Xylella fastidiosa bedreigt olijfgaarden in Zuid-Italië

Stervende olijfbomen en slecht Italiaans theater: ‘De hele olijfolie-industrie gaat eraan’

© Thomas Siffer

‘Het is belachelijk wat we doen, maar we moeten het doen.’ Ik sta naast twee boze ambtenaren. Ze hebben een groen hesje over hun maatpak getrokken om aan te tonen dat ze door de regio Puglia gezonden zijn en dat hun werk het officiële stempel draagt van de bureaucratie. Ze dragen een klipbord waarop staat welke olijfbomen ze vandaag moeten vernietigen. Maar tegen hen moet je daarover niet komen klagen. Zij doen ook maar hun werk en zij zijn al even gefrustreerd als jij.

De boomgaard waarin we staan, is een hartverscheurend slagveld. Een hefkraan sleurt metersbrede stronken uit de grond waarin ze al eeuwen staan. Hun armdikke wortels klampen zich kermend en krakend aan de dieperliggende rotsen vast, maar ze verliezen de strijd tegen het mechanisch geweld. Kettingzagen janken het kapotgetrokken hout in kleinere stukken. De weinige takken die de stronken nog hadden, worden door een kleine bulldozer op een hoop geschoven en onmiddellijk verbrand.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Xylella fastidiosa

De bomen zijn besmet met xylella fastidiosa en bijgevolg sowieso ten dode opgeschreven. De xylella fastidiosa is een bacterie die door een kevertje van besmette olijfboom wordt overgedragen op niet-besmette olijfboom. Eenmaal ziek, droogt de boom snel uit en sterft die af. Er bestaat geen preventie- of reddingsmiddel. Duizenden, duizenden en nog eens duizenden olijfbomen in het zuiden van Puglia werden al vernietigd. Eindeloze gebieden in de hak van de laars zijn radicaal verwoest. En nu sta ik hier op enkele kilometers van mijn eigen boomgaarden. Te midden de dood.

Nu sta ik hier op enkele kilometers van mijn eigen boomgaarden. Te midden de dood

‘Kijk om je heen’, zegt de ambtenaar met het groene hesje. ‘Al deze bomen zijn intussen besmet. Allemaal. Maar we vernietigen enkel en alleen de bomen die twee jaar geleden de dodelijke diagnose kregen. Zo lang heeft het geduurd voor de papiermolen ons de opdracht gaf dit hoogdringende werk te doen. Ruim te laat natuurlijk, want intussen zijn ook alle bomen in de omtrek besmet. En dus een gevaar voor duizenden bomen daarrond. Maar zolang we geen document voor ze hebben, en dat kan jaren aanslepen, moeten we die besmettelijke bomen laten staan.’

‘Het is het ene of het andere’, zegt zijn collega. ‘Ofwel zagen we hier alles om, ofwel niets. Wat wij nu doen, is als een bosbrand aanpakken door hier en daar een boom te blussen, en het merendeel in lichterlaaie te laten staan.’

‘Geloof me’, haakt zijn collega in, ‘over enkele jaren staat in heel dit gebied geen levende olijfboom meer.’

De ramp sluipt naar het noorden, mijn richting uit. Laatst was ik bij mijn agrarisch consulente. ‘Je krijgt over 2016 en 2017 vijfentwintig procent van je sociale bijdragen teruggestort’, zei ze. ‘Wow! Hoera’, reageerde ik. ‘… omdat onze regio officieel tot rampgebied werd uitgeroepen.’

‘Ow shit.’

De dodelijke bacterie werd in 2013 voor het eerst gesignaleerd in de buurt van Gallipoli, in vogelvlucht zeventig kilometer van mijn boomgaarden vandaan. De ernst van de zaak was meteen duidelijk. Olijfbomen stierven in een ijltempo af. Er moest dringend en grondig worden ingegrepen, dat snapte iedereen. We zijn zes jaar later en de economie van een hele regio is ten onder gegaan terwijl Italië erop stond te kijken. Het nemen van hoogdringende beslissingen strandde in eindeloze discussies, als er dan toch afgesproken werd iets te doen werd dat de week erna herroepen, rechters legden werken stil, politici namen standpunten in die gedreven werden door stembejag, niet door de wetenschap. Er gebeurde niets. Europa maakt zich boos. Italië voelde zich beledigd. Intussen ging alles dood.

De economie van een hele regio is ten onder gegaan terwijl Italië erop stond te kijken

‘En daarbij’, zegt een ambtenaar. ‘Dat omhakken en ontwortelen van eeuwenoude bomen. Dat is belachelijk. Dat doen we voor de show, om de mensen de indruk te geven dat we van aanpakken weten. Stel dat de pest was uitgebroken. Wat we nu doen is zieke mensen het hoofd afhakken. Wat we hadden moeten doen was de vlooien uitroeien die de ziekte overdragen. Of de ziekte zelf, natuurlijk. Een vaccin uitvinden.’

‘We hadden het insect moeten bestrijden dat de bacterie van boom naar boom brengt’, zegt zijn collega. ‘We roeiden in Zuid-Italië toch ook de mug uit die mensen met malaria besmette?’ De andere haalt zijn schouders op. ‘Wat we ook doen. Nu is het te laat.’

Italiaans theater

Tot nu toe bleven mijn olijfbomen, die van mijn olijfoliebedrijfje Thomas e gli altri, gespaard. Onze boomgaarden zijn nog kerngezond. Maar er is weinig hoop. Binnen afzienbare tijd zal mijn passie door een kevertje en een bacterie, en door de inertie van Italië, worden kapotgemaakt. Met de moed der wanhoop probeer ik intussen de dood op afstand te houden. Door mijn bomen en velden intensief bio-organisch te onderhouden, hoop ik die eersten ijzersterk en dus resistent te maken. We maaien ons gras erg kort, of ploegen resoluut. Het kevertje dat de bacterie verspreidt, legt zijn eitjes immers in hoog jong gras. Als je dat gras telkens maait of onderploegt voordat de larven zich kunnen ontwikkelen, maak je het zijn voortplanting onmogelijk.

De ambtenaar haalt nog een keer zijn schouders op. ‘Juist. De wetgever verplichtte de boeren tegen eind april alle velden grasvrij te maken. Anders krijgen ze een ferme boete. Maar langs de weg, op alle ronde punten, op alle openbare stukken land staat het gras intussen kniehoog. Niet één gemeente die maait. En die stroken gras langs de banen zijn als snelwegen voor de verspreiding van de kevers.’

‘De hele olijfolieindustrie gaat eraan. Schrijf dat maar op’

Zijn collega valt hem bij: ‘En daarbij. Zo’n kevertje plant zich drie keer per jaar voort. Met honderden nakomelingen per keer. Je zal het pleit verliezen, vriend. Wij allemaal.’

‘We kunnen nog enkel bidden dat wetenschappers een geneesmiddel vinden. Of iets preventief. Maar daar zou ik niet op rekenen.’

Ik bedank de mannen voor het gesprek, schud hen de hand. Een van hen zegt: ‘Wat je hier ziet is Italiaans theater. We rooien bomen om onszelf op de schouder te slaan en Europa op afstand te houden. Maar de hele olijfolieindustrie gaat eraan. Schrijf dat maar op.’

© Thomas Siffer

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift