Tijdelijk bezet: hier woont (even) een dak- of thuisloze

Reportage

Pilootprojecten in Brussel met mobiele woningen in leegstaande gebouwen of op braakliggend terrein

Tijdelijk bezet: hier woont (even) een dak- of thuisloze

Tijdelijk bezet: hier woont (even) een dak- of thuisloze
Tijdelijk bezet: hier woont (even) een dak- of thuisloze

Annabel Meuleman

01 juli 2021

De wooncrisis in Brussel slaat hard toe, al liggen terreinen braak en staan gebouwen leeg. ‘We kunnen die leegstand gebruiken om mensen kansen en een time-out te geven’, zegt Samenlevingsopbouw. Daarom zette het twee pilootprojecten op met tijdelijke en mobiele woningen voor daklozen.

© Annabel Meuleman

Met twee tijdelijke woonprojecten (links: WoonBoxen in Molenbeek, rechts Sociaal Mobiel Wonen in Jette) experimenteert Samenlevingsopbouw in Brussel, op zoek naar oplossingen voor de wooncrisis.

© Annabel Meuleman

De wooncrisis in Brussel slaat hard toe, ook al liggen er terreinen braak en staan gebouwen leeg. ‘We kunnen die leegstand gebruiken om mensen een time-out van de woonmarkt te geven’, zegt Samenlevingsopbouw. Daarom zette de vzw twee pilootprojecten op met tijdelijke en mobiele woningen voor dak- en thuislozen. ‘Zo krijgen ze hun leven terug op het spoor.’

Een kleine jongen in korte broek komt zwaaiend met een stok het plateau op gelopen. Even later komt ook zijn zusje de hoek om. Hun moeder draagt de boodschappen.

Ze steken de gele tegelvloer over, die dienstdoet als dorpsplein, en verdwijnen in de houten “doos” die tijdelijk hun huis is. Die tijdelijke woning staat op de bovenste verdieping van een leegstaand bedrijfspand, niet ver van de de Ninoofsesteenweg in Molenbeek.

© Annabel Meuleman

Tijdelijke woningen of ‘WoonBoxen’, op de bovenste verdieping van een leegstaand bedrijfspand, niet ver van de de Ninoofsesteenweg in Molenbeek.

© Annabel Meuleman

Het is er kalm en stil. De “doos” heeft een deur en ramen, vier slaapkamers, een eigen badkamer en uitgeruste keuken. Honderd vierkante meter woning, die tijdelijk rust biedt voor het gezin. De vier kinderen moesten voordien één kamer delen en beide ouders waren werkloos. De man heeft nu werk gevonden. Het gezin valt langzaamaan in de plooi.

De prefab woning waarin dit gezin leeft, een WoonBox, staat in het Cinocogebouw. Het is een kolos van een bedrijfspand, een vroegere wijnhandel, met open plateaus en een hoog gewelfd dak. Het stond al enkele jaren leeg en binnenkort komt er een school. In afwachting van de bouwvergunning kreeg Samenlevingsopbouw het pand in beheer, om er tijdelijke, betaalbare prefab modules te plaatsen voor wie het moeilijk heeft een woning te vinden.

Wooncrisis in Brussel

In Brussel staan bijna 50.000 mensen op de wachtlijst voor sociale woningen. Meer dan 5000 mensen zijn er dakloos.

Wie een laag inkomen heeft, vindt almaar moeilijker een betaalbare woning. Een appartement met één slaapkamer kost in Brussel al snel 650 euro. Dat is driekwart van het leefloon van een alleenstaande. Wanneer de huur betaald is, rest er voor een alleenstaande met een leefloon nog 250 à 300 euro voor de rest van de maand.

‘Voor mensen met een minder gunstig profiel vind je alleen nog een kelder zonder raam of buitenlucht. Dat moet toch anders kunnen?’

‘Die mensen komen op het nulpunt. Er is voor hen niets meer te vinden dat nog betaalbaar is’, zegt Tineke Van Heesvelde. Ze is projectwerkster bij de vzw Samenlevingsopbouw, die zich inzet voor mensen in een kwetsbare positie en, onder andere, hun recht op wonen.

