Op de Latijns-Amerikaanse route naar de VS duiken opvallend vaker Aziatische en Afrikaanse migranten op

’s Werelds onbekendste route naar de Amerikaanse Droom

Jorge Cabrera / Reuters

De voeten van een gestrande Haïtiaanse migrant in Honduras

Nu de Europese Droom een nachtmerrie wordt voor veel Afrikaanse en Aziatische migranten – denk Griekse pushbacks en Libische slavenkampen – krijgt de Amerikaanse variant weer meer glans. Een groeiend aantal migranten heeft daar een onwaarschijnlijke beproeving voor over: een dure en dodelijke omweg via Latijns-Amerika. Officiële cijfers zijn er niet, maar in flessenhals Noord-Colombia komt de realiteit onverdund bovendrijven.

‘Oye negrito!’ Het is elf uur ’s morgens in het Colombiaanse dorpje Capurganá en de inwoners zetten zich schrap voor de hitte die binnen een uurtje zal komen opzetten. ‘Wat doe je nog op straat?’ De roep komt van Celeste, die ons skypegesprek even onderbrak voor een begroeting van iemand buiten mijn beeld.

De Colombiaanse baat een hotel uit in het dorpje Capurganá, gelegen aan de noordkust. Vroeger diende deze ongerepte regio als uitvalsbasis voor de guerrillero’s van de rebellenbeweging FARC. Maar vandaag vormen de paradijselijke stranden vooral het decor van een toeristisch postkaartje.

Bij gebrek aan wegen is het dorp exclusief per boot of vliegtuig bereikbaar. Eenmaal aan land moet je de blèrende reggaeton erbij nemen. Maar de rum is er heerlijk, en vlakbij, over de grens met Panama, kost het vloeibare goud slechts de helft van de prijs. Naast de Panamese taxfree winkels bereidt doña Lila op het strand vis met verse kokosmelk.

Voor toeristen die de regio aandoen is een dagje Panama dan ook een populair uitstapje: een kwartier met de boot naar Sapzurro, het laatste Colombiaanse gat voor de Panamese grens. Daar aangekomen wacht een lichte wandeling over een aangelegd pad, compleet uitgerust met uitkijkpunten over de berg en rustbankjes, regelrecht naar het Panamese La Miel.

‘Weet je waar de Afrikanen zich schuilhouden?’, polst Celeste op mijn verzoek bij Negrito. ‘Gisteren zaten er nog achter het voetbalveld’, klinkt het buiten beeld. ‘Maar ik denk dat ze intussen alweer vertrokken zijn.’

© Arne Gillis

Bootjes voor anker in Sapzurro, het laatste Colombiaanse gehucht voor de grens met Panama

De bittere realiteit

In dit toeristenparadijs lijkt het haast een buitenaardse conversatie. Maar achter de postkaart schuilt een bittere realiteit.

In Capurganá zijn er safehouses voor transmigranten van allerlei allooi. Soms bevinden er zich geïmproviseerde tentenkampen. Van op het blitse dakterras van Bar Macondo, genoemd naar het mythische land uit de koker van Gabriel Garcia Márquez, zien toeristen ’s nachts boten vol migranten toekomen.

Op een strandwandeling vond ik het paspoort van een Haïtiaanse vrouw tussen aangespoeld afval, half verteerd door het water.

Tijdens een strandwandeling vond ik het paspoort van een Haïtiaanse vrouw tussen aangespoeld afval, half verteerd door het water, afgestempeld in Brazilië. In Capurganá zie je ze bijna elke dag door de straten schuifelen, bepakt en bezakt, voorbij de pizzeria, de diepzeeduikschool en het holistisch centrum: mannen, vrouwen en kinderen. In transit, op weg naar de American Dream.

Meestal trekken de migranten geruisloos als de wind door de postkaart. Bijna onzichtbaar, slechts wat dollarbiljetten achterlatend. Maar soms doorkruisen andermans belangen hun fragiele bestaan. Dan gebeurt er wat er meestal gebeurt: het systeem kraakt in zijn voegen en zet zich uiteindelijk naar de nieuwe realiteit. In dat proces geldt dat wie het zwakst is, aan het kortste eind trekt. Dit is dan ook vooral het verhaal van een chaotisch en absurd systeem.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Hoe absurd precies, dat wordt al meteen duidelijk wanneer je ziet wie er zich op deze migratieroute begeeft.

Vroeger namen vooral Haïtianen en Cubanen de lange route via Latijns-Amerika. Het aantal Cubanen verminderde significant toen Nicaragua de inreiswetten voor Cubanen iets versoepelde. Sindsdien halveerde het reistraject naar de VS voor een Cubaanse migrant, van zo’n 7000 kilometer tot pakweg 3000 kilometer. Cuba ligt in vogelvlucht op amper 145 kilometer van de Amerikaanse kust.

De Haïtianen bleven over. En sinds enkele jaren krijgen ze het gezelschap van andere nationaliteiten: vooral Kameroeners, Congolezen, Angolezen en Bengali, maar ook Burkinezen, Sri Lankanen en Indiërs. Allemaal trekken ze via Capurganá naar Panama. Zij het in andere omstandigheden dan de liefhebbers van verse vis en goedkope rum.

Flessenhals

Voor de Afrikaanse en Aziatische migranten zijn er twee belangrijke ‘aankomstplekken’ in Latijns-Amerika.

Eén van die plekken is het Braziliaanse São Paulo, dat uitstekende luchtverbindingen heeft met andere grootsteden in Azië en Afrika. Brazilië kent als migratieland bij uitstek relatief losse wetten voor migranten. Bovendien opereren er op Braziliaans grondgebied bekwame vervalsers. Voor grof geld leveren zij valse paspoorten af die migranten in staat stellen om illegaal Brazilië binnen te reizen. In 2019 werd zo’n bende vervalsers onder leiding van de Somaliër Abdifatah Hussein Ahmed in São Paulo gearresteerd door de Amerikaanse douanehandhaving.

Een andere aankomstplek is Ecuador. Inwoners van de meeste Afrikaanse en Aziatische landen hebben geen visum nodig om dit Andesland te betreden, zowat een unicum in de wereld.

Van daar gaat de reis met de bus richting Colombia, dwars door Panama, Costa Rica, Nicaragua, Honduras, Guatemala en Mexico richting de Verenigde Staten. En wie er een kaart bij neemt, ziet het. Al deze mensen komen samen in Capurganá, gelegen aan de toegangspoort van de Darién, een groot en onherbergzaam gebied op de smalle landengte tussen Zuid- en Centraal-Amerika.

Door de geografische locatie op de flessenhals (zie kaart) wordt het kleine dorpje Capurganá des te interessanter. Nergens is het nieuwe migratiefenomeen zo geconcentreerd zichtbaar als hier.

Nergens wordt bovendien duidelijker hoe dodelijk de route is. Want wat voor de toeristen een paradijs is, is voor de migranten de poort van de hel.

De hel van het noorden

Vlak achter Capurganá wacht migranten de Tapón del Darién, een gebied dat ondanks haar beperkte omvang een van de meest onherbergzame op aarde is. De landengte herbergt bergketens met kolkende rivieren, wilde dieren en een palet aan dodelijke ziektes. De weinige menselijke activiteit bestaat uit paramilitairen die actief zijn in de drugshandel en enkele geïsoleerde indianenstammen.

Het is de enige plek waar de 30.000 kilometer lange Pan American Highway onderbroken wordt, voor de totale lengte van 110 kilometer. Ondanks diverse pogingen bleek het simpelweg onhaalbaar om dat ontbrekende stuk snelweg aan te leggen.

Twee Amerikaanse journalisten trokken mee met migranten door de Darién. Ze filmden er skeletten op de route.

Onderzoek naar de gevaren in de Darién is zeldzaam. Het pad naar de bewoonde wereld in Panama zou tot twee weken kunnen kosten, al zijn er ook mensen die getuigen van een vijfdaagse tocht.

Twee journalisten van het Amerikaanse PBS News Hour trokken mee in het spoor van de migranten, waar ze skeletten filmden op de route. Migranten getuigen dat, mochten ze op voorhand geweten hebben wat ze in de Darién zouden aantreffen, de route niet zouden overwegen. ‘We gingen door de hel’, getuigt een Kameroenese migrant.

Blinde vlek

Het is verrassend hoe weinig officiële gevevens er beschikbaar zijn over deze migratieroute. Dat heeft verschillende redenen. Doordat de migranten de Verenigde Staten als einddoel hebben, wordt er in de transitlanden doorgaans laks omgesprongen met hun registratie. Er is bovendien amper samenwerking tussen de douanes van de verschillende Latijns-Amerikaanse landen.

Waar de immigratiewetten in een bepaald land strenger zijn, zie je dat de aankomstcijfers lager zijn. Daar duiken vluchtelingen de illegaliteit in, om weer te verschijnen in de cijfers van het volgende land op de route, waar de wetten milder zijn.

De overheden treffen hier schuld, door hun gebrek aan interesse, aan coördinatie. Maar ook de migranten zelf verkiezen soms om clandestien te reizen. Elk transitland heeft zijn eigen wetgeving, en het kost moeite en kennis om van elk land de precieze vereisten te kennen. Door de bomen zien sommigen het bos niet meer. Zij verkiezen één statuut voor de hele reis: dat van de illegaliteit.

Neem nu Colombia. In Colombia krijgen buitenlanders die zich zonder visum aan de grenzen aanbieden normaliter een vrijgeleide, de zogenaamde salvoconducto. Darmee mogen ze gedurende vijftien dagen vrij door het land reizen met veilige, erkende transportfirma’s. Maar Migración Colombia, de officiële overheidsinstelling die de migratiebelangen van het land behartigt, publiceert geen cijfers over hoeveel salvoconductos er in de loop der jaren uitgedeeld zijn.

MO* kon toch de hand leggen op een intern document dat ingaat op de aankomsten van Afrikaanse en Aziatische migranten, specifiek in Capurganá. Het is van de hand van een ex-functionaris van het regionale administratieve centrum Acandí, die anoniem wil blijven. We noemen hem hier señor Londoño.

Londoño registreerde 6299 aankomsten over een duur van zes maanden in 2019. Hij specificeert dat dit alleen gaat over de migranten die met erkende transportbedrijven de Golf van Urabá zijn overgestoken.

‘Het is onmogelijk te weten hoeveel migranten er daarnaast clandestien door Capurganá zijn getrokken’, vertelt Londoño in een telefoongesprek met MO*.

Economische meevaller

Wat wel vaststaat, is dat de migranten nauwelijks kunnen rekenen op een vriendelijk gezicht op hun pad. ‘Iedereen probeert geld aan hen te verdienen’, weet Londoño. ‘De migranten kennen de regio niet en alleen de Cubanen spreken Spaans. Zowel legale (met salvoconducto, red.) als illegale reizigers zijn aangewezen op de diensten van smokkelaars, of zoals ze lokaal worden genoemd coyotes’, klinkt het.

‘De migranten kennen de regio niet, en alleen de Cubanen spreken Spaans.’

Die coyotes zijn onafhankelijk opererende pionnen op een netwerk dat vertakt is over het continent. ‘In Capurganá heb je coyotes die gespecialiseerd zijn in de doortocht van de Darién. Ze staan in contact met hun collega’s aan de andere kant van de jungle. Daar nemen zij het over en stopt de verantwoordelijkheid van de Colombiaanse smokkelaars.’

Het systeem groeide organisch. Maar wat Londoño tegen de borst stuit, is het platte opportunisme van de coyotes. ‘Ze proberen het voor hun omgeving te verpakken als een humanitaire daad, maar kijk eens naar de bedragen die circuleren. Dertig dollar, om de rugzakken van die migranten vanuit Sapzurro over de berg naar La Miel in Panama te dragen? Dat zijn bandietenstreken.’

En dan doen er verhalen de ronde dat coyotes de migranten doelbewust in cirkels laten lopen in de jungle. Het maakt hen wanhopig, waardoor ze nog gemakkelijker uitgeperst kunnen worden. ‘Ze vormen hoe dan ook een gemakkelijke prooi voor mensen die een extraatje willen verdienen. Restauranteigenaars, de kapiteins van de boten, iedereen drijft de prijzen op. Zelfs de douane verdient aan de migranten.’

Restauranteigenaars, de kapiteins van de boten, iedereen drijft de prijzen op. Zelfs de douane verdient aan de migranten.

Migranten getuigen dat ze 200 dollar moesten betalen voor een salvoconducto, die normaal gezien gratis is. De Colombiaanse douane heeft sowieso een belabberde reputatie. Als journalist voor MO* ervoer ik in januari 2019 zelf hoe Colombiaanse douaniers in de grensstad Cúcuta onder één hoedje spelen met mensensmokkeleers die gelinkt worden aan de ELN-guerrilla.

Los daarvan klaagt Londoño aan dat de nieuwe activiteiten de lokale gebruiken ontwrichten. ‘Dit zijn kwetsbare, Afro-Colombiaanse gemeenschappen met een rijk palet aan tradities. Het relatief snelle geld vormt een bedreiging, en niet alleen cultureel. Wie gaat er nog een hele dag vissen als je ook koffers kan dragen of coyote kan worden?’

Fredy Marin, een lokale politicus van het dorp Necoclí, bevestigt aan de telefoon dat de lokale bevolking weinig problemen heeft met de komst van de migranten. ‘De migranten hebben eten nodig en een plek om te slapen. Deze zone heeft weinig economische middelen. De mensen zijn dus blij met deze economische meevaller.’

De weinige strubbelingen zijn volgens Marin te verklaren doordat sommige migranten voor zichzelf economische kansen creëren, in de prostitutie. ‘Door de coronacrisis zitten er wel nog steeds 397 migranten vast in onze gemeentelijke sportzaal. De gemeente geeft hen te eten, maar het begint wat veel te worden. We willen graag meer steun krijgen van de nationale regering.’

Wet van bloed en vuur

Die steun blijft voorlopig uit. De afgelegen locatie, de zwakke lokale economie, de mix van migranten, toeristen en paramilitairen die zich in de Darién bezighouden met de drugshandel: de regio rond Capurganá zit vast in een eigen, bijna unieke logica. En die realiteit durft al eens te verschuiven, zoals bijvoorbeeld in februari 2019.

De kapitein was dronken, geen van de passagiers had een reddingsvest aan. Niet veel later spoelden 21 lijken aan op het strand.

Onder druk van dorpshoofden, die vreesden dat de aanwezigheid van migranten de toeristische industrie zou schaden, werden het aangelegde pad naar Panama afgesloten. De industrie van de coyotes werd geformaliseerd: plots heetten ze ‘gidsen’. Kapiteins van de transportbedrijven op de routes over de Golf van Urabá mochten plots geen migranten meer vervoeren.

Het verhinderde de doorvoer van migranten aanzienlijk. In Turbo, de laatste grote stad die per weg bereikbaar is, ontstonden er opstoppingen. De pensionnetjes zaten er stampvol, op de stranden verschenen geïmproviseerde tentenkampjes.

Geconfronteerd met de blokkade begonnen migranten andere, gevaarlijkere manieren te zoeken om Capurganá en nadien Panama te bereiken. Gewetenlozere coyotes werden gevonden en ingehuurd. Kleinere boten, meer passagiers. Bonafide kapiteins wisten onmiddellijk dat dit fout moest lopen: de golven vormen hier soms metershoge gedrochten, die een boot met 200 passagiers vervaarlijk kunnen doen overhellen.

Op 28 februari liep het fout af met een bootje met 34 mensen aan boord, vooral Congolezen en Angolezen. Ze maakten deel uit van een grotere operatie, waarbij tussen de 210 en 250 Afrikaanse migranten per boot naar Panama zouden worden gesmokkeld vanuit Capurganá. De kapitein was dronken, geen van de passagiers had een reddingsvest aan. Niet veel later spoelden 21 lijken aan op het strand van Capurganá.

Plots werden de onzichtbaren zichtbaar. De scheepsramp werd breed uitgesmeerd in de Colombiaanse media, en de autoriteiten konden niets anders doen dan de migratiekwestie, die ze jarenlang hadden genegeerd, aanpakken.

© Arne Gillis

Een militaire controle in paramilitair gebied, Rio Atrato

Uit de discotheek La Brujita, op het strand van Capurganá, plukte de politie twee coyotes die het transport van de 34 ongelukkigen hadden georganiseerd. Later volgde nog een handvol arrestaties. Het hoofd van Migración Colombia bracht een bezoek aan Capurganá.

Daar leek het bij te blijven. Maar dat was buiten de paramilitairen gerekend, die in de grensregio al jarenlang en in alle rust cocaïne smokkelen richting Panama. Plots was de douanepolitie aanwezig in hun voordien wetteloze operatieterrein, en daarin zagen ze een bedreiging voor hun handel. Hoe minder ogen er gericht waren op hun cocaïnesmokkel, hoe beter.

De migrantenkwestie dreigde de drugshandel een halt toe roepen, door de plotse aanwezigheid van de douanepolitie.

Waar niemand tot dan toe in was geslaagd, de drugshandel een halt toe roepen, dat dreigden de migranten onvrijwillig en indirect klaar te spelen. IJlings weerklonk begin 2019 vanuit de jungle het verbod van de paramilitairen: coyotes die nog migranten smokkelden, zouden dat per direct met hun leven bekopen. ‘De wet van bloed en vuur.’

Het eerste slachtoffer viel op 12 maart. In de toeristische postkaart Capurganá werd de “gids” Álvaro Javier Hernández vermoord door paramilitairen. Lokale media vermelden nog zeven andere moorden in de daaropvolgende maanden. De Colombiaanse nieuwssite La Silla Vacía haalt een inheemse leider aan: ‘Iedereen weet wie die moorden pleegt, en waarom.’

De vrouwen van het dorp trokken de straten op en eisten meer inzet van de Colombiaanse staat. De coyotes eisten respect voor hun “humanitaire werk”. En aan de overkant van de Golf van Urabá stonden alweer duizenden migranten klaar.

Bang van mensen in armoede

Het oude systeem kraakte in zijn voegen. In de tussenfase werden migranten naar alle waarschijnlijkheid veroordeeld tot routes die nog dieper in de jungle liggen, daar waar zelfs paramilitairen niet komen. Er doken meer en meer verhalen op dat coyotes de migranten halverwege de route verlieten, waarschijnlijk uit schrik voor de paramilitairen. In Capurganá, het toeristenparadijs, circuleerden de filmpjes op de telefoons van de bewoners: zwarte lijken, diep in de jungle, aangevreten door wilde varkens.

Intussen zouden de paramilitairen weer toestemming hebben gegeven om migranten te smokkelen, op twee voorwaarden: geen minderjarige coyotes, ver weg blijven van de drugsroutes, en een vast tarief van 70 dollar per migrant om de Darién door te steken. Van dat geld gaat zonder twijfel een deel naar de paramilitairen zelf.

‘Dit is geen louter Colombiaans fenomeen. Kijk maar eens naar de slappe Europese reactie telkens er mensen sterven op de Middellandse Zee.’

Voorlopig zijn er geen aanwijzingen dat paramilitairen de migranten dwingen om drugs te smokkelen, al lijkt dat een kwestie van tijd. Time is nog steeds money, vooral in de jungle.

Rest de vraag: waarom is deze situatie zo weinig bekend? Ik vraag het aan Londoño, auteur van het interne rapport. ‘Eén woord: aporofobia. Dat is een concept van de Spaanse filosofe Adela Cortina, wat betekent: “schrik voor de armen”. Dit is geen louter Colombiaans fenomeen. Kijk maar eens naar de slappe Europese reactie, telkens er mensen sterven op de Middellandse Zee. Het probleem is niet dat die mensen grenzen oversteken. Het probleem is dat ze arm zijn. En in dit geval, wat hun situatie extra verzwaart: arm en zwart.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur