Dossier: 

Servië: gastvrije reputatie maar niemand wil blijven

In tegenstelling tot buurland Macedonië lijkt Servië te kiezen voor een meer humane aanpak van de stroom vluchtelingen die het land doorkruist. Er wordt gewerkt aan een asielsysteem, deels gebouwd op de erfenis van de opvang van Servische vluchtelingen uit Bosnië en Kroatië. Dat zorgt voor nieuwe dilemma’s. Want opvang of niet, zo goed als iedereen wil verder richting Europa.

  • © Toon Lambrechts 'Nooit zullen grote aantallen vluchtelingen in Servië willen blijven. Met wat meer inspanning kunnen we hen echter wel wat meer bieden.' © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts
  • © Toon Lambrechts © Toon Lambrechts

Sigaret na sigaret vult de hotelkamer zich met rook. Het maakt de sfeer er alleen maar bedrukter op.

De broers Ashraf en Kareem, afkomstig uit Damascus, weten het niet meer. Al meer dan een week hangen ze rond in Belgrado, klaar om de laatste stap richting Europa te zetten.

© Toon Lambrechts

Alleen de Servisch-Hongaarse grens scheidt hen nog van West-Europa. Dat is meteen de belangrijkste stap in heel de route. Want iedereen weet wat er op het spel staat. Wie opgepakt wordt in Hongarije, moet daar asiel aanvragen en zijn vingerafdrukken geven, tenzij je maanden detentie kan doorstaan en een tweede poging waagt. Dat is een gevolg van de Dublin-conventie, die vluchtelingen verplicht in het eerste land waar ze aankomen asiel aan te vragen. Maar niemand wil in Hongarije blijven, het land staat bekend om zijn harde aanpak van migranten.

Niemand wil in Hongarije blijven. Het staat bekend om zijn harde aanpak van migranten.

Te veel vragen

Elke dag veranderen de plannen van de broers. Alleen proberen zonder de hulp van een smokkelaar, of toch gebruik maken van het aanbod? En welke smokkelaar te kiezen? Wat als ze gearresteerd worden in Hongarije? Hun vingerafdrukken geven aan de Hongaarse politie en daarmee hun kansen in Duitsland hypothekeren? Of weigeren hun gegevens over te maken en enkele weken in een Hongaarse cel riskeren, een oord met een bijzonder kwalijke reputatie?

Het probleem is het geld. Beide broers hebben nog slechts 1500 euro over, gisteren ontvangen uit Syrië via Western Union. Dat is alles, net genoeg om voor één van hen een smokkelaar te betalen. Er wordt druk heen-en-weer gebeld. Naar de ouders in Damascus, om raad te vragen en om hen om de hoogte te houden. Naar vrienden in Duitsland die wel al overgestoken zijn, maar het gevaar lopen gedeporteerd te worden naar Hongarije omwille van het feit dat hun vingerafdrukken daar geregistreerd staan. Naar de smokkelaar, om te onderhandelen over de prijs en hoe te betalen. Naar een andere smokkelaar, om te zien of die een beter vergelijk voorstelt. Ze komen er niet uit. Maar een dag later zijn ze van de radar verdwenen. Blijkbaar hebben ze toch een oplossing gevonden.

Aanzwellende rivier

Anders dan in Macedonië is de transitmigratie in Servië wel zichtbaar. Zeker de buurt rond het centraal station van Belgrado loopt vol met Syriërs, Afghanen en Afrikanen. De kebabzaken die de klok rond open zijn, doen gouden zaken. Een koffiehuis tegenover de busterminal is verworden tot een plek waar smokkelaars en hun klanten elkaar vinden.

Dat de transitmigratie doorheen de Balkan te merken is in de straten van Belgrado, mag eigenlijk niet verwonderen. Vorig jaar vroegen 16.500 mensen asiel aan in Servië, de eerste twee maanden van dit jaar al bijna 5000. Ter vergelijking, in 2010 waren het er slechts 522. Bovendien zeggen de cijfers niets over wie onopgemerkt het land doorreist.

In 2010 vroegen 522 personen in Servië asiel aan. In 2014 liefst 16.500.

‘Het begon erg bescheiden in 2008 met een handvol mensen die hier asiel aanvroegen’, vertelt Rados Djurovic, actief binnen het Asylum Protection Centre, de voornaamste ngo in Servië die opkomt voor de rechten van asielzoekers.

‘In 2009 zagen we de eerste mensen die vanuit Griekenland vertrokken waren. Momenteel komen er meer en meer mensen direct via Bulgarije.’

‘Het is als een rivier die jaar na jaar blijft aanzwellen. De politie gaat dat niet kunnen stoppen, hoewel de controles aan de Servisch-Hongaarse grens de laatste maand gevoelig zijn opgevoerd onder druk van Europa. Er werd hier al behoorlijk wat gesmokkeld toen de sancties tegen Servië nog in voege waren, dus de netwerken bestonden al. Maar nu zien we dat meer en meer mensen zonder crimineel verleden betrokken geraken bij de mensensmokkel. De verleiding van het geld is groot.’

Op adem komen

© Toon Lambrechts

Het sterk stijgend aantal asielaanvragen is misleidend. Servië blijft een transitland, de laatste halte voor Hongarije. Maar het land is tot nader orde geen lid van de Europese club, en valt dus buiten de Dublin-conventie. Asiel aanvragen in Servië heeft dus geen enkele invloed op de kansen om eventueel als vluchteling erkend te worden in Europa. Toch dienen veel mensen een aanvraag in. Een aanvraag betekent een legale grond om in het land aanwezig te zijn. Bovendien kan iemand die asiel aanvraagt, in principe althans, terecht in een van de opvangcentra. Voor veel transitmigranten geeft dat de mogelijkheid om even op adem te komen.

Gouden zaken

Bogovadja is niet meer dan een typisch klein Servisch dorp. Een paar straten groot, een paar winkeltjes en enkele cafés. Maar de kleur in het straatbeeld is minder typisch. Syriërs, Afrikanen, Afghanen…

‘Ik kan geen jaren in een vluchtelingenkamp in Turkije blijven zitten. Ik wil verder met mijn leven.’

De opening van het asielcentrum heeft het dorp grondig veranderd. Het asielcentrum van Bogovadja ligt een eindje uit het dorp. De paar taxi’s die de asielzoekers van en naar het centrum brengen, doen gouden zaken. Het opvangcentum zelf bestaat uit een reeks lokalen, gedecoreerd met muurschilderingen van mensen in traditionele Servische klederdracht.

Bogovadja was altijd al een vluchtelingencentrum, maar huisvestte in eerste instantie Servische vluchtelingen uit Bosnië en Kroatië tijdens en na de Balkanoorlogen. Voor de deur van het hoofdgebouw zit een achttal mensen te wachten op een plek.

Een Afghaan vertelt het ondertussen bekende verhaal. Jarenlang in Griekenland gewoond, maar geen werk meer en dus op weg naar elders. Bestolen in Macedonië en gestrand in Servië. Hij wil naar Italië, een ongewone keuze, maar hij heeft er vrienden. ‘Ik ben echter op, ik moet even op adem komen.’

‘Ik heb alleen mijn benen nog’

Aan de rand van het terrein staan twee kiosken. Ze zijn omgetimmerd tot geïmproviseerde plekken om te slapen door de vluchtelingen zelf. Dat is vreemd, want binnen is er plek genoeg.

‘We hebben net de juiste papieren om hier te mogen zijn’, zegt Zacharias, een jonge kerel uit Syrië. Hij studeerde chemie in Damascus, maar moest op de vlucht. ‘Ik kan geen jaren in een vluchtelingenkamp in Turkije blijven zitten. Ik wil verder met mijn leven.’

Wat scheelt er met zijn papieren? ‘Ik heb documenten gevraagd bij de politie, maar niets gekregen.’ Een andere Syriër heeft wel papieren, maar niet de juiste. Hij kreeg een plek toegewezen in het opvangcentum van Tutin, vlak bij de grens met Montenegro, een stuk zuidelijker. ‘Maar ik wil vooruit, geen honderden kilometers terug.’

Zacharias wil advies. Welk land in Europa is de beste bestemming? Duitsland misschien? Maar daar zitten al erg veel Syriërs. Zijn vriend heeft het over Groot-Brittannië, omdat werk vinden er makkelijker zou zijn. Zeker niet Hongarije, als ze daar hun vingerafdrukken zouden nemen, is hun reis voorbij.

Zacharias weet het niet meer, hij heeft te veel verhalen gehoord. Geld om een smokkelaar te betalen heeft hij sowieso niet meer. ‘Ik heb alleen mijn benen nog.’

Kinderziektes

‘De verleiding om verder te reizen richting Europa is groot. Het is nog maar een kleine stap.’

Bogovadja typeert de schizofrene situatie in Servië. Anders dan in Macedonië bestaat er in Servië wel een asielsysteem, zij het met de nodige kinderziektes. Maar ervaring ontbreekt om een modern asielsysteem uit te bouwen. Bovendien vertrekt zo goed als iedereen weer na een tijd.

‘De meeste jonge Serviërs willen evengoed vertrekken, maar daarom verliezen ze hun rechten als staatsburgers toch niet? Ons standpunt is dat dat evengoed geldt voor wie de intentie toont asiel aan te vragen’, zegt Rados Djurovic van het APC.

‘Maar inderdaad, het aantal dat effectief in Servië blijft, is bijzonder klein, minder dan een hondertal mensen. De verleiding om verder te reizen richting Europa is groot. De grens is zo dichtbij, het is nog maar een kleine stap naar de Europese Unie, en mensen hebben vaak al veel geïnvesteerd in heel de ondernemeing. Dat zou geen verschil mogen maken, ze hebben een legale grond om hier te zijn, dus dienen ze geholpen te worden.’

© Toon Lambrechts

Erfenis uit de Balkanoorlog

‘De Servische vluchtelingen werden destijds in Europa ook goed behandeld. Nu hebben we de morele plicht om hetzelfde te doen.’

Servië heeft de reputatie gastvrij te zijn, en timmert aan een werkend opvangsyseem, een verwezenlijking waar Rados best trots op is.

‘Het is een politieke strijd die nooit gestreden is. We willen echter laten zien dat het geen vaststaand gegeven is dat je mensen slecht moet behandelen om de wet te respecteren. Dat kan evengoed op een waardige en menselijke manier gebeuren. Het is allemaal nieuw voor Servië, dus moeten we de kans aangrijpen om het van de eerste keer goed te doen. De Servische vluchtelingen in Europa werden indertijd ook goed behandeld, dus we hebben de morele plicht om hetzelfde te doen.’

Toch gaat het niet zonder slag of stoot. Op verschillende locaties waar asielcentra geopend werden, was er heel wat lokaal protest. In Obrenovac bijvoorbeeld werd een bus migranten veertien uur lang opgehouden aan een barricade en een deel van het geplande opvangcentrum in brand gestoken.

‘Dat protest wordt grotendeels aangewakkerd door lokale politici die hopen stemmen te winnen’, zegt Rados. ‘Het zijn ook zij die allerlei geruchten de wereld in sturen over vermeende misdaden gepleegd door vluchtelingen, terwijl de enige echte criminele feiten van Serviërs komen die migranten beroven. Maar die strategie heeft niet gewerkt. Toen de media er achter kwam dat men hen iets voorgelogen had, is de berichtgeving omgeslagen.’

Verderbouwen op expertise

Migratie blijft voorlopig een politiebevoegdheid in Servië, iets wat Rados graag anders zou zien. ‘Er bestaat al een goed erkend vluchtelingencomité in Servië, dat jarenlange ervaring heeft met de opvang en de integratie van Servische vluchtelingen uit Bosnië, Kroatië en Kosovo. Op die expertise kunnen we verder bouwen, met steun van Europa. Er gaan nooit echt grote aantallen vluchtelingen in ons land willen blijven, maar met wat meer inspanning kunnen we hen wel wat meer bieden.

‘Nooit zullen grote aantallen vluchtelingen in Servië willen blijven. Met wat meer inspanning kunnen we hen echter wel wat meer bieden.’

Een ander, meer urgent probleem is de situatie aan de grens met Macedonië en Bulgarije. Migranten die dicht bij beide grenzen opgepakt worden zonder papieren, worden in regel gewoon terug over de grens gezet – zonder de mogelijkheid asiel aan te vragen. Dergelijke push-backs zijn illegaal onder het internationale vluchtelingenrecht. Bovendien blijkt uit de verhalen van vluchtelingen dat die push-backs niet altijd even zachtzinnig gebeuren.

‘Het is iets waar dringend verandering in moet komen. Mensen worden opgesloten op grond van het feit dat ze illegaal de grens zijn overgestoken, worden snel berecht en weer teruggestuurd. Het probleem ligt bij het gerecht, dat eigenlijk niet legaal bezig is. Maar informatie over hoe vaak dit gebeurt, hebben we niet.’

MBA in de jungle

© Toon Lambrechts

Tibor Varda parkeert de wagen naast een verlaten fabriek niet zo ver buiten Subotica. De stad is de laatste halte op Servisch grondgebied, Hongarije ligt net iets verderop. De fabriek blijkt ooit een steenoven geweest te zijn. Behalve de bakovens staan er nog lange houten afdaken waaronder vroeger de bakstenen te drogen werden gelegd.

Tibor, priester en lokale vrijwilliger, toont de plekken binnen in de oven waar mensen soms de nacht doorbrengen. Er hangt een indringende kampvuurgeur. Met een laddertje klimmen we tot op de eerste verdieping. ‘Als het weer wat beter is, willen de meesten liever buiten blijven. Het is bijzonder stoffig en muf hierboven.’ Vandaag schijnt de zon, binnen valt er dus niemand te bekennen.

Achter de fabriek begint een verlaten terrein dat doorloopt tot aan de spoorweg. De platgetreden paadjes tussen het gras verraden waar de migranten zich ophouden. Al gauw stoten we op een groepje Afghanen. Twee van hen proberen een vuurtje aan te krijgen, de rest slaapt nog onder een tentachtige constructie, gebouwd met stokken, stukken plastic en dekens.

De kerels bij het vuur vertellen dat ze vanacht bezoek kregen van de politie. Dat gebeurt wel vaker, zegt Tibor. ‘Meestal komen ze gewoon eens kijken.’ Maar er zijn ook verhalen van politiegeweld en vluchtelingen die beroofd worden.

Een van de Afghanen stelt zich voor als Reza. In vlekkeloos Engels vertelt hij dat hij jaren in Pakistan gewoond heeft, waar hij een MBA-diploma behaalde. Maar de verslechterde veligheidssituatie in dat land heeft hem naar Europa gedreven.

Het beloofde land

Wat verderop zit een tweede groep te wachten. Ze hebben zich geïnstalleerd tussen het hoge gras langs de spoorlijn. Er zit zo’n dertig man bijeen, ook allemaal Afghanen. Gisterenavond zijn ze in Subotica aangekomen. Ze ogen wat verloren.

© Toon Lambrechts

Een van hen heeft een vraag. ‘Mijnheer, weet je misschien waar Hongarije ergens ligt?’ Tibor wijst hen de weg. ‘Altijd de spoorlijn volgen, in die richting.’ Ze zijn van plan vannacht de oversteek te wagen, alleen, zonder de hulp van een smokkelaar.

De passage vanuit Subotica naar Hongarije wordt vooral gebruikt voor wie de middelen niet meer heeft om een smokkelaar te betalen. Wie dat wel kan, vertrekt meestal vanuit Belgrado naar een meer verdoken plek aan de grens, steekt te voet over en wordt aan de andere kant opgepakt. Maar wie geen centen meer op zak heeft, komt naar hier om het op eigen houtje te proberen.

Al vier jaar bezoekt Tibor Varga de vluchtelingen in de oude steenfabriek. Eerst waren het vooral Afghanen en in mindere mate Koerden. Het laatste jaar volgden de Syriërs en Afrikanen –vooral uit Somalië en Eritrea. De laatste maanden ziet hij veel vluchtelingen uit Irak passeren. ‘Je kan er van op aan dat als ergens een conflict losbarst in de nabijheid van Europa, dat er hier in Subotica na enige tijd hier mensen uit die regio opduiken.’ Het werk van Tibor zit er voorlopig dus nog niet op, hier in Subotica, waar je het beloofde land Europa al effectief kan zien liggen.

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Toon Lambrechts is freelance journalist tegen beter weten in. Behalve in MO* Magazine en op MO.be is hij ook te lezen in onder andere Knack, EOS en Vice.