Antwerpse jeansmerk wint Henry van de Velde designprijs met radicaal circulair ontwerp

Is HNST de meest duurzame jeans? ‘Tegen transparantie is geen modelabel opgewassen’

© Karlijne Geudens

Elke jeans bestaat voor 56 procent uit gerecycleerd katoen

Verstopt achter een grote stadswerf, langs de scheldekaaien waar het nieuwe Antwerpse Zuid binnenkort komt, op die braakliggende plek net voor de Hobokense industrie, staat een bouwwerk van zeecontainers, Plein Publiek. Binnenin: een circulaire hub waar start-ups binnen de circulaire economie een plekje kregen. Je vindt er ondernemers die werken aan de economie van morgen.

© Karlijne Geudens

‘Een gezonde jeans is dus perfect mogelijk’, aldus Tom Duhoux

In één van de zeecontainers ontmoet ik Tom Duhoux, de oprichter van het Antwerpse denimlabel HNST. De naam, een verwijzing naar het woord “honest”, staat voor transparantie over de manier waarop een jeans gemaakt wordt. Op de website van HNST vind je informatie terug die je elders niet snel tegenkomt: van de samenstelling van de stoffen en gegevens over de producenten tot de winst die bij verkoop van een paar jeans naar het bedrijf zelf gaat. Al bij al een bescheiden revolutie in modeland, waar gegevens over prijsonderhandelingen en goedkope productiepartners tot nader order tot de taboesfeer behoren. ‘Tegen dit soort transparantie is geen modelabel opgewassen’, stelt Duhoux.

Zo kan je op hun website het hele productieproces van een HNST-jeans nagaan. En die is radicaal circulair. De keten is erop gericht om al het afval zo goed mogelijk opnieuw in te zetten. ‘We wilden zo weinig mogelijk compromissen sluiten’, zegt Duhoux, ‘en dat is tot nu toe aardig gelukt.’ (lacht)

Grondstof: oude jeans

Het verhaal begint bij de grondstof. Elke jeans bestaat voor 56 procent uit gerecycleerd katoen, voor het grootste deel afkomstig van binnengebrachte, gedragen jeans. ‘Voor de inzameling werken we sinds 2017 samen met De Collectie, een partner van de Antwerpse Kringwinkels, en met kringwinkelketen Opnieuw&Co.’

‘Het uitsorteren gebeurt in de sociale economie’, legt Duhoux uit. ‘Van de binnengebrachte jeans die nog in goede staat is, komt een groot deel in de winkelrekken te hangen. Onbruikbare, vervuilde jeans wordt waar mogelijk verwerkt tot minder kwalitatief textiel, zoals verhuisdekens. De rest wordt uit elkaar gehaald en vervezeld.’

Die vezels worden bij de West-Vlaamse spinnerij ESG vermengd met Tencel, een vezel gemaakt uit cellulose van eucalyptusbomen. En zo is de basis van de jeans van HNST hernieuwbaar. ‘Als je een jeans lang genoeg draagt, en daarna enkele keren kan recycleren, kunnen het katoen en de eucalyptusbomen die nodig zijn voor de productie van een nieuwe broek, ondertussen opnieuw aangroeien’, aldus Duhoux.

Innovatief kleurproces

Van de Belgische spinnerij gaat het garen naar Italië, waar het verwerkt wordt tot denimdoek. ‘Aanvankelijk waren we op zoek naar een denimproducent dichter bij huis. Maar nabij Milaan vonden we een producent, Italdenim, die net als wij op zoek is naar een gezonde manier om de stof te produceren. De typische indigokleur van jeans is immers het resultaat van een schadelijk chemisch proces, dat ook een stroom van microplastics veroorzaakt’, stelt Duhoux. ‘Dat proces belast zowel het milieu, als de huid van wie de jeans draagt.’

‘Velen onderschatten de impact van kleding op gezondheid. Via de huid komt heel wat schadelijke chemie ons lichaam binnen, die zich ophoopt in ons systeem’

‘In het kleurproces dat wij gebruiken, worden ongezonde chemische stoffen in de indigoverf vervangen door een techniek waar indigopoeder via elektrocellen oplost in water. Het mengsel met microplastics, dat dient voor een goede hechting van de indigo op de stof, wordt vervangen door zetmeelpap met chitosan, een stof die gehaald wordt uit de exoskeletten van garnalen en andere schaaldieren.’

En het blijkt prima te werken. ‘Een gezonde jeans is dus perfect mogelijk’ zegt Duhoux. ‘Veel mensen onderschatten de impact van kleding op hun gezondheid. Want via de huid, ons grootste orgaan, komt heel wat schadelijke chemie ons lichaam binnen, die zich ophoopt in ons systeem.’

In Italië wordt de denimstof verder verwerkt tot broek en daarna gewassen, een procédé waarin opnieuw aandacht gaat naar de werkomstandigheden en milieubelasting.

Geborduurde metaalplaatjes

‘Met ontwerpster Ellen Robinson ging ik op zoek naar manieren om zo weinig mogelijk wegwerpproducten in de jeans te verwerken. We kwamen uit bij enkele innovaties of hacks. De knoppen van een HNST-jeans kan je bijvoorbeeld losschroeven en in een volgende jeans hergebruiken. De rivetten — die metalen plaatjes die aanvankelijk bedoeld waren als versteviging voor zwaar werkmateriaal — worden op onze jeans geborduurd in koperkleur. Stevig genoeg, voor wie niet elke dag een hamer op zak heeft’, knipoogt Duhoux.

© Karlijne Geudens

De knoppen van een HNST-jeans kan je losschroeven en in een volgende jeans hergebruiken

‘Het merklabel boven de achterzak maken we uit jacron, een papieren nepleder. En de binnenzakken maken we van gerecycleerde witte t-shirts, waarop alle info gezeefdrukt staat die normaal gezien op een labeltje terechtkomt. Elke jeans werken we af met een serienummer. De eerste twee cijfers staan voor het jaar van de oogst van de binnengebrachte broeken, die verwerkt zijn in de denimdraad.’

‘Liefst 25 procent van de milieu-impact van een jeans vindt plaats na de verkoop, in de wasmachine’

En er is meer. En wie een broek van HNST koopt, krijgt er een probiotica-spray bij, die kwalijke geurtjes neutraliseert via bacteriën. ‘Die spray zorgt ervoor dat je je jeans minder vaak moet wassen. Want liefst 25 procent van de milieu-impact van een jeans vindt plaats na de verkoop, in de wasmachine’, zegt Duhoux.

Doel: inspireren

Dat alles maakt van de broeken van HNST een hebbeding, een kunstwerkje bijna, met een goed verhaal. Een verhaal dat velen inspireert. ‘Regelmatig word ik uitgenodigd om te spreken over onze jeans op conferenties. We werden ook gevraagd om toe te treden tot de Alliance for Responsible Denim, waar ook merken als MUD Jeans, Nudie Jeans en G-STAR deel van uitmaken. Een hele eer voor een klein label als het onze. Recent kwam de BBC hier filmen voor een reeks over duurzame mode. We merken dat mensen echt willen weten hoe we het aanpakken. Daar doen we het ook voor’, stelt Duhoux.

Duhoux is immers geen modemaker pur sang. ‘Mijn eerste job was in de afvalindustrie. Ik maakte er kennis met concepten als cradle to cradle en gesloten kringlopen. Later richtte ik met die expertise een consultancybureau op voor eco-ontwerp. Maar toen kriebelde het echt heel hard, en wilde ik iets opstarten.’

‘Gezien de textielindustrie vandaag één van de meest treffende voorbeelden is van de lineaire economie, prikkelde het om daar het circulaire denken op los te laten. Vandaag worden consumenten aangezet om kleding te blijven kopen, en kledingstukken worden vaak maar één of twee keer gedragen. Qua prijzen is er in de textielsector een echte race to the bottom aan de gang. Zorgen over het milieu of gezondheid zijn doorgaans geen prioriteit. Daarnaast is het gebruikte textiel vaak een mix van verschillende materialen, waardoor recyclage bijna ondoenbaar is. Ik koos ervoor om iets op te starten rond denim, omdat ik er al die problemen van de huidige fashionindustrie mee kon aankaarten én een positief alternatief neerzetten.’

© Karlijne Geudens

De naam, een verwijzing naar het woord “honest”, staat voor transparantie over de manier waarop een jeans gemaakt wordt

Dat deden Duhoux en co door in te zetten op samenwerkingen. En die manier van werken is één van de reden waarom HNST genomineerd werd voor de van Henry van de Velde Awards. ‘De jury is onder de indruk van de innovatieve samenwerking tussen HNST en ESG, omdat beide bedrijven elkaar versterkten in hun zoektocht naar dat radicaal circulaire jeansgaren’, aldus Bie Luyssaert van de Henry van de Velde Awards. ‘Er kwam erg veel research bij kijken, met partners in onderwijs en onderzoek, zoals het textielonderzoekscentrum Centexbel. Daarnaast werd een hele community betrokken die hun oude jeans inleverden en meestapten in het verhaal van de opwaardering van die nieuwe jeans. Ook de samenwerking met de sociale economie en de werkwijze via co-creatie, is indrukwekkend.’

De nominatie is alvast een welkom steuntje in de rug, want er staat nog heel wat op de planning. ‘Dit jaar komt ons denim voor het eerst in de winkels te liggen. Via een apart merk, Urban Fibres, gaan we daarnaast de denimstof verkopen aan andere modelabels. We willen ook het percentage gerecycleerde vezel in onze denimdraad nog verder opdrijven en aanvullen met lokaal geproduceerde vezels, zoals linnen of hennep. En binnenkort zetten we een take-back en repairservice op. Met HNST willen we blijven pionieren om de grenzen van wat mogelijk is verder op te schuiven.’

Zo kunnen de gerecycleerde broeken van de eerste HNST-oogst, binnenkort aan hun derde leven beginnen. Of hun vierde, wie weet. Terwijl op de binnenplaats tussen de zeecontainers aan het Antwerpse Nieuw Zuid het vlas, voor linnen, groeit.

De Henry Van de Velde Awards worden uitgereikt op dinsdag 29 januari in de Brusselse BOZAR. Inschrijven is nog mogelijk. De expo met werk van de winnaars loopt tot en met 24 maart in de foyers van de BOZAR, en is gratis.

Dit artikel werd mee mogelijk gemaakt met de steun van Vlaanderen Circulair.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Journaliste, tentoonstellingsmaker en leerkracht

    Isabelle Vanhoutte (º1987) is freelance journaliste en geeft sinds 2016 verslag over bottom-up-initiatieven rond duurzaamheid en circulaire economie.