‘Voor mensen met een minder gunstig profiel, die een kleur hebben of die van het OCMW leven, vind je alleen nog maar een kelder zonder raam of buitenlucht. Dat moet anders kunnen, vinden wij.’

De Brusselse staatssecretaris voor Huisvesting Nawal Ben Hamou (PS) wil nog in deze legislatuur 15.000 sociale woningen bijbouwen. Maar dat is nog te weinig, vinden ze bij Samenlevingsopbouw. Aan dit bouwtempo moeten gezinnen gemiddeld 10 jaar wachten op een woning. Wat is er voor hen in de tussentijd mogelijk?

Leegstaande gebouwen en braakliggende terreinen kunnen een tijdelijke woonoplossing bieden voor daklozen en slecht gehuisveste mensen, stelt Samenlevingsopbouw. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat meer dan een miljoen vierkante meter kantoor- en bedrijfsgebouwen leeg.

Verplaatsbare woningen

Om tijdelijke bewoning mogelijk te maken, is in de eerste plaats de goedkeuring nodig van de eigenaars van deze gebouwen of terreinen. Voor de WoonBoxen in Molenbeek stelde Samenlevingsopbouw bijvoorbeeld een onderlinge overeenkomst op met eigenaars. De organisatie betaalt geen huur, maar kraakt het gebouw ook niet .

Eenmaal de toestemming van de eigenaar er is, is de volgende uitdaging om te zorgen voor een minimum aan comfort in de tijdelijke woningen. Leegstaande gebouwen staan meestal net leeg omdat ze grondig gerenoveerd moeten worden. Nutsvoorzieningen zoals elektriciteit of stromend water kunnen bijvoorbeeld afgesloten zijn.

Samenlevingsopbouw zet al langer projecten van tijdelijke bezettingen van residentiële gebouwen op. Maar daar komen dus altijd werken — en de bijhorende investeringen — bij kijken. Die neemt Samenlevingsopbouw voor eigen rekening. ‘We kunnen dat geld niet recupereren’, zegt Van Heesvelde. ‘Dus vroegen we ons af of we onze investering niet meer konden laten lonen.’ En zo ontstond het idee om mobiele, verplaatsbare woningen te creëren.

Het idee werd vertaald in twee projecten. Het WoonBox-project, in het leegstaande Cinocogebouw in Molenbeek, biedt voornamelijk onderdak aan gezinnen en aan vrouwen met kinderen. Het tweede project, Solidair Mobiel Wonen, bezet een braakliggend terrein. Thuislozen maken er zelf de mobiele woonunits waarin ze zelf zullen wonen.

Een dorpje van WoonBoxen

‘De WoonBoxen in Molenbeek zijn zo ontworpen dat we ze in een aantal dagen kunnen afbreken en ergens anders opzetten’, zegt projectverantwoordelijke Hanna Clarys. Ze bestaan uit houten panelen, kolommen en raampanelen. ‘Zodra de school haar bouwvergunning heeft, moeten we ze verhuizen naar een andere locatie. Maar hopelijk kunnen ze hier nog minstens een jaartje blijven.’

© Annabel Meuleman

Het leegstaande Cinocogebouw in Molenbeek, waar op de bovenste verdieping een tijdelijk dorpje van acht WoonBoxen werd ingericht.

© Annabel Meuleman

Op de bovenste verdieping van het gebouw staan nu acht woonboxen. Clarys geeft ons een rondleiding in een leegstaande Box, een showmodel. De badkamer is opgefrist met wit porselein, een spiegel, spots als verlichting en een grote douche met glazen wand. Alles blinkt.

In het midden van de woning is een leefruimte met een open keuken. In de vier hoeken van de Box zijn de slaapkamers. De houten wandpanelen geven een knus gevoel. Het plafond is hoog en er zijn genoeg ramen, van het “boxgevoel” valt weinig te merken. Verluchting, isolatie, hoogte: alles is ontworpen volgens de laatste standaarden, door een professionele houtskeletbouwfirma.

In dit gebouw moeten geen grote investeringen gedaan worden. ‘We sluiten alles aan op het bestaande systeem van elektriciteit, wateraanvoer en afvoer’, vertelt Clarys. ‘Dat is soms wel wat oud, maar het is tijdelijk en voorlopig doen we het daarmee.’

‘Er is best wel een grote oppervlakte nodig om een dorp als dit te creëren. Ook lege hangars zouden hier geschikt voor zijn.’ Het WoonBox-dorpje bestaat uit zes grote woningen van 100 vierkante meter en twee kleinere studio’s van 36 vierkante meter. Ze staan opgesteld aan weerskanten van het platform.

‘De huur voor een WoonBox bedraagt niet meer dan een derde van het inkomen.’

De grote ruimte daartussen krijgt de rol van dorpsplein. Er staan een pingpongtafel en wat tafels en bankjes. De bewoners willen hier graag nog een speeltuin maken en een picknickplekje met wat groen. In enkele emmers groeien al tomatenplantjes en een flinke struik munt.

De deuren van het tijdelijke dorpje staan ook open voor de buurt. Een collectief van buurtprojecten, artiesten en sportclubs doet mee met de tijdelijke bezetting. Jongeren uit de buurt kunnen er komen boxen, rolschaatsen en leren fietsen. De eigenaar vond die openheid naar de buurt belangrijk, omdat het gebouw in de toekomst een school zal worden. Met de betrokkenheid van de buurt is er ook meer sociale controle en blijft het gebouw onderhouden.

Waarom een tijdelijke oplossing?

In de twee beschikbare studio’s wonen nu alleenstaande jongeren. De grote WoonBoxen bieden onderdak aan gezinnen en aan alleenstaande vrouwen met kinderen. Die hebben het vaak het moeilijkst op de huizenmarkt.

‘Vaak krijgen we de vraag of een tijdelijke oplossing wel zin heeft’, vertelt Clarys. ‘Maar het gaat niet alleen om de woning. Het gaat ook om de time-out die we de mensen kunnen bieden. Dankzij de rust die een WoonBox hen biedt, kunnen ze bepaalde problemen aanpakken en kunnen ze weer verder. Een goede woning geeft hen meer kansen.’

De WoonBox biedt een tijdelijke woonst voor gezinnen en alleenstaande vrouwen met kinderen

Natuurlijk is het niet de bedoeling dat de bewoners nadien terug de straat op moeten. Ze worden begeleid door de CAW’s (Centra Algemeen Welzijnswerk) en door Aprétoe, een organisatie die vrouwen uit vluchthuizen en geweldsituaties helpt in hun zoektocht naar een woning.

Clarys vertelt hoe de bewoners hier een boost krijgen om vooruit te kijken. ‘Ze hebben hier een domicilie en ze betalen huur. Die huur bedraagt niet meer dan een derde van het inkomen. Hij dekt de kosten voor water en energie, en voor een spaarbedrag dat ze op het einde van hun verblijf meekrijgen.’

Solidair Mobiel Wonen in Jette

Het tweede project voor tijdelijk wonen, Solidair Mobiel Wonen, pakt het anders aan. Het wil braakliggende terreinen tijdelijk omtoveren tot woonbuurten. Momenteel wordt gewerkt aan een pilootproject op een leeg terrein tussen flats en huizen in de Magrittewijk in Jette.

De toekomstige bewoners zijn een aantal alleenstaande thuislozen, die zelf meebouwen aan hun mobiele woning. Ze doen dat samen met opbouwwerkers, de buurtbewoners en onderzoekers en studenten Architectuur van de KU Leuven (Campus Sint-Lucas in Brussel). Cocreatie is een belangrijke insteek voor Solidair Mobiel Wonen. Toekomstig bewoner Marc vindt de uitwisselingen met de studenten erg leerrijk.

In de praktijk betekent cocreatie dat de toekomstige bewoners onder andere workshops houtbewerking en schrijnwerkerij volgen. Ze gaan zelf in de stad mee op zoek naar braakliggende terreinen die in aanmerking kunnen komen en denken mee na over het ontwerp van de wooneenheden. Die betrokkenheid vraagt van de deelnemers veel tijd, en daarom gaat het in de eerste fase om alleenstaande thuislozen, niet om gezinnen.

Het pilootproject bestaat uit wooneenheden in houtskeletbouw op opleggers. Er zijn grotere eenheden, met een leefruimte en slaapkamer, en kleinere. Met telkens ook een keuken en badkamer met douche en toilet.

© Annabel Meuleman

De wooneenheden van Sociaal Mobiel Wonen worden gemakt met houtskeletbouw en zijn modulair: wandpanelen kunnen worden omgewisseld met raampanelen.

© Annabel Meuleman

Ook deze tijdelijke woningen zijn modulair en verplaatsbaar. De eenheden kunnen in verschillende configuraties worden opgesteld. Het lijkt wat op spelen met blokken. Op het open terrein staan nu vier wooneenheden in een vierkant. In het midden daarvan staan twee kleinere opleggers met sanitair en keuken. Een andere houten constructie doet dienst als gemeenschappelijke ruimte voor de bewoners.

Marc kijkt al uit naar de volgende fase. ‘Eens we in onze huizen wonen, zullen we ook heel goed kunnen zeggen wat wel en wat niet werkt. Vanuit onze ervaring kunnen we dan ook aangeven wat er goed is en wat er anders moet.’

Veiligheid

Opbouwwerkster Geraldine Bruyneel van Samenlevingsopbouw trekt het project Sociaal Mobiel Wonen. Dit project is er voor daklozen, maar niet noodzakelijk de meest kwetsbare groepen, verduidelijkt ze. ‘Het is geen project voor zwaar verslaafden of voor mensen zonder papieren. Dat kunnen wij niet aan, en dat kan de groep ook niet aan.’ Voor deze groepen zijn er ook andere plekken voor opvang of begeleiding.

‘We hebben nu zeven kandidaten die er echt voor willen gaan’, vertelt Bruyneel. Die zeven zijn allemaal mannen. ‘Dit project had inderdaad meer aantrekkingskracht bij alleenstaande mannen, er heeft zich nooit een vrouwelijke kandidaat aangemeld. Maar wie weet: als de wooneenheden er eenmaal staan, komt dat misschien nog.’

Het veiligheidsgevoel speelt daarbij een belangrijke rol, meent onderzoekster en architecte Aurelie De Smet, die ook meewerkt aan Sociaal Mobiel Wonen (en er een doctoraat over zal schrijven). ‘Als we kunnen bewijzen dat de woningen op een braakliggend terrein veiligheid en geborgenheid kunnen bieden, voelen vrouwen daar misschien ook iets voor. Vrouwen dragen ook vaak de zorg voor kinderen. Voor hen is het opvangaanbod groter, ook al volstaat het nog niet.’

Ook de mensen uit de buurt zijn welkom in het opleggerdorpje. Het is de bedoeling dat er nog een collectieve keuken komt en een atelier voor houtbewerking. Een moestuintje met permacultuur en een serre moeten het afmaken.

Verhuisbaar

Net als bij de WoonBoxen is ook dit project, op een braakliggend terrein, tijdelijk en helemaal mobiel. Opbouwwerkster Tineke Van Heesvelde toont hoe de woningen volledig demonteerbaar zijn. Muur- en raampanelen worden aaneengeschakeld tot wooneenheden. Die panelen moeten vervoerd kunnen worden met een eenvoudige aanhangwagen vervoerd, zonder dure kranen of vrachtwagens.

‘We moeten die verhuisbaarheid wel nog testen, dat maakt deel uit van het pilootproject’, vertelt Van Heesvelde.’ Maar tegelijk moeten we voldoende woonruimte voorzien, en alles volgens de normen. Dat maakt het op creatief en technisch vlak moeilijker.’

© Annabel Meuleman

De wooneenheden van Sociaal Mobiel Wonen worden gebouwd op opleggers. Een auto en trekhaak zouden moeten volstaan voor het transport.

© Annabel Meuleman

De bedoeling is om acht wooneenheden te maken. Daarvan zijn er intussen al vier gerealiseerd. Maar het ziet ernaar uit dat de geplande bouwwerken op het terrein binnenkort van start zullen gaan. Op de plek komt een nieuwe moskee.

Voor Solidair Mobiel Wonen is het dus uitkijken naar een nieuw terrein. De groep heeft al een plek in Anderlecht op het oog, waar ze misschien twee of drie jaar zullen kunnen blijven. Daarover onderhandelen ze nu met de gemeente.

Citymarketing

Het grootste obstakel voor tijdelijke woonprojecten in Brussel is de toegang tot de braakliggende terreinen en leegstaande gebouwen. ‘Wanneer we gaan lobbyen om een terrein te mogen gebruiken, dan zegt elke bouwheer dat die er volgend jaar gaat beginnen’, vertelt Aurelie De Smet. ‘Zo zijn er terreinen waar we in 2017 voor geijverd hebben en die nu nog steeds leegstaan. Dat is echt een ziekte in de bouwsector. Dat gaat allemaal zo traag.’

Toen ze in 2017 aan het project Sociaal Mobiel Wonen begonnen, dacht onderzoekster en architecte Aurelie De Smet dat het veel vlotter zou gaan. Het zit haar duidelijk dwars dat de braakliggende terreinen niet gebruikt kunnen worden om de hoge woonnood te lenigen.

Zulke terreinen worden vaak wel tijdelijk gebruikt, maar dan voor citymarketing. Kunstprojecten krijgen bijvoorbeeld de toelating om iets te doen op zo’n terrein, ook al hebben die geen verankering in de buurt. ‘En wat komt er dan nog? Zomerbars, pop-ups en een container van Adidas waar schoenen verkocht worden. Dat is pure citymarketing.’ Dit soort initiatieven moet het imago van de buurt versterken, en dat speelt in het voordeel van ‘de mensen die er later lofts zullen verkopen’, stelt De Smet. ‘Het terrein of de buurt is dan gekend als een hippe plaats, waar iets artistieks gebeurt.’

Zomerbars, pop-ups en een container van Adidas om schoenen te verkopen. Dat is puur citymarketing, om er later lofts te kunnen verkopen.

Dat hoeft geen probleem te zijn, zolang ook de buurt er bij wint, zegt De Smet. ‘Dan moet je er ook voor zorgen dat de invulling van een terrein ook open staat voor iedereen. Dat zagen we in het Dok in Gent, bijvoorbeeld. Een hip strandje kon die plaats op de kaart zetten. Op een woontoren na was daar voordien niet veel. Maar als die mensen uit die toren daar niet kunnen komen met hun Carapils, maar alleen een pintje kunnen kopen van vijf euro, dan is dat ook niet inclusief.’

Nieuw terrein verkennen

De twee projecten van Samenlevingsopbouw zijn innovatief, maar een druppel op de hete plaat van een wooncrisis met 5000 daklozen en 50.000 wachtenden op een sociale woning. Kan een mobiel woonconcept in de toekomst ook op grotere schaal ingezet worden? Dat is nog een vraagteken.

‘Dit soort projecten blijft nodig’, stelt opbouwwerkster Van Heesvelde. ‘We kunnen leren van de fouten, om er dan een betere versie van te maken.’ ‘Ja, en vervolges gaan we alle leegstaande terreinen volzetten’, valt Aurelie De Smet haar geestdriftig bij.

‘Ik geloof dat ons architecturaal project kan werken’, zegt de architecte. “Maar we moeten vooral toegang krijgen tot de braakliggende terreinen. We moeten mensen op sleutelposities overtuigen en terreineigenaars vinden die er voor openstaan.’

De twee zullen pas echt tevreden zijn als ze alle acht wooneenheden van Sociaal Mobiel Wonen kunnen bouwen, en wanneer de thuislozen die eraan meewerkten daar ook de vruchten van kunnen plukken. Dat ze een woning hebben zonder lekkage of andere mankementen, een woning waar ze trots op kunnen zijn.

Je kan beide projecten nog tot eind juli zelf gaan bekijken. De WoonBoxen houden opendeur en bij Solidair Mobiel Wonen loopt een tentoonstelling. Vooraf inschrijven via deze link.