden draaien. Achteraf werden zij haar meter en peter. We werden aangenomen en verdienden zo ons eerste geld.’

‘Nadat onze asielaanvraag werd goedgekeurd en we eindelijk papieren hadden, konden we vast werk zoeken. Ik deed ervaring op als naaister en na de geboorte van mijn tweede kind werd ik zelfstandige.’

Racisme in België

© Hester Vanermen

Lulia heeft een textielbedrijf in Vlaanderen en stelt zo’n dertig mensen te werk. Veel van haar werknemers zijn van buitenlandse origine, waaronder Roemenen. Zij weten niet dat Lulia Rom is.

‘Kort nadat ik mijn bedrijf oprichtte, ontmoette ik verschillende Roemenen. Ik hielp hun met de asielprocedure en we geraakten bevriend. Na hun goedkeuring zocht een van de vrouwen werk en ik zocht net personeel.’

‘Vandaag weet ze nog altijd niet dat ik Rom ben. Roemenen zouden nooit voor Roma werken. Ooit zei een werkneemster in mijn eigen huis tegen mij: “Als ik kon, zou ik alle zigeuners hun baarmoeder weghalen zodat ze nooit nog kinderen kunnen krijgen”.’

Maar er is ook indirect racisme, vertelt Lulia: ‘Niet zo lang geleden zag ik een filmpje op Facebook van bevriende Roemenen, ook zij weten niet dat ik Rom ben. Tijdens een barbecue zeiden ze in de camera wat voor een slecht ras Roma zijn en dat we beter allemaal zouden sterven. Ik heb die persoon direct ontvolgd.’

Een magere troost: volgens Lulia is het racisme in Roemenië erger dan in België, omdat Roma daar nog op traditionele manier gekleed zijn en de oude tradities volgen. De veroordeling van de vorige Roemeense president, Traian Băsescu, kan dit bevestigen.

In 2010 veroordeelde de Nationale Raad de president wegens racistische uitspraken over Roma. Zo beweerde hij dat de naam ‘zigeuners’ veranderen in ‘Roma’ een grote fout was, omdat mensen dit zouden kunnen verwarren met Roemenen. Roma hebben een slechte naam door hun primitieve gedrag, volgens Băsescu.

© Hester Vanermen

In 2014 vocht Băsescu de zaak aan. Hij ving bot in 2016 bot omdat het niet de eerste keer was dat hij zulke uitspraken deed over Roma.

Genegeerd

Ook op lokaler niveau ervaren Roma nog veel racisme in Roemenië. Lulia vertelt een verhaal van 2019, toen ze samen met haar zussen naar Arad ging. ‘Samen gingen we traditioneel gekleed naar de lokale Kentucky Fried Chicken. Toen het onze beurt was, negeerde de vrouw achter de kassa ons.’

‘We hebben luid ons gedacht gezegd en werden een beetje agressief. Toen het te ongemakkelijk werd voor de andere klanten vroeg ze eindelijk wat we wilden bestellen. Racisme is overal, maar in Roemenië is het in heel hoge mate aanwezig.’

Ook de rest van Lulia’s familie ontvluchtte het racisme in Timisoara. Ze wonen allemaal in Brussel. In tegenstelling tot Lulia in Vlaanderen verstoppen ze helemaal niet dat ze Roma zijn. Lulia is ondertussen volledig geïntegreerd in de westerse cultuur, haar kinderen studeren aan de universiteit.

Samen met de andere Roma in Brussel houdt Lulia’s familie wel nog vast aan hun cultuur. ‘De grootste uitdaging vandaag van jonge Roma in Brussel is het drugsprobleem. Die jongeren hebben geen vrienden buiten de Roma-gemeenschap en hebben niets te doen omdat ze niet naar school gaan. In de plaats houden ze zich bezig met drugs. De oplossing van de ouders hiervoor is trouwen, zodat ze geen andere keus hebben dan werken en een goede echtgenoot zijn. Maar door vroeg te trouwen is er helemaal geen ruimte meer voor school. Het is een vicieuze cirkel.’

Maar de hoop op een betere toekomst voor Roma in Brussel geeft Lulia niet op. ‘Onze gemeenschap is heel gesloten, Roma moeten je leren kennen. Ze zien in jou wat je ze toont. Als je toont dat je goede bedoelingen hebt, accepteren ze je en zullen ze hulp aanvaarden.’

Het migratieparcours van de Roma, van India naar Brussel

De Roma (meervoud van Rom) komen oorspronkelijk uit Noord-India. Vroeger waren zij een nomadisch volk dat woonde in woonwagens. Een tiental eeuwen geleden begonnen ze weg te trekken uit Azië richting Europa, met drie grote migratiegolven tot gevolg.
De eerste golf vond plaats in de 15de eeuw, toen de eerste groepen naar de Nederlanden trokken. De opheffing van de slavernij in 1856 in Moldavië en Walachije, vorstendommen in het huidige Roemenië, resulteerde in een tweede migratiegolf.

De Raad van Europa schat het totale aantal Roma in Europa op 10 à 12 miljoen. België telt ongeveer 30.000 Roma, waarvan volgens Foyer vzw één derde zich in Brussel bevindt. De meeste Roma die je tegenwoordig in Brussel tegenkomt, maken deel uit van de derde migratiegolf. Deze bracht na de val van het communisme Roma uit Oost-Europese landen naar West-Europa. Zij woonden al langere tijd in huizen in bijvoorbeeld achterstandswijken, maar ook in ‘gemengde wijken’ als gevolg van de verplichte culturele assimilatie van het communistisch regime.

Tegenwoordig hebben bijna alle Roma een vaste woonplaats en zijn ze dus geen nomadisch volk meer. Roma spreken het Romanes, een ongeschreven taal die je niet zomaar kan leren. ‘Roma’ betekent in het Romanes simpelweg ‘mensen’. Een vaker gebruikte term voor Roma is ‘zigeuners’. Op het eerste Wereld Roma Congres in 1971 koos men ‘Roma’ echter als algemene naam, omdat het woord ‘zigeuners’ als denigrerend wordt ervaren. Roma worden al eeuwenlang geconfronteerd met racisme, onder andere door hun primitieve levenswijze en stereotypes over de Roma-gemeenschap.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift