Uitbuiting in Berlijn, maar strijd tegen sociale fraude komt maar pas op gang

‘De bouwsector kan niet zonder het goedkope werk van buitenlandse arbeiders’

© Hans Wetzels

Laaggeschoolde Roemeense arbeiders bouwden mee aan dit luxewinkelcentrum in Berlijn, maar kregen wekenlang geen loon uitbetaald.

Laaggeschoolde, buitenlandse arbeiders inzetten op de bouwwerf: dat is de strategie die veel Europese bouwbedrijven al jarenlang gebruiken. Ook en zeker in Berlijn. Bouwbedrijven geven er liever geld uit aan advocaten dan aan achterstallig loon voor de arbeiders. ‘Op die manier kunnen ze een enorm winstgevend uitbuitingssysteem in stand houden.’

Alles aan het Berlijnse winkelcentrum Mall of Berlin ademt luxe. De natuurstenen voorgevel is onberispelijk opgepoetst. Binnen doorsnijdt een overdekte piazza twee vleugels met bijna 300 winkels. Volgens de blinkende informatiebrochure mogen bezoekers van buiten Europa hier zelfs belastingvrij komen shoppen.

Mensen met volgepakte winkeltassen lopen over glazen bruggen en door gangen met Italiaans tegelwerk. Een Vietnamese vrouw poetst zwijgend de trapleuningen. Parfumerieën liggen naast eetpleinen, fanshops van Duitse voetbalclubs worden omringd door luxe sportschoenwinkels. Juwelier Swarovski heeft een filiaal in de Mall of Berlin en autofabrikant Tesla bouwde zelf een complete toonzaal.

De bouw van het winkelcentrum kostte bijna een miljard euro. Uitbater en projectontwikkelaar High Gain House Investments (HGHI) vaart er wel bij: het miljardenconcern heeft een vastgoedportfolio van 21 projecten in Berlijn, en exploiteert meer dan een miljoen vierkante meter aan winkelruimte.

Rekruteren

In het noorden van Berlijn woont Ovidiu Mindrilla. De Roemeen woont samen met zijn vrouw en twee collega’s in een tochtig achterhuis in de arme wijk Wedding. Het straatbeeld wordt er beheerst door Aziatische eettentjes, louche goudhandelaars, telefoonkiosken en nachtwinkels met goedkope alcohol.

Tot aan de opening van het luxewinkelcentrum van HGHI, in september 2014, werkte Mindrilla als bouwvakker aan het complex. Maar voor de laatste maanden werk die hij verrichte, kreeg hij nooit een cent loon, foetert hij. ‘Ik heb in Mall of Berlin muren gepleisterd, ramen ingezet, steenafval opgeruimd en lampen opgehangen. Tot de betaling van het loon op een dag simpelweg stopte. Mijn geld zit in de zakken van mijn chef en die is met de noorderzon vertrokken.’

Mindrilla komt uit de Roemeense provinciestad Bacâu. Hij wil liever niet op de foto. Hij draagt hagelwitte namaakgympen, heeft vervaalde tatoeages op zijn handen en mist een paar voortanden.

In zijn krappe kamer liggen drie matrassen verspreid over de vloer. Op het nachtkastje staan bidprentjes van de maagd Maria. Mindrilla’s vrouw serveert oploskoffie met melk.

Hij vertelt hoe het echtpaar in Berlijn verzeild raakte. In 2014 werd hij opgebeld door iemand van het Duitse bouwbedrijf Openmallmaster GmbH. Dat is een van de ongeveer 150 bedrijfjes die op dat moment actief waren op de bouwwerf van Mall of Berlin in opdracht van hoofdaannemer Fettchenhauer Controlling & Logistics GmbH, kortweg FCL . De meeste van hun werknemers rekruteerde Openmallmaster in Roemenië, Servië, Polen en Rusland.

Mindrilla ging in op de vraag van het bouwbedrijf.

Op straat

Eenmaal aangekomen in Berlijn maakte Mindrilla lange dagen op de werf. Hij werkte vaak meer dan tien uur tegen een uurloon van 6 euro. Dat is fors lager dan het Duitse minimumloon van 8,5 euro, dat in 2015 ingevoerd werd.

Na een paar maanden stopten de betalingen abrupt. Week na week kregen Mindrilla en veertien Roemeense collega’s van hun chef te horen dat er financiële problemen zijn, of simpelweg dat de boekhouder op vakantie is. Uiteindelijk besloten ze van werkgever te veranderen en traden ze in dienst van een ander bedrijfje op dezelfde werf: Metatec-Fundus GmbH. Maar ook Metatec betaalde de lonen van de Roemeense bouwvakkers niet uit, of maar voor een deel.

Ondertussen werd het steeds moeilijker om de huur te betalen en belandden de mannen op straat. Om aandacht te vragen voor hun situatie richtten ze een tentenkamp in, recht tegenover het net geopende winkelcentrum. Ze sliepen op houten palleten en haalden hun eten bij de daklozenopvang, vertelt Mindrilla.

Toen het winter werd en de arbeiders nog steeds geen geld gekregen hadden, namen ze hun toevlucht tot de werfketen als slaapplaats. ‘Die blauwwitte containers die je bij de meeste werven ziet, zijn net groot genoeg om met tien man in te slapen’, zegt Mindrilla.

‘Ik heb het een tijdje volgehouden en ben daarna terug naar Roemenië gegaan. Maar daar is ook nergens werk te vinden. Dus kwam ik weer naar Berlijn om hier achter mijn achterstallige loon aan te gaan. Zonder veel succes.’

Infographic: MO*

Bouwput Potsdamer Platz

Het Mall of Berlin ligt op een bijzondere plek in het centrale stadsdeel Mitte. Eind 19de eeuw bouwde ondernemer Georg Wertheim precies hier het grootste warenhuis van Duitsland, Kaufhaus Wertheim. Op een steenworp afstand lag de Potsdamer Platz, toen het drukste verkeersplein van Europa en uithangbord van Duitse grandeur.

Maar tijdens de Tweede Wereldoorlog maakten geallieerde bommenwerpers alle salons, bioscopen en het beroemde hotel Esplanade met de grond gelijk. In de Koude Oorlog bakende de Berlijnse Muur hier vervolgens het dodelijke grensgebied tussen Oost- en West-Berlijn af.

Na de Duitse eenwording verrees op deze plek eerst de legendarische technoclub Tresor. Later besloten stadsplanners tot de heropbouw van Potsdamer Platz, inclusief een hypermoderne wolkenkrabber-skyline. De omgeving veranderde in de grootste bouwput van Europa, gefinancierd met kapitaal van de grootste multinationals.

Sindsdien is er een 103 meter hoog uitkijkpunt en een glazen kantoortoren voor de Duitse spoorwegen. Rondom de resten van het oude Esplanadehotel verrees het hypermoderne Sony Center. Eind 2014 werd het Mall of Berlin feestelijk geopend, in aanwezigheid van de Berlijnse politieke elite.

Faillissement

‘33.000 euro achterstallig loon is niet veel, vergeleken met een projectbegroting van één miljard euro. Daar zit meer achter.’

Na een paar weken slapen in werfketen komen de vijftien Roemenen in contact met de kleine vakbond FAU (Vrije Arbeidersvakbond Berlijn). Die regelt voor hen onmiddellijk onderdak in de Berlijnse kraakscene en zamelt geld in. Maar de FAU zoekt ook nadrukkelijk de publiciteit op voor wat de vakbond beschouwt als een structureel probleem, en brengt de zaak uiteindelijk voor de rechter.

Wat volgt is een jarenlang juridisch steekspel, het afschuiven van verantwoordelijkheden, moddergooien en zelfs bedreigingen. ‘Bij de bouw van Mall of Berlin was een heel netwerk van allerlei bedrijfjes betrokken’, legt Sarah Bekker van de FAU uit. ‘Allemaal weigerden ze om ook maar een cent loon te betalen. Dat vonden wij vreemd. Een bedrag van 33.000 euro aan achterstallig loon is niet veel, vergeleken met een totale projectbegroting van één miljard euro. Dat deed bij ons het vermoeden rijzen dat hier meer achter zit.’

In eerste instantie trok de FAU aan de bel bij de hoofdaannemer, Fettchenhauer (FCL). Die liet doorschemeren in gesprek te willen gaan, maar vroeg op 8 december 2014 onverwacht het faillissement aan.

Verbaasd besloten de juristen van FAU dan maar achter de onderaannemers aan te gaan. Wat volgde: pogingen tot omkoping, clandestiene ontmoetingen op metrostations, demonstraties en advocaten die terugkrabbelen. Uiteindelijk vroeg ook Metatec-Fundus, het tweede bedrijfje waar Mindrilla voor werkte, het faillissement aan.

Openmallmaster (waar Mindrilla begon) verdween helemaal; telefoonnummers worden onbereikbaar en op het kantooradres is alleen een brievenbus vindbaar. Mindrilla: ‘Het erge is dat die onderaannemers vaak zélf uit Roemenië komen. Bij hen draait alles om geld. Die mensen gaan over lijken om winst te maken. Bij Duitse bedrijven, eerlijke ondernemingen die geen web van onderaannemers weven, komt zulke uitbuiting niet voor’, verklaart hij.

Laaggeschoolde bouwvakkers

Laaggeschoolde bouwvakkers moeten werken als schijnzelfstandige, krijgen geen contract en krijgen hun loon niet uitbetaald.

Sinds de voormalige communistische landen stapsgewijs toetraden tot de Europese Unie (Polen, Hongarije, Slowakije in 2004, Bulgarije en Roemenië in 2007) kwamen steeds meer laaggeschoolde Oost-Europeanen naar Duitsland. Op bouwplaatsen, in de dienstensector, bij het transport of in de landbouw maken bedrijven gretig gebruik van deze goedkope arbeidskrachten.

De Berlijnse bouwsector werd sinds de toetreding volledig afhankelijk van arbeiders uit Oost-Europa. De laaggeschoolde bouwvakkers worden vaak, net zoals Mindrilla, gedwongen als schijnzelfstandige te werken, krijgen nooit een contract en/of krijgen hun lonen niet uitbetaald.

Dat bevestigt Anna-Katharina Dietrich van het Berlijnse Adviescentrum voor Migratie & Arbeid (BEMA): ‘Oost-Europese arbeiders hebben in Duitsland geen vakbond die hun belangen verdedigt. Ze spreken de taal slecht en weten weinig over arbeidsrecht of belastingregels. Ze zijn vaak niet verzekerd, waardoor ze meteen op straat staan als ze zich een dag ziek melden. Voor een Roemeense bouwvakker zonder sociaal vangnet betekent dat meestal een bestaan als dakloze.’

Projectontwikkelaar HGHI

Het jarenlange procederen van de Roemenen in Berlijn heeft zijn weerslag op de groep. Een deel van de Roemenen nam zijn verlies, trok gedesillusioneerd verder naar Engeland of Frankrijk, of ging terug naar huis. Maar Mindrilla zette door en diende samen met de FAU een aanklacht in tegen projectontwikkelaar HGHI Leipziger Platz.

Ook dat leverde niets op. Er volgde alweer een slepend proces, waarin de advocaat van HGHI expliciet waarschuwde voor de ‘prijspolitieke uitwerkingen’ op de Berlijnse vastgoedprijzen. De hoogste federale arbeidsrechtbank oordeelde eind 2019 definitief dat HGHI niet verantwoordelijk is voor het achterstallige loon van Mindrilla.

Het hoofdkantoor van HGHI zit in het chique Mendelssohnpaleis in het zakelijke hart van Berlijn. Aan het plafond van de voormalige privébank hangen kristallen kroonluchters. Op de houten toegangsdeur zit een glimmend gouden schild met de namen van verschillende grote bouwprojecten.

Een portier achter een marmeren balie laat weten dat HGHI-woordvoerster Dana Voiculescu geen tijd heeft. E-mails blijven onbeantwoord en een telefoongesprek wordt bot afgekapt. ‘Wij hebben geen enkele interesse in contact met de pers hierover’, aldus Voiculescu. ‘En ik wens verder helemaal niets zeggen.’

Arbeidsinspectie

Dat is niet geheel onbegrijpelijk: het schandaal rond Mindrilla staat niet op zichzelf. Een hoofdaannemer die eerder bij de bouw van Mall of Berlin betrokken was, BSS Beton-System-Schalungsbau, ging ook al failliet, na een gerechtelijk onderzoek naar niet uitbetaalde lonen, belastingontduiking en smeergeld.

‘Die hele keten van bouwbedrijven heeft jarenlang veel meer geld uitgegeven aan advocaten dan aan het achterstallige loon als ze dat gewoon hadden uitbetaald,’ verklaart Sarah Bekker van de vakbond FAU. ‘Op die manier kon de Berlijnse bouwsector een uitbuitingssysteem in stand houden waar hij zelf enorm van profiteert. Als deze groep Roemenen in het gelijk gesteld was, had dat een enorm effect gehad als precedent voor de hele bouwsector.’

‘Schijnzelfstandigheid opdringen aan werknemers zorgt ervoor dat je als bedrijf belastingen kan omzeilen.’

Ook het Berlijnse Adviescentrum voor Migratie & Arbeid (BEMA) erkent het politieke belang van het proces. In 2019 kreeg de overheidsinstantie in totaal 420 meldingen van uitbuiting binnen. Een groot deel daarvan had te maken met de bouwsector. Inmiddels verdedigt he adviescentrum zelf ook een groep van honderd Oost-Europese bouwvakkers die nooit loon kregen.

In september 2020 voerde de politie nog huiszoekingen uit bij verschillende bouwondernemingen in Berlijn, op verdenking van uitbuiting. Anna-Katharina Dietrich van het BEMA: ‘Schijnzelfstandigheid opdringen aan werknemers zorgt ervoor dat zulke bedrijven belastingen kunnen omzeilen. Zolang er geen contracten worden ondertekend, hebben de bouwvakkers in kwestie geen poot om op te staan. Grote projectontwikkelaars als HGHI nemen die uitbuitingsconstructies er graag bij omdat het de loonkosten zo lekker drukt.’

Europese Arbeidsautoriteit

Volgens cijfers van de Europese Unie (EU) werken inmiddels ongeveer 17,5 miljoen Europeanen buiten hun eigen land. Dat is een verdubbeling vergeleken met tien jaar geleden. Om de wantoestanden en sociale fraude te bestrijden lanceerde de Europese Commissie in oktober 2019 de Europese Arbeidsautoriteit of European Labour Authority (ELA).

De ELA gaat onder meer zorgen voor betere informatie voor buitenlandse werknemers, toezien op de toepassing van EU-arbeidsregels en de uitwisseling van informatie tussen lidstaten bevorderen. De voorzitter van de Raad van Bestuur van de ELA is de Belg Tom Bevers, die ook mee advies gaf bij de oprichting ervan.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In het najaar van 2020 is de EU-dienst begonnen met haar allereerste internationale arbeidsinspecties in België, Litouwen en Portugal. Maar het is nog niet duidelijk over welke sanctiemogelijkheden de ELA precies de beschikking krijgt.

‘Als het over uitbuiting gaat, scoort naast de bouwsector ook de dienstensector heel slecht’, verklaart Anna-Katharina Dietrich van het Berlijnse adviescentrum nog. ‘Migranten die werken voor bezorgbedrijven doen dat vaak onder heel slechte arbeidsomstandigheden. En schoonmaakbedrijven betalen bijvoorbeeld heel lage lonen.’

‘Tegelijkertijd zien we dat die sectoren eigenlijk niet meer zonder het werk van goedkope migranten kunnen. Het is heel triest dat we dan toch nog Oost-Europese bouwvakkers aantreffen die in hun auto slapen, omdat hun werkgever zelfs de belofte van een plek om te verblijven nooit waarmaakte.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3146   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Freelance journalist

    Hans Wetzels (Heerlen, 1982) is cultuurwetenschapper en freelance journalist. Hij schrijft over vrijhandel, ontwikkeling en het mondiale voedselsysteem.