Taalzomeren in Gent

Yazdan, Fachat, Claver en Mariami brengen hun vakantie door met de vrijwilligers van het Taalzomerproject van Roeland vzw. MO* volgde deze jonge anderstalige nieuwkomers op hun uitstap naar de Gentse openbare bibliotheek.

©Aurélie Hombroukx

De openbare bibliotheek in Gent.

Woensdagochtend, halftien. Aan het Graaf van Vlaanderenplein ligt, badend in het zonlicht, de bibliotheek van Gent. 54 kinderen en 12 begeleiders – verkleed als koks, ridders, detectives en dokters – stappen van de bus. De kinderen (tussen zeven en twaalf jaar)  volgen vier weken lang het Taalzomer-project van Roeland vzw. Die organiseert vrijetijdsactiviteiten in het Engels, Frans en Nederlands.

‘Taalzomer is het sociale project van Roeland vzw’, zegt projectcoördinator Marie Verhaegen. ‘Voor twintig euro worden de kinderen vier weken lang op een speelse manier ondergedompeld in de Nederlandse taal.’

Kakofonie

NT2 staat voor Nederlands voor anderstaligen en is gericht op anderstalige nieuwkomers: kinderen die nog maar hoogstens twee jaar in Gent wonen en geen (of weinig) Nederlands spreken. Dit jaar bestaat de groep uit zo’n twintig nationaliteiten, waaronder vooral Afghanen, Ghanezen, Syriërs, Ivorianen en Grieken.

©Aurélie Hombroukx

Taalbad: anderstalige jongeren bezoeken de bibliotheek van Gent.

Hun ouders kwamen naar België als asielzoeker, om beroepsredenen of in het kader van gezinshereniging.

De sliert kinderen trekt zich op gang. Het bibliotheekplein vult zich met luid gegiechel, geroep en gebabbel. Af en toe klinkt er een Frans woord door de kakofonie. ‘Nederlands praten, hoor’, maant een begeleider de jongen aan.

‘Niet brullen in de bib’

Bibliothecaresse Ingrid opent de deur. De stilte in het gebouw is zo overweldigend dat de kinderen spontaan zwijgen. Mariami, een meisje uit de jongste groep, kijkt met open mond naar het donkerblauwe plafond van de bib – net een sterrenhemel.

‘Thuis praat ik soms Nederlands met mijn mama en papa en soms Afghaans’

In de jongerenhoek van de bib kiezen de kinderen van de jongste groep een plaatsje uit.

‘Zijn jullie hier al geweest?’ vraagt Ingrid.
‘Ja, al wel honderd keer’, roept het Afghaanse meisje Fachat, in accentloos Nederlands.
‘En wat komen jullie hier dan doen?’ vraagt Ingrid.
Boeken lezen, op de computer spelen en schrijven, luidt het antwoord. Vooral het internet blijkt populair.

En dan start het voorleesmoment. Ingrid leest Niet brullen in de bieb! voor, een boek van Michelle Knudsen. De kinderen luisteren geboeid, sommigen met open mond, anderen slaken onderdrukte kreetjes van verbazing.

Zelfportret

De oudste groep heeft zich in een andere hoek van de bibliotheek verzameld. Het zaaltje heeft de vorm van een amfitheater en spreker van dienst is Carll Cneut, illustrator van jeugdboeken.

Ook Carll leest eerst een boek voor. Daarna moeten de kinderen een zelfportret tekenen. ‘Maar niet zomaar een zelfportret. We gaan een tekening maken van iets dat we graag zouden zijn voor een dag, voor een week of voor altijd’, zegt Carll.

De illustrator geeft de kinderen een houvast door een verzameling ogen, neuzen en monden te tekenen op de flip-over. ‘Ik wil vooral het idee overbrengen dat boeken leuk en belangrijk zijn’, zegt Carll. ‘Met mijn workshops wil ik de kinderen prikkelen om zelf op zoek te gaan naar boeken in het Nederlands, zodat ze hun begrip van de taal kunnen blijven uitbreiden.’

©Aurélie Hombroukx

Kinderboekenillustrator Carll Cneut

‘Leuker dan naar school gaan’

‘Het is opmerkelijk hoe snel de kinderen vooruitgang boeken op het vlak van taal, zowel wat betreft begrijpen als zelf spreken’, zegt Emeliek. Ze is leerkracht Frans, Nederlands en geschiedenis in de eerste graad van het secundair onderwijs. ‘De meeste begeleiders hebben een diploma als leraar op zak, of ze volgen de lerarenopleiding.’ Dit zomerproject doen ze vrijwillig.

In de voormiddag geven de begeleiders Nederlandse les. Emeliek: ‘We werken met een centraal thema per week. Deze week is dat de stad, vorige week waren het de dieren. We zorgen ervoor dat ook het toneeltje aan het begin van elke dag dit thema behandelt, net zoals de knutsellessen, de spelletjes en de liedjes die we hen aanleren.’

‘Werken met thema’s en de speelse aanpak werpen vruchten af’, gaat Emeliek verder. ‘De mondelinge taalvaardigheid van de kinderen gaat er sterk op vooruit. Eén van de kinderen noemde Taalzomer leuker dan naar school gaan, net omdat alles hier spelenderwijs gebeurt. Ook voor ons, begeleiders, is dat aangenaam werken.’

Nederlafghaans

Half uurtje pauze. De negenjarige Afghaanse Hamida drinkt gretig van haar beker vruchtensap. ‘Eerst zat ik in het eerste leerjaar, maar daarvoor was ik te slim en nu mag ik naar het derde leerjaar’, zegt ze. Haar ‘r’ rolt over haar tong. De ouders van Hamida hameren er dan ook erg op dat hun dochter flink haar best doet om het Nederlands te leren, aldus Emeliek.

‘Thuis praat ik soms Nederlands met mijn mama en papa, en soms Afghaans’, zegt Hamida. Wat ze na het kamp gaat doen? ‘Mijn boekentas maken’, klinkt het vrolijk. ‘Ik vind Taalzomer en naar school gaan even leuk.’

©Aurélie Hombroukx

‘De kinderen kunnen hier rustiger wennen aan de nieuwe taal.’

Brugfiguren

‘In het begin moesten we op zoek naar deelnemers voor onze Taalzomer’, zegt Marie, de projectcoördinator. ‘Ondertussen beseffen ook de scholen de deugd die de kinderen aan ons taalbad hebben. Via brugfiguren op de scholen komen we in contact met de nieuwkomers.’

De brugfiguren zijn een initiatief van het Gentse Stedenfonds en moeten de communicatie tussen de school, het gezin en de buurt bevorderen.

‘Ook de Gentse Integratiedienst, het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB) en andere vzw’s brengen kinderen met onze Taalzomer in contact. Deze zomer hadden we 65 inschrijvingen, waarvan 56 kinderen daadwerkelijk zijn komen opdagen’, zegt Marie.

Het project is volgens Marie zowel voor de taalontwikkeling als voor de sociaal-emotionele beleving van de kinderen belangrijk. De kinderen beleven samen leuke momenten, ze leren andere kinderen kennen en ze pikken het Nederlands snel op.

‘Hier kunnen ze op een rustiger tempo wennen aan de nieuwe taal,’ zegt Marie, ‘terwijl dat tempo op school iets hoger ligt.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift