Al tien jaar protesteren de Wet’suwet’en tegen de bouw van een pijpleiding op inheems gebied

Unist’ot’en Camp: een levendige gemeenschap tegen een destructieve pijpleiding in Canada

© Still uit Invasion

De toegang tot het gebied van de Unist'ot'en wordt gecontroleerd door een checkpoint aan de brug over de Wedzin Kwah-rivier.

'No Pipelines' staat in grote letters op de brug over de Wedzin Kwah-rivier geschilderd. In de uitgestrekte naaldbossen van British Columbia blokkeren de Unist'ot'en al tien jaar lang de weg naar de site van de Coastal GasLink-pijpleiding. Die zou van het noordoosten van de Canadese provincie naar Kitimat aan de westkust van het land moeten gaan lopen, maar zou daarbij traditioneel Wet'suwet'en-gebied doorkruisen. En dat kan de rivier onherroepelijk vervuilen, vrezen de activisten.

‘Het is het beste water dat je ooit hebt geproefd. Je wil daarna nooit meer water van de kraan drinken', vertelt Jennifer Wickham aan de telefoon. Ze heeft het over de Wedzin Kwah-rivier, een van de grootste waterwegen in de regio en een van de laatste voorzieningen van schoon water voor de inheemse Wet’suwet’en.

De rivier en haar stroomgebied vormen de natuurlijke habitat voor heel wat dieren en planten. De constructie van een oliepijpleiding zou het bos verwoesten en lekken in de pijpleiding kunnen ook het water onherroepelijk vervuilen, zegt Wickham. ‘We drinken rechtstreeks van het water.’

De Wet’suwet’en

De Wet’suwet’en zijn een inheems volk in centraal British Columbia, die historisch gezien leefden in het gebied rond de rivier Wedzin Kwah (Morice) en haar verlengde, de rivier Bulkey. De Wet’suwet’en zijn opgedeeld in dertien huisgroepen die verder gegroepeerd zijn onder vijf clans. De Unist’ot’en huisgroep maakt deel uit van de Gilseyhu-clan. Elke clan binnen de Wet’suwet’en is verantwoordelijk voor een specifiek deel van het gebied. De Gilseyhu zijn verantwoordelijk voor het gebied Talbits Kwa. Daarnaast zijn er nog de Gidimt’en-clan, de Laksilyu-clan, de Tsayu-clan en de Laksamshu-clan. Samen tellen de Wet’suwet’en meer dan 3000 leden.

Wickham is een van de makers van Invasion, een korte documentaire over de strijd van de Wet'suwet'en tegen de Coastal GasLink uit november 2019. 'We wilden hier een blokhut neerzetten en beseften dat we dit water konden drinken. Zo werd dit onze voornaamste uitvalsbasis’, legt Freda Huson, woordvoerster van Unist'ot'en Camp, uit in de documentaire.

Om het gebied van de Wet'suwet'en te beschermen tegen de bouw van verschillende pijpleidingen, beslisten de Unist’ot’en in 2009 om de weg langs de brug over de Wedzin Kwah-rivier te blokkeren. Die ligt in de uitgestrekte naaldbossen van British Columbia, zo'n 1200 kilometer ten noorden van Vancouver.

Ook de Gidimt'en-clan, waar Jennifer deel van uit maakt, bouwde in 2018 een kamp langs de weg die naar de site leidt, zo'n twintig kilometer van de blokkade van de Unist'ot'en.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Voedsel opslaan voor de winter

Wickham belt vanuit Smithers, een stad langs de rivier Bulkey in centraal British Columbia. Als de weg goed ligt, raak je op anderhalfuur in het Gidimt’en-kamp. In de winter kan de rit twee uur duren. In tegenstelling tot het Gidimt’en-kamp is er in Smithers wél wifi- en telefoonbereik. Wickham verzorgt er de communicatie en sociale media van Gidimt’en Camp.

Sinds de pandemie staat ze ook in voor de bevoorrading van het Gidimt'en-kamp. Op die manier stellen minder mensen zich blootstellen aan het virus. ‘De Unist'ot'en doen hetzelfde. Omdat ze daar zo geïsoleerd zijn, kunnen ze niet riskeren dat iemand ziek wordt,’ vertelt ze.

Nu de winter aanbreekt, wordt het aanvullen van de voedselvoorraden extra cruciaal. Op een van de filmpjes die Wickham maakte voor de Facebookpagina, zie je haar zus Molly een traditionele elandenkreet uitbrengen, die gebruikt wordt bij het jagen. ‘Dit is een van onze belangrijkste jachtgebieden’, vertelt ze in het filmpje. ‘Hier jaagden we vorig jaar. We schoten twee herten en een halve kilometer verderop schoten we een eland. Dat was genoeg vlees om twee families en het kamp te voeden voor vrijwel het hele jaar.’

'Ze willen zes verschillende gaten boren aan elke kant van de rivier. Een daarvan zou volgens de plannen zelfs in de rivier komen.'

Op de beelden zie je hoe Molly en haar man Cody Merriman meermaals tegengehouden worden. Dat gebeurt door veiligheidspersoneel van de Coastal GasLink (CGL) en door leden van de Royal Canadian Mountain Police (RCMP), ofwel het federaal politiekorps van Canada. ‘Dit jaar is er zoveel Coastal GasLink-verkeer geweest dat we niets hebben gevangen, we hebben nauwelijks een dier gezien. We hebben nog maar weinig tijd en beperkte middelen om ons voedsel voor de winter op te slaan’, vervolgt Molly in het filmpje.

De voorbije maanden is de aanwezigheid van politieagenten stelselmatig toegenomen omdat TC Energy, de maatschappij achter de Coastal GasLink, testboringen wil doen. 'Ze willen zes verschillende gaten boren, aan beide kanten van de rivier. Een daarvan zou volgens de plannen zelfs in de rivier komen', legt Wickham uit. ‘Ik denk ze willen onderzoeken waar de beste plaats is om te boren. Maar geen enkele plaats is de beste, natuurlijk.’

Belangen in de olie- en gasindustrie

De Coastal GasLink maakt deel uit van LNG Canada, een grootschalig industrieel project voor een terminal in de haven van Kitimat, aan de westkust van British Columbia. Het zou de eerste Canadese terminal zijn die vloeibaar aardgas overzee stuurt.

Het project zou naar schatting ongeveer veertig miljard dollar kosten en is daarmee een van de grootste private investeringen in de Canadese geschiedenis. Royal Dutch Shell is met veertig procent de grootste aandeelhouder en belanghebbende in dit project. De meer dan 670 kilometer lange Coastal GasLink moet aardgas, ontgonnen in de gasvelden nabij Dawson Creek in het noordoosten van British Columbia, naar deze terminal brengen.

Hoewel het om een private investering gaat, heeft de Canadese overheid alle belang bij het project. Onder Trudeau investeerde Canada de voorbije jaren volgens het New Building Canada Plan stelselmatig in de uitbreiding van trein- en wegeninfrastructuur en vooral ook in pijpleidingen, om de ontginning van grondstoffen te promoten.

De pijpleidingen moeten ruwe olie en natuurlijk gas, ontgonnen in de teerzanden in de provincie Alberta, transporteren naar de Verenigde Staten en naar de westkust. In 2018 nog kocht de Canadese overheid de controversiële Trans Mountain Pipeline voor meer dan drie miljard dollar. Ook de Coastal GasLink moet de capaciteit voor de transport van ruwe olie uitbreiden.

Olie en gas in Canada

De olie- en gasindustrie maakt een belangrijk deel uit van de Canadese economie. De productie van ruwe olie en natuurlijk gas bedraagt 80 procent van de gehele Canadese energiesector, dat zelf nog eens in staat voor 10,2 procent van het BBP en 23 procent van de Canadese export. Canada is dan ook de vierde grootste exporteur van energie wereldwijd. Die export was in 2019 goed voor 122 miljard dollar inkomsten. De overgrote meerderheid van de olie en gas wordt geproduceerd in de Athabasca teerzanden in het noordoosten van de provincie Alberta.

 

'De voorbije jaren zijn zeven pijpleidingen voorgesteld die door ons gebied zouden gaan’, vertelt Wickham. ‘Ze dienen als een soort energiedoorgang: als een pijpleiding er komt, maakt dat het veel gemakkelijker voor andere pijpleidingen om hun milieuvergunningen te krijgen. Je kan maar één keer het gebied vervuilen, zo luidt de redenering.’

'Je kan maar één keer het gebied vervuilen, luidt de redenering.’

De Wet’suwet’en konden onder andere de Northern Gateway Pipeline van Enbridge succesvol tegenhouden. Ook de plannen voor de Pacific Trails Pipeline van Chevron werden voorlopig opgeschort.

Toch vreest Wickham dat eens de Coastal GasLink er komt, Chevron zijn plannen opnieuw zal aanvangen. ‘Als er één pijpleiding is, dan volgen er anderen.’ Daarom is het voor hen belangrijk dat de Coastal GasLink tegengehouden wordt. Voorlopig lukte het nog om constructiewerkers via de weg tegen te houden, maar enkele testboringen die TC Energy wil uitvoeren, zouden via helicopter gebeuren. Hoe ze dat gaan proberen tegenhouden, weet Wickham nog niet.

Intimidatie en geweld

In december 2018 gaf het Hoger Gerechtshof van British Columbia met een tussentijds gerechtelijk bevel TC Energy toegang tot het gebied van de Wet’suwet’en om aan de constructie van de Coastal GasLink te beginnen. Ondertussen is dat bevel permanent gemaakt.

Op basis van het bevel ondernamen leden van het federaal politiekorps al meermaals actie om inheemse actievoerders van hun grondgebied te verwijderen. Ook de voortdurende controles op de jachtgebieden van de Gidimt’en steunen op dit bevel. ‘Sinds het er is, is er een speciale unit, het zogenaamde Community Industry Safety Office (CISO) en een team van speciaal opgeleide politieagenten, die het territorium regelmatig controleren’, legt Wickham uit. Volgens documenten die CBC News kon inkijken, kostten die permanente controles de Canadese overheid al meer dan 13 miljoen dollar.

© Stills uit Invasion

Beelden van de politieactie op 7 januari 2019, waarbij 12 leiders werden opgepakt.

In twee gevallen kwam het ook tot confrontaties met politieagenten. Een eerste keer, op 7 januari 2019, vielen agenten van het federaal politiekorps Gidim’ten Camp en Unist’ot’en Camp binnen en arresteerden in totaal zo’n 14 actievoerders. In de documentaire Invasion zie je hoe Molly Wickham samen met andere actievoerders meegenomen wordt door zwaarbewapende politieagenten, in aanwezigheid van sneeuwmobielen, honden, tientallen jeeps en een helikopter.

Ook begin dit jaar, in februari, arresteerde de politie op een paar dagen tijd verschillende actievoerders van de Wet’suwet’en, waaronder vier vrouwelijke leidsters. Net als in 2019, leidden de arrestaties tot honderden demonstraties en solidariteitsacties in het land en zelfs in de Verenigde Staten. Onder de hashtags #shutdowncanada en #Wet'suwet'enstrong wordt op twitter nog steeds opgeroepen tot solidariteit met de Wet’suwet’en.

Volgens Wickham zijn de politieacties duidelijk bedoeld als intimidatie. ‘Waarschijnlijk denken ze dat als ze ons genoeg lastigvallen en dreigen met arrestaties, we zullen stoppen.’ Maar in de praktijk kan het gerecht weinig doen. In de twee gevallen waarin actievoerders werden gearresteerd, werd niemand strafrechtelijk vervolgd. ‘Ze hebben meer dan 13 miljoen dollar uitgegeven voor niets’, lacht Wickham.

De plannen van de Coastal GasLink lopen doorheen traditioneel Wet’suwet’en gebied.

‘Unceded territory’

De Wet’suwet’en staan er op dat de Canadese gerechtshoven geen jurisdictie hebben over Wet’suwet’en-gebied. Hun gebied is namelijk unceded territory, wat wil zeggen dat hun gebied nooit werd veroverd of via verdragen officieel afgestaan aan de Canadese overheid. ‘De traditionele leiders van de Wet'suwet'en hebben volledige jurisdictie. Al duizenden jaren lang, sinds mensengeheugenis, hebben we nooit iets van die jurisdictie overgedragen of afgestaan’, benadrukt Molly Wickham op Facebook.

Anders dan de Wet’suwet’en leven veel inheemse gemeenschappen in Canada onder het zogenaamde band system. Dat systeem werd ingevoerd onder de Indian Act van 1867, die reservaten en de zogenaamde band councils invoerde. Deze bandraden zijn vandaag nog steeds de voornaamste bestuursorganen voor inheemse gemeenschappen die in reservaten leven. Zo zijn er in het 22.000 vierkante kilometer grote gebied van de Wet’suwet’en ook zes reservaten met verkozen bandraden.

De Indian Act

De controversiële Indian Act is het belangrijkste document in Canada dat de relatie tussen de Canadese overheid en de 614 officieel erkende inheemse gemeenschappen vormgeeft. De wet voerde de zogenaamde Indian Bands en het systeem van reservaten in. Ze werd voor het eerst aangenomen in 1876 en is nog steeds van kracht met een reeks amendementen.

Hoewel de Indian Act de traditionele politieke systemen illegaal maakte, zijn er nog enkele inheemse groepen van wie het traditionele bestuurssysteem intact is. De Wet’suwet’en zijn daar één van. ‘Velen zien de traditionele bestuurssystemen als iets uit het verleden, maar dat is niet zo’, zegt Wickham. ‘Ons traditioneel leiderschap is een systeem dat al sinds jaar en dag bestaat.’

‘Ons traditioneel leiderschap bestaat al jaar en dag.’

Een lange juridische strijd

Het traditionele bestuurssysteem van de Wet’suwet’en werd in 1997 ook door het Canadese rechtssysteem erkend. Na een lange juridische strijd bepaalde het hooggerechtshof van British Columbia in dat de jurisdictie van de Wet’suwet’en en de naburige Gitxsan nooit werd vernietigd. De zogenaamde Delgamuukw-zaak was een keerpunt omdat het de eerste juridische beslissing in Canada is die stelde dat provinciale wetgeving niet zomaar inheemse landrechten kon uitwissen. De Wet’suwet’en vallen er nog steeds op terug om hun jurisdictie over hun gebied te verdedigen.

Ook belangrijk is de Charter of Rights and Freedom in de grondwet. Die stelt onder andere dat de Canadese overheid inheemse gemeenschappen moet raadplegen vooraleer projecten te beginnen op hun land. De plicht om hen te consulteren moet bovendien gebeuren via de politieke systemen van inheemse volkeren zelf. Ook hier beroepen de Wet’suwet’en zich vaak op, wanneer ze pleiten voor de erkenning van hun traditionele bestuurssysteem.

British Columbia vs. Delgamuukw

Het besluit uit British Columbia vs. Delgamuukw steunde onder andere ook op Sectie 35 uit de Constitution Act, 1982. Deze passage uit de Canadese grondwet erkende voor het eerst de bestaande Aboriginal and Treaty rights van de Canadese inheemse bevolking. Omdat niet precies gedefinieerd werd wat men onder ‘bestaande’ en ‘Aboriginal and Treaty rights’ verstaat, werden die rechten al in verscheidene rechtszaken op verschillende manieren geïnterpreteerd.

Het politieke systeem van de Wet’suwet’en is, in tegenstelling tot de verkozen bandraden, erfelijk. Elke huisgroep heeft binnen dit systeem een huisleider die gezien wordt als de titelhouder van het land. Zij zijn als enige bevoegd om beslissingen te maken over het land. Elke beslissing wordt echter met de hele huisgroep gemaakt, die tot een consensus moet komen en de beslissing moet goedkeuren in de feestzaal. ‘Alle dertien huisleiders hebben, met de steun van hun clans, in de feestzaal verkondigd dat er geen pijpleidingen zullen komen in hun gebied’, vertelt Molly tijdens een online event in mei.

Toch wordt TC Energy ook gesteund door vijf van de zes bandraden van de Wet’suwet’en. ‘De mainstream media brengen altijd alle bandraden ter sprake die overeenkomsten hebben ondertekend, maar ze negeren volledig het feit dat het onze traditionele huisleiders zijn die jurisdictie hebben, zelfs volgens het Canadese publieke rechtssysteem', benadrukt Wickham.

Wat met jobs?

Sommige van die bandraden hebben zogenaamde ‘benefit sharing agreements’ afgesloten met TC Energy. Dergelijke akkoorden verlenen een bedrijf toegang tot inheems gebied, in ruil voor een deel van de opbrengsten of jobs. Dergelijke akkoorden moeten vooral aantonen dat projecten als de Coastal GasLink ook voordelen voor de inheemse bevolking kunnen bieden.

Zo sloot de Moricetown Band, één van de zes bands in het gebied van de Wet’suwet’en een akkoord met TC Energy. Maar volgens de traditionele leiders zou er van de opbrengsten van de Coastal GasLink slechts 20,4 miljoen dollar naar de Moricetown Band gaan, tegenover zo’n 178,2 miljard dollar voor TC Energy. Ze benadrukken dat infrastructuurprojecten zoals de Coastal GasLink veel minder jobs bieden dan beloofd en dat de meeste winst toch naar de bedrijven gaan.

De traditionele leiders van de Wet’suwet’en wijzen ook op de kwetsbare positie waarin veel gemeenschappen zich bevinden. Volgens hen voelen veel bandraden zich gedwongen om dergelijke projecten te steunen, omdat hun gemeenschap met gezondheidsproblemen kampt of het financieel moeilijk heeft. ‘Maar belangrijker nog,’ benadrukt Wickham, ‘toen de Indian Act werd opgericht, hadden de verkozen leiders en de bandraden alleen jurisdictie over het reservaat. De pijpleiding loopt wel door inheems gebied, maar op geen enkel moment door een van de reservaten. Dus eigenlijk hebben die raden geen bevoegdheid om die goed te keuren.’

© Stills uit Invasion

De Unist’ot’en en Gidim’ten proberen zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn en zetten in op traditioneel voedsel.

Een duurzame gemeenschap

In plaats van te focussen op jobs en financieel gewin, zetten de Unist’ot’en en de Gidimt’en in op zelfvoorzienendheid. ‘Ik denk dat COVID ons heeft laten zien dat we voor onze voedsel- en waterbronnen moeten zorgen, omdat er geen garantie is dat we die uit de winkel kunnen krijgen. We moeten in staat zijn zelf ons voedsel te voorzien. Maar als we geen proper water hebben, dan hebben we geen vis, en als we geen toegang tot ons eigen gebied hebben, dan kunnen we niet jagen’, legt Molly Wickham uit op Facebook. Zoals hun voorouders proberen de Wet’suwet’en eten en medicijnen zoveel mogelijk zelf te produceren.

'COVID heeft laten zien dat we voor onze voedsel- en waterbronnen moeten zorgen.'

Terwijl de Canadese economie, en de olie- en gasindustrie meer specifiek, vooral gericht zijn op het maximaliseren van winst op korte termijn, kijken Wet’suwet’en ook naar de lange termijn en de komende generaties. Hun kamp staat voor een heel andere omgang met de natuur, gebaseerd op relaties van zorg en respect. Zo proberen de Unist’ot’en een alternatief te bieden voor het systeem waartegen ze strijden. Voedsel halen de Unist’ot’en van hun groentetuin of via traditionele jachttechnieken en het plukken van bessen. Voor elektriciteit steunt Unist’ot’en Camp zoveel mogelijk op zonnepanelen.

‘Ons geloof is dat we deel uitmaken van het land. Het land staat niet los van ons. Het land onderhoudt ons. En als we niet zorg voor haar dragen, zal het land ons niet meer kunnen ondersteunen en zullen wij als een generatie sterven’, schrijft Freda Huson op de site van Unist’ot’en Camp. De Unist’ot’en willen de natuur beschermen. Niet alleen voor hun gemeenschap, maar ook voor andere gemeenschappen en de wereld in het algemeen. ‘Het is inspirerend om de wereldwijde steun te zien. Het zijn niet alleen onze inheemse mensen die opstaan, maar mensen over de hele wereld die zich zorgen maken over het milieu, omdat ze weten dat het hen raakt, waar ze ook wonen’, sprak Huson over de vele solidariteitsacties na de politieactie in februari.

© Still uit Invasion

In de toekomst willen we meer mensen die in blokhutten op het grondgebied wonen, meer mensen die zich opnieuw onderdompelen in de cultuur, onafhankelijk worden en hun eigen voedsel oogsten, hun eigen medicijnen maken, zodat ze voor zichzelf en hun familie kunnen zorgen,’ vertelt Freda Huson, woordvoerster van Unist'ot'en Camp.

Traditionele praktijken zoals jagen zijn niet alleen belangrijk omdat ze voedsel opleveren, maar vormen ook een belangrijk deel van de culturele identiteit van de Wet’suwet’en. ‘Ik hou ervan om met mijn zus te gaan jagen’, vertelt Wickham. ‘Het is extra leuk, omdat veel mensen verwachten dat mannen gaan jagen. Ik en mijn zus hebben allebei onze wapenvergunning. Het is me nog niet gelukt, maar op een dag zal ik een eland schieten!’

Door een pijpleiding te bouwen, wordt ook dit deel van hun cultuur bedreigd, vooral voor de jongere generaties. Daarom leert Molly Wickham haar kinderen de traditionele jachttechnieken. ‘Het is belangrijk voor iedereen dat we die lessen blijven doorgeven, dat is wat ons sterk maakt’, vertelt Molly in het filmpje waar ze de elandenkreet uitvoert. ‘De meeste mensen begrijpen niet eens wat ons afgenomen wordt. De mogelijkheid om op het land te zijn, te jagen, ons eigen voedsel te eten, is zo belangrijk voor wie we zijn. Als deze pijpleiding er komt, zullen onze kinderen dat nooit kunnen doen.’

‘De meeste mensen begrijpen niet eens wat ons afgenomen wordt.'

Om jongeren terug in contact te brengen met traditionele activiteiten zoals jagen, maar ook medicijnen verzamelen, bessen plukken en traditioneel eten bereiden, worden jaarlijks kampen georganiseerd door de Unsit’ot’en. Het eerste kamp, het Wet’suwet’en Youth Art Camp dat in 2016 plaatsvond, is intussen uitgebreid en omvat nu ook taallessen, culturele workshops en zelfs hulp voor jongeren die kampen met verslavingen.

En verder?

Sinds de eerste blokhut werd gebouwd in 2009, is Unist’ot’en Camp uitgegroeid tot een levendige gemeenschap waar activisten nu ook permanent wonen. ‘In de toekomst willen we meer mensen die in blokhutten op het grondgebied wonen, meer mensen die zich opnieuw onderdompelen in de cultuur, onafhankelijk worden en hun eigen voedsel oogsten, hun eigen medicijnen maken, zodat ze voor zichzelf en hun familie kunnen zorgen’, vertelt Freda Huson in Invasion.

Ook de Gidimt’en willen hun kamp uitbreiden. Vorig jaar kwam er een nieuwe blokhut bij voor hun huisleiders en ze hebben ook twee nieuwe tiny houses. Ondanks de voortdurende controle en bedreigingen, gaan de Wet’suwet’en gewoon door.

‘Ik vind het niet erg om naar de gevangenis te gaan als het is om ons grondgebied en ons water te beschermen. Er zijn ergere dingen die kunnen gebeuren: dat we niet meer van het water kunnen drinken of niet meer kunnen jagen’, vertelt Wickham vastberaden. ‘Ik ben niet bang’, zegt ook Freda Huson voor de camera. 'Het enige wat we kunnen doen, is blijven proberen, blijven vechten, en blijven zijn wie we zijn. Daar zullen we nooit mee ophouden.'

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift